Protestants Evangelisch Onderwijs in Nederland: Geschiedenis, Ontwikkeling en Uitdagingen

De erkenning van evangelisch voortgezet onderwijs als een zelfstandige richting binnen het bijzonder onderwijs in Nederland markeert een belangrijke doorbraak na acht jaar van discussie. Dit opent de weg voor de oprichting van evangelische middelbare scholen, die tegemoetkomen aan de behoefte van ouders die op zoek zijn naar onderwijs op een specifieke evangelische grondslag.

De Oprichting van Evangelische Middelbare Scholen

De stichting In de Ruimte in Soest is de initiatiefnemer van de eerste evangelische middelbare school. Deze school, gepland in Utrecht, verwacht te starten met 1500 leerlingen en op termijn uit te groeien tot meer dan 3000 leerlingen voor mavo, havo en vwo. De staatssecretaris van onderwijs had eerder toestemming geweigerd, maar de Raad van State heeft geoordeeld dat evangelisch voortgezet onderwijs duidelijk verschilt van andere protestants-christelijke stromingen. De evangelische beweging wordt erkend als een aparte geestelijke stroming met het recht op eigen scholen.

De school mikt op een start per 1 augustus 1999, waarbij het vinden van een geschikt gebouw de grootste uitdaging vormt. Ondanks deze logistieke horde, is de school onderwijskundig klaar voor de start. Er is geïnvesteerd in een eigen leerstofprogramma dat voldoet aan de wettelijk verplichte kerndoelen.

Personeel en Leerlingenbestand

De beschikbaarheid van leraren is geen zorgpunt. Dertig docenten werken al actief mee aan de voorbereidingen en worden intensief getraind. Daarnaast is er een potentieel van honderd andere leraren die hebben aangegeven te zullen solliciteren. Een rector is reeds aangesteld.

De school staat open voor leerlingen buiten evangelische kringen, mits zij instemmen met de grondslag van bijbelgetrouw onderwijs. Dit om te voorkomen dat de school op termijn afwijkt van de oorspronkelijke bedoelingen van de oprichters.

Illustratie van een schoolgebouw met vrolijke leerlingen

De Erkenning van Evangelisch Onderwijs

Jurist mr. W. J. E. Hendriks, nauw betrokken bij de oprichting van evangelische scholen, beschouwt de uitspraak van de Raad van State als een doorbraak die de inzet van evangelische ouders beloont. Kinderen kunnen nu naar een school die aansluit bij hun geestelijke klimaat.

Ir. L. A. Jansen, schoolleider van het reformatorische Van Lodensteincollege, verwacht geen significante leerlingendaling. Hij benadrukt dat zijn school volledige instemming met de gereformeerde belijdenisgeschriften vereist, wat evangelische ouders doorgaans niet bieden. Wel erkent hij dat de nieuwe school aantrekkingskracht kan hebben op bepaalde ouders uit reformatorische kerken, afhankelijk van het aannamebeleid.

Eerdere Ontwikkelingen en Toekomstperspectieven

Eerder gaf de Raad van State al groen licht voor de oprichting van evangelische basisscholen. Hoewel een dergelijke school in Amsterdam al bijna tien jaar bestaat dankzij gemeentelijke medewerking, moesten ouders in Arnhem via de rechter toestemming afdwingen. Er wordt verwacht dat deze school op 1 augustus de deuren kan openen, met een gezochte locatie en een benoemde directeur.

Het ministerie van onderwijs wees de oprichting van een evangelische basisschool in Eindhoven af, omdat het bestuur de school aanvankelijk onder de noemer van een protestants-christelijke school had aangevraagd. Het ministerie oordeelde dat er te weinig belangstelling was voor een reguliere protestants-christelijke school. Jurist Hendriks verwacht echter dat een evangelische school in Eindhoven een kwestie van tijd is, gezien de eerdere erkenning van evangelisch basisonderwijs.

Animatie passend onderwijs in 3 minuten

De Essentie van Evangelisch Onderwijs

Onder evangelisch onderwijs wordt verstaan: gewoon onderwijs op evangelische grondslag. De behoefte hieraan ontstond doordat bestaande protestants-christelijke scholen steeds minder aandacht besteedden aan bijbelgetrouw onderwijs en opvoeding. Sinds de erkenning in 1997 worden evangelische scholen in Nederland door de rijksoverheid bekostigd.

Het initiatief voor Evangelisch Voortgezet Onderwijs werd genomen door Herman ter Welle, de stichter van In de Ruimte. Voorbereidend werk werd verricht door Herman ter Welle en Professor E. Vanbeckevoort van 1985 tot 1998. Hoewel er evangelische scholen zijn op diverse plaatsen in Nederland, sloten zes basisscholen die waren aangesloten bij de Stichting voor Evangelische Scholen in 2014 de deuren wegens wanbestuur.

Identiteit en Bestaansrecht van Christelijk Onderwijs

Er is een groeiende discussie over het bestaansrecht van christelijk onderwijs, met politieke geluiden die artikel 23 van de Grondwet, dat deze vorm van onderwijs beschermt, bedreigen. Dit roept de vraag op wat christelijk onderwijs nog inhoudt en wat het onderscheidt van andere onderwijsvormen.

De realiteit dwingt tot een onderscheid tussen christelijk onderwijs gedragen door specifieke kerkelijke denominaties (zoals gereformeerd-vrijgemaakte en reformatorische scholen) en het protestants-christelijk (p-c) onderwijs. Terwijl de eerstgenoemde scholen een duidelijke identiteit hebben die voortkomt uit hun kerkelijke achtergrond, bevinden de p-c scholen zich in een identiteitscrisis. De betekenis van het begrip 'christelijk' is in dit onderwijs vaak verwaterd tot 'religieus', en de relatie met Jezus Christus als de weg, de waarheid en het leven wordt niet altijd meer centraal gesteld.

De verwatering van de begrippen 'christelijk', 'christen' en 'Christus' door de moderne theologie heeft geleid tot een scheiding tussen identiteit en het christelijke karakter van het onderwijs. Dit resulteert in een situatie waarin veel p-c scholen, zowel lager, middelbaar als hoger onderwijs, mogelijk zouden kunnen fuseren met niet-christelijke scholen, omdat de kern van hun identiteit verloren is gegaan.

Infographic met de ontwikkeling van christelijk onderwijs in Nederland

De Rol van Ouders en Gemeenschap

De identiteit van het christelijk onderwijs dient te beginnen bij de opvoeding thuis. Ouders worden opgeroepen om kritisch te kijken naar waar zij voor staan en of hun kinderen nog wel onderwijs ontvangen dat aansluit bij hun geloofsovertuiging. De vraag wordt gesteld hoeveel docenten, directieleden en bestuursleden op christelijke scholen daadwerkelijk wedergeboren zijn.

De aanval op het christelijk onderwijs komt niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Dit wordt versterkt door een gebrek aan apologetisch vermogen bij orthodoxe gelovigen en het zich te gemakkelijk neerleggen bij de bestaande situatie door evangelische en orthodoxe ouders. De gedachte dat wat op school mist, thuis wel wordt aangevuld, en dat de kerk de relatie tussen geloof en leven uit het oog verliest, draagt bij aan deze problematiek.

Docenten die wel de christelijke identiteit willen uitdragen, worden soms geconfronteerd met tegenstand van ouders, collega's en zelfs het bevoegd gezag. De subtiele aanpak, zoals het creëren van een 'onveilige situatie' voor de leerling, kan leiden tot functionerings- en beoordelingsgesprekken, wat een bedreiging vormt voor de rechtspositie van dergelijke docenten.

Tertiair Evangelisch Onderwijs

Er bestaat ook tertiair onderwijs dat geheel of gedeeltelijk vanuit een evangelische achtergrond wordt gegeven. Dit is voornamelijk te vinden in beperkte studierichtingen, met name op sociaal-maatschappelijk gebied, hulpverlening en theologie.

De Evangelische Hogeschool (EH) richt zich op geloofstoerusting, persoonlijke ontwikkeling, oriëntatie op cultuur en maatschappij, intellectuele ontwikkeling, studievaardigheden en studie- en beroepskeuze. De missie van de EH is om jongeren toe te rusten om als christen in de samenleving te staan. De school ontvangt geen overheidssubsidie en is volledig afhankelijk van donateurs. De EH is een interkerkelijke organisatie met een grondslag gebaseerd op de Bijbel als het onfeilbare, geïnspireerde Woord van God.

tags: #protestants #evangelisch #onderwijs