Vragen over Kosten en Toewijding
Een lid van de Gereformeerde Gemeenten, die dooplid is van een kleine gemeente met ongeveer 120 leden en doopleden, uit zijn zorgen over het predikantschap. De gemeente heeft er jaren geleden voor gekozen geen predikanten meer te beroepen, wat vragen oproept over de waardering voor de levende bediening van het Woord.
De kosten die gepaard gaan met een predikant lijken hoog. Er wordt gesproken over grote, van alle gemakken voorziene pastorieën, soms zelfs villa's, in naburige gemeenten. Daarbij komen de salarissen van predikanten, die als bijzonder hoog worden ervaren, wat hen in staat stelt om in grote auto's te rijden.
Verder wordt aangegeven dat predikanten twaalf vrije zondagen hebben en dat een dienst in een kleine gemeente een aanzienlijk bedrag kan kosten, mogelijk rond de 300 euro per dienst, bovenop het vaste salaris. Ook doordeweekse diensten dragen bij aan de kosten, waardoor het predikantschap voor sommige gemeenten onbetaalbaar wordt. Dit wordt in verband gebracht met vraag en aanbod.
De schrijver uit grote ongerustheid en vergelijkt de situatie met de gebeurtenissen in de tempel waar Jezus de tafelen omkeerde, en vraagt zich af of dit wel beseft wordt. De opmerking dat er in de kerk nogal wat ruzies en zelfs een scheuring zijn tussen kerkenraden en predikanten, en het onverwachte overlijden van enkele predikanten in het afgelopen jaar, worden als verontrustende signalen gezien.
Er rijst de vraag of het wenselijk is om aangesloten te zijn bij een kerkgenootschap dat zo tekortschiet. Tegelijkertijd wordt de vraag gesteld welk kerkgenootschap dan wel minder tekortschiet, en of de kerk door de eeuwen heen niet altijd gebreken heeft gekend, terwijl God haar toch gebruikte om Zijn koninkrijk uit te breiden.

Antwoord van Ds. C.G. op de Zorgen
Ds. C.G. erkent de vragen, maar stelt dat de geschetste situatie van misstanden overdreven is. Hoewel er uitzonderingen kunnen zijn, zijn de kosten voor een predikant binnen het kerkgenootschap niet veel hoger dan normaal. Er wordt gewezen op de noodzaak van een behoorlijk huis voor een groot gezin, en dat sommige predikanten zelfs in een appartement wonen. De auto's waarin predikanten rijden variëren van Mercedes tot een Golfje, wat de bewering dat alle predikanten in dure auto's rijden ontkracht.
Wat betreft de preekvergoedingen wordt aangegeven dat 300 euro per dienst niet correct is. Tweehonderd euro is al aan de hoge kant, en in sommige gemeenten blijft er na aftrek van reiskosten en belasting slechts 45 euro over.

Geestelijke Aspecten en Predikantentekort
Ds. C.G. brengt ook een meer geestelijk aspect naar voren. Ruzies, scheuringen en sterfgevallen kunnen verband houden met een onheilig leven, wat ernstig is en waar iedereen bloot voor ligt. Echter, erger dan de genoemde misstanden, is het grote predikantentekort in de gemeenten. Dit kan niet de bedoeling zijn van de Goede Herder, aangezien veel gemeenten geen herder hebben die namens Hem de dienst waarneemt.
Er wordt verwezen naar de naderende vergadering van het curatorium om studenten toe te laten tot de theologische school ter voorbereiding op het predikantschap. Een laag aantal bekeringen in de gemeente wordt gezien als een zeer ernstig teken, duidend op een probleem met de geestelijke atmosfeer. Dit mag niet worden afgeschreven op de vrijmacht van God, maar vereist verootmoediging en bekering.
Hoewel de vragen begrijpelijk zijn, wordt de hoop uitgesproken dat de antwoorden serieus genomen worden. De volmaakte gemeente of kerk bestaat nergens. Het belangrijkste is dat de prediking gezegend wordt en dat mensen, ook jongeren, tot bekering komen, zodat Gods koninkrijk vol mag worden.