De Lutherse Kerk in Groningen, gelegen aan de Haddingestraat 23, is een uniek monument met een rijke geschiedenis. Het huidige kerkgebouw werd ingewijd in 1696 en is de enige kerk in de stad die haar oorspronkelijke karakter van schuilkerk heeft weten te behouden. Van buitenaf is niet direct zichtbaar dat hier een kerk is gevestigd, wat bijdraagt aan de historische charme van het gebouw.

Oorsprong en Ontwikkeling
De Lutherse gemeenschap in Groningen ontstond in de loop van de 17e eeuw. Veel handelslieden, ambachtslui, landbouwers en werklieden uit het aangrenzende Duitsland vestigden zich in de Groninger Veenkoloniën, aangetrokken door werkgelegenheid tijdens en na de vervening. Deze immigranten brachten hun geloof mee, het Lutheranisme, genoemd naar de Duitse hervormer Maarten Luther.
De eerste Lutherse gemeente in de regio werd in 1695 gesticht bij Winschoten, waarna ook geloofsgenoten uit Pekela zich hierbij aansloten. De afstand naar Winschoten was echter aanzienlijk, en met name in de wintermaanden was de kerk moeilijk te bereiken. Dit leidde ertoe dat de Lutheranen uit Pekela besloten een eigen gemeente te stichten, waarvoor een brouwerij en land werden aangekocht. Op deze gronden werden later de eerste kerk en een pastorie gebouwd, met daarachter een hof en een kerkhof.
De Lutherse gemeente in Pekela, net als haar zusterkerken, is geworteld in de Augsburgse Geloofsbelijdenis. Kernpunten van dit geloof zijn de rechtvaardiging van de mens enkel door genade, de exclusieve vergeving van zonden door Christus, en de directe relatie tussen God en de mens zonder belemmeringen. De Lutherse diensten lijken qua liturgie niet wezenlijk anders dan die in andere protestantse kerken, maar worden door ingewijden ervaren met meer enthousiasme.
De Lutherse kerken in Oost Groningen kenden in het verleden perioden van grote bloei, met aansprekende voorgangers, uitstekende bestuurders, veel belijdende leden en een rijk verenigingsleven. Dit omvatte onder andere een zangkoor, vrouwengroepen, mannenverenigingen voor Bijbelstudie en jeugdclubs, en zelfs ontwikkelingen op sportief gebied.
De Rol van de Zwaan als Symbool
Hoewel de Lutherroos het oorspronkelijke symbool was dat Maarten Luther zelf gebruikte, is de zwaan in Groningen en delen van Duitsland het prominente symbool van de Lutherse kerk geworden. Dit symbool vindt zijn oorsprong in de 15e eeuw, honderd jaar vóór Luther, bij de Tsjechische hervormer Johannes Hus. Zijn achternaam, Hus, betekent 'gans' in het Tsjechisch. Vlak voor zijn verbranding als ketter in 1415 zou Hus hebben voorspeld dat over honderd jaar een zwaan zou zingen die men zou moeten verdragen, als verwijzing naar de latere impact van het werk van Luther.
De Lutherse Kerk in Groningen: Een Schuilkerk
De Lutherse gemeenschap in Groningen kreeg pas later, rond het einde van de 17e eeuw, de officiële toestemming om zich te profileren en een kerk te bouwen. Na de Reductie van 1594 werd het Calvinisme de dominante godsdienst in Groningen, en Lutheranen werden aanvankelijk gedoogd maar mochten zich niet openlijk manifesteren. Ze kwamen in het geheim bijeen en preekten soms in omgebouwde pakhuizen.
Een belangrijk keerpunt voor de Lutheranen was het Rampjaar 1672. De bisschop van Münster probeerde Groningen in te nemen, en goedgetrainde, gedisciplineerde Lutherse officieren en manschappen speelden een cruciale rol bij het verslaan van de vijandelijke legers. De ondersteunende rol van de Lutherse predikant en de gemeenschap tijdens het beleg werd zeer gewaardeerd. Zonder hun bijdrage was Groningen mogelijk ingenomen. De blijdschap over de overwinning leidde tot meer waardering voor de Lutherse gemeenschap, en het stadsbestuur kon hun rechten niet langer negeren.
In 1687 stelde het Groningse stadsbestuur de voorwaarden vast waaronder de Lutherse godsdienst werd gedoogd. Kort daarna werd ook een aanvraag voor een eigen kerkgebouw goedgekeurd, met de strikte voorwaarde dat het een schuilkerk moest zijn. Dit betekende dat de kerk letterlijk verborgen moest worden achter de voorgevel van een burgerhuis. Het kerkgebouw aan de Haddingestraat kon in 1694 worden geopend.

Vandaag de dag is de Lutherse kerk de enige overgebleven schuilkerk in Groningen. De Doopsgezinde kerk aan de Oude Boteringestraat was vroeger ook een schuilkerk, maar het naastgelegen huis waarachter deze kerk verscholen zat, is inmiddels afgebroken.
Architectuur en Interieur
Het huidige kerkgebouw, ingewijd in 1696, is een zaalkerk met een houten tongewelf dat wordt ondersteund door kolommen. De oorspronkelijke vloer was deels bedekt met zerken, maar in 1832 werd er een houten vloer overheen gelegd, die sindsdien meerdere malen is vernieuwd. Bij een recente restauratie is het podium verbreed om zowel de liturgie als concerten beter te faciliteren.
De preekstoel, een meesterwerk uit 1696, is ontworpen door schrijnwerker en stadsbouwmeester Allert Meijer (1654-1723), met rijkelijk gesneden details door Jan de Rijk (1661- ca.1738). Ter gelegenheid van het vierde eeuwfeest van de Reformatie werden twee gebrandschilderde ramen geplaatst aan weerszijden van de preekstoel. Het raam links toont Jezus die een zaligspreking uitspreekt, terwijl het raam rechts Luther afbeeldt op de Rijksdag van Worms (1521) met de beroemde woorden: "Hier sta ik, ik kan niet anders."

Het ronde venster in de oostgevel dateert uit 1920. De drie ramen aan de noordzijde, geplaatst in 1946 ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van het kerkgebouw, zijn ontworpen door H.N.G. ten Hoopen. Zij verbeelden respectievelijk het Geloof, de Liefde en de Hoop, met Bijbelse symboliek en verwijzingen naar belangrijke figuren zoals de aartsengel Michael en Erasmus.
De aangrenzende Lutherzaal, bereikbaar via het hofje van het voormalige gasthuis, werd in 1925 ontworpen door het Groninger architectenbureau Kazemier en Tonkens in de stijl van de Amsterdamse School. Het interieur van deze zaal is markant door de geleding met parabolische bogen en het gebruik van glas-in-lood in art deco-stijl. Kleurenonderzoek heeft uitgewezen dat er destijds kleurpigment aan het stucwerk op de gevel van de Lutherzaal is toegevoegd.

Orgels en Multifunctioneel Gebruik
De Lutherse Kerk is bijzonder rijk aan twee orgels. Het Van Oeckelenorgel, gebouwd in 1896, is geschikt voor het meer romantische repertoire. Daarnaast is er een reconstructie van het voormalige Arp Schnitger orgel, voltooid in 2017, dat uitermate geschikt is voor de uitvoering van barokmuziek.
Tegenwoordig fungeert de Lutherse Kerk niet alleen als kerkgebouw, maar ook als een van de meest veelzijdige podia in Groningen. De kerkzaal biedt plaats aan ongeveer 300 mensen, en de Lutherzaal aan ruim 100. Beide ruimtes worden regelmatig verhuurd voor diverse activiteiten, waaronder concerten, huwelijken, diners, feestelijke bijeenkomsten, vergaderingen, lezingen, congressen, boekpresentaties en zelfs modeshows. De kerkzaal kan inclusief vleugel en/of orgel worden gehuurd. Koffie, thee en versnaperingen worden verzorgd door Binnenstadskerken Groningen.
Huidige Situatie en Samenwerking
Sinds enkele decennia is de groei van de Lutherse gemeenten gestagneerd en is er sprake van een forse teruggang. De overgebleven leden ervaren dit met pijn. Om de geloofsgemeenschap in stand te houden, is in de veenkoloniën een werkgroep geformeerd die mogelijkheden tot behoud onderzoekt. Kerkenraden en gemeenteleden worden geïnformeerd over de voortgang van dit proces.
In Pekela zijn al diverse vormen van samenwerking op gang gekomen met de gereformeerde kerk in Nieuwe Pekela en met de PKN-gemeente en de Vrij Evangelische Gemeente in Oude Pekela. Er wordt gezamenlijk catechisatie gehouden en er is regelmatig overleg tussen de voorgangers. Naast de vorming van één Lutherse gemeente in de Veenkoloniën, bestaat de mogelijkheid dat een kerk wordt samengevoegd met een naburige protestantse gemeente.
De stichting tot exploitatie van het gebouwencomplex der Evangelisch-Lutherse Gemeente Groningen verzorgt, in samenwerking met Binnenstadskerken Groningen, het onderhoud en de verhuur van de panden aan de Haddingestraat 23 in Groningen. De Lutherzaal bevindt zich op hetzelfde adres.