Het Van Dam-orgel en de Werelderfgoedlocatie Kinderdijk: Een Historische Verbinding

Het Van Dam-orgel in de Hervormde Dorpskerk te Kinderdijk heeft een rijke geschiedenis, met recente restauraties en een complexe oorsprong van zijn onderdelen. Dit orgel, oorspronkelijk gebouwd door de firma L. van Dam & Zonen in 1867 voor de Hervormde Kerk van Gorredijk, bleek bij nader onderzoek meer te bevatten dan voorheen werd aangenomen.

De Geschiedenis en Herkomst van het Van Dam-orgel

Bij de oorspronkelijke bouw van het orgel in 1867 maakten de orgelmakers Van Dam gebruik van veel bestaand materiaal. Verder onderzoek heeft uitgewezen dat een belangrijk deel hiervan niet afkomstig is van het oude Schrage-orgel van Engelum (1834), zoals men tot voor kort dacht. De manualen en een aanzienlijk deel van het pijpwerk blijken afkomstig te zijn van het orgel te Rauwerd, gebouwd door J.A. Hillebrand in 1816. Tevens zijn registerreeksen gebruikt van het voormalige Bader-orgel te Ternaard (circa 1660), evenals van onderdelen met een nog onbekende herkomst.

Tijdens de plaatsing van het orgel in Kinderdijk in 1967, breidde W. Boegem (Amstelveen) het instrument uit met een zelfstandig pedaal van vijf stemmen. Hiervoor werd pijpwerk gebruikt van het voormalige Valckx & Van Kouteren-orgel uit 1923. In 1983 volgde een restauratie van de windlade door Flentrop Orgelbouw, waarbij het vrijstaande pedaal werd verwijderd. De recent voltooide deelrestauratie, onder advies van Dirk Bakker, richtte zich op het Boven- of Dwarswerk.

Detail van het Van Dam-orgel in de Hervormde Dorpskerk te Kinderdijk

Dispositie en Technische Specificaties van het Orgel

De dispositie van het Van Dam-orgel in Kinderdijk is als volgt:

  • Manuaal (C-f³): Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Open Fluit 4', Nazart 3', Octaaf 2', Cornet D III, Trompet 8' B/D.
  • Bovenwerk (C-f³): Fluit dolce 8', Viola di Gamba 8', Fluit 4', Salicet D 4', Quint D 3', Gemshoorn 2', Tremulant.
  • Aangehangen pedaal (C-g).
  • Manuaalkoppel.

De winddruk bedraagt 62 mm wk, de toonhoogte is a¹ = 432 Hz bij 17°C, en de stemming is evenredig zwevend.

Van het orgel is een monografie verschenen, die verkrijgbaar is door overmaking van ƒ10,00 op Postbankrekening 532 53 43 ten name van Dirk Bakker te Piershil, onder vermelding van 'orgel Kinderdijk'.

De Hervormde Dorpskerk van Kinderdijk: Architectuur en Historische Waardering

De Hervormde Dorpskerk van Kinderdijk, een zaalkerk, is ontworpen in 1916 door architect Jan Wils en gebouwd tussen 1923 en 1924. Het gebouw kenmerkt zich door een expressionistische bouwstijl met duidelijke invloeden van Frank Lloyd Wright. Jan Wils behoorde, net als J.J.P. Oud en R. van 't Hoff, tot de architecten van De Stijl, die zich sterk lieten inspireren door Wright.

De kerk is gebouwd tegen de Lekdijk aan de buitendijkse zijde. In 1966 onderging de kerk aanpassingen, waaronder het verwijderen van het orgel, het verwijderen van de helling uit de vloer, het veranderen van het bankenplan en de vernieuwing van preekgestoelte en avondmaaltafel. In 1997 werd het voegwerk vernieuwd.

Het kerkgebouw is opgetrokken uit gele baksteen vanaf een uitgemetselde plint, met een rechthoekige plattegrond. Halverwege de zuidelijke zijgevel bevindt zich een hoge klokkentoren die binnen de rechthoekige plattegrond van de kerk valt. De noordzijde, aan de dijk, heeft een onderverdieping. Het gehele pand is voorzien van een zadeldak met rode Romeinse pannen.

Aanzicht van de Hervormde Dorpskerk te Kinderdijk met de kenmerkende De Stijl architectuur

Architectonische Kenmerken van de Kerk

Aan beide langsgevels bevindt zich een vooruitspringend gevelvlak, verdeeld in drie traveeën door uitstekende lisenen, elk afgesloten door een steekkap. Vanaf de toren loopt een meterhoge vrijstaande gemetselde muur naar de achtergevel. De kopse zijden zijn voorzien van puntgevels met natuurstenen schouderstukken.

De symmetrische westelijke voorgevel heeft een uitgebouwd entreeportaal onder een smal schilddak. Voor de dubbele deuren bevinden zich drie gemetselde traptreden met balustrades en een betegeld bordes, met een korte houten luifel boven de ingang. De zuidelijke zijgevel, die langs de Molenweg ligt, toont tussen de lisenen per travee een meerruitsvenster met glas-in-lood ramen. Rondom de vensters loopt een teruggemetselde omlijsting die doorloopt in de hoeken. Boven het meerruitsvenster bevindt zich een smal, liggend venster.

De vierkante toren bestaat uit vijf geledingen. Op de begane grond is een entreepartij met dubbele deuren aan een trap, geflankeerd door gemetselde muurtjes. Op de zuidwest hoek van de toren bevindt zich een risalerend gevelvlak met een wijzerplaat, daarboven in alle zijden galmgaten. De toren wordt geleed door dubbele, gehoekte natuurstenen cordonlijsten met kleine trapraampjes bij de hoeken. Boven de deuren van de toren loopt een zandstenen cordonlijst door naar de achtergevel, die de bovendorpel vormt van diverse staande en vierkante gevelopeningen in de zij- en achtergevel.

De achtergevel (oost) heeft een achterdeur. De onderverdieping van de noordelijke zijgevel heeft geen gevelopeningen en is iets uitgemetseld.

Interieur en Restauraties

Het interieur van de kerk wordt gekenmerkt door de kapconstructie met houten spanten, kreupele stijlen en blokkelen. De glas-in-loodramen in de langsgevels zijn uitgevoerd in de stijl van De Stijl.

Koos Stam, lid van het college van rentmeesters, beschrijft hoe in 1967 veel originele elementen zijn verdwenen tijdens een verbouwing, waaronder de preekstoel die in een nis met een orgel erboven stond. De kleuren uit de ramen, die terugkwamen in de verglaasde stenen van de wanden en de toog rondom de preekstoel, werden overschilderd met witkalk. Dit wordt door hem "cultureel barbarisme" genoemd.

Gelukkig heeft de toog op initiatief van schilder Jan Bouter een lichtgrijze kleur gekregen. Vakmannen hebben aan de zijkant van de vernieuwde preekstoel blokken en vakken aangebracht. De nieuwe doopvont houder is een kunstwerkje in de stijl van De Stijl, met rechte lijnen en vlakken waarop een kruis, anker en hart zijn aangebracht. De originele doopvont houder en zilveren doopvontschaal worden veilig bewaard.

De kerk is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als representatief voorbeeld van een Nederlandse Hervormde Kerk en vanwege de architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van Jan Wils. Het exterieur is gaaf in hoofdvorm en materiaalgebruik en bezit een bijzondere kapconstructie. Vanwege de ligging is de kerk ook van stedebouwkundig belang.

Kinderdijk: Werelderfgoed van Molens en Waterbeheer

Kinderdijk is wereldwijd bekend om zijn negentien molens, gelegen in het noordwesten van de Alblasserwaard, Zuid-Holland. Dit gebied, met boezemmolens die twee molengangen vormen, is een grote toeristische trekpleister. Sinds 1997 staan de molens op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en het gebied is tevens een beschermd dorpsgezicht.

De molens van Kinderdijk, grotendeels daterend uit 1738 en 1740, zijn gebouwd om het water uit de laaggelegen polder omhoog te pompen. Het zijn vrijwel allemaal grondzeilers, waarbij een scheprad onder in de molen het water omhoog brengt, vaak met een hoogteverschil van 140 centimeter.

Panorama van de negentien molens van Kinderdijk

De Rol van de Molens in Waterbeheer

In de Alblasserwaard verplaatsen de molens het water in twee trappen. Eerst wordt het water van een polder in een boezemwater gepompt. Bij Kinderdijk komen twee grote boezemwateren samen: de Groote- of Achterwaterschap voor de Boezem van de Overwaard en de Nieuwe Waterschap voor de Boezem van de Nederwaard.

Drie hoge boezems zijn van belang voor de afwatering: de Hooge Boezem van De Nederwaard (rond de Alblas), de Hooge Boezem van De Overwaard (rond de Giessen) en de Hooge Boezem van Nieuw-Lekkerland. In samenhang met de aanleg van deze hoge boezems werden in de 18e eeuw de Kinderdijkse molens geplaatst.

Verschillende Types Molens in Kinderdijk

  • Nederwaard Molens: Acht bakstenen windmolens, eigendom van het voormalige waterschap Nederwaard, gebouwd in 1738. Deze molens zijn vrijwel gelijk, met details die variëren per aannemer. De vlucht varieert tussen 27,5 en 28 meter.
  • Overwaard Molens: Acht met riet bedekte windmolens, eigendom van het voormalige waterschap Overwaard, gebouwd in 1740. Deze molens zijn achtkantig en hebben een vlucht van 28,6 tot 29,5 meter. Het schoepenrad heeft een diameter van 6,70 meter.
  • Nieuw-Lekkerland Molens: Twee achtkante, met riet gedekte molens van de polder Nieuw-Lekkerland: De Hoge Molen (1740) en De Lage Molen (1761). De Hoge Molen maalt met een vijzel uit 1962.
  • De Blokker (Blokweerse Wip): Een wipmolen van de polder Blokweer, gebouwd in 1630 en zwaar beschadigd door brand in 1997. Na herstel is de molen sinds 2001 weer operationeel.
  • Oude Molen: Oorspronkelijk de twintigste molen, een grondzeiler en een van de twee ondermolens van Nieuw-Lekkerland. De molen stortte in 1945 in en werd in 1957 gesloopt.

Kinderdijkse Molens Deel III (Made by PZ)

Restauraties en Toekomstplannen

Op 7 juli 2008 begon de restauratie van elf van de negentien molens, die door achterstallig onderhoud in verwaarloosde staat verkeerden. Met subsidies van het Ministerie van OCW, de provincie Zuid-Holland en het waterschap Rivierenland kon het herstelwerk plaatsvinden, variërend van de fundering tot het dak en de wieken.

In 2012 verkeerde de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) in financieel zwaar weer. Een visieplan voor de toekomst van Kinderdijk, opgesteld om de stichting te redden, voorziet in een stijging van het bezoekersaantal tot 15,75 miljoen per jaar in 2025, mede door economisch herstel en nieuw toerisme uit China en India.

De nieuwe kleurstelling van de molens herinnert aan hun functie als woningen voor de molenaars en hun cruciale rol in waterbeheersing. "Een van de belangrijkste doelen van UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk is het behouden van het historische verhaal van dit unieke stukje Nederland," aldus Jan-Willem de Winter, Manager Erfgoed en Beheer bij UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk. De molens worden geleidelijk aan geschilderd in hun historische kleurstelling.

Molen Nederwaard, gebouwd in 1738, had vanaf de bouw problemen met scheefstand. Na een herfundering en positionering is de scheefstand teruggebracht naar de oorspronkelijke positie van 1900. Na restauratie van onder andere de kap is de molen weer in gebruik genomen.

tags: #orgel #oud #ger #gem #kinderdijk