Geschiedenis van de Hervormde Gemeente Waarder

De Hervormde Dorpskerk van Waarder: Een Historische Beschouwing

De Nederlands Hervormde Dorpskerk van Waarder, een prominent monument in het dorp, kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de late Middeleeuwen. De bouw ervan begon omstreeks het jaar 1500, in de periode dat Waarder nog Rooms-Katholiek was. De bouw van kerken in die tijd was een langdurig proces, en precieze jaartallen zijn vaak moeilijk te achterhalen. Echter, op basis van diverse gevelstenen kan worden vastgesteld dat het schip van de kerk rond 1500 werd gebouwd, terwijl het dwarsschip hoogstwaarschijnlijk dateert uit 1540. Een eerste significante opknapbeurt vond plaats in 1774.

Artistieke impressie van de Nederlands Hervormde Dorpskerk van Waarder

In de Rooms-Katholieke periode was het interieur van de kerk één grote, open ruimte. Na de Reformatie onderging de kerk diverse interne veranderingen, waarbij verschillende ruimtes werden gecreëerd. Een bijzonder kenmerk is de scheiding tussen het schip en het koor, gemarkeerd door een prachtig beschilderd koorschot. Dit schot beeldt een opgetrokken gordijndoek uit, met op de voorgrond een bord met de Wet des Heeren. Tevens sieren de muren de historische psalmbordjes, die nog steeds bij kerkdiensten te zien zijn.

Volgens een oude, verweerde steen die tot 1986 in een van de steunberen van de kerk te Waarder bevond, is het huidige kerkgebouw gebouwd in 1540. Desondanks moet de kerk meerdere voorgangers hebben gehad, al is een precieze stichtingsdatum moeilijk te bepalen. Gelet op de ontginningsperiode in Waarder en het feit dat het dorp in de Middeleeuwen deel uitmaakte van de goederen van het kapittel van Sint-Marien, schatten deskundigen de datering van de eerste kerk tussen 1050 en 1125. Toen de eerste bewoners zich rond 1100 in Waarder vestigden na de ontginningen, zal er vrijwel direct een eerste kerk zijn gebouwd.

De voltooiing van het huidige kerkgebouw in 1540 betrof waarschijnlijk een verbouwing van het koorgedeelte en het dwarsschip. In 1514 werd het dorp, en vermoedelijk ook de toenmalige kerk, grotendeels verwoest door een inval van de Geldersen. Of de kerk herbouwd moest worden of dat de beschadigde kerk kon worden opgeknapt en uitgebreid, is onbekend. Het is aannemelijk dat deze (her)bouw jarenlang geduurd heeft en pas in 1540 gereed was.

Enkele overblijfselen uit de Rooms-Katholieke tijd zijn nog herkenbaar. Zo bevindt zich aan de buitenkant van het koor een zogenaamde hagioscoop: een opening in de muur die een blik op het altaar en de relieken in het koor mogelijk maakte. Destijds bestond de kerk uit één grote ruimte, waarbij koor en schip één geheel vormden. Met de Reformatie verdween het altaar en werd de hagioscoop dichtgemetseld. Een scheiding werd aangebracht tussen koor en schip door middel van een koorschot met een opvallende schildering van een opentrokken gordijn met daarachter de wettafels. Aan de zuidkant van de kerk bevindt zich tevens een voormalige kapel, een sacristie waar liturgische gewaden en andere voorwerpen voor de eredienst werden bewaard.

De kerktoren heeft door de eeuwen heen de meeste veranderingen ondergaan. In 1726 kreeg de toren een nieuwe, achtkantige spits. Rond 1774 werd de kerk opgeknapt, waarbij de toren op het dak werd geplaatst en voorzien werd van een nieuwe koepel met galmgaten. Na verloop van tijd werden deze gaten dichtgetimmerd, wat de toren volgens velen het aanzien gaf van een 'peperbus'. Bij de restauratie in 1943 werden de galmgaten weer geopend. Het dak, een houten tongewelf, stamt eveneens uit 1774.

Detail van de hagioscoop aan de buitenkant van het koor van de kerk

Waarder: Ontstaan en Ontwikkeling

Waarder is ontstaan rondom een verhoging in het veenontginningsgebied langs de Oude Wetering en omvat onder andere de polders Oosteinderpolder, Westeinderpolder, Korte Waarder en Kerverland. Op een nog bestaande verhoging werd rond 1500 de huidige Nederlandse Hervormde kerk gebouwd; de westgevel dateert volgens een steen uit 1774. De eerste vermelding van het dorp Waarder dateert uit 1108. In Waarder, een voormalige ambachtsheerlijkheid, heeft tot 1672 een commanderij van de Johannieterorde gestaan, de Hof van Waarder, waarvan niets meer over is.

De gemeente Waarder werd in 1814 deels overgeheveld van de provincie Utrecht naar Zuid-Holland, om in 1818 definitief onder de provincie Zuid-Holland te vallen. Tot 1964 bleef Waarder een zelfstandige gemeente, verdeeld tussen Driebruggen (het grootste deel) en Woerden. Het gemeentewapen bestond uit drie woerden (mannelijke eenden). Van 1964 tot 1989 behoorde Waarder tot de gemeente Driebruggen. Van 1989 tot 2011 maakte het deel uit van de gemeente Reeuwijk.

In de jaren 1970 begon men met een uitbreiding aan de Kosterdijk, gevolgd door een nieuwbouwwijk achter de Molendijk. De laatste uitbreidingen vonden plaats aan Hof van Waarder, parallel aan het middeleeuwse Kerkelaantje, en het Jenneke E. Bijlhof. Van de oude bebouwing in het dorp is weinig overgebleven, met uitzondering van de N.H.-kerk, de oude openbare school (1882) en enkele boerderijen. Buiten het dorp bevinden zich nog veel boerderijen in hun originele staat, zoals aan het Westeinde.

De ambachtsheren hadden aanzienlijke macht in de parochie en konden bij pastoorvacatures familieleden of relaties van een inkomen voorzien. In september 1578 kwamen kerken in bezit van de Protestanten. Uit de handelingen van de provinciale Synode van Zeeland blijkt dat diverse dorpen, waaronder Waarder, voorzien konden worden van een predikant. In 1583 kreeg Waarder haar eerste predikant, maar dit begon ongelukkig: op 10 april 1589 werd de kerk door bliksem getroffen en brandde gedeeltelijk af. De kerk is eigendom van de Hervormde Gemeente Waarde en is een beeldbepalend element voor het dorp.

De Reformatie en de Afscheiding in Waarder

De overgang naar de Reformatie in Waarder wordt aangenomen tussen 1581 en 1594. De oudst bekende predikant van Waarder is ds. Blockhoven (1601-1603), hoewel ds. Abraham Jans (1600) ook genoemd wordt, zonder definitieve zekerheid over zijn ambt in Waarder. De 17e eeuw was een turbulente periode voor Waarder, mede door de strijd tussen remonstranten en contra-remonstranten. Remonstrantse predikanten als ds. Wouter Cornelisz en ds. Samuel Pythius stonden respectievelijk één en zes jaar in Waarder en werden in 1619 afgezet. Ds. Samuel Pythius keerde in 1628 terug als predikant, nu als aanhanger van de contra-remonstrantse richting.

De 17e eeuw kenmerkte zich ook door zware financiële zorgen als gevolg van oorlogsgeweld, met name tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de Franse invasie in 1672. De schade aan het kerkgebouw en de pastorie vormde een financiële last. Aan het einde van deze periode bevond zich een kostbaar gebrandschilderd raam in de kerk, dat naast het wapen van Waarder ook de familiewapens van zes kerkeraadsleden en het wapen van ds. Rolandus (1670-1716) bevatte. Dit raam is om onbekende redenen verdwenen uit Waarder en kwam uiteindelijk terecht in de Haarlemse Bavokerk.

De 18e eeuw bracht meer rust voor de hervormde gemeente van Waarder. Bekende predikanten uit deze periode zijn onder meer ds. Petrus Nahuys (1717-1722) en ds. Isaac Nedèrhouw (1794-1816). Het dagboek van ds. Nederhouw biedt een uniek inzicht in het kerkelijke leven tussen 1794 en 1802. Ook ds. A. van Herwaarden (1843-1846) was een bekende predikant, die in 1855 tragisch om het leven kwam door blikseminslag op de kansel van Opheusden.

De strijd om het karakter van de Nederlandse Hervormde Kerk in de 19e eeuw liet ook in Waarder sporen na. In 1843 ontstond er een gezangenconflict, waarbij de meerderheid van de kerkeraad afwijzend stond tegenover de bundel met Evangelische Gezangen. Dit leidde tot een klacht bij het Classicaal Bestuur, maar de kerkeraad diende een 'Acte van Submissie' in. Het standpunt van de kerkeraad vertoonde gelijkenis met de visie van ds. Bernardus Moorrees.

De Afscheiding van 1834 kreeg in Waarder, gelegen tussen Bodegraven en Woerden, aanvankelijk geen voet aan de grond omdat de prediking in de hervormde gemeente als rechtzinnig werd beschouwd. Echter, de Afgescheiden Gemeente van Bodegraven diende eind oktober 1836 een rekest aan de koning in om vrijheid van godsdienst. Klaas van Wijk uit Bodegraven vermeldde in zijn dagboek gezelschappen die in Waarder huiselijke godsdienstoefeningen hielden en klaagden over het 'diep verval in de Kerke Gods'.

De Doleantie en de Vorming van de Gereformeerde Kerk

Eind 19e eeuw vond ook in Waarder de Doleantie plaats. Aanvankelijk verwierf deze beweging veel aanhang; de meerderheid van de kerkbestuurders besloot in het voorjaar van 1887 met de Doleantie mee te gaan en de banden met de Hervormde Synode te verbreken. De meerderheid van de kerkgangers volgde dit voorbeeld, en de dorpskerk werd in gebruik genomen door de dolerende gemeente. Van het hervormde kerkelijke leven was weinig overgebleven, maar dit herstelde zich binnen een decennium.

In 1889 kregen de hervormden in Waarder de kerk weer terug na een uitspraak van het Amsterdamse Gerechtshof. Er werd een nieuwe kerkeraad gevormd en later keerde ook een hervormde predikant terug, waarna een deel van de kerkgangers terugkeerde.

Ds. A. van Veelo (1844-1924) was van 1881 tot 1884 predikant van de hervormde gemeente van Waarder en stond bekend om zijn orthodoxe prediking. Hij vertrok in 1884 naar Klundert en werd het jaar daarop opgevolgd door de even orthodoxe ds. A. Knoll (1849-1919). Ds. Knoll vertrok echter al na ruim een jaar, op 31 oktober 1886, naar de hervormde gemeente te Elburg. Hierna bleef de kerk van Waarder enkele jaren vacant.

Op 1 december 1889 trad de opvolger van ds. Knoll aan. Zowel ds. Van Veelo als ds. Knoll gingen later met de Doleantie mee. Vanaf het vertrek van ds. Knoll was ds. M.J. Sanders van hervormd Sluiswijk de officiële consulent van de hervormde gemeente van Waarder. Hij was aanwezig op de kerkenraadsvergadering van 26 januari 1887, maar niet op die van 7 maart. De kerkenraad had namelijk besloten ds. W.F.A. Winckel te raadplegen, die vijf dagen eerder, op 2 maart 1887, in Oudewater met de Doleantie was meegegaan en hierin zelfs leiding had gegeven.

De kerkenraad van Waarder volgde de gebeurtenissen in Oudewater op de voet en was voornemens in Doleantie te gaan. De notulen van 7 maart 1887 vermelden niet de aanwezigheid van ds. Sanders, maar van ds. Winckel, "omdat men meende op de leiding van ds. M.J. Sanders niet te hoeven rekenen". De kerkenraad besloot op de vergadering van 7 maart 1887 de 'synodale hiërarchie' af te werpen, de nieuwe kerkorde van 1816, het 'Algemeen Reglement', alle kracht en geldigheid te ontzeggen, en terug te keren naar de Dordtse Kerkorde van 1618-1619. De kerkenraad voelde zich door het 'Algemeen Reglement' niet in staat om naar Gods Woord te handelen.

Naast de Koning en de Burgemeester werd ook het hervormde College van Kerkvoogden en Notabelen te Waarder op de hoogte gesteld van de beslissing. Dit college stemde in met de beslissing van de kerkenraad en nam het besluit over. De gemeenteleden bleven trouw naar het hervormde kerkgebouw komen, waar nu wekelijks een dolerende predikant voorging. De preekstoel werd vergrendeld om te voorkomen dat hervormde ringpredikanten deze konden bestijgen.

Illustratie van de Doleantie in Waarder

Enkele dagen na de Doleantie werden de ouderlingen en diakenen door het Classicaal bestuur van Gouda provisioneel geschorst, en kort daarna werden zij door het Provinciaal kerkbestuur van Zuid-Holland uit hun ambten ontzet en hun lidmaatschap van de Nederlandse Hervormde Kerk ontnomen. Begin juni werden, nadat duidelijk was geworden dat ook de kerkvoogden niet op hun beslissing terugkwamen, ook zij afgezet.

De dolerende kerkenraad ging op zoek naar een predikant. De eerste die werd bezocht was de hervormde, maar dolerensgezinde ds. K. Fernhout (1858-1953) uit het Friese Tzum. Na een gunstig oordeel over zijn prediking besloot de kerkenraad hem te beroepen met een traktement van fl. 1.600, vrij wonen en belastingvrijdom.

In mei 1887 bracht de kerkenraad een beroep uit op VU-candidaat C.W.J. van Lummel (1856-1940). Deze nam het beroep aan en werd op 24 juli 1887 door ds. Winckel in het ambt bevestigd. Hij deed 's middags intrede met als thema Psalm 50 vers 5 en 6.

Een belangrijk besluit van de kerkenraad was de oprichting van de 'Vereeniging De Kerkelijke Kas', die in 1906 in Waarder werd omgezet in de Commissie van Beheer. Deze vereniging was nodig omdat de Dolerende Kerk geen erkenning van de overheid kreeg en dus geen rechtspersoonlijkheid bezat. De 'Vereeniging De Kerkelijke Kas' verkreeg deze wel en kon namens de kerk officiële handelingen verrichten.

Hoewel het kerkelijk leven in 1888 rustig verliep, werd 1889 een jaar van strijd om de kerkelijke goederen. In maart 1889 riep de hervormde classis Gouda de leden van de vroegere hervormde gemeente bijeen om vast te stellen wie lid bleven. Van de circa 320 leden voor de Doleantie, verklaarden er 54 hervormd te willen blijven, hoewel sommigen hun verklaring later introkken.

In mei 1889 deelde ds. Van Lummel mee dat hij een beroep van de kerk van Delft had ontvangen en dit wenste op te volgen. Hij zou in oktober afscheid nemen. Het vertrek van de predikant was niet het enige probleem; op 20 mei 1887 deelde ds. Van Lummel mee dat het Gerechtshof te Amsterdam had geoordeeld over het eigendom van de kerkelijke goederen. De uitspraak was teleurstellend: het kerkgebouw bleef eigendom van de oorspronkelijke Nederlandse Hervormde Kerk.

Toen het hervormde kerkgebouw weer bij de voortgezette hervormde gemeente terug was, werd de dolerende gemeente op 19 juni 1889 gesommeerd de kerkelijke archieven, diaconie-goederen en inkomsten af te staan. De vraag rees hoe lang de dolerenden nog gebruik konden maken van het hervormde kerkgebouw. Op 20 mei 1889 werd daarom besloten een stuk grond aan de Dorpsstraat te kopen voor fl. 1.500 en een advertentie te plaatsen voor de huur van een noodkerk.

Er kwamen echter geen opgaven binnen voor de huur van een noodkerk. Hierop werd een tekening gemaakt om de bouw ervan te calculeren, en werden plannen gemaakt voor de bouw van een kerk met pastorie, waarvoor fl. 20.000 nodig was. Tijdens de vergadering werd door de aanwezigen fl. 10.000 toegezegd.

De rechterlijke uitspraak over de kerkelijke goederen maakte het noodzakelijk dat hervormde predikanten toegang kregen tot het kerkgebouw en de consistorie voor het geven van catechisatie. Op 24 juni 1889 kreeg Hermanus de Hoog uit Driebruggen de opdracht een houten noodkerk te bouwen. Op 30 juni kon in dit kerkje al de eerste kerkdienst worden gehouden. Het gebouw, dat fl. 670 had gekost, was doelmatig ingericht. Voor negentig gulden werden honderd stoelen aangeschaft.

In de herfst van 1889 werd de opdracht voor de bouw van een stenen kerk gegeven aan timmerman Jan Piet Bot, en tevens werd een pastorie gebouwd. De kosten bedroegen fl. 16.750. De bouwvergunning werd verleend na een beroep bij de Koning, nadat Gedeputeerde Staten aanvankelijk weigerden goedkeuring te verlenen.

De nieuwe kerk werd gebouwd aan de Dorpsstraat, recht tegenover de hervormde kerk. In augustus 1890 was de kerk bijna klaar, maar er zijn geen bijzonderheden bekend over de bouw of ingebruikneming, die ergens eind 1890 plaatsvond.

Ds. Van Lummel mocht in de pastorie blijven wonen totdat de voortgezette hervormde gemeente een nieuwe predikant kreeg. Dit was ds. H. Visch, die op 1 december 1889 intrede deed.

In 1891 werd ds. H. Cramer (1831-1917) de tweede predikant van de Dolerende Kerk van Waarder. Hij deed op 19 april dat jaar intrede en bleef in Waarder tot 1900, waarna hij emeriteerde.

Boekpublicaties en Verdere Ontwikkelingen

Er zijn diverse publicaties verschenen die de geschiedenis van het kerkelijke leven in Waarder belichten. Het boek "De Heere is uw Bewaarder" door A.J. Boele, bevat bijdragen over de geschiedenis van het kerkelijke leven in Waarder en is uitgegeven naar aanleiding van de kerkrestauratie. Het boek telt 160 bladzijden, bevat 20 foto's en illustraties en kostte ƒ 17,50.

Een ander werk, "900 jaar Waarder", beschrijft negen eeuwen plaatselijke kerkelijke geschiedenis. Het boek is samengesteld door Monique Aalberts en Arie Boele e.a. en werd uitgegeven ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de PKN Gereformeerde Kerk Waarder (1887-2012).

J. Voskuil schreef "Doleantie + 100. 1887 Waarder 1987", een boek dat de Doleantie in Waarder herdacht. Deze publicaties bieden waardevolle inzichten in de rijke en complexe geschiedenis van de Hervormde Gemeente Waarder.

Boekcover van

Hof van Waarder

tags: #pkn #waarder #hervormd