De Sint-Martinuskerk van Halsteren: Een rijke geschiedenis

De Sint-Martinuskerk in Halsteren, met wortels die teruggaan tot de 13e eeuw, kent een bewogen en rijke geschiedenis. Restauratiearchitect Jan Weyts belichtte de architectuur van deze oorspronkelijk 13e-eeuwse kerk. De onderbouw van de toren en mogelijk ook van het koor herinneren aan die periode.

Architectonische details van de Sint-Martinuskerk, met nadruk op de 13e-eeuwse onderbouw van de toren en het koor.

Evolutie van de kerkbouw

In de tweede helft van de 15e eeuw, specifiek in 1457, vond er een significante vernieuwing plaats: eerst werd het koor vernieuwd, waarna het zaalkerkje plaatsmaakte voor een middenschip met twee zijbeuken. De toren, die dateert uit de 13e eeuw, werd volledig ingebouwd en tevens verhoogd. Het dwarsschip werd in twee fasen voltooid, in 1495 en 1502.

Van Katholiek naar Protestants en terug

Tot 1648, het jaar van de Vrede van Münster, bleef de Sint-Martinuskerk katholiek. Na deze vrede gebruikte de protestantse gemeente het gebouw tot circa 1800. Vervolgens namen de rooms-katholieken de kerk weer in gebruik, terwijl de hervormden een nieuw kerkje bouwden. Toen de kerk voor de katholieken te klein werd, werd aanvankelijk besloten de Sint-Martinuskerk aanzienlijk te vergroten. Uiteindelijk viel de keuze echter op de bouw van een nieuwe kerk, de huidige Sint-Quirinuskerk.

De Sint-Martinuskerk kwam hierdoor leeg te staan en werd op uiteenlopende wijzen gebruikt. In 1960 kocht de hervormde gemeente de verwaarloosde kerk aan, omdat hun kerkje aan de Schoolstraat niet meer voldeed.

Historische foto of tekening van de Sint-Martinuskerk in de periode dat deze leegstond of voor een specifieke restauratie.

Bijzondere vondsten en restauraties

Bijzonder is het verhaal van de kerkschat, die in 1920 bij toeval in een tuin tegenover de kerk werd ontdekt. Het betrof een crucifix, een Sint Martinus te paard, kandelaars en een doopvont. Deze koperen en bronzen kunstvoorwerpen werden door de katholieken uit hun kerk gehaald en verborgen bij het naderen van de Vrede van Münster. Behoudens de doopvont, die nu in de Sint Quirinuskerk staat, bevinden de overige voorwerpen zich in het Bisschoppelijk Museum te Breda.

In 1962 werd de kerk gerestaureerd en opnieuw ingericht voor de eredienst, ditmaal weer voor de protestantse gemeente. Het kerkje aan de Schoolstraat was immers veel te klein geworden voor het toenemend aantal protestanten, waartoe onder meer het personeel van het ziekenhuis Vrederust behoorde. Voor de herinrichting moest kerkmeubilair worden aangekocht. Zo verkreeg de kerk een 17e-eeuwse preekstoel uit de Eindhovense Vaste Burchtkerk en een doophek uit 1641, vervaardigd door Reiner Claeszn., dat voordien in de kerk van Winkel stond.

Het orgel van de Sint-Martinuskerk

Het orgel dat thans in de kerk staat, werd oorspronkelijk in 1836 vervaardigd door Johannes Wilhelmus Timpe voor de katholieke kerk te Veenhuizen. In 1904 werd het aangekocht door het Rijk en in 1967 geplaatst in de Sint-Martinuskerk te Halsteren. Het orgel heeft door de jaren heen meerdere aanpassingen en restauraties ondergaan.

In 1963 werd het Veenhuizense orgel aangekocht voor de kerk in Halsteren. De dispositie omvatte toen onder andere een Prestant 8′, Holpijp 8′, Viola 8′ (discant) en Celeste 8′. Het orgel werd door K.B. Blank gerestaureerd onder advies van dr. Maarten Vente, waarbij de dispositie werd hersteld en een Dulciaan 8′ werd toegevoegd. Recentelijk, in januari 2025, werd het gerestaureerde Timpe orgel uit 1836 na een feestelijk concert opnieuw in gebruik genomen. De restauratie werd uitgevoerd door orgelmaker Martin Butter uit Ridderkerk, met orgeladviseur Dirk Bakker.

Architectonische kenmerken

De Sint-Martinuskerk is een 15e-eeuws gotisch kerkgebouw. De grondvorm dateert uit de 14e eeuw. Het gebouw bestaat uit een driezijdig gesloten koor met sacristie, beide in 1457 opgetrokken op 14e-eeuws muurwerk. Het schip met zijbeuken en de lage dwarspanden werden tussen 1495 en 1502 toegevoegd. De ingebouwde 14e-eeuwse toren werd in de 15e eeuw met een klokkeverdieping verhoogd. Het gehele gebouw is opgetrokken uit baksteen met een sobere toepassing van natuursteen. Het 14e-eeuwse deel van de toren is geheel van baksteen.

Het interieur kenmerkt zich door natuurstenen zuilen met koolbladkapitelen. Zuilen en scheibogen langs de zuidzijde van de toren worden voortgezet, wat wijst op een voormalig plan om het schip westwaarts te verlengen en de toren daarvoor af te breken. De toren is voorzien van haakse steunberen langs het oudste gedeelte en een spitsboogig tongewelf over de benedenruimte. De sacristie heeft een kruisgewelf.

Gedetailleerde foto van de natuurstenen zuilen met koolbladkapitelen in het interieur van de Sint-Martinuskerk.

De begraafplaats rond de kerk

De begraafplaats rond de Sint-Martinuskerk bleef in gebruik tot 1829. De gemeente Halsteren kocht vervolgens een stuk grond op Kerkheininge, dat werd ingericht als begraafplaats met een ingang aan de zijkant naar het Mussengevecht. De toreningang was destijds de hoofdingang van de kerk, van waaruit een pad via Mussengevecht naar de begraafplaats liep.

De Hervormden vroegen of er een hoekje voor hen gereserveerd kon worden, zodat ook zij daar hun overledenen konden begraven. Het jaartal 1859 op het toegangshek geeft het jaar aan waarin dit hek en de muur van deze oude begraafplaats werden geplaatst. De begraafplaats aan de Dorpsstraat deed dienst tot ongeveer 1918. Vanaf die tijd begroeven de rooms-katholieken hun overledenen achter hun Sint Quirinuskerk.

Toch werd er op de oude begraafplaats aan de Dorpsstraat later nog begraven. In 1943 werd Isabelle de Ram in het familiegraf van de familie de Ram bijgezet. In 1944 werden negen overledenen van het eiland Tholen tijdelijk begraven achter op het oude kerkhof aan de Dorpsstraat, omdat begraven op Tholen vanwege onderwaterzetting door de Duitsers niet mogelijk was. Later werden acht van de negen overledenen herbegraven op Tholen; de heer Jacob Pieter Verburg bleef achter en vond zijn laatste rustplaats op de oude begraafplaats.

Halsteren en de Sint-Martinuskerk door de eeuwen heen

Halsteren was oorspronkelijk een klein dorp met een overwegend Rooms-katholieke bevolking. Op zondag ging men in de Sint Martinuskerk naar de mis. Slechts enkele protestanten woonden in het dorp en leefden in vrede samen met de rooms-katholieken.

Zo rond 1646 nam een handjevol protestanten bezit van de Sint Martinuskerk. In 1649 werd de eerste predikant van de Hervormde gemeente in Halsteren bevestigd, dominee Doreslaer, die echter eind 1650 alweer vertrok. Dominee Finson volgde hem op en nam de pastorie van de R.K., Blanche Fleur, in beslag. De protestanten begroeven hun dierbaren, toen zij de Sint Martinuskerk in bezit hadden, op een apart stukje van het kerkhof, maar niet in gewijde grond. Een latere predikant, dominee Delius, die in 1702 naar Halsteren kwam, begroef zijn vrouw eveneens buiten de Sint Martinuskerk op het kerkhof.

Rond 1800 moesten de Hervormden de Sint Martinuskerk teruggeven aan de Rooms-katholieken. De Hervormden konden in 1825 een kerkje aan de Schoolstraat betrekken. Vanaf 1962 werd de historische 13e-eeuwse Sint Martinuskerk weer gebruikt door de protestantse eredienst. De protestanten gaven de kerk ook weer de oorspronkelijke naam: Sint-Martinuskerk.

In 1913 werd een nieuwe Sint-Quirinuskerk ingewijd. De historische oude kerk kwam leeg te staan en er waren plannen om deze te slopen. Dit ging niet door wegens geldgebrek, waarop de kerk werd verkocht aan het Rijk en fungeerde als opvangcentrum voor Belgische vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog.

Oude kaart van Halsteren met aanduiding van de Sint-Martinuskerk en omliggende gebieden.

Rondleidingen en historische context

Volgens velen is de St.Martinuskerk in Halsteren niet alleen de oudste kerk in de regio, maar heeft hij bovendien de rijkste geschiedenis. Er worden dan ook rondleidingen verzorgd waarbij de geschiedenis compleet wordt verteld. Voor een rondleiding dient men één tot anderhalf uur uit te trekken. De kosten bedragen € 3,- per persoon voor groepen vanaf 4 personen; voor grotere groepen gelden andere tarieven.

De gemeente Halsteren werd in 1810 gevormd door samenvoeging van vier zelfstandig bestuurde rechtsgebieden. In een akte uit 1263 wordt de plaats Halchtert genoemd. Bij de verdeling van het Land van Breda in 1287 kwam Halsteren onder de heerlijkheid Bergen op Zoom. In de 14e eeuw werd er een kerkje gebouwd, gewijd aan Sint-Martinus, op het muurwerk waarvan vanaf 1457 een nieuwe kerk werd gebouwd. Een gedenksteen herinnert nog aan deze ingrijpende verbouwing.

Door de aanleg van schansen maakte Het Laag onder Halsteren sinds 1628 deel uit van de West-Brabantse Waterlinie. De ligging tussen twee linies bracht de nodige problemen en schade met zich mee tijdens oorlogstoestanden, vooral gedurende de belegering van Bergen op Zoom in 1747. In 1633 werd het Halsterse raadhuis gebouwd, dat in 1917 grondig werd gerestaureerd.

tags: #protestantse #kerk #halsteren