Gereformeerd uit Overtuiging: Een Diepgaande Verkenning

Velen van ons zijn gereformeerd uit overtuiging, hetzij door principiële keuzes, hetzij als gevolg van opgroeien in een gereformeerd gezin. In het laatste geval doen we op een bepaalde leeftijd belijdenis, waarna we zelf verantwoordelijk worden voor alles wat kerkelijk op onze weg komt. Dit proces is niet altijd vanzelfsprekend verlopen; door de loop van ons leven kunnen er momenten van twijfel, onrust, verdriet zijn geweest, en soms zelfs een breuk met een plaatselijke kerk of kerkverband.

Deze publicatie nodigt u en mij uit om onszelf te bevragen: waren de genomen beslissingen wel nodig, of hebben we soms meer onszelf gezocht dan de Here? Centraal staat de vraag wat Christus van ons vraagt (eist) in Zijn Woord en wat wij daarmee hebben gedaan. Is Gods Woord werkelijk de bron en kracht van uw leven?

De inhoud van deze publicatie wordt ondersteund door een aantal preken, die de theologische en persoonlijke reflecties verder verdiepen.

Historische Context van Steenwijk en de Gereformeerde Kerk

De geschiedenis van Steenwijk is nauw verweven met religieuze en politieke ontwikkelingen, die ook de gereformeerde gemeenschap hebben gevormd. De stad lag strategisch aan belangrijke routes en was daardoor vaak het toneel van conflicten.

Vroege Vestiging en Middeleeuwse Ontwikkelingen

Aan de oversteekplaats van het riviertje de Aa, op de weg vanuit het zuiden (richting Zwolle) naar Friesland en Drenthe, lag in de tiende eeuw een nederzetting met een kapel, gesticht vanuit het klooster van Ruinen. In het begin van de veertiende eeuw vestigden groepen vluchtelingen uit Friesland zich rond Steenwijk. Zij werden horigen van de bisschop, die hen beschermde tegen de Friese Stellingwervers. Deze horigen stonden bekend als Sint-Maartenlieden, net als in Giethoorn, en werkten als boer of turfgraver.

De ligging van Steenwijk maakte de stad belangrijk in de strijd tussen de bisschop en de Friezen, een rol die in de vijftiende en vooral zestiende eeuw van cruciaal belang werd in lokale oorlogen.

Conflicten en Stedelijke Ontwikkeling in de 16e Eeuw

In 1512 leidde de invoering van tolheffing door Kampen op de scheepvaart tot ruzies met Zwolse schippers. Zwolle zegde de gehoorzaamheid aan de bisschop op en zocht steun bij de hertog van Gelre. Gelderse, Friese en Zwolse troepen keerden zich tegen het welvarende bisschoppelijke bolwerk Steenwijk. De stad wist in 1522 twee aanvallen af te slaan, wat resulteerde in extra privileges van de Utrechtse bisschop, waaronder het recht om buiten de stad tol te heffen. De opgang van de turfgraverijen zorgde voor belangrijke inkomsten, en het aantal markten werd uitgebreid. Echter, na verraad door de schout van Diever, werd de stad in 1523 overrompeld door Gelderse en Zwolse troepen.

De strijd tussen de bisschop van Utrecht en de hertog van Gelre, Karel van Egmond, ging door. In 1527 had Karel van Egmond bijna heel Overijssel in handen. De bisschop, Hendrik van Beieren, moest steun zoeken bij Karel V, die daardoor het wereldlijk gezag in Overijssel verkreeg, waarna de rust in het gebied terugkeerde.

Rond 1550 namen de activiteiten in het veengebied ten zuiden van Steenwijk hand over hand toe, met veel immigranten uit Friesland die werk zochten in de turfwinning.

historische kaart van Steenwijk en omgeving

De Tachtigjarige Oorlog en de Belegeringen van Steenwijk

In de tweede helft van de zestiende eeuw onderging Steenwijk grote veranderingen. Een pestepidemie in 1567-1568 eiste ongeveer 650 levens, waardoor het aantal inwoners drastisch daalde en er onvoldoende manschappen waren voor de nachtwacht. Om nieuwe bewoners aan te trekken, werd tussen 1569 en 1573 het grootburgerschap afgeschaft. De nieuwe burgers, vaak kooplieden die handel dreven op Holland (met name in turf en akkermaalshout), speelden een belangrijke rol in de economie van de stad.

Aanvankelijk merkte Steenwijk weinig van het verzet tegen het Spaanse beleid. Toen dit verzet overging in een oorlog, veranderde dit. De inval van Lodewijk en Adolf van Nassau in 1568, hoewel mislukt, benadrukte de strategische ligging van Steenwijk, met belangrijke wegen naar Friesland en Groningen die door moerasgebieden liepen.

Vanaf 1572 bereikte het oorlogsgeweld de wallen van Steenwijk. De stad, net als de rest van Overijssel, toonde weinig enthousiasme voor de strijd tegen Spanje en probeerde neutraal te blijven, weigerend een Staats garnizoen te accepteren. Toen de graaf van Rennenberg in 1580 overliep naar de Spaanse kant, vielen de noordelijke gewesten grotendeels in Spaanse handen. Johan van de Kornput, legerleider van Oranje, moest zich terugtrekken op Steenwijk.

Met toestemming van hopman Olthoff werd Steenwijk verder in staat van verdediging gebracht door Van de Kornput, die met ongeveer 600 soldaten en 300 weerbare burgers de stad verdedigde tegen het leger van Rennenberg van ruim 7000 man. Na een eerste beschieting op 30 oktober gingen de Spaanse troepen door met hun offensief, terwijl het beleg voortduurde. In de stad ontstonden problemen tussen Van de Kornput en de burgers en magistraat, wat leidde tot het bedwingen van een beginnend oproer. Ondanks toenemende Spaanse druk, weerstond Steenwijk de eerste twee maanden van het beleg.

In december zag het stadsbestuur zich genoodzaakt tot financiële maatregelen vanwege de zware lasten voor de verdediging. Ondertussen werden buiten Steenwijk voorbereidingen getroffen om de stad te ontzetten. Kolonel Johan Norrits (Noreth) stelde een troepenmacht samen en legerde in Zwartsluis, waarna Giethoorn werd veroverd. Op 3 januari 1581 landde Sonoy met zijn legermacht in Blokzijl.

Eind januari en in februari werd de situatie kritiek. Norrits viel Steenwijkerwold aan, terwijl de verdedigers van Steenwijk een schans buiten de vesting wisten te bezetten en bruggen over de Aa sloegen. Een grote aanval van Rennenberg op de schans op 20 februari mislukte. Voor Rennenberg werd de situatie onhoudbaar; hij verloor tussen de 3000 en 4500 soldaten door gevechten en barre weersomstandigheden. In Steenwijk kwamen ongeveer 700 mensen om het leven. De vele lijken rond de stad leidden tot een pestepidemie, die in de zomer soms 8 tot 10 slachtoffers per dag eiste. Tussen 23 februari en eind november stierven ongeveer 2300 mensen.

Na het ontzet van de stad werd er weinig aan de versterking gedaan. Een boer uit Wapse verried de zwakke punten in de verdediging aan de Spaanse bevelhebber Tassis. Tassis overrompelde de vesting in de nacht van 16 op 17 november 1582 met weinig tegenstand, aangezien een deel van het garnizoen op een plundertocht was en er te weinig wachters op de wallen aanwezig waren. Ongeveer 300 Staatsgezinden werden gedood, de rest vluchtte. De vesting werd vervolgens versterkt met hogere wallen en diepere grachten, en een sterk garnizoen dat tien jaar lang het Land van Vollenhove onveilig maakte met plundertochten die zich uitstrekten tot op de Zuiderzee.

illustratie van een belegering van een stad

De Herovering door Maurits en Verdere Ontwikkelingen

De definitieve herovering van Steenwijk vond plaats in 1592. Maurits, die in 1591 op weg was naar Steenwijk maar door ontwikkelingen in het zuiden zijn plannen moest uitstellen, keerde een jaar later terug. Op 25 mei 1592 sloeg hij het beleg voor Steenwijk met ongeveer 9500 soldaten en 50 stukken geschut. Op 13 juni werd de eerste beschieting uitgevoerd. De loopgraven naderden snel de vesting, en op 3 juli werd de eerste bestorming voltooid met de verovering van een stadspoort. Ondanks extra Spaanse manschappen die de Staatse linies in de stad wisten te doorbreken, gaf De Coquel zich op 4 juli over, samen met een aantal Spaansgezinde burgers.

De stad had zwaar geleden onder het beleg, met de meeste huizen beschadigd. Er werd 5400 gulden beschikbaar gesteld voor het herstel van de vesting en 3000 gulden als schadevergoeding aan de burgers. Het normale leven kon weer op gang komen en gevluchte burgers keerden terug. Soms veroorzaakten zij overstromingen, wat leidde tot verzet van boeren die belang hadden bij de sluizen voor handelsverkeer en tolheffing.

Voor Steenwijk werd het transport naar de Zuiderzee sterk verbeterd door de aanleg van het Nieuwe of Steenwijkerdiep tussen 1626 en 1632. In datzelfde jaar kwam ook de nieuwe haven bij de Waldpoort gereed.

Religieuze Demografie en Kerkelijke Leven in Steenwijk en Omgeving

De religieuze samenstelling van Steenwijk en omliggende gebieden kende door de eeuwen heen aanzienlijke verschuivingen, met een dominante aanwezigheid van de gereformeerde kerk, maar ook met een historie van rooms-katholieke en andere geloofsovertuigingen.

Religieuze Samenstelling in 1809 en Omliggende Dorpen

In 1809 telde Steenwijk 1979 inwoners, waarvan 1747 gereformeerd, 141 rooms-katholiek en 32 doopsgezind. De omliggende dorpen Onna, Callencote en Zuidveen, die in 1809 samen 846 inwoners hadden, lieten een vergelijkbaar beeld zien. Onna en Callencote waren voor 96% gereformeerd. In Zuidveen was de samenstelling diverser: van de 540 inwoners waren 409 gereformeerd, 79 doopsgezind en 51 rooms-katholiek.

Rooms-Katholieke Gemeenschappen en Hun Geschiedenis

De rooms-katholieken hadden drie kerken in Steenwijk. De Sint-Clemenskerk werd in de vijftiende eeuw vergroot en kreeg een toren, waarvan de eerste steen in 1466 werd gelegd en die in 1511 voltooid werd. De spits van de toren ging verloren door een storm in 1588.

Het kerkelijke leven vóór de Reformatie was in de zestiende eeuw niet onbeduidend. Steenwijk werd geconfronteerd met de activiteiten van kerkhervormers en politieke ontwikkelingen die tijdelijk ongunstig waren voor de rooms-katholieken. Kort na 1578 werd het rooms-katholicisme in Steenwijk verboden. Tijdens de belegeringen van Steenwijk veranderde de situatie regelmatig. In 1580 vluchtten veel rooms-katholieken voor het beleg van Rennenberg de stad uit. Zegher ter Steghe, de gereformeerde stadssecretaris, noteerde dat rooms-katholieken uit Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel zich in het kamp van Rennenberg verzamelden en een eenheid van 450 man vormden onder leiding van Kapitein Wyckel, die eerder pastoor was geweest in Hauwert.

Met de herovering door Maurits keerden de rollen weer om. Het enige overblijfsel van de rooms-katholieke aanwezigheid in de stad was het verhaal van Peter Hillebrants, die in 1607 een verguld zilveren sacramentshuisje aan de magistraat overhandigde. Hij had het begraven tijdens de belegering en durfde het uit angst voor smaad van rooms-katholieken niet langer te verbergen, en vroeg de magistraat dit stil te houden. Desondanks herstelde het rooms-katholieke leven zich in de loop van de zeventiende eeuw, zij het voornamelijk buiten Steenwijk.

foto van een historische kerk in Nederland

Gereformeerde Gemeenten en Predikanten

In 1562 kwam pastoor Wilhelmus Alberts naar Steenwijkerwold, die vier jaar later als predikant optrad in Steenwijk. Niet alle gelovigen volgden hem, en na 1566 kwamen er andere pastoors die tot 1592 hun werk konden doen. Tegenover de pastoor stond in 1581 de ex-pastoor van Giethoorn, de predikant Johannes Henrici Covordiensis. Hij werd in dat jaar door de synode naar Steenwijkerwold gezonden om het ambt te bedienen. Volgens Regt vertrok Henrici pas in 1587. Het is moeilijk voorstelbaar dat het Spaanse garnizoen zo dicht onder de stadsmuren een predikant tolereerde, temeer omdat Van Alphen spreekt van de voormalige predikant van Steenwijkerwold die in 1587 predikant van het Friese Rauwerd werd. Hij moet wel met de val van Steenwijk in 1582 zijn gevlucht. Later, in 1606, ging Henrici naar Woltersum (Groningen), waar zijn leer en leven hem in opspraak brachten en leidden tot een drie jaar durende tuchtprocedure.

Na het gedwongen vertrek van de pastoor van Steenwijkerwold in 1592 nam de Zwolse pastoor Volquerus Herckinge de zielzorg over. Hij verbleef op het slot Croeve in Gelderingen en bediende de mis aan de gelovigen uit Steenwijk en omgeving. Dit ging niet zonder slag of stoot; Waeyer verhaalt hoe Herckinge eens door de schout werd gearresteerd. De arrestatie kon echter alleen maar onrust veroorzaken. Het werkterrein van Herckinge was te groot om regelmatig in Steenwijkerwold te komen.

In 1614 kon de zielzorg geïntensificeerd worden doordat de Franciscanen een groot deel van Herckinge’s werk konden overnemen. Pater Verwey werkte in de omgeving van Steenwijk en Oldemarkt en in het aangrenzende Friese gebied. Hij kon goed overweg met de schouten in zijn werkterrein, en het kerkelijk leven bloeide weer op. Dit leidde er in 1618 toe dat de classis Steenwijk Vollenhove bij de synode klaagde over de "Paepsche tsamenrottingen" die "bovenmaten toenamen". De synode-deputaten vroegen de Staten in te grijpen.

In 1631 werden de grenzen van de staties Steenwijkerwold en Kuinre vastgesteld. Peerkens kwam wel eens in Oldemarkt, waar Verwey geregeld kwam. Rustig onder de gelovigen werken was niet altijd mogelijk, vooral niet bij wijzigingen in de status quo. Intern was het ook niet altijd rustig. In 1655 overleed pater Antonius Verwey. De Franciscanen, die meenden recht te hebben op het slot, benoemden Christianus Becker tot zijn opvolger. De beide bewoonsters, de eigenaars op papier, maakten bezwaar en vroegen vicaris Herckinge om een seculier priester. Waeyer moest de erfeniskwestie onderzoeken en concludeerde dat Herckinge iemand mocht benoemen. Dit werd in 1656 Hermannus Joersma uit Groningen, een ex-gereformeerde. In 1658 nam apostolisch vicaris De la Torre een beslissing in het voordeel van Becker. Joersma vestigde zich in Steggerden, net over de Friese grens. De rivaliteit bleef en leidde in 1660 tot de onaangename situatie waarin Joersma het slot van de erfgenamen van de bewoonsters kocht, waarmee de oorspronkelijke bedoeling met het slot alsnog werd gerealiseerd.

Er was in deze tijd blijkbaar veel werk, want de geestelijken van Steenwijkerwold en Kuinre deden een poging om in Oldemarkt een statie te vestigen. Was Steenwijkerwold volledig een rooms-katholiek bolwerk zonder gereformeerden? Nee, na 1592 was er een gereformeerde gemeente met eigen predikanten. In 1623 kwam predikant Gerhardus ab Essen, die drieëntwintig jaar zijn werk deed zonder dat daar bijzonderheden over bekend zijn. In 1646 kwamen er echter klachten over hem bij de classis.

Thematische Overwegingen en Actuele Discussies

De publicatie raakt diverse theologische en maatschappelijke thema's aan die relevant zijn voor de gereformeerde identiteit. Discussies over de definitie van 'gereformeerd' zijn actueel, waarbij zeven voorgangers in het Nederlands Dagblad (ND) hierover aan het woord werden gelaten. Ook binnen de kerk komt ongehuwd samenwonen voor, en hierover ontstaat steeds meer nuance. Het geloof in de hel wordt door veel christenen niet meer als vanzelfsprekend beschouwd. Het ND organiseerde hierover een debatavond naar aanleiding van het boek 'Love Wins' van Rob Bell, wat leidde tot reacties zoals het boek 'God Wins' van Mark Galli.

Naäman, na zijn wonderlijke genezing, gelooft in God en wil Hem voortaan dienen. Bij het Landelijk Verbond van Gereformeerde Schoolverenigingen (LVGS) is een notitie verschenen over de toekomst van het gereformeerd onderwijs. De aandacht voor gereformeerd onderwijs neemt af bij gereformeerde ouders, terwijl de belangstelling juist toeneemt bij anderskerkelijken.

Er is een interview met Peter Jan de Maaike de Vries, die met hun kinderen op Papoea leven en werken. Vragen over het hiernamaals, zoals hoe de hemel eruitziet, en of een kind dat een operatie bijna niet overleefde daarover kan vertellen, worden aangeraakt door het boek van Todd Burpo, 'De jongen die in de hemel was'.

Ds. Alko Driest schreef in de Kerkbode voor Groningen enz. en pleitte voor het belang van uit het hoofd leren, met name voor de geloofsopvoeding. Op zondag 1 januari 1908 nam ds. B.G.C. Steenbeek afscheid van de Hervormde Gemeente met een preek over 2 Korintiërs 6:1 en vertrok naar Yerseke. Kort daarop, op 29 maart, deed de 24-jarige kandidaat Markus Bron Verkerk intrede. De kerkenraad kwam dat jaar vier keer bijeen. Er waren verkiezingen voor ouderling en diaken, waarbij Jozias Joosse met algemene stemmen tot diaken werd gekozen.

In de Gereformeerde Kerk is het opmerkelijk dat ouderling J. De visserij in 1908 over het algemeen slecht was, mede door het koude weer. Het aantal Arnemuidse vissersschuiten daalde aanzienlijk. De Vlissingse vloot bestond uit 17 schuiten, en de totale Zeeuwse garnalenvloot daalde van 157 naar 138 schuiten. De vermoedelijke oorzaak van deze terugloop was het schamele inkomen van de vissers. Enige bijverdienste werd verkregen door de bijvangst van schar. De vangst was schraal, en de prijs per kilo daalde sterk gedurende het jaar, hoewel er in september uitzonderlijk veel garnaal werd gevangen.

Op 26 januari overleed dokter Westfaal Quadekker. Tot tijdelijk gemeente-geneesheer werd per 1 februari benoemd dokter B.F. Catz. Behalve arts was dokter Catz ook een bekend pianovirtuoos en zanger. Zijn dochter, mevrouw Helma Wolf-Catz, deelde herinneringen aan haar vader, waaronder het feit dat hij toestemming gaf aan Arnemuidse vissers en andere behoeftigen om kolen uit zijn kolenhok te scheppen. Ook herinnerde ze zich bezoeken aan vrouw Odding, die in Arnemuiden een snoepwinkeltje dreef.

Ondertussen werd getracht een nieuwe dokter te vinden, en de gemeenteraad overwoog de bouw van een nieuw doktershuis. Uiteindelijk werd de arts W.F.Th. van der Bijl uit Utrecht aangetrokken. Aannemer J.K. Crucq verzocht per 1 juli ontslag als gemeente-bouwmeester en werd vervangen door de heer P.L. De gemeenteraad nam weinig opzienbarende besluiten, wel werd een vergunning verleend voor het aanleggen van een schroeiplaats voor te slachten varkens. Rioolering werd aangelegd in de Zuidwal en de Nieuwstraat. Er werd een krediet uitgetrokken voor het dempen van de waterkom bij het station en voor de aanschaf van keien en de aanleg van een goot.

De belangstelling voor het herhalingsonderwijs voor volwassenen liep gering. Slechts vier leerlingen meldden zich aan, en aan de school te Kleverskerke vijf leerlingen.

Nieuwe Kerkverbanden en Publicaties

Drie gemeenten van ex-vrijgemaakten hebben een voorlopig kerkverband gevormd, gebaseerd op eenheid in het geloof conform de gereformeerde belijdenis en kerkregering. Dit nieuwe kerkverband komt naast dat van de hersteld-gereformeerden. Verschillende publicaties over het gereformeerd geloof zijn beschikbaar, gericht op zowel jongeren als volwassenen, en behandelen diverse aspecten van de gereformeerde identiteit en praktijk.

Niet op tv: Tom Waes bezoekt de Nederlandse Bible Belt | Reizen Waes: Nederland

tags: #jan #odding #gereformeerd #uit #overtuiging