De Zondag van Jesaja 45:8 en de Verwachting van de Messias
De naam van deze zondag is ontleend aan Jesaja 45:8: 'Dauwt, hemelen, van boven'. Dit is een bede om de komst van de Messias, met de hoop dat Zijn gerechtigheid de wereld zal doordringen, al was het maar druppelsgewijs. Nu het Kerstfeest nadert, rijst de vraag wie wij werkelijk welkom heten in onze wereld. Het is ook essentieel om stil te staan bij de wereld waarin we leven: maken wij, naast alle politieke overwegingen en economische belangen, nog wel ruimte voor de boodschap van Kerstmis? Deze vragen komen aan bod in de traditionele lezingen voor deze zondag.
Men begint deze zondag vaak met Psalm 19 of 24, die klinken als een aankondiging van het komende feest. In de naam Immanuël klinkt de belijdenis uit Psalm 46 en 48 door. Van de Adventsliederen zijn vooral de Gezangen 120, 124 en 127 zeer geschikt.
De Vertaling van 'Almah' in Jesaja 7:14
Bij de beoordeling van nieuwe bijbelvertalingen wordt vaak gekeken naar specifieke sleutelteksten, waarop vervolgens een snel oordeel kan worden gebaseerd. Eén van die teksten is Jesaja 7:14. Hierbij rijst de vraag hoe het Hebreeuwse woord 'almah' is vertaald.
Is de vertaling in overeenstemming met de traditionele christologische uitleg, ondersteund door de Vulgaat (virgo) en de Septuaginta (parthenos), die een direct verband met de maagdelijke geboorte mogelijk maakt? Zo niet, dan wordt de vertaling door velen als vrijzinnig beschouwd.
In de jaren vijftig van de vorige eeuw woedde er in de Verenigde Staten een hevige strijd rondom de herziening van de 'Standard Version'. In de 'Revised Standard Version' werd het genoemde woord vertaald met 'jonge vrouw' (young woman). Het verzet vanuit orthodoxe kringen was zo hevig dat er publiekelijk exemplaren van de nieuwe vertaling werden verbrand.
De NBG-vertaling van 1951 speelde in zekere zin ook met vuur door de vertaling met 'jonkvrouw'. Hoewel minder expliciet dan 'de maagd' uit de Statenvertaling, is het woord 'jonkvrouw' in het Nederlands nog steeds geassocieerd met maagdelijkheid. In de Willibrordvertaling van de KBS, net als in de Groot Nieuws Bijbel, is dit losgelaten. In de KBS lezen we: 'Zie, de jonge vrouw is zwanger en zal een zoon ter wereld brengen'.
Tegenwoordig is men het er over het algemeen over eens dat het Hebreeuwse woord 'almah' duidt op de jeugd van de vrouw en niet op haar maagdelijkheid. Hoe moet dit vers dan worden vertaald in Matteüs 1:23, waar dit vers uit Jesaja 7 wordt aangehaald? Het zou getuigen van misplaatste rechtlijnigheid om dit hetzelfde te vertalen als in Jesaja 7. De context bij Matteüs wijst er namelijk op dat de schrijver hier aan maagdelijkheid dacht. Daarom is het terecht dat hier in vrijwel alle vertalingen 'maagd' staat.
Het verschil in vertaling tussen Jesaja en Matteüs hoeft geen probleem te zijn. Bij alle aandacht voor dat ene woord zou men bijna vergeten dat het in Jesaja 7 gaat om de betekenis van een ander woord, namelijk de naam van het kind dat deze vrouw zal baren: Immanuël.

Immanuël: Een Naam van Hoop in Tijden van Spanning
De naam Immanuël is een teken van hoop in tijden van angstige spanning. Juda wordt bedreigd door zijn buurvolken Israël en Aram. Met geweld proberen zij Juda te betrekken in hun coalitie tegen Assyrië. De koning van Juda, Achaz, voelt zich tussen twee vuren: kiest hij voor Israël en Aram, dan roept hij de woede van het machtige Assyrië over zich af; kiest hij tegen de buurvolken, dan dreigen zij hem van de troon te stoten.
De profeet Jesaja wijst hem op een derde weg: vertrouw op God en je zult standhouden (Jesaja 7:9). De naam van Jesaja's zoon (Jesaja 7:3) is wat dit betreft hoopvol en veelzeggend: Sear-Jasub. Dat betekent: 'een rest zal terugkeren'; dat wil zeggen: uiteindelijk zal het volk niet ondergaan.
Achaz wenst echter geloof en politiek gescheiden te houden en wil daarom geen teken van Gods nabijheid. Het teken dat hij vervolgens toch krijgt, is op zich niet opzienbarend. De profeet wijst naar een zwangere vrouw, mogelijk zijn eigen vrouw of de vrouw van de koning. Zij is zwanger. De gebruikte vormen van het werkwoord wijzen niet op een toekomstig gebeuren. Het gaat hier om de naam die het kind zal krijgen. Die naam is ontleend aan het vertrouwen dat sinds koning David met de stad Jeruzalem verbonden was en dat wordt bezongen in de Sionspsalmen: 'God is met ons'.
Aan de jongen zal te zien zijn dat dit geen loze belofte is. Hij zal het meemaken, nog voor hij volwassen is, dat de buurvolken met al hun dreiging ondergaan. Toch is er ook een dreiging die niet afgewend zal worden: de koning en zijn volk zullen ten prooi vallen aan Assyrië.
Immanuël in Jesaja 7 en de Geboorte van Jezus
Het is duidelijk dat het teken van Immanuël in Jesaja 7 niet zonder meer verwijst naar de geboorte van Jezus Christus zoals beschreven in de evangeliën. Toch is er wel een verband met de profetische kritiek op de koning. Jesaja verwijt Achaz dat hij geen goddelijke inmenging in zijn politiek toelaat. Hij wil zelf de dienst uitmaken, waarmee hij zich in de lijn stelt van de Oudoosterse en later ook Romeinse koningen, die absolute macht hadden en zichzelf vaak een goddelijke status toedichtten.
In het evangelie van Kerst wordt dit heilzaam omgekeerd. De verhouding tussen geloof en politiek is vaak moeizaam. Machthebbers verfoeien inmenging met hun zaken vanuit een hoek waarop zij geen invloed hebben. En de geschiedenis leert dat wanneer dienaren van het geloof aan de macht komen, dit kan leiden tot ernstige misstanden. De vrees voor politiek op de kansel is om vele redenen begrijpelijk, maar daarmee nog niet altijd gerechtvaardigd.
Het is in ieder geval onmiskenbaar dat het evangelie van Kerst niet losstaat van de politiek van die dagen. Het duidelijkst is dat in het evangelie van Lucas, waar in hoofdstuk 2 het verhaal van de geboorte van Jezus begint met een vermelding van de groten dezer aarde, om vervolgens in te zoomen op een op het eerste gezicht onbeduidende gebeurtenis in Bethlehem. Aan het slot van de boeken van Lucas, die eindigen in Rome, is duidelijk geworden dat wat zo klein begon, wereldwijde consequenties heeft. Daarmee ligt de relatie tussen geloof en politiek weer op tafel.
Jesaja brengt dat treffend onder woorden: 'Als u niet standvastig gelooft, dan houdt u geen stand!' (Jesaja 7:9).

Interpretatieverschillen en de Dubbele Betekenis van Profetie
Sommige kerkgangers zullen moeite hebben met het feit dat het vertrouwde schema van belofte en vervulling bij de teksten voor deze zondag niet opgaat. Dit kan worden opgevat als een gebrek aan eerbied voor de bijbelteksten, wat een misverstand is. Men doet het verhaal van het teken van Immanuël in Jesaja 7 alleen recht als men zich inleeft in de spannende situatie van dat moment.
Dat is misschien nog wel moeilijker. In ieder geval is het zinvoller dan geloofsenergie te steken in de gedachte dat de profeet hier over de hoofden van zijn hoorders heen sprak over zaken die buiten hun gezichtsveld lagen. Want nu komt men ook zelf voor de vraag te staan of de zo gemakkelijk beaamde geloofsbelijdenis, die tot voor enkele jaren zelfs onze munten sierde, ook van invloed is op ons doen en laten. Dat is een goede voorbereiding op het komende Kerstfeest.
De keuze voor Jesaja 7 lijkt daarmee in tegenspraak met de gangbare Kerstverhalen. Toch gaat het om een spannende combinatie van traditie en vernieuwing. Wie hoort lezen uit Jesaja 7 zal met Kerst vast denken: 'Daar kom ik toch niet voor!?' Totdat we bij vers 14 zijn aangekomen. De lijst van vreemde (en dus vervreemdende) namen en situaties wordt ineens doorbroken door een overbekende tekst: over de geboorte van Immanuël, God-met-ons.
Die tekst kennen we vooral omdat deze in Matteüs geciteerd wordt. Maar zoals zo dikwijls gebeurt, wordt een citaat op een geheel eigen wijze gebruikt. In dit geval is door de evangelist de Septuaginta gevolgd, die anders klinkt dan het Hebreeuws. Eén van de gevolgen van het citeren door Matteüs is intussen dat bijna niemand zou weten waar de tekst oorspronkelijk staat. En het feit dat we enigszins verstoord opkijken als Jesaja 7 met Kerst gelezen wordt, wijst erop dat wij (in het spoor van Matteüs) deze tekst uit zijn context hebben gehaald, zodat deze een eigen leven ging leiden. En dan met name als een van de vindplaatsen van de aankondiging van de geboorte van de Messias, al vele eeuwen voor de jaartelling.
Dat kan natuurlijk niet waar zijn. De profeten uit het Eerste Testament waren geen voorspellers van gebeurtenissen die pas veel later zouden plaatsgrijpen, zeker niet met kennis van plaats en tijd. Wel mochten zij in situaties van overmoedige onverschilligheid woorden van waarschuwing laten klinken; en hun onheilsprediking kwam vervolgens ook uit, of juist niet - en dat was precies hun bedoeling: dat Gods volk zich tijdig zou omkeren. Maar hun bewaard gebleven woorden bleken ook in nieuwe situaties weer dezelfde kracht uit te kunnen oefenen. Dat geldt zeker ook voor hun woorden van belofte en troost. Voorbij oordeel en straf, misère en ballingschap, zullen nieuwe tijden aanbreken van opbouw, terugkeer en wederopbouw. En ook die troostwoorden bleven meereizen in de schat van de traditie, bronnen om uit te putten, steeds weer.
Argument 1: De profetie gaat niet over Jezus, maar over Hizkia
Tjarko schetst kort de achtergrond van de profetie in Jesaja 7:14 en stelt dat deze profetie door Jesaja wordt uitgesproken tegen koning Achaz. De profetie zou volgens hem dan ook betrekking hebben op de geboorte van de zoon van Achaz (Hizkia) en niet op de geboorte van Jezus: "de rest van Jesaja 7 laat zien dat het niets te maken heeft met een Messias die honderden jaren later zou opstaan, maar met een persoon in Jesaja’s tijd."
Het probleem met dit argument is dat het een klassieke drogreden is. Hoewel het waar is dat de profetie van Jesaja directe betrekking had op de geboorte van Hizkia, betekent dat op geen enkele manier dat de profetie niet óók over de geboorte van Jezus zou kunnen gaan. Tjarko doet alsof dat twee tegenstrijdige opties zijn, terwijl ze in werkelijkheid allebei tegelijkertijd waar kunnen zijn en elkaar zelfs verrijken!
Bovendien zijn er zelfs twee goede redenen om te geloven dat de profetie van Jesaja wel degelijk over de geboorte van Jezus gaat. Ten eerste lezen we in de tekst van Jesaja een duidelijke indicatie dat zijn profetie over meer gaat dan alleen de geboorte van Hizkia. In vers 13 lezen we de aankondiging van deze profetie: "Luister toch, huis van David…" Deze profetie is niet alleen direct gericht tegen koning Achaz, maar óók tegen het hele huis van David! Jesaja suggereert zo zelf dat deze profetie breder geïnterpreteerd moet worden dan volgens Tjarko mogelijk is. Ten tweede is een van de basisprincipes van oudtestamentische profetieën dat die juist heel vaak een dubbele betekenis hebben.
Het is dus overduidelijk dat de profetie uit Jesaja 7:14 niet alleen over Hizkia, maar ook over Jezus gaat. Het feit dat deze profetie van Jesaja niet één, maar zelfs twee keer is vervuld, is eerder een bewijs dat de Bijbel dus dubbel betrouwbaar is! Eerst geeft God het volk Israël door Hizkia fysieke bevrijding van een fysieke vijand en daarna geeft God alle volken door Jezus geestelijke bevrijding van de zonde en de dood en daarmee een nog diepere vervulling van deze profetie.
Argument 2: In het Hebreeuws staat het woord 'maagd' er niet
Tjarko voert nog een tweede argument aan waarom Matteüs volgens hem een fout maakt door de profetie van Jesaja 7:14 te betrekken op de geboorte van Jezus. Hij zegt: "de tekst in Jesaja spreekt helemaal niet over een maagd, maar over een jonge vrouw (Hebreeuws: 'almah'). In de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, is dit woord echter verkeerd vertaald als 'parthenos', wat wél maagd betekent."
Kort samengevat hebben de Griekse vertalers van het Hebreeuwse Oude Testament volgens Tjarko een fout gemaakt. Hij geeft echter geen enkele onderbouwing voor zijn claim dat het Hebreeuwse 'almah' hier alleen maar 'jonge vrouw' betekent. Dit is echter niet waar. Er zijn namelijk vier overduidelijke redenen waarom het Hebreeuwse 'almah' hier in Jesaja 7:14 wel degelijk het best vertaald kan worden met 'maagd':
- Het woord 'almah' in het Oude Testament betreft altijd een 'ongetrouwde vrouw'. En ongetrouwde vrouwen werden geacht maagd te zijn. Dus het gebruik van 'almah' impliceert sowieso dat de betreffende vrouw maagd was. Daarmee is op zich al een vertaling van 'maagd' hier in Jesaja 7:14 te rechtvaardigen.
- Het woord 'almah' kan volgens de Hebreeuwse woordenboeken ook gewoon 'maagd' betekenen.
- Er is geen ander woord in het Hebreeuws dat ontegenzeggelijk 'maagd' betekent. Het enige alternatieve Hebreeuwse woord dat Jesaja had kunnen gebruiken voor 'maagd' is betulah. Maar ook dat woord betekent niet altijd 'maagd', zoals we zien in Joël 1:8. Jesaja had dus geen alternatief voor handen waar geen onduidelijkheid over gecreëerd zou kunnen worden.
- We moeten oog hebben voor de context. Jesaja spreekt deze profetie uit in de context van het koninklijk hof, gericht aan de koning. En we weten uit Hooglied 6:8 dat er aan het hof onderscheid werd gemaakt tussen drie soorten vrouwen van de koning: koninginnen, bijvrouwen en meisjes ('alamot'). In dit kader zijn de 'alamot' (meervoudsvorm) jonge vrouwen in de harem van de koning die nog geen seksuele omgang met de koning hebben gehad. Met andere woorden: maagden.
Juist met deze wetenschap en met het oog op de context van Jesaja 7:14 is de beste vertaling van 'almah' in deze tekst gewoon 'maagd'. Dat betekent dat ook dit tweede argument van Tjarko incorrect is. Het zijn dus niet de Griekse vertalers van de Septuaginta die een fout hebben gemaakt, maar het is Tjarko die hier overduidelijk de plank misslaat.
Wie was Jesaja?
Conclusie: Immanuël als Dubbele Vervulling
Beide argumenten van Tjarko, waardoor hij tot het geloof is gekomen dat Jesaja 7:14 niet over Jezus gaat of kan gaan, zijn dus overduidelijk onjuist.
De profetie van Jesaja 7:14, hoewel in eerste instantie gericht op de directe politieke situatie van koning Achaz en de geboorte van Hizkia, heeft een diepere, messiaanse betekenis die uitreikt naar de geboorte van Jezus Christus. De naam Immanuël, 'God is met ons', wordt zo een centraal thema dat de hoop op goddelijke redding en aanwezigheid, zowel in de geschiedenis van Israël als in de komst van de Messias, belichaamt.
De uitleg van het woord 'almah', de context van de profetie en de dubbele betekenis van oudtestamentische profetieën ondersteunen de traditionele christelijke interpretatie dat Jesaja 7:14 inderdaad verwijst naar de maagdelijke geboorte van Jezus.
tags: #preek #jesaja #7 #14 #theologienet