De geschiedenis van de Protestantse Kerk in Axel is rijk en complex, met wortels die teruggaan tot de Reformatie en diep verweven zijn met de ontwikkelingen binnen het Nederlandse protestantisme, waaronder de Afscheiding en de Doleantie.
De Vroege Reformatie in Axel
Reeds in 1108 werd de Sint-Pieterskerk te Axel genoemd. In de 14e eeuw kwamen er nog enkele kapellen bij. Ten zuidoosten van Axel verrees het nonnenklooster "Ter Haghen", dat binnen Axel een hospitaal met kapel bezat. Hier, waar de Reformatie doorwerkte, werden de eerste godsdienstoefeningen van de Hervormden gehouden.
Voor zover bekend was de eerste predikant die na de Reformatie in Axel stond, de bekende Ds. Caspar van der Heijden (Heijdenus), die omstreeks 1565/1566 in deze streek arbeidde. Later werd hij predikant te Antwerpen en in 1571 was hij praeses van de Synode te Emden. In het jaar dat Ds. Van der Heijden uit Axel vertrok, vond een beeldenstorm plaats. Toen een aantal beeldenstormers gevangen werd gezet, brak er een oproer uit en werden de gevangenen verlost. Uit Gent gerequireerde troepen herstelden de rust en straften de oproermakers.
Was het stadsbestuur de Hervormden aanvankelijk welwillend gezind, later veranderde dit. De opvolger van Ds. Van der Heijden, Ds. Balthasar Pieters, werd uit de stad verbannen en de inquisitie woedde weer fel. Ook werd het omliggende land geteisterd door allerlei gespuis en Spaanse soldaten. In de periode 1567-1573 werden totaal 43 personen uit Axel en het Axeler Ambacht door de Bloedraad veroordeeld. In juli 1574 landden enkele Zeeuwse schepen in Terneuzen; ruiters en voetvolk trokken vandaar naar Axel, dat toen door een hinderlaag werd overmeesterd. Vele gebouwen werden verbrand, waaronder de hoofdkerk.
Na de Pacificatie van Gent in 1576 kwam er enige ontspanning en kon de Hervormde godsdienst weer uitgeoefend worden. Het verraad van Servaes van Steenlant in 1583 bracht echter onder andere Axel weer in handen van de Spanjaarden. Reeds enkele jaren later, in 1586, werd Axel weer veroverd door de Staatse troepen onder prins Maurits. Sindsdien behoorde Axel voorgoed tot de vrije Nederlanden en kon de Reformatie verder ongehinderd doorwerken. De bevolking was steeds van orthodoxe instelling.
Ontwikkelingen in de 18e en 19e Eeuw
Zangwijze en Behoudenis
Ook over de in 1773 ingevoerde nieuwe psalmberijming, in plaats van de berijming van Petrus Datheen, ontstonden moeilijkheden, maar in het bijzonder over de daarna ingevoerde zg. korte zangwijze. Ds. Josua van Iperen te Veere, een van de Zeeuwse deputaten in de berijmingscommissie, was hier een voorstander van. In Axel was de kerkeraad spoedig voorstander van de nieuwe zangwijze, vooral door het aandringen van Ds. Ruijsch en burgemeester Paulus. Er was echter een groep in de gemeente die dit niet accepteerde en op de oude wijze bleef zingen. De kerkeraad vaardigde daarop regels uit met boetes voor het zingen met de voorzanger mee, waarbij gerechtsdienaars werden geplaatst om op te letten.
Ds. Jan Scharp en de Bataafse Tijd
Een Axelse predikant die bekendheid verwierf, was Ds. Jan Scharp (geb. 1756). Hij kwam in 1780 van Sint-Annaland naar Axel en vertrok in 1788 naar Noordwijk-Binnen. Gedurende zijn Axelse ambtsperiode vonden roerige gebeurtenissen plaats, waaronder de eis van Keizer Jozef II van Oostenrijk om vrije doorvaart op de Schelde. In die tijd was er van Nederlandse zijde een leger gemobiliseerd dat zijn hoofdkwartier te Axel had. Ds. Scharp arbeide met ijver onder deze troepen en hield "veldpredikatiën".
Tevens was er in die tijd een grote aversie tegen het bewind van Stadhouder Willem V. Ds. Scharp was een getrouw aanhanger van de Prinsgezinden, terwijl zijn tegenstanders, de Patriotten, hem uitscholden voor "gebefte Oranjeslaaf". Later werd hij ook "de grootste oproerprediker uit de Republiek" genoemd. Na zijn predikantschap in Rotterdam werd hij in 1798 uit zijn ambt ontzet wegens zijn trouw aan het Huis van Oranje en zijn weigering de burgereed af te leggen. Hij overleed in 1828 te Rotterdam.
Ds. Scharp bewoog zich ook op het terrein van het kerklied en was lid van de commissie die een bundel Evangelische Gezangen samenstelde. Van zijn hand zijn onder meer de gezangen "Jezus neemt de zondaars aan"; "Alle roem is uitgesloten" en "Is dat, is dat mijn Koning?".
De Afscheiding van 1834 en Ds. H. Wesselink
Nadat het Koninkrijk der Nederlanden was ontstaan, werden door Koning Willem I ingrijpende wijzigingen aangebracht in het bestuur van de Ned. Hervormde Kerk, met grote gevolgen, ook in Axel. Er ontstonden conventikels die als voorboden van de Afscheiding van 1834 beschouwd kunnen worden.
In 1818 stond te Axel in de Hervormde Gemeente de orthodoxe predikant Ds. H. Wesselink (1795-1824). In november van dat jaar werd de gehele kerkeraad, op één grijsaard na, door het provinciaal bestuur afgezet, omdat hij weigerde de hand te houden aan synodale verordeningen en bezwaren had tegen het zingen van de gezangen.
Johan Wijgboom en de Herstelde Kerk van Christus
Onder deze omstandigheden vestigde zich in de zomer van 1822 te Axel de oefenaar Johan Wijgboom. Hij vormde al snel een kring die hem als geestelijk leidsman erkende. De samenkomsten werden aanvankelijk gehouden in het huis van Pieter Marijs, een van de afgezette kerkeraadsleden. Later kwamen men samen in het Sint-Janshuis en daarna in het door Wijgboom gekochte huis op de Markt.
De kerkeraad vond deze oefeningen onwettig en verzocht tussenkomst van de burgerlijke autoriteiten. Dit leidde tot het uittreden van een twintigtal leden. In juli 1822 sloten de "Vijgeboomianen" zich aaneen tot de Herstelde Kerk van Christus. Op 6 november dienden zij bij de Burgemeesters en Raden van Axel een verzoekschrift in, waarin zij mededeelden zich "om gemoedelijke redenen te hebben afgescheiden van de Ned. Hervormde Kerk". Zij kregen echter bericht dat de gouverneur van Zeeland hun samenkomsten had verboden. Desniettegenstaande werden verscheidene leden, waaronder Vijgboom, door de correctionele rechtbank te Goes beboet.
De Herstelde Kerk van Christus wendde zich tot de Tweede Kamer met een adres, waarin zij om vrijheid van godsdienstoefening vroeg. Het adres werd echter ter griffie gedeponeerd omdat het verzoek niet tot de bevoegdheden der Staten-Generaal behoorde. Na het staken van de godsdienstoefeningen nam Vijgboom zijn beroep als tuinder weer op.
Toen de Afscheidingsbeweging van 1834 door het land trok, sloot Vijgboom zich hierbij aan. Vanuit Middelburg, waar hij zich in 1836 had gevestigd, leidde hij enige jaren de godsdienstoefeningen van de "Geref. Gemeente Jesu Christi". In 1841 diende hij als oefenaar de Chr. Afgescheiden gemeente te Zierikzee en van 1842-1843 die te Bunschoten.
De Christelijk Afgescheiden Gemeente Axel
In de jaren van de Afscheiding vindt het uittreden uit de Hervormde kerk in Axel meestal individueel plaats. In 1836 en 1837 sloten zij die zich in het land van Axel hadden afgescheiden, zich aan bij de Christelijk Afgescheiden Gemeenten te Middelburg, Borssele en Krabbendijke. De wens om een "eigen" gemeente te formeren werd steeds sterker.
Nadat eerst "huisgodsdienstoefeningen" werden gehouden, kwam het na verloop van tijd tot kerkbouw in genoemde plaatsen. De eerste kerkenraadsvergadering van de zelfstandige Christelijk Afgescheiden Gemeente Axel werd gehouden op 23 maart 1868. De eerste predikant was Ds. Sieders.
De Doleantie en de Kerkenfusie
Ds. F.W.J. Wolf en de Doleantie
In 1887 ging een aantal leden van de Ned. Herv. Kerk met hun predikant, Ds. F.W.J. Wolf (1860-1944), in Doleantie en voegde zich bij de Nederduitsch Gereformeerde Kerken. Dit betekende dat er in Axel twee gereformeerde kerken ontstonden, staande op dezelfde grondslag van Gods Woord en de Drie Formulieren van Eenheid met de Dordtse Kerkenorde 1618/19: De Christelijk Gereformeerde Kerk en De Nederduitsch Gereformeerde Kerk (doleerende).
Op 19 december 1887 werd onder leiding van de oudste ouderling Lansen een vergadering gehouden waar de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te Axel geïnstitueerd werd. Ds. Wolf werd in de vergadering een adviserende stem toegekend. Met algemene stemmen werd besloten "de reformatie der kerk van Jezus Christus te Axel ter hand te nemen".
Ds. P.J.W. Klaarhamer (1848-1920), Dolerend predikant te Middelburg, reisde op 28 december 1887 naar Axel om daar de nieuwe predikant, ds. F.W.J. Wolf, in het ambt te bevestigen. Aanvankelijk hoopte men dat de bevestiging in het hervormde kerkgebouw zou kunnen plaatsvinden, maar de kerkvoogden gaven daarvoor geen toestemming. Men kwam daarom bijeen in de christelijke school in de Molenstraat. Daar deed de nieuwe predikant op 1 januari 1888 intrede. De kerkdiensten werden in het vervolg in de christelijke school gehouden totdat de eigen kerk in gebruik kon worden genomen.
De bouw van de kerk
Al snel na de instituering was de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) te Axel bezig met de bouw van een kerk. Johannes Smies was bereid een deel van zijn tuin aan de kerk te verkopen. Om de financiën rond te krijgen werd een vergadering van manslidmaten belegd waar getracht werd aandelen te plaatsen van fl. 25. Na het gereedkomen van de bouwplannen kon met de bouw begonnen worden. De kosten bedroegen uiteindelijk bijna fl. Op 30 september 1888 kon de kerk met een consistoriekamer in gebruik worden genomen. Ds. Wolf hield bij die gelegenheid een preek over Psalm 46.
Landelijke en Plaatselijke Vereniging
Op 17 juni 1892 kon na jaren van onderhandelingen in de Amsterdamse Keizersgrachtkerk de landelijke ineensmelting van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Dolerende Nederduitsche Gereformeerde Kerken officieel worden geproclameerd. De naam voor de verenigde kerk werd "De Gereformeerde Kerken in Nederland".
Hoewel er landelijk sprake was van "Vereniging", was er plaatselijk soms nog veel te regelen en veel "oud zeer" op te ruimen om tot "ineensmelting" te komen. In de tijd tussen de Vereniging en de Ineensmelting heetten de afscheidingskerken "Gereformeerde Kerk A" en de doleantiekerken "Gereformeerde Kerk B". In Axel bestonden dus van 1892 tot 1913, toen beide Axelse kerken uiteindelijk ineensmolten, de Gereformeerde Kerk te Axel A en de Gereformeerde Kerk te Axel B.
Na de landelijke vereniging kwam er langzamerhand meer contact tussen de beide plaatselijke kerken in Axel. Afspraken werden gemaakt over het dopen van kinderen van wie de ouders een gedwongen huwelijk hadden moeten aangaan, en over het waarnemen van diensten bij afwezigheid van een van de predikanten. Verder werd afgesproken twee keer per jaar gezamenlijk avondmaal te vieren (voor het eerst in 1895).
De 20e en 21e Eeuw
Fusie en Gebouwen
Het duurde tot 4 december 1913 voordat de plaatselijke ineensmelting tot stand kwam. Na de fusie beschikte de kerk over twee kerkgebouwen. In 1915 werd besloten om het kerkgebouw van voormalig A te vergroten en het gebouw van voorm. B te verkopen. Bij de verkoop werd bedongen dat er geen herberg in mocht worden gehouden en dat daarin geen publieke vermakelijkheden mochten plaatsvinden. Het nieuwe, vergrote kerkgebouw werd in gebruik genomen op 7 maart 1918.
Uitdagingen en Ontwikkelingen
In de loop der tijd waren er diverse uitdagingen, zoals klachten over wanorde in het kerkgebouw, spuwen op de vloer en kaartspel op de galerij tijdens kerkdiensten.
In 1927 verzochten enkele broeders woonachtig te Spui, maar behorend tot de kerk van Axel, om kerksplitsing te overwegen en over te gaan tot instituering van een kerk te Spui. Hoewel er een commissie van onderzoek werd benoemd, kwam het niet tot kerkinstituering. Pas in mei 1940, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en vanwege "beschietingsgevaar vanuit de lucht", moesten de galerijen gesloten blijven, waardoor het aantal zitplaatsen te weinig was. Tijdelijk werden diensten belegd te Spui. Toen het gevaar geweken was, werd het verzoek van de broeders te Spui om de kerkdiensten daar voort te zetten opnieuw ingewilligd en namen de plannen tot instituering vaste vormen aan.
De Vrijmaking en Juridische Strijd
In de dertiger jaren ontstonden meningsverschillen over bepaalde geloofswaarheden, die sinds 1936 werden aangeduid als "leer"-geschillen. Dit liet de kerk te Axel niet onberoerd. Op 2 april 1942 besloot de kerkenraad aan het moderamen der Gen. Synode te verzoeken de leergeschillen niet in behandeling te nemen.
De Vrijmaking in Zeeuwsch-Vlaanderen vond plaats tijdens de vergadering van de Classis Axel op 31 juli 1945. De kerkenraad te Hoek deelde mede dat hij de leerbeslissingen der Synode van 1942 inzake het zaad des verbonds en de daaruit voortvloeiende schorsingen en afzettingen niet voor vast en bondig kon houden. De tegenstemmers (de afgevaardigden van de kerken te Axel, Spui en Hoek) verklaarden zich niet te conformeren aan het meerderheidsbesluit.
De synodalen legden zich niet neer bij het verlies van de kerkelijke gebouwen en spanden een procedure aan voor de wereldlijke rechter. Na jaren van spanning werd in 1952 in hoger beroep definitief uitgesproken dat de vrijgemaakten over de gebouwen konden blijven beschikken.
Herstel en Verdere Ontwikkelingen
In 1962 werd besloten weer over te gaan tot het beroepen van een tweede predikant. Door het verder teruglopen van het ledenaantal van de kerk te Spui werd het uiteindelijk onmogelijk de ambten te vervullen, en de kerkenraad van Spui verzocht opgenomen te worden bij de kerk te Axel.
Op 1 mei 2023 fuseerden de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt met de Nederlands Gereformeerde Kerken. De gemeente is onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

tags: #protestantse #kerk #axel #koestraat #2