De Oorsprong en Betekenis van Openbare Geloofsbelijdenis in de Kerk

Wanneer je op de middelbare school zat, heb je waarschijnlijk catechisatie gevolgd. Na een aantal jaren catechisatie te hebben ontvangen, ben je nu wellicht bezig met belijdeniscatechisatie. Het is waardevol dat je hierbij betrokken bent, want je maakt deel uit van een eeuwenoude traditie. Talloze christenen gingen je al voor. Maar waar komt het 'doen van belijdenis' eigenlijk vandaan?

Het zal je wellicht verbazen, maar de Bijbel spreekt nergens expliciet over het doen van openbare belijdenis vooraan in de kerk. Hoewel bijvoorbeeld het Heilig Avondmaal duidelijk een instelling van de Heilige Schrift is, zoals beschreven in 1 Korinthe 11:24-26: ‘Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis,’ is de status van onze kerkelijke gewoonte tussen doop en Avondmaal minder eenduidig. Het doen van belijdenis is bovendien geen sacrament.

Toch heeft het een duidelijke plaats gekregen in de kerk. Als het niet direct in de Bijbel bevolen wordt, waar komt dit gebruik dan vandaan? Hoewel er geen uitdrukkelijk Bijbels bevel tot belijdenis doen te vinden is, betekent dit niet dat het on-Bijbels is. Integendeel!

Bijbelse Grondslagen voor Belijdenis

In de eerste plaats is er het belijden en erkennen van het zondaar zijn. Denk hierbij aan Psalm 32:5: ‘Mijn zonde maakte ik U bekend, mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zei: Ik zal mijn overtredingen belijden voor de HEERE.’ Ook Petrus' belijdenis in Matteüs 16:15-17 is een krachtig voorbeeld: ‘Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God.’ Het doen van belijdenis is dus zeker Bijbels.

Illustratie van bijbelse figuren die zonden belijden of geloof uitspreken

Historische Ontwikkeling van Openbare Belijdenis

Om de oorsprong van het gebruik van openbare belijdenis vooraan in de kerk te achterhalen, moeten we terugkeren naar de kerkgeschiedenis. We kijken hierbij naar de Vroege Kerk, de Rooms-katholieke kerk in de Middeleeuwen, en vervolgens naar de Reformatie en de Nadere Reformatie. Als christen kunnen we leren van de wijsheid van vele eeuwen geschiedenis.

De Vroege Kerk

Het gebruik van openbare belijdenis vindt zijn oorsprong in de Vroege Kerk, de periode vanaf het begin van onze jaartelling. Na de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksterdag kende de kerk een aanzienlijke groei. In de beginfase werden voornamelijk volwassenen opgenomen in de gemeente, velen van hen afkomstig uit het heidendom. De groei kwam dus minder door de geboorte van kinderen en meer door volwassendoop.

Hoewel kinderdoop al bestond, werden in de begintijd vooral volwassenen gedoopt. Dit gebeurde niet zonder voorbereiding; er ging een periode van onderwijs aan vooraf. Dit is logisch: lid worden van een vereniging zonder kennis van haar doelstellingen en activiteiten zou vreemd zijn. Zo geldt ook voor de kerk dat kennis essentieel is, hoewel het niet het enige aspect is. Aan het einde van de onderwijsperiode volgde de doop, vaak tijdens de Paasnacht. Eerst deed men belijdenis, daarna de doop. Belijdenis en volwassendoop waren dus nauw met elkaar verbonden. Door belijdenis werd men gedoopt, en door de doop kreeg men toegang tot het Heilig Avondmaal.

Illustratie van vroege christenen die gedoopt worden

De Rooms-Katholieke Kerk en het Vormsel

Geleidelijk aan nam de kinderdoop toe, en rond het jaar 250 was deze al vrij gebruikelijk. Dit had echter als gevolg dat het onderwijs aan kinderen verwaarloosd werd. Omdat men gewend was eerst te onderwijzen en dan te dopen, werd na de kinderdoop vaak vergeten om alsnog onderwijs te geven, wat leidde tot veel onkunde. Een apart verschijnsel was dat kinderen deelnamen aan het Avondmaal, aangezien zij gedoopt waren en in de Vroege Kerk direct na de doop deelname aan het Avondmaal gebruikelijk was.

De situatie verslechterde toen de Rooms-katholieke kerk het sacrament van het 'vormsel' introduceerde. Dit hield in dat iemand gezalfd werd en de handen opgelegd kreeg. Hoewel dit in de Vroege Kerk direct na de doop plaatsvond, maakte de Rooms-katholieke kerk dit los van de doop. Het vormsel werd uiteindelijk belangrijker geacht dan de doop en het Heilig Avondmaal. Kinderen werden eerst gedoopt, en op zevenjarige leeftijd ontvingen zij het vormsel, wat toegang gaf tot het Heilig Avondmaal. De gedachte was dat de genade van de doop pas door het vormsel werd bevestigd en voltooid, wat inhield dat de doop op zichzelf onvolledige genade bood.

De Reformatie en de Belijdenis

Dit was een grote belediging voor Christus, en de Reformatie (16e eeuw) leverde hier dan ook kritiek op. Calvijn verwierp het sacrament van het vormsel radicaal. Echter, ook hij erkende het nut van een vast gebruik in de kerk ter afsluiting van de catechisatie en ter toelating tot het Avondmaal. Zo ontstond het doen van openbare belijdenis zoals wij dat nu kennen.

Calvijn was van mening dat jongeren na hun kinderdoop onderwijs moesten ontvangen, aangezien zij het merkteken van Gods genade droegen. De doop verplichtte dan ook tot catechisatie. Het doel van de doop was dat kinderen opgevoed en onderwezen werden in de vreze des Heeren en in christelijke godsdienstigheid. Catechisatie is dus een verplichting voor de jeugd van de gemeente.

Portret van Johannes Calvijn met een bijbel

De Nadere Reformatie

In de periode van de Nadere Reformatie (17e-18e eeuw) veranderden er zaken. Was het in de tijd van de Reformatie nog gevaarlijk om te geloven, in de Nadere Reformatie werd dit gebruikelijker. Het werd zelfs voordelig om lid te zijn van de kerk; zo moest men lid zijn om burgemeester te kunnen worden. Dit maakte onze oudvaders voorzichtig. Het was duidelijk dat ook onbekeerde mensen belijdenis deden en aan het Avondmaal deelnamen, soms zelfs mensen die in openbare en goddeloze zonden leefden.

In deze tijd werden de zogenaamde belijdenisvragen opgesteld. Er werd sterk de nadruk gelegd op de noodzaak van wedergeboorte alvorens deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Dit is een Bijbelse notie: zonder een waar geloof kan men geen belijdenis doen of aan het Avondmaal deelnemen. Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen en dus ook om de juiste belijdenis af te leggen. Het ware geloof richt zich op Christus en Zijn verzoenend sterven.

De Rol van Doop en Geloof

De doop verplicht ons tot het volgen van onderwijs, zodat we in het midden van de gemeente Zijn heilige Naam zouden kunnen belijden. Dit is vanuit onszelf onmogelijk; we kunnen onszelf geen geloof schenken. De Heere God laat Zich echter vinden in Zijn Woord. Daarom is het belangrijk om voor elke les te bidden dat de Heilige Geest ons het ware geloof schenkt.

De doop is een instelling van God om aan ons en ons nageslacht Zijn verbond te verzegelen. Het is dus essentieel om de doop met dit doel te gebruiken, en niet uit gewoonte of bijgeloof.

  • In de eerste plaats zijn wij met onze kinderen in zonde ontvangen en geboren. Daarom zijn wij mensen op wie de toorn van God rust, tenzij wij opnieuw geboren worden (Efeziërs 2:3, Johannes 3:3). De besprenkeling met water tijdens de doop wijst op de onreinheid van onze ziel.
  • In de tweede plaats betuigt en verzegelt de Heilige Doop de afwassing van de zonden door Jezus Christus (Handelingen 22:16). Wij worden gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (Matteüs 28:19).
    • Gedopen worden in de Naam van de Vader betekent dat God de Vader een eeuwig verbond der genade opricht en ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt (Romeinen 8:17). Hij zal ons verzorgen en het kwade voor ons laten meewerken ten goede (Romeinen 8:28).
    • Gedopen worden in de Naam van de Zoon betekent dat de Zoon ons wast in Zijn bloed van al onze zonden en ons in de gemeenschap van Zijn dood en opstanding inlijft (1 Johannes 1:7).
    • Gedopen worden in de Naam van de Heilige Geest verzekert ons dat de Heilige Geest in ons wil wonen en ons tot leden van Christus heiligen wil. Hij schenkt ons de afwassing van zonde en de dagelijkse vernieuwing van ons leven, tot we uiteindelijk in het eeuwige leven een plaats ontvangen (Efeziërs 4:30).
  • In de derde plaats, omdat elk verbond twee kanten heeft, roept de doop ons op tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dit houdt in dat we verbonden zijn met God - Vader, Zoon en Heilige Geest - Hem vertrouwen en liefhebben met heel ons hart, ons van de wereld afkeren, onze oude natuur doden en in een nieuw, godvrezend leven wandelen (Titus 2:12). Zelfs als we uit zwakheid in zonden vallen, mogen we niet twijfelen aan Gods genade en moeten we niet in de zonde blijven liggen.

Hoewel kleine kinderen dit alles niet kunnen begrijpen, mogen we hen niet van de doop uitsluiten. Zij hebben zonder het te weten deel aan de verdoemenis in Adam, en zo worden zij ook zonder het te weten in Christus weer tot genade aangenomen. God zei immers tot Abraham: ‘Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u’ (Genesis 17:7). Petrus bevestigt dit: ‘Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere, onze God, toe roepen zal’ (Handelingen 2:39).

Daarom beval God vroeger de kinderen te besnijden, wat een zegel was van het verbond en van de gerechtigheid van het geloof (Romeinen 4:11). Ook Christus omhelsde de kinderen en zegende hen (Marcus 10:16). Aangezien de doop onder het nieuwe verbond de besnijdenis heeft vervangen, behoren ook kleine kinderen als erfgenamen van het rijk van God en Zijn verbond gedoopt te worden.

Wat is de DOOP en waarom is het BELANGRIJK?

Het Heilig Avondmaal

Het Heilig Avondmaal is ingesteld door onze Heere Jezus Christus, zoals beschreven in 1 Korinthe 11:24-26: ‘Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.’

Dit betekent dat zo dikwijls als we van dit brood eten en uit deze beker drinken, we herinnerd en verzekerd worden van Zijn hartelijke liefde en trouw, aangezien we anders de eeuwige dood zouden moeten sterven. De instelling van het Heilig Avondmaal richt ons geloof en vertrouwen op Zijn volkomen offer aan het kruis, het enige fundament voor onze zaligheid.

Om deel te nemen aan het Avondmaal, dienen we het volgende te overwegen:

  • Zonden en vervloeking: Overdenk je eigen zonden en de vervloeking die daarop rust, zodat je afkeer krijgt van je zonde en je voor God verootmoedigt. God liet Zijn toorn tegen de zonde niet ongestraft, maar voltrok de straf aan Zijn Zoon Jezus Christus.
  • Geloof in Gods belofte: Onderzoek of je het betrouwbare geloof hebt in Gods belofte dat al je zonden vergeven zijn omwille van het lijden en sterven van Jezus Christus, en dat de volkomen gerechtigheid van Christus je wordt toegerekend.
  • Nieuwe gehoorzaamheid: Onderzoek of je de oprechte intentie hebt om God met je hele leven dankbaarheid te bewijzen en oprecht voor Gods aangezicht te wandelen.

Allen die deze gezindheid hebben, zal God in genade aannemen en hen als waardige tafelgenoten van Jezus Christus beschouwen. Zij die dit niet in hun hart voelen, eten en drinken zichzelf een oordeel.

Dit wordt echter niet voorgehouden om de verslagen harten van gelovigen te ontmoedigen, alsof niemand Avondmaal zou mogen vieren dan wie zonder zonde is. We komen niet tot dit Avondmaal om te tonen dat we volkomen zijn, maar om te erkennen dat we nog vele zonden en gebreken hebben, zoals een onvolkomen geloof en dagelijkse strijd met zwakheid en begeerten.

Het brood en de wijn zijn tekenen en panden van Christus' lichaam en bloed, die ons herinneren aan Zijn offer en de vergeving van zonden. Door dit deel te hebben, worden we ook verbonden in broederlijke liefde, zoals de apostel zegt: ‘Eén brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, omdat wij allen één brood deelachtig zijn’ (1 Korinthe 10:17).

Illustratie van het Heilig Avondmaal

We vertrouwen ten volle dat Jezus Christus, gezonden door de Vader, onze plaats innam, de toorn van God droeg, gehoorzaamheid vervulde, en de vervloeking op Zich nam om ons met Zijn zegen te vervullen. Hij leed de diepste angst en smaad aan het kruis, opdat wij door God aangenomen en nooit meer verlaten zouden worden.

Om met het ware hemelse brood Christus gevoed te worden, moeten we onze harten opheffen naar de hemel, waar Jezus Christus is, onze Voorspraak. Dit wordt ook benadrukt in de artikelen van ons christelijk geloof.

Na de viering van het Avondmaal danken we God voor Zijn liefde en genade, die Hij ons bewezen heeft door Zijn Zoon. Hij heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven en ons alles met Hem geschonken (Romeinen 8:32). Dit bevestigt Zijn liefde, dat Christus voor ons stierf toen wij nog zondaars waren. Des te meer zullen wij, nu we met Hem verzoend zijn, door Zijn leven behouden worden (Romeinen 5:8-10).

tags: #lukas #7 #29 #doop #hervormd