De Protestantse Gemeente Zwolle (PGZ) houdt sinds 2017 haar diensten in de Jeruzalemkerk, gelegen in de wijk Assendorp. Dit gebouw was reeds eigendom van de PGZ en werd tijdens het project ‘Heilige Huisjes’ aan de gemeente toegewezen. De Jeruzalemkerk, in gebruik genomen in 1933, biedt plaats aan ongeveer 600 tot 700 personen.

Ontstaan van de Jeruzalemkerk
De Jeruzalemkerk was de eerste kerk van de toenmalige Nederlands Hervormde gemeente buiten het stadscentrum van Zwolle. De dringende behoefte aan extra zitplaatsen werd veroorzaakt door een aanzienlijke bevolkingsgroei. Ondanks de inspanningen van de bewoners van Assendorp, die eigenhandig 20.000 gulden inzamelden - naar verluidt in dubbeltjes en kwartjes - was er aanvankelijk onvoldoende financiering voor een stenen kerk. Een houten kerk leek de enige optie, maar dit werd als minderwaardig beschouwd door de kerkelijke gemeente. Uiteindelijk slaagde men erin om voldoende middelen te vergaren voor de bouw van een stenen kerk.
Op zaterdag 4 maart 1933 werd de Jeruzalemkerk officieel in gebruik genomen. De totstandkoming ervan was het resultaat van een proces dat begon in de vroege jaren dertig. Hervormd Zwolle kende in die periode een breed spectrum aan geloofsovertuigingen, variërend van vrijzinnig tot orthodox, met de Evangelische middengroep daartussenin.
Oproep tot kerkenbouw in Assendorp
In de Zwolse kerkbode van 20 mei 1927 verscheen een oproep van ‘een belangstellende lezer’ om een kerk te bouwen in Assendorp. De argumenten waren divers: Assendorp was een grote wijk met veel hervormden, de afstand tot de binnenstadskerken was te groot, de orthodoxe kerken kampten met plaatsgebrek, de kerk moest dichter bij de gelovigen komen, en een nieuwe kerk zou het gemeenteleven versterken. De brede kerkenraad wijdde hieraan uitgebreide discussies. Orthodoxe predikanten waren voorstanders van een nieuwe kerk, vrijzinnige predikanten uitten grote aarzelingen, en de evangelische predikant, ds. De Jonge, was gematigd positief. Vanuit orthodoxe hoek werd de nadruk gelegd op het belang van gemeenschappelijke actie. De kerkenraad adviseerde de kerkvoogdij om een stuk grond in Assendorp te reserveren.
Discussies over kerkelijke structuur en financiering
In 1928 ontstond de discussie over de gewenste omvang van de hervormde gemeente in Zwolle: drie of vier kerken. De vrijzinnigen pleitten voor drie kerken, waarbij een binnenstadskerk zou moeten worden afgestoten, met de Broerenkerk als meest waarschijnlijke kandidaat. Er rees ook de vraag aan wie de kerk verkocht zou moeten worden, met de expliciete wens om niet aan ‘de Roomschen’ te verkopen. De orthodoxen wensten juist vier kerken, met het argument: ‘Als de gereformeerden drie kerken kunnen vullen, dan wij wel vier.’ Uiteindelijk besloot de kerkenraad tot vier kerken en kwam men de vrijzinnigen tegemoet met een regeling waarbij zij bij een eventuele breuk hun ingebrachte kapitaal zouden terugkrijgen.
De kosten voor een nieuwe kerk werden geraamd op 100.000 gulden, waarvan de helft zelf moest worden opgehaald. In mei was er echter slechts 20.000 gulden ingezameld, wat leidde tot de vraag of men moest doorgaan of stoppen. De voorzitter van de kerkvoogdij, Baron van Haersholte, diende zijn ontslag in. Ds. Van Noppen, een daadkrachtig persoon, wilde echter niet stoppen en steunde het voorstel van ouderling Van der Hoeven om een houten noodkerk te bouwen. Dit werd door velen als een minderwaardige oplossing gezien.
De tweede inzamelingsactie in 1930 leverde slechts 1433 gulden op. Desondanks werd het plan voor een houten ‘buurtkerk’ voortgezet. De nieuwe voorzitter van de kerkvoogdij, mr. Wijt, steunde dit plan. Na rijp beraad werd een bouwcommissie benoemd onder leiding van ds. Van Noppen. Vanaf dat moment verliepen de contacten tussen kerkenraad en kerkvoogdij soepeler. Ds. Van Noppen zag hierin een kans om opnieuw te pleiten voor een stenen kerk, aangezien de kosten van een houten en een stenen kerk elkaar niet veel ontliepen. Een bijkomend voordeel voor de voorstanders van een stenen kerk was dat de burgerlijke gemeente een houten kerk als te brandgevaarlijk beschouwde.
Architectuur en bouw
Voor de bouw werd eerst contact gelegd met architect Hoogevest uit Amersfoort, wiens kerk als voorbeeld diende voor de commissie. De Zwolse architect Meijerink werd gevraagd als tweede architect. In mei 1931 werd besloten tot de bouw van een stenen kerk. De rest van het jaar werd besteed aan overleg met de architecten en het brainstormen over het exterieur en interieur. Het jaar 1932 werd het jaar van de bouwwerkzaamheden. De bouw werd gegund aan de laagste inschrijver, de firma Nijhoff uit Rijssen. Om de bouw kostendekkend te laten zijn, werd een lening van 4% uitgezet.

Kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in Zwolle
De Protestantse Gemeente Zwolle (PGZ) ondergaat momenteel een reorganisatie, waarbij gemeentewijken worden samengevoegd tot clusters van twee kerken. Er zijn berichten dat de Oosterkerk op termijn gesloten zal worden. De kerkenraad van de Oosterkerk heeft meegedeeld dat beide kerken op 10 september 2023 fuseren, met voorlopig twee vierplekken die behouden blijven. Een grondig onderzoek naar de keuze van een kerkgebouw is gaande.
De Adventskerk, oorspronkelijk een gereformeerd-hervormd kerkgebouw, is gevestigd in het SIO-wijkcentrum. Besprekingen in januari 1961 leidden in 1962 tot de oprichting van een gezamenlijke kerk in het SIO-wijkgebouw door gereformeerden en hervormden, waar beide gemeenten aanvankelijk gescheiden diensten hielden. Het gebouw was eigendom van een gezamenlijke gereformeerd-hervormde stichting. Na de bouw van het vernieuwde SIO-wijkcentrum in 1982 werden de kerkdiensten in de daarin opgenomen kerkzaal aanvankelijk gescheiden, maar vanaf 1985 gezamenlijk gehouden.
De oorspronkelijk gereformeerde Oosterkerk aan de Zwolse Bagijnesingel vindt zijn oorsprong in de Doleantie te Zwolle, die op 27 juni 1887 onder leiding van ds. K. Fernhout plaatsvond. Al tijdens de derde kerkenraadsvergadering van de Dolerenden in juni 1887 werd besloten een eigen kerk te bouwen. Aan de Bagijnesingel werd een stuk grond verkregen, gefinancierd door gemeentelid Cnopius. De eerste steen van de ‘Oosterkerk’ werd gelegd door ds. D. M. Boonstra. Aannemer Kamphuis voerde de bouw uit voor een bedrag van fl. 27.511, en op 21 april 1888 werd het indrukwekkende kerkgebouw voltooid.

Historische kerken en monumenten in Zwolle
Zwolle is een van de weinige steden in Nederland die de sloop van oude kerken binnen de stadsmuren voor nieuwbouw of winkelontwikkeling heeft weten te weerstaan. De skyline van Zwolle wordt gedomineerd door twee torens: het ABN AMRO-kantoorgebouw en de Peperbus in het centrum. De Peperbus, met zijn 75 meter, steekt ver boven de andere gebouwen uit en is herkenbaar aan zijn blauwe, peperbusvormige dak.
In de basiliek bevinden zich de beenderen van Thomas a Kempis (1380-1471), een devote monnik die nabij Zwolle op de Agnietenberg woonde. Zijn geschriften, zoals ‘De Imitatione Christi’, boden een visie op het christelijk leven die afweek van de toen gangbare katholieke opvattingen, met nadruk op persoonlijke verbintenis met God en acceptatie van twijfel en onzekerheid.
De St. Michaëlskerk, formeel de Grote of Sint Michaëlskerk, is prominent gelegen aan het Marktplein en is nu bekend als het Academiehuis. De kerk had ooit de hoogste kerktoren van Nederland, maar deze stortte in 1669 in na diverse blikseminslagen. In de voormalige Broerenkerk, die stamt uit de 15e eeuw en oorspronkelijk deel uitmaakte van een dominicanenklooster, bevindt zich nu een van de mooiste boekwinkels van Nederland. Na de sluiting van het klooster in 1580 en protestantse erediensten na 1640, werd de kerk in 1983 overgedragen aan de stad.
Geïnspireerd door de boekhandel in de Dominicanenkerk in Maastricht, transformeerde Zwolse boekhandel Waanders de Broerenkerk tot een unieke beleving van media, kunst en cultuur. Het gebouw herbergt nu niet alleen boeken, maar ook een kerkorgel en een café-restaurant. Het plafond is versierd met 138 beschilderingen uit de 16e eeuw, die tijdens een renovatie in 1983 werden ontdekt en hersteld. Op de derde etage is een reconstructie van Hermen te vinden, wiens beenderen tijdens de verbouwing in een crypte werden gevonden. Hij leefde rond 1400 en kwam door moord om het leven.
De Bethlehemkerk, vermoedelijk gebouwd in of voor 1309 en behorend bij een Augustijnenklooster, heeft een bijzondere transformatie ondergaan. Na in 1958 voor 1 gulden aan de gemeente te zijn verkocht, en na perioden van leegstand en onbekend gebruik, werd de kerk in de jaren ’70 weer in gebruik genomen door de hervormde gemeente, om vervolgens terug te keren naar de gemeente en verkocht te worden aan een horecaondernemer. De kerk dient nu als restaurant met sushi en behoudt diverse oorspronkelijke elementen, zoals de preekstoel waarin een dj-installatie is ingebouwd en het kerkorgel dat nu toiletten herbergt. Houten balustrades met religieuze teksten en door de ondernemer beschilderde gewelven in Japanse stijl sieren het interieur.
De Waalse kerk, gesticht in 1686 door protestantse vluchtelingen uit Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden, is een van de oudste kerken in Zwolle die nog steeds in functie is. De diensten vinden plaats in een kapel die oorspronkelijk bij het St. Geertruidenklooster hoorde en dateert uit 1504. Vanwege de invloed van de Franse taal en cultuur in de 17e en 18e eeuw, trok de kerk ook geboren Zwollenaren aan. Twee wekelijks wordt er nog steeds een Franstalige dienst gehouden.
De Zwolsche synagoge, gebouwd in 1899 in de eclectische stijl, markeert de terugkeer van de joodse gemeenschap in Zwolle na een periode van vervolging in de 14e eeuw. De eerste melding van een joodse gemeenschap in Zwolle dateert uit 1349, toen joden werden beschuldigd van het veroorzaken van de pest en tot de brandstapel werden veroordeeld. Pas in 1721 vestigden zich weer joden in Zwolle, voornamelijk uit Noord-Europa. Na de oorlog nam de omvang van de joodse gemeenschap af door vergrijzing, emigratie en vertrek naar Israël.
Fusies en samenwerkingen binnen de PGZ
De Adventskerk-Oosterkerkgemeente heeft twee locaties: de Adventskerk in Zwolle-Zuid en de Oosterkerk aan de rand van het stadscentrum. De Adventskerkgemeente in Zwolle Zuid ontstond in de jaren 60 uit een federatie tussen wijkgemeenten van de Hervormde kerk en de Gereformeerde Kerk. De eerste gesprekken voor samenwerking werden gevoerd door voormannen als Rozema (hervormd) en Vink (gereformeerd). Ondanks de opschudding die een fusie destijds veroorzaakte, stemden beide kerkraden toe.
Samen richtten zij Stichting SIO op. In 1962 werd het eerste gezamenlijke (wijk)gebouw geopend, waar ’s morgens hervormde diensten en vanaf 1965 gereformeerde avonddiensten werden gehouden. In 1977 begonnen de besprekingen over een gezamenlijk kerkgebouw in Zwolle-Zuid. Vijf jaar later, in september 1982, werd de Adventskerk geopend. Aanvankelijk hielden beide gemeentes hun eigen diensten, maar al snel werden gezamenlijke diensten gehouden. Vanaf 1985 werden alle diensten samen gevierd en ontstond er een Samen Op Weg gemeente in Zwolle Zuid.
Voorafgaand aan de geschiedenis van het gebouw en interieur van de Oosterkerk, worden enkele publicaties genoemd: ‘Doleantie en de Oosterkerk’, ‘De Oosterkerk 125 jaar’ en ‘Vijfentwintig jaar Kerkzaal’. Het laatste boekje verscheen ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan (1957-1997) van de hervormde wijkgemeente V, die de laatste 25 jaar bijeenkwam in de kerkzaal van het Sophia Ziekenhuis. Op 4 januari 1998 werden de leden van deze hervormde wijkgemeente en de gereformeerde leden van de Oosterkerk lid van de nieuwe ‘Oosterkerk Samen op Weg gemeente’. In 2011 volgden de leden van de Hoeksteengemeente in de Aa-landen, en in 2012 de leden van de toenmalige Jeruzalemkerkgemeente in Assendorp.
Het in 1888 gebouwde kerkgebouw aan de oostkant van de oude Zwolse binnenstad, aan de Bagijnesingel, is diverse malen aangepast. Na de laatste aanpassing in oktober 2016 biedt de begane grond zitplaats aan 300 personen en op de galerij aan 150 personen. Op zondag 30 oktober 2011 werd in de Oosterkerk de gedachtenishoek gepresenteerd, met kleurig glaswerk afkomstig van de voormalige gedachtenishoek in De Hoeksteen. Op stenen achter het glaswerk staan de namen geschreven van overleden gemeenteleden.
Orgelgeschiedenis van de Oosterkerk
Sinds de inwijding van de Oosterkerk op 23 september 1888 hebben verschillende orgels dienst gedaan. In het eerste jaar werd gebruik gemaakt van een serafine-orgel, een soort harmonium. Al snel werd naar een groter orgel uitgekeken en voor eind 1889 werd een kabinetorgel aangeschaft. De klanken van dit orgel waren echter voor verbetering vatbaar, wat leidde tot de aanschaf van een nieuw orgel in 1898 voor ongeveer ƒ 1.400,-.
Direct na de Eerste Wereldoorlog werd besloten tot een complete verbouwing van het orgel door de firma A.S.J. Dekker uit Goes. Het orgel werd uitgebreid tot twee klavieren en de speeltafel werd voor het front geplaatst. De kosten bedroegen ƒ 3.800,-. Adviseur bij deze veranderingen was heer Ponten, organist van de Onze Lieve Vrouwe Kerk. Deze restauratie introduceerde het pneumatische overbrengingssysteem, en in 1922 nam een elektromotor de functie van orgeltrapper over.
In 1927 stelde de orgelcommissie een onderzoek in naar de toestand van het orgel, wat leidde tot een conflict met de leverancier Dekker. Na langdurige correspondentie stemde Dekker uiteindelijk toe de membranen te vernieuwen en het orgel opnieuw te intoneren voor ƒ 975,-, waarvan ƒ 200,- onder garantie viel. Vervolgens kreeg de firma Valckx en Van Kouteren uit Rotterdam de opdracht voor enkele kleine wijzigingen. Medio 1950 bleek het orgel in een slechte staat te verkeren en werd een grondige opknapbeurt door R. Kamp en Zonen uitgevoerd voor ƒ 8.600,-. In februari 1994 werd het opnieuw gerestaureerde orgel in gebruik genomen, met kosten van ƒ 228.705,-. Begin 2015 werd het orgel schoongemaakt en gerestaureerd door Orgelmakerij Reil uit Heerde.
De Grote of Sint-Michaëlskerk
De Grote of Sint-Michaëlskerk, nu het Academiehuis, kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de romaanse periode. Tijdens archeologische werkzaamheden voor de aanleg van een cv-systeem in het hoogkoorgedeelte zijn zes grafkelders aangetroffen. De oudste tastbare resten in Zwolle dateren van een romaanse kerk die dateert van voor 1040. Op 7 december 1040 bepaalde de bisschop van Utrecht dat de Michaëlskerk van Zwolle aan het Lebuinuskapittel in Deventer werd geschonken, wat de eerste vermelding van Zwolle in archieven markeert, direct in combinatie met de romaanse Michaëlskerk.
De huidige kerk is deels gebouwd op de fundering van deze oudere kerk. Er is tufsteen van een oudere kerk verwerkt in de constructie. In het vloerdeel waar de fundamenten zijn gevonden, is ook een grafkelder blootgelegd. De huidige Grote of St. Michaëlskerk is een laatmiddeleeuwse stadskerk met interieurstukken uit de zeventiende en achttiende eeuw en laatmiddeleeuwse muur- en gewelfschilderingen.
De toren van de Sint-Michaëlskerk, ooit de hoogste van Nederland, stortte in 1682 in na diverse blikseminslagen. In 1686 werd op de plaats van de toren een achtzijdige consistoriekamer gebouwd. Bezienswaardig is het vierklaviers orgel, ontworpen door Arp Schnitger en voltooid op 30 september 1721. Het heeft 64 registers.
De grafstenen in de kerk zijn van rijken en voornamen, terwijl burgers op het huidige Grote Kerkplein werden begraven. In 2005 werden zes grafkelders aangetroffen, waarvan enkele uit de 17e en 18e eeuw nog loden kisten bevatten. In 2020 is een grondige restauratie van de Grote Kerk gestart, waarbij een muur van de romaanse voorganger is ontdekt.

De Doleantie en de Oosterkerk
Doleantie is de benaming voor een kerkscheuring die in 1886 plaatsvond onder leiding van ds. Abraham Kuyper. De Oosterkerk, gebouwd in 1888 in eclectische trant door architecten J.W. en C.W. Meijer, was de eerste kerk in Zwolle van de Nederduits Gereformeerden of Dolerenden. Beide kerkgemeenten gingen in 1897 samen in de Gereformeerde Kerk Zwolle.
Het gebouw is zes traveeën lang en heeft een zadeldak. Het exterieur is voorzien van rondboogvensters en twee ingangspartijen. De hoofdingang wordt benadrukt door een torenpartij in renaissancistische vormen, bekroond door een ingesnoerd naaldspits. Inwendig wordt het gebouw verdeeld in drie beuken door een galerij op gietijzeren zuiltjes, waar ook het orgel uit 1890 een plaats vindt. Het middenschip wordt gedekt door een tongewelf; de zijschepen door vlakke zolderingen. De houten preekstoel, lampen, luchters en overig meubilair dateren uit de bouwtijd. De eerste steen werd gelegd op 21 april 1888.
Zondagsavonds werden er (interkerkelijke) kerkdiensten gehouden en zondagsmiddags was er de zondagsschool. Door de week vonden er vergaderingen plaats en werden er uitvoeringen verzorgd door verenigingen.
De Stinskerk
In 1961 werd gestart met de bouw van de Stinskerk, die in maart 1962 in gebruik werd genomen. Deze kerk werd gegarandeerd voor 25 jaar. In 1965 moest er echter al een zaal bijgebouwd worden en in 1975 werd “de Kameleon” geplaatst, waarin allerlei jeugdwerk plaats kon vinden. Een klokkenstoel uit 1968 werd toegevoegd. In het voorjaar van 1992 konden de oude “Stinskerk” en “de Kameleon” gesloopt worden, waarna op dezelfde plek de huidige “Stinskerk” verrees. Op 18 december 1992 werd de sleutel van deze kerk in ontvangst genomen, en de eerste eredienst vond plaats op zondag 20 december 1992.
De huidige Stinskerk is gebouwd in de vorm van een taartpunt, waarin de kerkgangers in een halve maan rond het liturgisch centrum zitten. De zeven balken zijn de dragers van het dak, die uitlopen in een punt met een kruis. Vanuit dit kruis lopen de balken weer naar binnen, waar ze uitkomen bij de ramen, symboliserend het licht van Gods genade. Het kruis staat zegevierend in het midden als teken van de grote overwinning.
Door een legaat van Dhr. G. ten Klooster werd het in 2002 mogelijk de kerk uit te breiden met een aantal zalen en een eigen kelder voor de jeugd.

tags: #protestantse #kerk #van #zwiolle