De Toga: Een Diepgaande Beschouwing van Betekenis, Geschiedenis en Symboliek

Je hoeft er maar een rechtsgebouw voor binnen te lopen en je ziet hem: de toga. Veel rechtenstudenten dromen ervan om ooit die toga met trots te mogen dragen, maar waarom worden toga's eigenlijk gedragen?

Historische Wortels van de Toga

De 'toga' stamt uit de Romeinse tijd en is Latijn voor bedekking of bekleding. Het Romeinse rijk werd bestuurd met behulp van de senaat. Om ervoor te zorgen dat iedereen in de senaat gelijk was, kreeg elke senator een witte smetteloze toga om te dragen. De toga was geboren.

Eeuwen gaan voorbij en van 1802 tot 1811 laat Napoleon Bonaparte dikke wetboeken opstellen, waarin onder meer strenge en minutieuze kledijvoorschriften voor in de rechtszalen worden opgenomen. Deze gingen ook gelden in Nederland.

Historische illustratie van Romeinse senatoren in toga.

De Functie en Symboliek van de Toga in het Rechtssysteem

De toga heeft als voornaamste functie het neutraliseren van onderscheid. Het is tot in detail vastgelegd hoe de toga eruit dient te zien. Dit is geregeld in het Koninklijk Besluit van 22 december 1997, ‘Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie’. Enkele minieme verschillen daargelaten, ziet elke toga er dus hetzelfde uit. Doordat ieder in de rechtszaal zijns opponents gelijke is qua uiterlijk vertoon, wordt ongerechtvaardigde bevoor- of benadeling voorkomen. Het individu wordt hiermee als het ware weggestreept. Gelijke behandeling door het gerecht wordt nu gewaarborgd, daar onderscheid naar kleding en religieuze tekens en dergelijke niet langer zichtbaar is.

De toga zegt tevens iets over de hoedanigheid waarin wordt opgetreden. Een verdachte heeft niet met een individuele rechter te maken, maar met de rechtsprekende macht als geheel. Hetzelfde principe geldt voor de advocaat.

De symboliek van de toga is tweeledig: het zwarte gewaad staat voor de afwijzing van ijdelheid, terwijl de witte bef staat voor neutraliteit. Dit draagt bij aan de neutralisering van het onderscheid.

Uiterlijke Kenmerken van de Toga

‘De toga is een lange wijde mantel met een staande kraag ter hoogte van ongeveer 4 centimeter, (…) De toga is geheel gemaakt van zwarte stof, neerhangende tot ongeveer 10 centimeter boven de grond, (…) een en ander in overeenstemming met de bij dit Reglement gevoegde afbeeldingen.’

‘De bef bestaat uit twee aan de bovenzijde aan elkander bevestigde stukken geplooid wit batist (…) heeft een lengte van 30 centimeter en mag aan de onderzijde niet breder zijn dan 15 centimeter.’ Uit deze passages die komen uit het genoemde Koninklijk Besluit, blijkt maar weer het nauwkeurig bepaalde uiterlijk.

Formeel is de baret ook een onderdeel van de toga, maar in de praktijk wordt deze eigenlijk niet gedragen.

Gedetailleerde tekening van een toga met bef en kraag, met afmetingen.

Verschillen en Functies binnen de Rechtspraak

Naast de advocaat dragen de rechter, de officier van justitie, de griffier en de raadsheren ook een toga. De toga's hebben kleine verschillen al naargelang de functie van de drager.

  • Zo hebben de toga's van rechters en officieren van justitie knopen op de schouders en die van advocaten niet.
  • Ook geldt bij rechters hoe hoger de functie, hoe mooier de toga.

De beëdiging is de eerste keer dat jonge juristen in toga in de rechtszaal verschijnen.

De Toga in Religieuze en Academische Context

Een toga, soms ook tabbaard genoemd, is een wijd, lang gewaad dat gedragen wordt door kerkelijke of wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders. De tabbaard (of tabbert of tabberd) of toga werd vroeger door mannen als een soort kamerjas over hun kleding gedragen en werd daarbij vaak afgezet met randen bont. Het lange gewaad met de wijd uitlopende onderrok die in die tijd door vrouwen werd gedragen werd ook tabbaard genoemd. Ruim ambtsgewaad met wijde mouwen.

In de protestantse kerken is de toga geen algemene, maar nog wel veel voorkomende dracht van de dominee. Ten tijde van de Reformatie werden de misgewaden van de predikanten afgeschaft. Door de grote hervormers als Huldrych Zwingli, Maarten Luther en Johannes Calvijn werd de toga gedragen: niet als ambtsgewaad, maar als het kleed der geleerden. De Hervormde synode beval in 1854 het gebruik van toga (met witte bef en baret) aan. Daarbij sprak men uitdrukkelijk uit dat het niet ging om een kerkelijk ambtsgewaad.

Hoogleraren en de pedel dragen een toga tijdens ceremoniële gelegenheden, bijvoorbeeld bij een promotie of bij de opening van het academisch jaar. Deze toga's verschillen in Nederland tussen de universiteiten qua vorm en kleur. Aan de Belgische universiteiten bestaan verschillende soorten toga's. Zo is de kleur van de afboording afhankelijk van de faculteit. De afboording van een hoogleraar in de Letteren is bijvoorbeeld maïskleurig en die van een hoogleraar Farmacie mauve.

Illustratie van een dominee in toga, en een hoogleraar in ceremonieel gewaad.

Details van de Nederlandse Toga

Rechters, officieren van justitie, de griffiers en advocaten dragen in de rechtszaal ieder een toga met witte bef tijdens een rechtszitting. Dat is hoofdzakelijk te danken aan Napoleon, die in zijn wetten en decreten minutieus voorschreef, hoe de rechterlijke ambtenaren en advocaten zich dienden te kleden. De toga dient hier om onderscheid te voorkomen in kleding, religieuze tekens en afkomst. Iedere rechter, maar ook iedere advocaat, draagt de toga, zodat een partij in een geding niet bevoordeeld of benadeeld wordt door de kwaliteit van de kleding van de rechters of advocaten of bijvoorbeeld de uiting van geloofsovertuiging door een van deze. Ieder is zijns opponents gelijke qua uiterlijk vertoon.

Hoewel de toga's van de verschillende ambtsdragers qua model allemaal gelijk zijn, vertonen ze wel (kleine) verschillen in uitvoering, die de leek niet opvallen, zoals afzetten met zijden biezen. In het algemeen geldt: hoe hoger de rechter, hoe meer franje.

De Nederlandse toga wordt niet met de kleine sierknoopjes aan de buitenkant gesloten, maar met van de buitenkant onzichtbare grotere knopen aan de binnenkant. De bef wordt via een knoopje aan de toga bevestigd, dan wel met een strikje om de hals gestrikt. De bef bestaat uit twee reepjes stof van elk 30 cm lang en 10 cm breed. In de stof zijn 11 plooitjes geplisseerd. Het plisseren van stof wordt nog maar op 1 plaats gedaan in Nederland: Breda.

De voorschriften omtrent de toga's en de bef gelden uitsluitend voor rechtszittingen. Op hun kantoren dragen rechterlijke ambtenaren en advocaten gewone burgerkleding. Bij sommige rechtszittingen, bijvoorbeeld bij zaken waarbij kinderen worden gehoord, kan de rechter beslissen, dat de toga niet behoeft te worden aangetrokken om het kind niet onnodig te verwarren.

De Baret en de Epitoga

Oorspronkelijk hoorde bij de advocatentoga een baret. Deze was niet bedoeld om voortdurend gedragen te worden, maar werd alleen opgezet, als een advocaat het niet eens was met de opstelling van de rechter. Openlijk protesteren is voor een advocaat niet mogelijk, want bij zijn beëdiging heeft hij 'eerbied voor de rechterlijke macht' gezworen of beloofd. Als een advocaat met baret op zijn pleidooi voordroeg, heette dat 'met gedekt hoofd pleiten', dus 'over de hoofden van de aanwezigen heen'. Maar binnen de rechtbank ging het als een lopend vuurtje rond, dat een advocaat met die rechter een probleem had.

De schouderversiering, ook wel epitoga genoemd, geeft aan dat de drager het diploma van licentiaat/master in de rechten bezit, en wordt dus ook gedragen door de rechter (met uitzondering van consulaire rechters). In de praktijk wordt deze meestal over de schouder gedragen in plaats van deels over de borst.

Symboliek en Status in het Recht

Voor advocaten symboliseert de toga waardigheid, ernst en de gelijkheid die er tijdens de behandeling van een rechtszaak moet bestaan tussen de advocaten onderling (enerzijds) en tussen de advocaat en de rechter (anderzijds). Ook de rechter draagt immers een toga. Welnu, door het dragen van de toga stelt de advocaat zich op gelijke voet van de rechter. Hij weigert om zich tegenover de rechter onderdanig te gedragen. De rechter moet naar hem luisteren.

De zittende magistratuur heeft recht op een toga met versierselen die verschillen naargelang het rechtscollege. Rechters in eerste aanleg, vrederechters en rechters in de politierechtbank dragen een toga met 2 banden uit satijn of zijde, die verticaal hangen. Raadsheren (rechters in het Hof van Beroep en het Hof van Cassatie) dragen bij protocollaire gelegenheden een rode toga. De procureur des Konings en zijn substituten dragen steeds een zwarte toga, magistraten bij het Hof van Beroep en het Hof van Cassatie dragen bij protocollaire gelegenheden een rode toga.

Voorzitters van rechtbanken dragen eveneens een toga maar de kleur van de toga is afhankelijk van de functie die de voorzitter bekleedt. Een rode toga wordt gedragen wanneer de rechter het Hof van Assisen of het Hof van Cassatie voorzit en de koningsblauwe toga is gereserveerd voor de voorzitter van het Grondwettelijk Hof. Koningsblauw symboliseert de waarheid en de vrede. Bij de ceremoniële attributen van de magistratuur horen verder ook een baret en een paar witte handschoenen.

De griffier draagt een toga met dezelfde versierselen als die van de zittende magistratuur van het rechtscollege waarbij hij zijn ambt vervult. Ook hier geldt dat in het alledaags gebruik enkel de zwarte toga wordt gedragen.

In Belgische rechtbanken geldt de ongeschreven regel 'toga gaat voor': wie een toga draagt, hetzij advocaat, magistraat of griffier, krijgt voorrang wanneer hij een lokaal betreedt en de lift in- of uitstapt.

Collage van verschillende toga's gedragen door rechters, advocaten en griffiers.

De Toga als Achterhaald Symbool?

De stelling: "de toga is een achterhaald symbool dat z.s.m. uit de rechtszalen moet verdwijnen" wordt door 87,4% van uw beroepsgroep niet onderschreven! Een drager van een toga is immers drager van een ambt, iemand die te onderscheiden moet zijn van alle andere in de rechtszaal aanwezige adviseurs. Het ambt als zodanig is gebaat bij neutrale kleding waardoor de noodzakelijke distantie uiterlijk vorm krijgt en de rechtsgang formeel blijft. De toga symboliseert de onafhankelijkheid van de advocaat en onpartijdigheid van de rechter. Het kledingstuk benadrukt dat de rechter en de advocaat een belangrijke rol vervullen in het rechtsproces.

De Moderne Toga en de Ambachtelijke Productie

Togamaker Ernest de Vries, met zijn winkel in Amsterdam, is een van de laatste in Nederland die het ceremoniële kledingstuk maakt. Hij merkt dat de vraag naar de toga blijft, maar dat er steeds minder togamakers zijn. "Het zou fijn zijn als er gewoon wat nieuw bloed zou komen."

Volgens de togamaker heeft alleen de rechtspraak al vier of vijf verschillende toga's. "Iedere universiteit in Nederland heeft een eigen toga, dan hebben we natuurlijk nog de ambtenaren van de burgerlijke stand." En dominees mogen zelf uitkiezen hoe zij hun toga het liefste hebben, vertelt hij.

Met maar twee bedrijven die al deze verschillende uitvoeringen kunnen leveren, heeft De Vries geen last van concurrentie. Sterker nog, nieuwe togamakers zijn welkom. "De markt is echt meer dan voldoende. Ik zou er eigenlijk nog best wel een derde bij willen hebben, want de druk is gewoon heel hoog."

Het ambacht van togamaken is niet creatief; veel jongeren willen hun eigen ei kwijt en met klanten over stijl en snit overleggen, wat hierbij niet kan. Het is toch een grote vormloze jurk.

In het togabesluit, een Nederlandse wet, is vastgelegd aan welke eisen een toga moet voldoen. "Zoveel knoopjes, zo hoog van de vloer en zo breed en zo lang." Advocaten en rechters hebben bijvoorbeeld altijd geribbelde stukken op de bovenarm. Maar met kleine toevoegingen weet De Vries toga's toch vaak iets persoonlijker te maken. "Leuke voeringen met stadswapens of foto's van de kinderen, of een felle kleur."

De Vries begon zijn carrière in de theaterkostuums, maar zag daar een "overleden markt". Toen een Utrechtse togamaker de naald en draad definitief neerlegde, greep De Vries zijn kans. "Ik dacht: 'togamaken, dat kan toch geen 'rocketscience' zijn?' Toen zijn we van daaruit toga's gaan maken." En 15 jaar later is er nog altijd werk in overvloed.

Foto van een togamaker aan het werk in zijn atelier.

De Toga en de Groeiende Juridische Sector

Ondanks dat je juristen, ambtenaren en dominees in toga niet dagelijks tegen het lijf loopt, is er nog altijd veel vraag naar het kledingstuk. "De advocatuur is enorm gegroeid. Grote bedrijven maken steeds meer gebruik van juristen voor contracten, maar ook merkenrecht en al dat soort dingen. Het familierecht is ontzettend gegroeid." En dat betekent ook een toename van het aantal toga's in de rechtszaal. Althans, "er wordt veel geschikt, maar wij proberen dan altijd te zeggen: 'schikken is voor bloemisten'."

De Toga in Verschillende Culturen en Tijden

De toga wordt ook in andere landen veel gebruikt, maar dikwijls met enige aanpassingen. Zo zijn in de Verenigde Staten van Amerika de toga voorzien van ritsen in plaats van knopen.

Tijdens het recente bezoek van Nederlandse predikanten aan hun Hongaarse collega's hebben we gezien dat de Hongaren in de eredienst een ander soort toga dragen, een soort cape. De ambtskleding zegt iets over het zelfverstaan van de predikant, ze communiceert op welke wijze hij zijn ambt ziet en wil dragen.

In onze samenleving heeft een predikant een geringe sociale status en staat hij in de gemeente niet op een voetstuk. Dat laatste is geheel niet nodig ook. Tegelijk mogen we het gezag van het ambt niet kwijtraken, het eigene van de roeping van de dienaar van het Woord. Zijn positie is uniek en ja, zijn positie kan iets eenzaams met zich meebrengen. Roeping betekent ook concentratie en het (voortreffelijke) ambt is ook een last. De toga symboliseert dan dat de predikant een hogere macht vertegenwoordigt, dat hij spreekt met de volmacht van Christus, over Wie Mattheüs 7 zegt: ‘Want Hij onderwees hen als gezaghebbende’.

De geschiedenis van de toga is een periode van sociale of intellectuele profilering geweest, soms van zich afzetten tegen anderen. In het gereformeerde geheugen schrijft dr. M.J. Aalders dat hervormden wel leervrijheid kenden maar geen kleervrijheid, terwijl voor gereformeerden dit andersom gold. Deze vroeger bekende uitdrukking moest het onderscheid benoemen tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken.

Over het ambtsgewaad lezen we in het Oude Testament dat priesters en levieten meestal een wit linnen opperkleed droegen. Wanneer Aäron als hogepriester in de dienst van de verzoening staat, moet hij zich als een gewone priester kleden. Leviticus 16 benoemt niet alleen de voorschriften over zijn kleding, maar er staat ook: ‘Dit is heilige kleding. Hij mag die pas aantrekken, nadat hij zijn lichaam met het water gewassen heeft.’ Om reinheid ging het, en de witte kleding symboliseert dit.

Kijken we naar de ‘ambtsdragers’ in het Nieuwe Testament, dan maken we uit Handelingen 23:5 op dat Paulus voor de Joodse raad de hogepriester niet (her)kent, een man die zich blijkbaar niet onderscheidde in zijn kleding. ‘Scheldt u de hogepriester van God uit?

Wanneer de hervormde synode in 1854 het togabesluit nam, volgde ze de lutherse synode, na elf jaar. En ook de Remonstrantse Broederschap was eerder. Het is het eerlijke verhaal op te merken dat met de toga zij zich ook wilden profileren ten opzichte van de afgescheiden traditie, van de predikanten uit de Afscheiding en hun gereformeerde orthodoxie.

Trekken we alle overwegingen door naar vandaag, dan constateren we dat er een relatie is tussen de tijd waarin we leven en de ambtskleding die gedragen wordt. Nu leven we in een fase in de geschiedenis van de kerk waarin (jonge) predikanten vaker hun toga niet dragen. Uiteraard communiceert in onze dagen dit ambtsgewaad niet meer wat de synode in 1850 dacht, toen de sociale en academische positie gemarkeerd moest worden. De toga - los van de financiën die gemoeid zijn met aanschaf en onderhoud - staat voor deze en gene voor afstand naar de gemeente, voor distantie vanwege gezag. Is dat echter terecht? Er is veel voor te zeggen om de toga te blijven dragen, niet uit misplaatste deftigheid, maar wel om het ‘tegenover’ van het ambt te bewaren, om te beseffen dat we niet ‘zomaar’ voor Gods aangezicht bijeenzijn.

De toga symboliseert dan dat de predikant een hogere macht vertegenwoordigt, dat hij spreekt met de volmacht van Christus, over Wie Mattheüs 7 zegt: ‘Want Hij onderwees hen als gezaghebbende’. Leren we de gemeente zo dat de persoon van de predikant schuilgaat achter zijn roeping, achter zijn ambtelijke positie?

De Bourgondiërs: Deel 2 - De Groothertog van het Westen (1989)

tags: #naam #van #toga #die #door #dominees