Jan Mul's Wisselende Gezangen: Een Verkenning

Introductie tot het Kerstlied en de Winter

In verschillende advents- en kerstliederen wordt een verband gelegd tussen het kerstfeest en de winter. Ik noem twee bekende voorbeelden.

"Es ist ein Ros entsprungen" en de Winterse Symboliek

Er is een roos ontloken uit barre wintergrond, zoals er was gesproken door der profeten mond. En Davids oud geslacht is weer opnieuw gaan bloeien in 't midden van de nacht. Die roos van ons verlangen, dat uitverkoren zaad, is door een maagd ontvangen uit Gods verborgen raad. Maria was bereid, toen Gabriel haar groette in 't midden van de tijd. Die bloem van Gods behagen heeft, naar Jesaja sprak, de winterkou verdragen als aller dorste tak. O roos als bloed zo rood. God komt zijn volk bezoeken in 't midden van de dood.

Illustratie van een roos die bloeit in de winterse sneeuw, met een subtiele verwijzing naar de geboorte van Christus.

Geschiedenis van "Es ist ein Ros entsprungen"

"Es ist ein Ros entsprungen" kent een boeiende geschiedenis! Naar alle waarschijnlijkheid is het reeds gedurende de zestiende eeuw in de bisdommen Trier, Speier en Mainz mondeling verbreid geweest. De oudste gedrukte versie staat in het Speierische Gesangbuch van 1600. Daarna werd het snel in rooms-katholieke gezangboeken opgenomen. Oorspronkelijk had het 23 strofen, maar er zijn ook kortere versies bekend. In alle teksten wordt de roos op Maria betrokken. Strofe 2 luidt: Das Röselein das ich meine, davon Isaias sagt, Ist Maria die reine, die uns das Blümlein hat bracht.

In 1609 verhielp Michael Praetorius de aanstoot voor de protestanten door de regels 3 en 4 te veranderen in "hat uns gebracht alleine Mary die reine Magd". Overigens: de hele Middeleeuwen door werd Maria in de geestelijke poëzie wel als roos aangesproken.

De zinspeling op Jesaja heeft vermoedelijk betrekking op Jesaja 11:1: "En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen."

Nederlandse Variaties op "Es ist ein Ros entsprungen"

Het lied leverde vele aanpassingen op. Zo kwam "De witte vlokken zweven" in de Godsdienstige liederen (1882) van de Nederlandse Protestantenbond terecht, "Een roze frisch ontloken" in de bundel Oude en nieuwe zangen (1911), "Een Rijsje is voortgekomen" in de bundel van het Leger des Heils, "De witte vlokjes zweven" in de bundel Voor het Kerstfeest (1923), "Daar is een twijg ontloken" in de bundel Een alleen (1933) en "Een twijg is voortgekomen" in een nieuwe bundel van de Nederlandse Protestantenbond (1944).

C.J. Aarts en M.C. van Etten vertellen verder: "De bundel van de Nederlandsche Hervormde Kerk uit 1938 nam diplomatiek het eerste couplet van 'Een roze', het tweede van 'Een twijg', en liet het derde opnieuw vertalen. Een trouvaille! Dat vond ook het Gezangboek der Evangelisch-Lutherse Kerk (1955), want dat nam deze oecumenische mix over. Het interkerkelijk Liedboek voor de kerken (1973) liet wijselijk door Jan Wit een nieuwe vertaling maken: 'Er is een roos ontloken'."

Aarts en Van Etten voegen er aan toe, dat de rooms-katholieken er op hun beurt ook weg mee wisten; maar: met minder varianten. De genoemde auteurs komen op in totaal elf Nederlandstalige versies. Overigens: de titel van de Friese vertaling van het lied in het Lieteboek foar de tsjerken (1977), van de hand van Gerben Brouwer, luidt: "In Roas is iepensprongen". In het eerste couplet komt 'midden yn 'e winter' als tijdsaanduiding voor.

"Midden in de winternacht": Een Lied met Winterse Beelden

Als tweede voorbeeld noem ik het lied "Rondeau der herders", bekender als "Midden in de winternacht". In die pennenvrucht wordt zelfs gewag gemaakt van 'sneeuw en ijs'.

Midden in de winternacht
Ging de hemel open
Die ons heil ter wereld bracht,
Antwoord op ons hopen.
Elke vogel zingt zijn lied.
Herders waarom zingt gij niet?
Laat de citers slaan
Blaast uw fluiten aan laat de bel-, laat de trom, laat de beltrom horen: Christus is geboren!

Vrede was het overal.
Wilde dieren kwamen
Bij de schapen in de stal
En zij speelden samen.
Elke vogel zingt zijn lied,
Herders waarom speelt gij niet?
Laat de citers slaan
Blaast uw fluiten aan laat de bel-, laat de trom, laat de beltrom horen: Christus is geboren!

Ondanks winter, sneeuw en ijs
Bloeien alle bomen.
Want het aardse paradijs
Is vannacht gekomen.
Elke vogel zingt zijn lied.
Herders waarom danst gij niet?
Laat de citers slaan
Blaast uw fluiten aan laat de bel-, laat de trom, laat de beltrom horen: Christus is geboren!

Ziet reeds staat de morgenster
Stralend in het duister.
Want de dag is niet meer ver.
Bode van de luister
Die ons weldra op zal gaan.
Herders blaast uw fluiten aan
Laat de bel, bim-bam laat de trom, rom-bom kere om, kere om, laat de beltrom horen: Christus is geboren!

Illustratie van herders met schapen in een besneeuwd landschap, met de open hemel erboven.

De Ontstaansgeschiedenis van "Midden in de winternacht"

Het "Rondeau der herders" is veel jonger dan men zou denken. Het werd in mei 1948 door H.L. Prenen gepubliceerd, in de bundel Tafelrede en andere gedichten. De ondertitel van het gedicht luidde 'Op een Catalaansche melodie uit de 15e eeuw'. In december van hetzelfde jaar verscheen het, voor het eerst met muziek, als bijlage van het tijdschrift Mens en Melodie, met enkele wijzigingen in de laatste regels van de coupletten. De ondertitel luidde toen: 'Catalaans Kerstlied. Nederlandse tekst H.L. Prenen. Begeleiding Jan Mul'. Later werd het lied opgenomen in Gezangen voor liturgie (1984) als lied 497, in de Evangelische Liedbundel (1999) als lied 106.

De Ontwikkeling van Kerstmis als Feest

Vanzelfsprekend is de koppeling tussen het kersfeest en de winter niet. In de eerste eeuwen van het christendom werden wel Pasen en Pinksteren, meegenomen uit de synagoge, gevierd. Norm voor die feestdagen was niet in de eerste plaats de gedachtenis van Gods daden aan Israël, maar van Gods werk in (het lijden, het sterven en) de opstanding van Jezus Christus en in de uitstorting van de Heilige Geest. Pas later zouden de viering van de geboorte van Jezus Christus en die van Zijn epifanie (verschijning) dat accent krijgen. Echter: nergens staat daarvoor in het Nieuwe Testament een tijd of zelfs een datum vermeld.

De viering van de epifanie kwam in het Oosten op, en wel op 6 januari, vanouds de datum van het feest ter ere van de god Aion in de tempel van Korè in Alexandrië. De epifanieviering is bekend uit de tweede en de derde eeuw. Efraïm Syrus, die in de vierde eeuw leefde, ervoer het als het grootste feest. Maar tot 360 was er in het Westen nog niets van bekend! Rond 220 werd door een keizer van Syrische afkomst, Eleagabalus, het feest van de Sol Invictus (= de onoverwinnelijke zon), ingevoerd. De datum werd 25 december. Volgens een kalender uit ongeveer 336 gingen de christenen op die dag niet het hemellichaam vereren, maar het feest van hun Sol Invictus, de zon der gerechtigheid (vgl. Maleachi 4:2 en Gezang 313:1), vieren. Eigenlijk deed de kerk daarmee hetzelfde als Israël. Op een oorspronkelijk natuurfeest gedacht men de heilsdaden van God. Al spoedig werd het feest van de dies natalis van Jezus Christus in het westelijke deel van het Romeinse Rijk op 25 december gehouden. Rond 380 werd het feest van de epifanie door het Westen en het kerstfeest door het Oosten overgenomen.

De Link met het Germaanse Midwinterfeest

Over 'midden in de winter' gesproken! Dr. Bernard Smilde kwam in 1999 met het lied "Yn midwinters dünk're nacht", als vertaling van "Midden in de winternacht". Daarmee legde hij een link met het Germaanse midwinterfeest. In de streek waar ik nu woon, zijn de resten daarvan nog te vinden, met name in het midwinterhoornblazen. Al eeuwen lang wordt dat in het Nedersaksische gebied tussen de Elbe en de IJssel gedaan. Aanvankelijk gebruikte men daar ossenhoorns voor, later werden de hoorns van hout vervaardigd. Aan het einde van de Middeleeuwen waarschuwde men elkaar bij naderend onheil door middel van zulke hoorns, waartoe ze ook in de periode van de Tweede Wereldoorlog wel gediend hebben. De laatste tijd is sprake van een duidelijke herleving van het midwinterhoornblazen. Naar de traditie mag dat vanaf de eerste advent tot het feest van Driekoningen, 6 januari, gedaan worden. Daarmee is het verband met de komst van het licht der wereld, Jezus Christus, duidelijk!

Foto van een persoon die een midwinterhoorn blaast in een winterse setting.

Midwintergedichten van Johanna F. van Buren

Ik citeer hier een van de midwintergedichten van de 'Helderse' dichteres Johanna F. van Buren (1881-1962):

Ne moand veur muddewinter,
As d'n advent begint,
Tot weer de daege lengt en
Dree Koningen der zint,
Nemp mennig boerenjongen
In 't noord'lijk Twentelaand,
Met 't vallen van den oavend
Den holten hoorn ter haand.

Uit een ander midwintergedicht van Johanna van Buren neem ik ten slotte de volgende oproep over:

Dèènkt an 't kleine Christuswich ...
Det met Muddewinter kwam en
Oons wil veurgoan met zien lich.

Literaire Bronnen en Achtergrondinformatie

De informatie in dit artikel is gebaseerd op de volgende literatuur:

  • C.J. Aarts en M.C. van Etten, Komt allen tezamen. Oude en nieuwe kerstliedjes in hun oorspronkelijke versie (Amsterdam 2004 2, verbeterde dr.)
  • Een compendium van achtergrondinformatie bij de 491 gezangen uit het Liedboek voor de kerken (Amsterdam 1978 2)
  • J. Bouwhuis, Johanna F. van Buren. Dichterschap en dialect (Enschede 1981)
  • Johanna F. van Buren, Verzamelde gedichten (Enschede 1981)
  • Bernard Smilde, Gloria in Excelsis (Heerenveen 1999)
  • W.C. van Unnik, "De oorsprong van het kerstfeest", in A.J. Bronkhorst, O.J. de Jong en J. Reiling (red.). Woorden gaan leven. Opstellen van en over Willem Cornells van Unnik (1910-1978) (Kampen 1979), p. 113-123
  • M.A. Vrijlandt, Liturgiek (Zoetermeer 1992 3)

Dr. J.D.Th. Wassenaar is sedert mei 2004 als predikant verbonden aan de protestantse gemeente in wording te Hellendoorn. Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Gebruiksvoorwaarden. database.

Jan Mul's Bijdrage aan de Muziek

Op initiatief en onder redactie van Lourens Stuifbergen verscheen in 2018 bij de Jan Mul Stichting de bundel Propriumgezangen voor het kerkelijk jaar voor eenstemmig koor en orgel. Toonzettingen van de wisselende gezangen voor vele zon- en feestdagen in het Graduale Romanum van 1908. Jan Mul schreef ze in de periode 1939-1970 voor zijn eigen kerkmuzikale praktijk in Overveen en beperkte zich daarbij tot de antifonen van introitus, offertorium en communio, gezet voor - behoudens enige meerstemmige uitzonderingen - eenstemmig jongenskoor en orgel. Een unieke uitgave, zegt Richard Bot, die ook in de hedendaagse liturgie bruikbaar is. Van deze gezangen zijn nog geen opnamen beschikbaar. Er wordt aan gewerkt.

Boekcover van

Paul Witteman over Jan Mul (dl.1 De Persoon)

tags: #jan #mul #wisselende #gezangen