De geschiedenis van de orgels in de Oud Gereformeerde Gemeente te Ede is een boeiend verhaal van aanpassingen, uitbreidingen en de aanschaf van nieuwe instrumenten, die elk een specifieke rol speelden in de liturgische praktijk van de gemeente.
Het eerste kerkgebouw aan de Bergstraat
In het eerste kerkgebouw aan de Bergstraat werd in 1925 een orgel geplaatst dat afkomstig was uit de Oud Gereformeerde Kerk aan de Looiersgracht te Amsterdam. Deze kerk werd in 1922 opgeheven omdat de gemeente samenging met de Christelijk Gereformeerden. De predikant, Ds. Hendriksen, vertrok daarop naar Ede en nam (onder andere) het orgel mee.
De geschiedenis van dit orgel gaat terug tot de zeventiende eeuw. Het was afkomstig uit de rooms-katholieke schuilkerk "De Boom" in Amsterdam en stond van 1773 tot 1897 in de rooms-katholieke kerk van Uitgeest. In 1957 werd het gekocht door de heer Wim Modderkolk in Ede, die het op zijn beurt rond 1977 verkocht aan orgelmaker Gert van Buuren (Poortugaal, later Heukelum).

Harmonium en het eerste pijporgel
Tijdens de ledenvergadering van 29 maart 1951 kwam het gebruik van een orgel ter sprake. Uiteindelijk werd besloten om een harmonium van 4 3/5 spel op proef te laten komen. Na het vergroten van de kerk bleek het harmonium al snel te klein.
Daarom werd in 1961 een pijporgel aangeschaft met één klavier, gebouwd door orgelbouwer D. Monster uit Puttershoek. Dit instrument werd helemaal achterop de galerij geplaatst om te voorkomen dat er teveel zitplaatsen verloren gingen. In 1968 werd het orgel uitgebreid naar twee manualen en een zelfstandig pedaal. Het orgel kreeg een elektro-pneumatische tractuur, gebouwd volgens het unitsysteem. Dit instrument kreeg een plaats boven de kansel, terwijl de speeltafel beneden, naast de kansel stond. Bij de uitbreiding van de kerk in 1981 werd ook de speeltafel naar boven verplaatst, naast het front, boven de kansel.

Het orgel van Sicco Steendam
Het orgel begon in de loop van de tijd veel mankementen te vertonen. Daarbij was het niet krachtig genoeg om de gemeentezang van ongeveer 1300 personen te begeleiden. Daarom werd in 1994 een orgelcommissie opgericht, met als adviseur Dirk Bakker. Dit resulteerde in een mechanisch sleepladen-orgel van 23 stemmen, gebouwd door orgelmakerij Sicco Steendam uit Roodeschool. Dit instrument is op 14 februari 1999 in gebruik genomen.
Op vrijdag 26 februari vond de oplevering van dit nieuwe orgel plaats. Het instrument werd gebouwd door de medewerkers van Orgelmakerij Steendam; als adviseur trad Dirk Bakker op. Bij de bouw van dit orgel oriënteerde men zich op het werk van Christian Müller, waarbij met name diens orgel in de Hervormde Kerk van Beverwijk model stond. Mensuren, aanleg van de mechanieken en maatvoering van de windladen zijn aan dit orgel ontleend. Waar nodig werden ontbrekende gegevens uit andere Müller-orgels gebruikt om tot het uiteindelijke totaalconcept te komen.
Vanwege de beperkte hoogte van het kerkgebouw is het Bovenwerk naar achteren geplaatst, waartoe een uitbouw aan de achterzijde van de kast werd gemaakt. De kast en het bekronende snijwerk zijn van Honduras-mahonie vervaardigd. Het overige snijwerk is gemaakt van lindenhout en van bladgoud voorzien. De nieuwe balustrade, kansel, voorleeslessenaar en doopvont werden eveneens door de orgelmakers vervaardigd.
Het pijpwerk is conform Müller's opgave gemaakt van 100 ponden lood op 40 ponden tin; de tongwerken kregen houten stevels en koppen. Van alle metalen gedekte pijpen zijn de deksels dichtgesoldeerd. De windvoorziening, bestaande uit drie spaanbalgen, kreeg een plaats in de onderkast. Naar voorbeeld van andere Müller-orgels is de klaviatuur aan de achterzijde gesitueerd.
Dispositie van het Steendam-orgel:
- Hoofdwerk (Manuaal I, C-d3): Prestant 16 B/D (C-F gedekt, eiken, vervolgfront, vanaf a1 dubbel), Prestant 8 Dd, Holfluit 8 (metaal met roeren), Octaaf 4, Roerquint 6 B/D, Flagfluit 4 (conisch), Quintprestant 3 Dd, Superoctaaf 2 Dd, Sexquialter II-III B/D (doorlopend met dubbel tertskoor in de discant), Mixtuur IV-V-VI, Trompet 16 (gereserveerd), Trompet 8.
- Bovenwerk (Manuaal II, C-d3): Prestant 8 (C-H gecombineerd met Quintadeen), Roerfluit 8 (metaal), Quintadeen 8, Gemshoorn 4, Quintfluit 3 B/D (bas gedekt), Nagthoorn 2 (conisch), Cornet IV D, Vox Humana 8, Tremulant.
- Pedaal (C-d1): Bourdon 16 (eiken), Holpijp 8 (metaal), Fagot 16.
- Koppelingen: Coppel B/D (manuaalkoppel), Pedaalkoppel (aan Hoofdwerk).
- Afsluiter.
- Winddruk: 76 mm wk.
- Toonhoogte: a1 = 415 Hz bij 17 ° C.
- Temperatuur: 1/6 komma met verlaagde es.
Op zaterdag 12 juni zal het orgel worden gepresenteerd door de organisten Dick Sanderman, Geert Bierling en adviseur Dirk Bakker.
Het orgel van Adema's Kerkorgelbouw in De Tabernakel
In 2004 werd er in De Tabernakel door de firma Nijsse een nieuw mechanisch orgel geplaatst. Op zaterdag 29 juni werd het orgel van de Petrakerk van de Gereformeerde Gemeente te Ede in gebruik genomen. Het instrument is gebouwd door Adema’s Kerkorgelbouw te Hillegom, waarbij gebruik is gemaakt van het Pels-orgel van de voormalige H. Hartkerk te Den Haag.
In de Edese nieuwbouwwijk Kernhem, tussen Ede en Lunteren, werd op 5 juni 2013 een nieuw kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente in gebruik genomen. Deze nog jonge gemeente werd in 2007 geïnstitueerd. Het kerkgebouw, gebouwd onder architectuur van Roos en Ros Architecten uit Oud-Beijerland, werd opgetrokken in een eigentijdse interpretatie van de protestantse kerkbouwstijl van de jaren 30 van de vorige eeuw. Het kerkgebouw met een inwendige hoogte van 22 meter biedt een kleine duizend zitplaatsen.
Voor de bouw van het orgel voor de nieuwe Petrakerk wist de gemeente door bemiddeling van de firma Adema de hand te leggen op het orgel van de rooms-katholieke H. Pauluskerk te Den Haag. Dit instrument was vrijgekomen na sluiting van het kerkgebouw in 2009.
Het orgel van de Pauluskerk was in 1960 als Opus 480 onder advies van Bernard Bartelink gebouwd door de firma Bernard Pels & Zn. te Alkmaar. Het tweeklaviers orgel was opgesteld in twee zestienvoets orgeldelen met open opstelling ter weerszijde van het rozetraam. In 1986 werden deze hoofdladen van Hoofdwerk en Zwelwerk door Pels & Van Leeuwen vervangen door elektrische sleepladen. Ook onderging het orgel een aantal dispositiewijzigingen. Op het zwelwerk werd een Voix Céleste 8’ bijgeplaatst, het Hoofwerk werd uitgebreid met een Flûte Harmonique 8’.
Eind 2010 werd het orgel in Den Haag gedemonteerd en opgeslagen bij Adema in Hillegom. Voor het frontontwerp moest worden uitgegaan van het bestaande (zinken) pijpwerk van het orgel uit Den Haag, waarbij aansluiting is gezocht bij de stijl van de jaren 30 van de twintigste eeuw. Het frontpijpwerk is vier lagen diep opgesteld. Het pijpwerk is opnieuw gespoten in evenzoveel blauw/grijs-tinten, waarin elke laag van licht naar donker een onderscheiden tint heeft gekregen. Het front is, op de achterste en bovenste laag na, geheel sprekend. Het frontpijpwerk wordt aan weerszijden geflankeerd door drie eiken dummies van Contrabaspijpen.
De windvoorziening werd geheel opnieuw opgezet met een nieuwe windmotor, een nieuwe hoofdbalg, twee regulateurs en nieuwe windkanalen. Het orgel heeft een gecombineerde mechanische en elektrische tractuur gekregen. De beide manualen hebben mechanische tractuur, het pedaal elektrische tractuur. Door het behouden van de magneten van de manuaalladen was het mogelijk om het orgel van een groot scala elektrische koppels te voorzien.
Voor het pedaal werden nieuwe, elektrische sleepladen vervaardigd: één lade voor het groot octaaf rechts onder in de orgelkast, een lade voor c0-f1 linksboven naast de zwelkast. Het groot octaaf van de Contrabas werd op een afzonderlijke lade tegen de achterwand geplaatst.
Het orgel heeft een volledig nieuwe speeltafel, ingebouwd aan de linkerzijkant van het orgel. De halfronde registertableaus zijn uitgevoerd in hoogglans plataanfineer met wengé-detaillering. De speeltafel is uitgerust met een digitale setzerinstallatie, waarvan de bediening zich bevindt in een uitschuifbare lade in het rechter registertableau. De koppels zijn zowel als registertrekker als voettrede uitgevoerd.
Ten opzichte van de situatie in Den Haag onderging de dispositie een aantal wijzigingen. Op het Hoofdwerk werd de Prestant 16’ van het Pedaal als elektrische transmissie toegevoegd. Voor de discant werd een kantsleep vervaardigd waarop het aansluitende pijpwerk van Maarschalkerweerd werd geplaatst. De Holquintadeen 16’ werd vervangen door een Bourdon 16’, terwijl de Koppelfluit 4’ werd vervangen door de Gemshoorn 4’ van het Zwelwerk.
De Sesquialter II werd in de discant vervangen door een nieuwe Cornet V op verhoogde bank. Aan de hoofdwerkdispositie werd een Trompet 16’ B/D toegevoegd die als elektrische transmissie uit de Bazuin/Trombone/Klaroen-unit van het Pedaal kon worden gehaald. De pijpen van f#3 en g#3 werden nieuw bijgemaakt en op de uitgebreide unitlade geplaatst.
Op het Positief Expressief werd de verplaatste Gemshoorn 4’ vervangen door een Fluit Harmoniek 4’. Het pijpwerk van de Flagéolet 2′ werd eveneens door een overblazende fluit vervangen.
Het Pedaal, in de Haagse situatie grotendeels op diverse unitladen geplaatst, werd in grotere mate verzelfstandigd. Hiervoor werd de dispositie uitgebreid met een Contrabas 16’, Quintbas 10 2/3′ en een Bombarde 16’. De Gedekt 8’ die voorheen als unit uit de Subbas 16’ was ‘getrokken’ werd verzelfstandigd door bijplaatsing van houten pijpwerk voor C tot en met f0.
Dispositie van het Adema-orgel (Petrakerk):
Groot Orgel C-g3
- Principaal 16 - C-h i.c.m. Pedaal, rest 2013, Maarschalkerweerd-pijpwerk
- Bourdon 16 - 2013, ouder pijpwerk; C-H grenen, rest metaal
- Praestant 8 - C-h0 front, rest 2013, ouder pijpwerk
- Fluit Harmoniek 8 - 1986
- Holpijp 8
- Octaaf 4
- Gemshoorn 4 - voorheen Spitsfluit 4’ Zwelwerk
- Quint 2 2/3
- Octaaf 2 - 2013, Adema-pijpwerk uit voorraad
- Mixtuur III-V - gewijzigde samenstelling
- Cornet V - bas Sesquialter II, discant nieuw
- Trompet 16 B/D - transmissie Bazuin, f#3-g3 nieuw
- Trompet 8 - 2013, Adema-trompet ca.
Positief Expressief C-g3
- Praestant 8
- Roerfluit 8
- Salicionaal 8
- Vox Coelestis 8 - 1986, ouder pijpwerk
- Praestant 4
- Fluit Harmoniek 4 - 2013, pijpwerk Adema, ca.
Pedaal C-f1
- Principaal 16 - front
- Contrabas 16 - 2013, grenen, begin 20e eeuw, d#1-f1 nieuw
- Subbas 16
- Quintbas 10 2/3 - 2013, grenen, ouder pijpwerk
- Octaafbas 8 - front
- Gedekt 8 - grenen; C-f0 2013, ouder pijpwerk
- Octaaf 4 - front, uit Octaafbas 8’
- Ruispijp IV
- Bombarde 16 - 2013, Franse factuur, bekers spotted metal
- Bazuin 16 - houten stevels, zinken bekers
- Trombone 8 - i.c.m. Bazuin 16’
- Klaroen 4 - i.c.m.
Werktuiglijke registers
- Koppel Pedaal - G.O.
- Koppel Pedaal - GO 4′
- Koppel Pedaal - Pos. Expr.
- Koppel Pedaal - Pos. Expr. 4′
- Koppel G.O. + Pos. Expr. bas/discant
- Koppel G.O. + Pos. Expr 16′
- Koppel G.O. + Pos. Expr. 4′
- Koppel Pos. Expr. 16′
- Koppel Pos. Expr. 4′
- Tremolo Pos. Expr.
- Calcant- als voettreden
- Alle koppels - (koppel G.O. - Pos Expr.
De ingebruikname van het orgel vond plaats op zaterdag 29 juni om 14.00 uur. De middag werd geopend door de plaatselijke predikant Ds. A.A. Brugge. De firma Adema gaf een toelichting bij het orgel, gevolgd door een orgelbespeling met literatuur, improvisatie en begeleiding van samenzang door organist en VOGG-voorzitter Dirk Jan Versluis. Na afloop was er voor belangstellenden gelegenheid het orgel te bezichtigen en/of te bespelen.
