Periode van pensionering voor predikanten

De periode van pensionering voor predikanten is een complex onderwerp met diverse regelingen en overwegingen, zowel voor de predikant zelf als voor de kerkelijke gemeenschap. Dit omvat de officiële pensioenleeftijd, de aanvraagprocedure, financiële aspecten zoals pensioenuitkeringen en -opbouw, en de mogelijke voortzetting van kerkelijke activiteiten na het officiële emeritaat.

Officiële emeritaatsleeftijd en aanvraagprocedure

Een predikant voor reguliere werkzaamheden gaat volgens ordinantie 3-25 met emeritaat op de dag dat de Algemene Ouderdomswet (AOW) ingaat. Vanaf die datum wordt het predikantstraktement vervangen door de AOW-uitkering en het ouderdomspensioen van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Na 2030 zal de AOW-leeftijd stijgen met de gemiddelde levensverwachting.

Om het emeritaat tijdig aan te vragen, wordt geadviseerd dit uiterlijk zes maanden voor de emeritaatsdatum te doen bij de kleine synode. Na ontvangst van de emeritaatsakte stuurt de predikant een afschrift daarvan aan de kerkenraad.

Informatie over de AOW en het aanvullend ouderdomspensioen wordt ongeveer een half jaar voor de AOW-datum verstrekt door respectievelijk de Sociale Verzekeringsbank en het Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Het is mogelijk om op dat moment te kiezen voor het uitruilen van ouderdomspensioen tegen partnerpensioen, wat met name interessant kan zijn voor predikanten zonder partner of met een partner die zelf weinig pensioen heeft opgebouwd.

Schema van de aanvraagprocedure voor emeritaat van een predikant

Flexibiliteit in pensioenplanning

Er bestaat de mogelijkheid om de pensioendatum te vervroegen. Tussen de vervroegde pensioendatum en de AOW-datum ontvangt de predikant geen AOW. Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn kan worden verzocht de uitkering van het aanvullend ouderdomspensioen te vervroegen, eventueel met een hoog-laag-constructie. Een dergelijk verzoek moet zes maanden voor de vervroegde datum worden ingediend.

Daarnaast is het mogelijk om de pensioendatum uit te stellen tot maximaal vijf jaar na de ingangsdatum van de AOW. Dit uitstel kan gelden voor de gehele werktijd of een deel daarvan (deeltijdpensioen) en betekent ook uitstel van het emeritaat. Hiervoor is een overeenkomst met de kerkenraad vereist. Bij uitstel van het emeritaat zijn er twee opties:

  • De predikant laat het aanvullend ouderdomspensioen van PFZW nog niet tot uitkering komen, waardoor de latere uitkering hoger zal zijn.

Bij uitstel van de pensioendatum stopt de pensioenopbouw op de AOW-gerechtigde leeftijd. Vanaf dat moment worden er geen premies meer ingehouden, noch voor de predikant, noch door de gemeente.

Financiële en administratieve regelingen

Tot en met 2012 was de emeritikas volledig georganiseerd als een omslagstelsel. Sinds 1 januari 2013 zijn actieve predikanten aangemeld als deelnemer bij het pensioenfonds PFZW, waar zij pensioen opbouwen. Voor de periode tot 2013 blijven de uitkeringen gebaseerd op het omslagstelsel.

De kerkenraden van gemeenten fungeren als werkgever voor de predikant bij het pensioenfonds. De pensioenpremie wordt berekend over de pensioengrondslag, die bestaat uit het werkelijke traktement plus 8% vakantietoeslag en de waarde van een vrije pastorie of woonvergoeding. Hierop wordt de AOW-franchise in mindering gebracht, waarna de premie wordt berekend. Advies luidt dat de predikant zelf ook bijdraagt aan deze pensioenpremie.

Naast de pensioenpremie hebben kerkenraden te maken met de omslag voor de emeritikas voor uitkeringen aan emeriti die niet deelnemen in PFZW. Vanwege de overgang naar PFZW vindt er gedurende dertien jaar een compensatie plaats vanuit de emeritikas om kerken te ondersteunen bij de financiële consequenties. Deze compensatie heeft een afbouwend karakter.

Grafiek die de afbouw van de compensatieregeling weergeeft

Pensioengrondslag en premieberekening

De pensioengrondslag voor de premieberekening omvat het bruto maandtraktement, 8% vakantietoeslag, eventuele persoonlijke toeslagen, de waarde van een ambtswoning met een hogere WOZ-waarde en het deeltijdpercentage. Het pensioenfonds stelt het pensioengevend salaris jaarlijks vast op 1 januari en past dit aan bij wijzigingen.

De premie wordt berekend over de pensioengrondslag na aftrek van de AOW-franchise. Predikanten wordt geadviseerd om zelf bij te dragen aan deze premie. Kerkenraden ontvangen maandelijks een factuur voor het "kerkdeel" en het "predikantsdeel" van de pensioenpremie.

Voortzetting van kerkelijk werk na emeritaat

Hoewel de officiële pensioenleeftijd is bereikt, is het voor predikanten in veel kerkverbanden mogelijk om na hun emeritaat kerkelijk werk te blijven doen. Dit kan variëren van het blijven preken tot actieve rollen als consulent, pastoraal medewerker, catecheet of leider van een Bijbelkring.

In de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) kunnen predikanten na emeritaat blijven preken, maar zijn ze niet meer aan een gemeente gebonden. Voor hervormd-gereformeerde voorgangers geldt dat zij tot hun zeventigste jaar officiële aanstellingen kunnen hebben. Velen kiezen ervoor om na hun emeritaat actief te blijven in diverse kerkelijke functies, publicaties te verzorgen of zelfs een promotiestudie te starten.

De Hersteld Hervormde Kerk kent een regeling waarbij predikanten die het rustiger aan willen doen, soms een beroep aannemen op een deeltijdpredikantsplaats. Het emeritaat in de Hersteld Hervormde Kerk is niet altijd een verplicht afscheid op grond van leeftijd; er is ruimte om door te gaan tot 1 mei na de officiële AOW-datum.

De Verwondering: Eric Cossee - Gaan waar geen weg is...

Specifieke regelingen per kerkverband

De regelingen rondom emeritaat en pensioen kunnen per kerkverband verschillen.

Protestantse Kerk in Nederland (PKN)

De emeritaatsleeftijd is gekoppeld aan de AOW-leeftijd. Vroegtijdig uittreden is mogelijk, maar heeft gevolgen voor de hoogte van de uitkering. Langer doorwerken is eveneens een optie.

Hersteld Hervormde Kerk (HHK)

De emeritaatsregeling is vergelijkbaar met die van de PKN. Vroegtijdig uittreden is alleen mogelijk bij invaliditeit. De kerk kent vrijwel geen predikanten die snakken naar hun emeritaat, maar wel collega's die moeite hebben met het verplichte afscheid op grond van leeftijd.

Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK)

De emeritaatsleeftijd is gekoppeld aan de AOW-leeftijd, maar er is geen sprake van verplicht emeritaat. In de praktijk gaan de meeste predikanten eerder met emeritaat, vaak vanwege mentale druk. Het is mogelijk om zonder medische reden eerder te stoppen, met een korting op de uitkering.

Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKV) en Nederlandse Gereformeerde Kerken (NGK)

Voormalige NGK-kerken zijn aangesloten bij Pensioenfonds PFZW. Predikanten die in de periode 2024-2026 starten, bouwen pensioen op via PFZW. Vanaf 1 januari 2027 zullen ook voormalige GKV-predikanten in de pensioenopbouw bij PFZW worden opgenomen. Tot die tijd bouwen zij emeritaat/pensioen op bij de Vereniging Emeritering (VSE).

De kerkenraad/penningmeester is verantwoordelijk voor het doorgeven van de actuele pensioengegevens aan Steunpunt Kerkenwerk (SKW), dat de registratie en aangifte bij PFZW verzorgt.

Overzicht van de pensioenregelingen voor predikanten in verschillende kerkverbanden

Arbeidsongeschiktheid

De voorziening in het inkomen van de predikant bij arbeidsongeschiktheid is ondergebracht bij ASR Schadeverzekering NV. Voor de voormalig GKV-predikanten valt dit tot 1 januari 2027 onder de dekking van Vereniging VSE.

In geval van langdurige ziekte (langer dan twee jaar) heeft de kerk recht op een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van de VSE, nadat de kerk de predikant heeft verzocht om gezondheidsmeritaat te verlenen.

tags: #periode #na #de #pensionering #van #een