Deze week is het honderd jaar geleden dat de eerste dienst in de gereformeerde Keizersgrachtkerk te Amsterdam werd gehouden. De geschiedenis van deze kerk hangt nauw samen met de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland. De Keizersgrachtkerk is een kerk met een traditie, die vandaag een zeker niet-traditionele gemeente kent.
De Ontstaan van de Keizersgrachtkerk
De Amsterdamse kerkenraad had zich al jarenlang verzet tegen de vrijzinnige - ‘moderne’ - opvattingen binnen de hervormde kerk in het algemeen en binnen de Amsterdamse hervormde gemeente in het bijzonder. Dit leidde uiteindelijk tot een hoog oplopend conflict met de hogere kerkelijke besturen. Om te voorkomen dat men de kerkelijke goederen (zoals de kerkgebouwen en het archief) zou kwijtraken als het tot een breuk met de kerkelijke besturen zou komen, besloot de Amsterdamse kerkenraad tot een regeling waarbij de kerkelijke goederen in dat geval onder het beheer van de kerkenraad zouden blijven. Onder hen was ook (toen ouderling) dr. A. Kuyper. Dr. Kuyper en zijn medestanders maakten zich daarop vrij van wat genoemd werd de ‘synodale hiërarchie’ en institueerden op 16 december 1886 in ’s Lands hoofdstad de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’. Weliswaar was zij niet de eerste Dolerende Kerk in ons land, maar wel de bekendste en belangrijkste.
Om ook elders in het land de vorming van Dolerende Kerken te bevorderen organiseerden de Amsterdamse Dolerenden het ‘Gereformeerd Kerkelijk Congres’, dat van 11 tot en met 14 januari 1887 in de hoofdstad gehouden werd. Ondertussen ging men op zoek naar geschikte locaties voor de bouw van een eigen kerk. Zo vestigde ds. N.A. de Gaay Fortman de aandacht op een stuk grond bij de molen De Gooyer tussen de Funenkade en de Zeeburgerstraat. In die tijd keek de kerkenraad ook uit naar een geschikte bewaarplaats voor de kerkelijke administratie, die zich aanvankelijk bevond in lokaal De Vereeniging in de Warmoesstraat. Toen een deftig herenhuis aan de Keizersgracht - compleet met dubbele stoep - te huur stond besloot de kerkenraad een deel daarvan te huren. Opvallend was de bij het herenhuis behorende grote tuin achter de woning, waarop ook stallen en een koetshuis stonden, gelegen aan de Kerkstraat, achter de Keizersgracht. De kerkenraad gaf daarom aan ‘architect’ J.W. Meijer opdracht tekeningen te maken voor een bedehuis aan de Kerkstraat. Hoe dan ook, de plannen van Meijer werden bij Burgemeester en Wethouders ingediend, met het verzoek toestemming te verlenen voor de kerkbouw. Maar de buren aan de Kerkstraat kregen uiteraard lucht van de voornemens en tekenden bezwaar aan. De kerkenraad liet het er echter niet bij zitten en gaf de Vereeniging ‘De Kerkelijke Kas’ opdracht namens hem bij de gemeenteraad bezwaar aan te tekenen tegen de beslissing van Burgemeester en Wethouders. Als bestuursleden van De Kerkelijke Kas verzochten W. Hovy (1840-1915) en Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman (1837-1924) de gemeenteraad het besluit van B en W te vernietigen en alsnog toestemming voor de bouw te verlenen. Hovy was zelf lid van de gemeenteraad en bovendien een bekend en geharnast lid van de Dolerende Kerk.
Ondertussen was het deftige huurhuis aan de Keizersgracht echter te koop gezet! Na enige aarzeling besloot de kerkenraad het herenhuis te kopen. Na enige aarzeling, want niet ver van het te koop staande herenhuis stond aan de Keizersgracht 489 nog een ander kerkgebouw, behorende tot de Christelijke Gereformeerde Gemeente, oorspronkelijk afkomstig uit de Afscheiding van 1834. Twee gereformeerde kerkgebouwen, dat zou makkelijk tot onduidelijkheid kunnen leiden. Maar veel andere mogelijkheden waren er niet, dus liet men het bezwaar tegen de Keizersgracht varen en werd de deftige woning begin 1888 voor de prijs van ongeveer fl. 60.000 gekocht. De plannen waren duidelijk: het herenhuis aan de Keizersgracht zou worden afgebroken en op die plaats zou de kerk gebouwd worden. Achter het bedehuis was verder voldoende ruimte voor de bouw van een gereformeerde school en - aan de Kerkstraat - voor een gebouw ten behoeve van het kerkelijk bureau. Dr. Kuyper was voorzitter van de inmiddels ingestelde bouwcommissie.

Architectuur en Bouw
Er kwamen twee reacties op de vraag naar een ontwerp: van architect Meijer, die eerder al een schets gemaakt had voor het kerkgebouw aan de Kerkstraat, en van de toen nog niet zo bekende bouwmeester Tjeerd Kuipers, die later vele gereformeerde kerken zou bouwen. Architect G.B. Salm werd ook gevraagd plannen in te sturen. De kerkenraad vond de spoeling echter te dun en vroeg toen ook twee niet-gereformeerde architecten plannen in te sturen: A.L. van Gendt en G.B. Salm (1831-1897). De plannen werden door de kerkenraad ter beoordeling voorgelegd aan een aantal architecten te Den Haag. Ook dr. Kuyper had hierbij een flinke vinger in de pap. Hij wees het ontwerp van Tjeerd Kuipers af omdat deze te jong was en te weinig ervaring had. ‘Bouwkunst’ van Meijer werd eveneens afgekeurd, maar het plan van architect Gerlof Salm, getiteld ‘Soli Deo Gloria’, werd geschikt geacht; hij kreeg de opdracht mits hij geheim zou houden dat zijn zoon Abraham Salm (1857-1915) eraan had meegewerkt. Niet iedereen nam het Kuyper in dank af dat de opdracht niet naar een gereformeerde architect ging. Hij verdedigde deze keus echter door er op te wijzen dat ook Salomo besloten had de tempel te laten bouwen ‘door een heidenschen bouwmeester, die het wél naar den eisch van schoonheid en kunst kon doen‘. De kerkenraad zorgde er echter voor dat als aannemer de gereformeerde G.W. van der Zwaan werd aangesteld. Het mooie grachtenpand werd vervolgens met de grond gelijk gemaakt en de bouw van de kerk kon beginnen.
De architect moest zich als een vis in het water hebben gevoeld, want de kerkenraad gaf hem volledige vrijheid om de bouwstijl naar eigen inzicht gestalte te geven. Hoewel over de bouw van de nieuwe kerk weinig opgetekend is, kunnen aan de voorgevel verscheidene historische bouwstijlen worden onderscheiden, zodat door sommigen gesproken werd van een ‘mengelmoes’ of een ‘rapsodie’ van stijlen. Was een gereformeerd kerkgebouw doorgaans sober van opzet en daarom vaak aangeduid als ‘timmermanskerk’ of ‘preekschuur’, deze nieuwe kerk viel juist op omdat in het ontwerp invloeden tot uiting kwamen van de gotiek (zoals het opvallende sierlijke roosvenster in de voorgevel, de spitsbogen, en de galerijen), en van de speelse Venetiaanse architectuur. Toch voegden het uiterlijk en de omvang van de kerk zich zonder problemen in de huizenrij van de Keizersgracht. Achter het middelste stuk van de voorgevel bevindt zich de kerkzaal terwijl achter de twee bescheiden torens de dubbele galerijen schuilgaan. Vooral die twee aan weerszijden boven elkaar gebouwde galerijen zorgden ervoor dat de eis van 1.700 zitplaatsen verwezenlijkt kon worden. Het orgel werd boven de preekstoel tegen de achterwand geplaatst - recht tegenover de hoofdingang - en bij het ontwerp van de kansel heeft de architect zich gehouden aan Kuypers wens er geen ‘afgesloten, hoge, holle, sombere bloemkelk’ van te maken, ‘waar halverwege een mens uitkomt’. De 1.700 kerkgangers kregen een zitplaats op uit Amerika ingevoerde opklapbare banken, ‘geschikt om eerbiedig neer te zitten’ en om elkaar makkelijk te kunnen passeren. Behalve de kerkzaal werden ook twee brede deuren in de voorgevel geplaatst, die door de traptorens toegang gaven tot het souterrain. De bouwkosten bedroegen nog net geen fl. 125.000. Als we beseffen dat de Amsterdamse Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) in de vier daarop volgende jaren nóg vier kerkgebouwen in gebruik nam, is duidelijk dat de Dolerende gemeenteleden er veel voor over hadden om de tijd van ‘de lokalen’ achter zich te laten. Van deze kerken is nu alleen de Keizersgrachtkerk nog over als dienstdoend kerkgebouw.

De Eerste Dienst en Predikanten
De gemeenteleden was gevraagd een naam voor de nieuwe kerk in te leveren. De kerkenraad zou daarover oordelen en een geschikte benaming uitkiezen. Dat gebeurde in de kerkenraad van september 1888. Verscheidene voorstellen waren binnengekomen, zoals Bochtkerk, Reformatiekerk, Grachtkerk, Twaalfde Kerk, Galerijkerk, Portaalkerk, Leidsche Kerk, Spiegelkerk en Nieuwe Westerkerk. Op 4 november 1888 werd de Keizersgrachtkerk, de eerste Dolerende kerk in Amsterdam, officieel in gebruik genomen. In de eerste van de op die zondag drie kerkdiensten ging om 10 uur ds. H.W. van Loon voor. Ds. P. van Son preekte om twee uur en ds. D.J. Karssen leidde de dienst van zes uur, alle drie oudgedienden. Noch ‘De Heraut’, het landelijke kerkblad van de Dolerende Nederduitsche Gereformeerde Kerken (onder redactie van dr. A. Kuyper), noch diens politieke dagblad (met veel kerknieuws) ‘De Standaard’ rapporteerden over deze eerste dienst.
Wel weten we dat er grote belangstelling was. Al twee uur voordat de eerste kerkdienst begon was het op de Keizersgracht een drukte van belang, zodat een agent van politie toezicht op de menigte hield. Op zijn beurt stelde de kerkenraad prijs op een ordelijk verloop van de kerkdienst; dat was de reden dat de geplande viering van het avondmaal in de eerste dienst werd verplaatst naar gebouw Frascati. Men was bang dat deze viering-aan-tafels-voorin-de-kerk teveel rumoer zou opleveren, vooral omdat de kerk ongetwijfeld geheel bezet zou zijn. Hoe dan ook, een uur voor aanvang van de dienst - direct na het openen van het smeedijzeren hek door koster J.C. van den Akker - was de kerk geheel gevuld. Een kwartier voordat de dienst begon zette het orgel enkele psalmen in, waaronder psalm 66 vers 5. Daarna kon ds. Van Loon met de dienst beginnen. Hij had zijn preek zoals te doen gebruikelijk ingedeeld in drie gedeelten: ‘Een grote verandering, een uitnemend voorrecht en een heerlijke verwachting’.
De kerkenraad kon wat betreft het verloop van de drie diensten op deze eerste zondag tevreden zijn. In de eerste jaren waren het vooral ds. W.H. Gispen (1833-1909) en de al genoemde ds. B. van Schelven die in de Keizersgrachtkerk voorgingen. Ds. Gispen was sinds 1881 predikant bij de Amsterdamse Christelijke Gereformeerde Gemeente, terwijl ds. Van Schelven een van de afgezette Amsterdamse Dolerende predikanten was.
Ook de Amsterdamse Dolerende Kerk had voorlezers in dienst. Hun taak was het om de Schriftgedeelten van die zondag voor te lezen. Een van de leden van dit bezoldigde College van Voorlezers was prof. dr. J. Woltjer (1849-1917) van de Vrije Universiteit; hij had in de begintijd al in lokaal Maison Stroucken dienst gedaan en was voorwaar niet de eerste de beste, want hij had klassieke talen gestudeerd en behaalde in 1876 zijn doctoraal. Toen met Pinksteren eens een jonge predikant in de Keizersgrachtkerk zou preken overlegde hij in de kerkenraadskamer nog even met de voorlezer van dienst - zonder te weten dat het prof. Woltjer was. De predikant, die vermoedelijk niet aan de VU had gestudeerd, maar in Kampen, drukte Woltjer op het hart het te lezen Schriftgedeelte vóór de dienst nog eens extra goed door te lezen, omdat in dat Bijbelgedeelte zoveel moeilijke namen voorkwamen. De voorlezer beloofde dit te zullen doen.

Belangrijke Gebeurtenissen en Veranderingen
De Keizersgrachtkerk wordt wel de wieg van de Gereformeerde Kerken in Nederland genoemd. Deze kerken werden 'geboren' op 17 juni 1892 tijdens een eendaagse synode die gehouden werd in de Keizersgrachtkerk. Op de circa 5200 zondagen die de Keizersgrachtkerk tot nu toe heeft gekend hebben heel wat predikanten de kansel beklommen. In de beginperiode deden er nog voorlezers dienst. Predikanten en voorlezers hebben het lange tijd zonder geluidsversterking moeten doen en een krachtige stem was dan ook onmisbaar. In de beginperiode van de kerk komen we namen van ds. W. H. Gispen en B. van Schelven tegen. Ds. J. Overduin, bekend van zijn verblijf in Dachau, diende deze gemeente en dr. H. M. Kuitert en dr. H. Bij de Amsterdammers was de Keizersgrachtkerk geliefd om er het huwelijk kerkelijk te laten bevestigen.
Het huwelijk van de auteur van het boekje, hij was van geboorte geen Amsterdammer, werd er ook bevestigd. Het was toen geen gewoonte om aan het bruidspaar een Bijbel cadeau te geven. Ook in het trouwboekje werd geen melding gemaakt van het feit dat het huwelijk kerkelijk bevestigd was. Men ging toen van het standpunt uit dat wie in een gereformeerde kerk wilde trouwen zeker in het bezit moest zijn van een Bijbel. Jaren later besloot de kerkeraad wel een trouwbijbel te geven.
De Keizersgrachtkerk werd in 1958 gerestaureerd. Het gebouw werd bij die gelegenheid ook uitgebreid met een administratief centrum. De statige hoofdingang verloor zijn deftigheid. Het karakteristieke hek werd vervangen door een glazen deur, waar architect Salm en zeker dr. Kuyper van gegruwd zouden hebben. Ook het interieur onderging een verandering: het hoge plafond werd hemelsblauw, wanden en pilaren kregen een lichtere kleur.
Op 15 mei 1966 werden er in de Keizersgrachtkerk vier predikanten tegelijk bevestigd die allen een beroep naar Amsterdam hadden aangenomen. Het waren: ds. J. H. Alderse Baas, ds. E. Pijlman, ds. J. Dijk en dr. D. van Swighem. Ds. Pijlman werd predikant van de Keizersgrachtkerk. In de periode dat hij de gemeente diende werden er heel wat veranderingen doorgevoerd. Op zijn voorstel besloot de kerkeraad dat de gemeente in de bank zou blijven zitten bij de bediening van het Heilig Avondmaal. Hij was ook voorstander van een veelvuldiger bediening van het sacrament. Een ochtenddienst zonder Avondmaal was zijns inziens incompleet.
Ds. Pijlman kreeg ook te maken met kerkverlaters. Hij gaat hierover nadenken met een aantal studenten in de theologie en stelt een plan op om te komen tot een nieuwe opzet van de diensten. In september 1973 wordt de eerste kerkdienst nieuwe stijl gehouden. De predikant is dan geen solist meer. Een ouderling, diaken of ander gemeentelid opent de dienst, waarvan de voorbereidingen al een week eerder zijn begonnen.
In 1981 deed ds. A. C. Grandia intrede in de Keizersgrachtkerk. De 'open wijkgemeente' veranderde van structuur. Een nieuwe opbouw ging meer recht doen aan onder andere de verscheidenheid van het werk. In de loop der jaren is gebleken dat een groot aantal bezoekers van buiten de wijk belangstelling heeft voor de diensten en het andere kerkewerk rond de Keizersgrachtkerk.
De gemeente houdt bij haar vaart niet altijd het kompas van de kerkorde van de Gereformeerde Kerken in de gaten. Wie nu een dienst in de Keizersgrachtkerk bijwoont, vindt vluchtelingen in het midden van de gemeente. Men spreekt zelfs van een multiculturele gemeente. Vluchtelingen zijn gemeenteleden geworden, de oorspronkelijke gemeente is daaraan gewend geraakt en kijken er niet meer van op als teksten in het Spaans of in het Tigrai uitgesproken worden. De eerste koster, de heer Van den Akker, zal wel nooit gedroomd hebben dat honderd jaar na zijn benoeming de kerk een vreemdeling in haar poort zou hebben die voortzette wat hij was begonnen. De Chileen Omar Aguilera, die veertig jaar oud is, fungeert nu als koster en conciërge van het kerkgebouw.
In de jaren 1960 en 1970 vond er een grote omwenteling plaats, waarmee de gemeente haar orthodox-gereformeerde karakter verloor. De Keizersgrachtkerkgemeente noemt zichzelf tegenwoordig een open oecumenische gemeenschap. Sinds tien jaar is de Keizersgrachtkerk ook de locatie voor de zogeheten Pride Kerkdienst (ook Roze Dienst genoemd). Deze dienst vindt plaats op de zondag na de botenparade van Pride Amsterdam, in het eerste weekend van augustus. De Keizersgrachtkerkgemeente wil op een eigentijdse manier kerk zijn. De gemeente telt leden van alle leeftijden en verschillende geloofsopvattingen, van binnen en buiten Amsterdam. Kenmerkend is de wekelijkse open viering van brood en beker, symbool van betrokkenheid met elkaar en met de wereld.
Verschillende werkgroepen maken het gemeente-zijn en de maatschappelijke betrokkenheid concreet. Bij dat laatste vervult de diaconie een actieve rol, met praktische hulp voor mensen van binnen en buiten de gemeente. Er is ook een actieve klimaatgroep. Als 'gewone' wijkgemeente van de Gereformeerde Kerk van Amsterdam, nam de Keizersgrachtkerk in 1972 een rigoureuze afslag: een andere liturgie en veel meer betrokkenheid van gemeenteleden bij het maken van de diensten. Dat 'experiment' duurt voort tot de dag van vandaag, al heeft dat zich in de loop van tijd uiteraard ontwikkeld.
Herdenking en Monument
De Keizersgrachtkerk is een van oorsprong Gereformeerde Kerk uit 1888 aan de Amsterdamse Keizersgracht. De opdracht voor de bouw van de Keizersgrachtkerk (ook Dolerende Kerk geheten) werd gegeven door de dolerende Nederduitsche Gereformeerde Gemeente onder leiding van Abraham Kuyper, in die tijd hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deze gemeente was ontstaan na een scheuring in de Nederlandse Hervormde Kerk in 1886, de zogenaamde Doleantie.
Het monument aan de Keizersgracht te Amsterdam is opgericht ter nagedachtenis aan dominee Taeke Ferwerda en koster Siebren van der Baan die in de nacht van 12 september 1944 door de bezetter zijn doodgeschoten. Koster Siebren van der Baan was tijdens de bezettingsjaren actief in het verzet. Op vrijdag 8 september 1944 werd hij gearresteerd vanwege het feit dat de Sicherheitsdienst wapens en distributiebescheiden in het kerkgebouw aan de Kerkstraat had aangetroffen. Van der Baan werd overgebracht naar het Huis van Bewaring. Dominee Knoppers: 'Wat hij doorstaan zal hebben aan martelingen bij de verhoren. Maar geen naam, geen enkele naam heeft hij genoemd'. Na de arrestatie van de koster ging de SD op zoek naar de oudste predikant van de kerk, ds. B.A. Knoppers. Toen deze niet thuis bleek te zijn werd dominee Ferwerda van zijn bed gelicht. In de nacht van 12 op 13 september 1944 werden koster Siebren van der Baan en dominee Taeke Ferwerda om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen voor het gebouw van de Gereformeerde Kweekschool in de Kerkstraat gefusileerd.
Kort na de bevrijding gaf de gereformeerde kerk een herdenkingsboekje uit. Dominee Knoppers schrijft hierin: 'Kan ik, kunt gij het verklaren dat niet ik in die zware nacht naast ds. Ferwerda en broeder Van der Baan daar in bloed lag, hoewel die zes spottende onverlaten van de Sicherheitsdienst zich het eerst aan mijn woning vervoegden omstreeks half elf. Na het bezoek van werkers der duisternis aan mijn woning, het binnendringen met geweld van de bovenwoning Vondelstraat 166, het voorgeven der leugenaars dat men kwam om de sleutels van de Keizersgrachtkerk, het met-niets-ontziend-medenemen van onze broeder en het vervoeren naar het gebouw in de Kerkstraat waar de wapens gevonden zijn. En daar de schoten die hem deden neervallen'.
Het monument is onthuld in op zaterdag 13 oktober 1945. Het monument aan de Keizersgracht te Amsterdam is een bronzen plaquette. De tekst op de gedenksteen luidt: 'IN DEN NACHT VAN TWAALF SEPTEMBER NEGENTIENHONDERD VIER EN VEERTIG WERD HET ONSCHULDIG BLOED VERGOTEN VAN TAEKE FERWERDA SINDS NEGENTIENHONDERD DERTIEN DIENAAR DES WOORDS DER GEREFORMEERDE KERK TE AMSTERDAM EN STIERF SIEBREN VAN DER BAAN KOSTER VAN DIT KERKGEBOUW DEN HELDENDOOD. IN DIT ALLES ZIJN WIJ MEER DAN OVERWINNAARS'. De plaquette is bevestigd op de muur van de Gereformeerde Kerk, gevestigd aan de Keizersgracht 566 te Amsterdam.
In de nacht van 12 op 13 september 1944 werden de koster, Sieberen van der Baan (1894), en een van de twee predikanten, Taeke Ferwerda (1876), door Duitse bezetters in de Kerkstraat doodgeschoten, vijf dagen na de vondst van wapens in een bijgebouw van de kerk.

Hedendaags Gebruik en Activiteiten
De Keizersgrachtkerk is een Rijksmonument. Dit kerkgenootschap was ontstaan ten gevolge van een kerkscheuring, de Doleantie, die in 1886 onder leiding van dominee Abraham Kuyper plaats vond. In 1892 verenigde het kerkgenootschap zich met andere afscheidingsbewegingen in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Van de vijf kerken is de Keizersgrachtkerk de enige die nog in gebruik is. De architectuur vertoont een bijzondere variant van de neogotiek, met Venetiaanse inslag. In 1958 onderging de kerk een moderniserende restauratie.
Hier kun je zien wat er gebeurt in de Keizersgrachtkerk. Een prachtig gebouw in Amsterdam Centrum waar veel mooie concerten en andere evenementen plaatsvinden, maar primair de plek waar een protestants-christelijke gemeente huist met een open karakter. Lees het laatste nieuws, scroll door de agenda en zie wat er op het programma staat. Maak kennis met enkele van onze activiteiten.
“Assembling the Gaze” is een familieproject van drie kunstenaars - Elizaveta, Madina en Sabina Mezhidova - wier praktijken elkaar ontmoeten in de gedeelde ruimte tussen fragment en geheel. In de Tuinzaal hangen van maart t/m mei werken van deze kunstenaarsfamilie. Elizaveta werkt met glasmozaïek. Kom hierover praten met ds Bram Grandia, die vanuit zijn christelijk gemotiveerde radicale keuze voor pacifisme en geweldloosheid uiterst kritisch is op de nieuwe wereldorde zoals die zich aan het ontwikkelen is, en met ds Gert van der Ende, die als hoofdkrijgsmachtpredikant b.d. de spanning verkent tussen de realiteit van oorlog en het Evangelie dat vrede verkondigt - van de ‘rechtvaardige oorlog’ van Augustinus tot aan onze mentale weerbaarheid.
Elke maand komen in ons kerkgebouw mensen samen die leven met het gemis van een (klein)kind. Deze samenkomsten worden georganiseerd door de Vereniging Ouders Overleden Kind (OOK). Als Keizersgrachtkerk willen we een open huis zijn voor wie zoekt naar ontmoeting en naar ruimte om te delen wat vaak zo moeilijk te delen is.
In de grensgevangenis bij Schiphol zitten onschuldige migranten maandenlang opgesloten nadat zij asiel hebben aangevraagd. Daarom organiseren het Jeannette Noëlhuis en de Dorothy Gemeenschap (opnieuw) wakes bij de grensgevangenis. Er is weer een wake op Aswoensdag, 18 februari 2026. Een kerkelijk gesprek over hoe je kerk bent in tijden van oorlog. Samen eten verbindt.
tags: #predikanten #keizersgrachtkerk #dominees