Het Liedboek voor de Kerken werd op 19 mei 1973 gepresenteerd als de opvolger van de afzonderlijke psalm- en gezangenbundels van de hervormde en gereformeerde Kerken. Dit nieuwe liedboek bevatte de 150 psalmen in een nieuwe berijming, aangevuld met 491 gezangen. De psalmen werden voor dit liedboek opnieuw berijmd op de in Nederland bekende melodieën van het Geneefse Psalter. Deze nieuwe psalmberijming staat in de volksmond bekend als de "nieuwe berijming", ter onderscheiding van de "oude berijming" uit 1773.
Na verloop van jaren groeide de behoefte om nieuwe liederen aan het Liedboek toe te voegen. De Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied (ISK) speelde hierop in door in de periode 1981-2004 de serie Zingend Geloven uit te brengen, bestaande uit acht delen, met als doel het stimuleren van het schrijven van nieuwe liederen. In 2005 bracht de ISK de bundel Tussentijds uit, als reactie op de groeiende behoefte aan nieuwe liederen in de gemeente. In 1999 werd door het Evangelisch Werkverband de Evangelische Liedbundel uitgebracht, die sindsdien in veel gemeenten in gebruik is.
De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt hebben een eigen variant van het Liedboek voor de Kerken, met een lijst van liederen die volgens deze kerk Bijbelgetrouw zijn. De overige liederen staan wel in de bundel, maar worden doorgaans niet gezongen in kerkdiensten. In 2007 besloot de generale synode van de PKN unaniem tot de ontwikkeling van een nieuw liedboek. Op 31 oktober 2009 werd bekendgemaakt dat dit nieuwe liedboek de titel Liedboek - zingen en bidden in huis en kerk zou dragen.
Gezang 252: "Wat zijn de goede vruchten"
Gezang 252, met de titel "Wat zijn de goede vruchten", is een lied dat voorkomt in het Liedboek voor de Kerken uit 1973. De vindplaats in het latere Liedboek - Zingen en bidden in huis en kerk (2013) is gezang 841.
De tekst van gezang 252 richt zich op de resultaten van een leven in geloof en toewijding aan God. Het lied verkent deugden en daden die voortkomen uit een oprechte verbinding met het geloof, en hoe deze zich manifesteren in het dagelijks leven en in de gemeenschap van gelovigen.
Het lied behandelt thema's als:
- Het belang van innerlijke vernieuwing en een hart dat God dient.
- De uitingen van geloof door daden van naastenliefde en dienstbaarheid.
- De hoop en het vertrouwen die voortkomen uit een diepe relatie met God.
- De rol van geloofsgemeenschap in het ondersteunen en versterken van gelovigen.

Vergelijking met andere liederen en bundels
Het Liedboek voor de Kerken (1973) bood een rijke verzameling aan psalmen en gezangen, en diende als basis voor vele kerkdiensten. Latere initiatieven, zoals de serie Zingend Geloven en de Evangelische Liedbundel, hebben het repertoire van kerkmuziek verder uitgebreid en diversifieerd. Gezang 252 is een voorbeeld van een lied dat de essentie van het geloof en de praktijk ervan in een gemeenschap benadrukt.
Hieronder volgt een selectie van enkele gezangen uit het Liedboek voor de Kerken (1973) met hun vindplaatsen in de latere bundel, ter illustratie van de continuïteit en evolutie van het kerklied:
| Gezang (Liedboek 1973) | Titel | Vindplaats (Liedboek 2013) |
|---|---|---|
| Gez. 1 | God heeft het eerste woord | Ld. 513 |
| Gez. 3 | Uit Oer is hij getogen | Ld. 803 |
| Gez. 6 | Ik zing voor de Heer en ik prijs zijn gezag | Ld. 151 |
| Gez. 15 | Loof nu, mijn ziel, de Here | Ld. 103a |
| Gez. 25 | Het volk dat wandelt in het duister | Ld. 448 |
| Gez. 132 | Er is een roos ontloken | Ld. 473 |
| Gez. 165 | Toen Jezus bij het water kwam | Ld. 522 |
| Gez. 208 | De Heer is waarlijk opgestaan | Ld. 617 |
| Gez. 237 | Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer | Ld. 360 |
| Gez. 253 | O zalig licht, Drievuldigheid | Ld. 237 |
| Gez. 398 | Door goede machten trouw en stil omgeven | Ld. 511 |
| Gez. 411 | Wilhelmus van Nassouwe | Ld. 708 |
Johan Derksen over Molukkers in Nederland
Het gedeelte met de liederen voor de Communie (Gez. 1 t/m 6) uit het Liedboek voor de Kerken (1973) bevat teksten die centraal staan bij de viering van het Avondmaal. Deze liederen nodigen uit tot reflectie op de betekenis van het offer van Jezus Christus en de gemeenschap die daardoor wordt gevormd.
De tekst van gezang 1, "Broeders, komt, de Heiland noodt!", roept gelovigen op om deel te nemen aan het Avondmaal, gedoopt in de dood van Christus en verlost van zonden. Het tweede couplet benadrukt het aannemen van het brood en de wijn als symbolen van Christus' lichaam en bloed, gegeven voor de zondaars. De daaropvolgende coupletten (2 t/m 6) smeken om hulp voor de worstelende ziel, verkondigen Christus' Middelaarsdood en nodigen uit tot aanbidding en dankzegging voor zijn liefde op Golgotha.
