De Oprichting van de Gereformeerde Gemeenteschool
Na een periode van voorbereiding werd op 1 februari 1929 de eerste vestiging van de 'Gereformeerde Gemeenteschool' officieel geopend. Deze school zou later, in 1950, de naam Rehobôthschool krijgen bij de ingebruikname van een nieuw schoolgebouw aan de Jan van Nassaustraat. De naam Rehobôth, met de betekenis "Want nu heeft ons de HEERE ruimte gemaakt" (Genesis 26:22), weerspiegelde de opluchting na langdurige ruimteproblemen.

Het huidige schoolgebouw dateert uit 1980. Vanwege aanhoudende ruimtegebrek werd in 1989 een tweede school opgericht: de Eben-Haëzerschool. In 2004 vierde de Rehobôthschool haar 75-jarig jubileum.
Historische Context van Onderwijs in Nederland
De ontwikkeling van het reformatorisch onderwijs is nauw verbonden met bredere maatschappelijke en politieke debatten in Nederland, met name rond de vrijheid van onderwijs en de rol van religie in het onderwijs.
De Vrijheid van Onderwijs en de Schoolwetten
De Grondwet van 1848 introduceerde het beginsel van vrijheid van onderwijs, wat leidde tot discussies over de uitwerking ervan in wetgeving. Partijen stonden lijnrecht tegenover elkaar: de confessionelen, met name de anti-revolutionairen onder leiding van Groen van Prinsterer, pleitten voor facultatieve splitsing van het openbaar onderwijs naar kerkelijke gezindte. Daartegenover stonden de meer neutralistische groepen, voornamelijk progressieve liberalen, die het niet noodzakelijk achtten het christelijk beginsel expliciet in de onderwijswet te vermelden, ervan uitgaande dat het openbaar onderwijs vanzelf een christelijk karakter zou hebben.
De schoolwet van 1857 handhaafde de openbare lagere school, maar verbood onderwijzers expliciet om iets te onderwijzen dat strijdig was met de religieuze begrippen van de leerlingen. De wet beschermde het openbaar onderwijs van staatswege en verwierp het idee van facultatieve splitsing. Voorstanders van religieus getint onderwijs kregen de mogelijkheid om bijzondere scholen op te richten zonder overheidsgoedkeuring.
In de praktijk leidde dit tot een ontwikkeling waarin de openbare school in religieus homogene gebieden meer werd aangepast aan de lokale religieuze kleur. De oprichting van bijzondere scholen kwam aanvankelijk langzaam op gang, mede door financiële drempels. Pas later, zowel in het protestantse als het katholieke kamp, groeide de voorkeur voor bijzondere scholen.
De Rol van Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper
Groen van Prinsterer en zijn aanhangers legden zich neer bij de neutrale staat en de daaruit voortvloeiende neutrale scholen, en werden pleitbezorgers van bijzondere protestants-christelijke scholen. De 'Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs' werd opgericht om financiële middelen te verwerven.
Bij de katholieken veranderde de houding na de encycliek 'Quanta Cura' van de Paus, die opriep tot eigen onderwijs. De samenwerking tussen katholieken en liberalen in het parlement nam af.
In de jaren 1870 nam de politieke activiteit op onderwijsgebied toe. Liberalen, onder leiding van J. Coppello, streefden naar verbeteringen in het onderwijs, wat aanzienlijke kosten voor de overheid met zich meebracht. Tegenover Coppello stond Abraham Kuyper, die de 'Doleantie' leidde en de Gereformeerde Kerken in Nederland oprichtte. Kuyper werd een sleutelfiguur in de organisatie van de orthodox-protestantse zuil, met een eigen dagblad, politieke partij en universiteit. Hij stimuleerde krachtig de oprichting van eigen scholen, overtuigd van hun vormende waarde.
Kuyper combineerde parlementaire strijd met buitenparlementaire activiteiten, zoals via het 'Anti-Schoolwetverbond', dat streefde naar een wijziging van het grondwetsartikel om de bevoorrechting van het openbaar onderwijs te beëindigen. De 'Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs' bleef zich inzetten voor bijzondere scholen en promootte het restitutiestelsel, waarbij besparingen op het openbaar onderwijs ten goede zouden komen aan bijzondere scholen.
De Schoolwet van 1878 en de Gevolgen
De wet op het lager onderwijs van 1878 betekende een overwinning voor de liberale stroming en verhoogde het niveau van het lager onderwijs. De wet stuitte echter op verzet van katholieken en orthodox-protestanten, die anderhalf onderwijs voor hun kinderen verlangden.
Confessionelen wapenden zich en stichtten, onder zware omstandigheden, bijzondere scholen. Politiek gezien werd wijziging van het grondwetsartikel in een voor confessionelen gunstige zin een voorwaarde voor liberalen om verdere concessies te doen.
Egbert Altena en de Groen van Prinstererschool te Kampen
Egbert Altena (1908-1944), geboren te Genemuiden, werd hoofd van de Groen van Prinstererschool te Kampen. Hij groeide op in een gezin dat zich aansloot bij de Oud Gereformeerde Gemeente. Na zijn opleiding tot onderwijzer en het behalen van zijn hoofdakte, kwam hij in dienst bij de school van de Gereformeerde Gemeente te Genemuiden, alvorens in 1933 hoofd te worden van de nieuw opgerichte Groen van Prinstererschool te Kampen.
Altena was lid van de SGP en zeer betrokken bij de politiek-gereformeerde standpunten, wat bleek uit zijn weigering om kinderen naar een door de NSB-burgemeester georganiseerd feest met bioscoopbezoek te sturen. Hij weigerde ook medewerking te verlenen aan de Duitse bezetter.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin Kampen onder andere te maken kreeg met een NSB-burgemeester die probeerde de bevolking te controleren, bleef Altena principieel vasthouden aan zijn overtuigingen. Ondanks de moeilijke omstandigheden bleef hij een betrokken vader voor zijn vijf kinderen.
Ds. G.H. Kersten memoreerde in 1945 de leraar Egbert Altena, die tijdens de oorlog werd doodgeschoten.
Reformatorisch Onderwijs in Genemuiden: Specifieke Ontwikkelingen
De oprichting van scholen in Genemuiden weerspiegelt de bredere trends in het reformatorisch onderwijs.
De Rehobôthschool en de Eben-Haëzerschool
De Rehobôthschool, oorspronkelijk gesticht als 'Gereformeerde Gemeenteschool', kreeg haar huidige naam in 1950. Het schoolgebouw uit 1980 werd noodzakelijk vanwege ruimtegebrek, wat in 1989 leidde tot de oprichting van de Eben-Haëzerschool.
In 1949 werd een nieuwe, vijf lokalen tellende, Finse school van de Gereformeerde Gemeente gebouwd, die op 3 januari 1950 in gebruik werd genomen onder de naam "Rehobothschool". Deze school verving de noodoplossing van twee klassen in de oude fröbelschool, die later tot brandweerkazerne werd verbouwd.

Samenwerking en Bijzonder Onderwijs
Pogingen tot samenwerking of fusie tussen scholen van verschillende richtingen in Genemuiden hadden tot dan toe geen succes. Er was echter een initiatief voor een bijzondere school voor Voortgezet Lager en Algemeen Vormend Onderwijs (V.G.L.O.), waarbij vertegenwoordigers van drie kerkelijke richtingen betrokken waren. Dit initiatief werd gezien als een hoopvol teken van interkerkelijke samenwerking.
Ook werd in Kampen een school voor bijzonder buitengewoon lager onderwijs opgericht, die van grote betekenis was voor Genemuiden en omliggende gemeenten. Deze school bood onderwijs aan kinderen die op reguliere scholen niet konden meekomen, vanwege hun specifieke reactievermogen en bevattingsvermogen.
In 1951 besloot de gemeenteraad van Genemuiden het bewaarschoolonderwijs te subsidiëren, onder voorwaarden van toegankelijkheid voor kinderen van elke gezindte.
Cultureel Erfgoed en Historische Plaatsen in Genemuiden
Genemuiden kent een rijke historie, met diverse elementen die op de gemeentelijke monumentenlijst staan of zouden kunnen komen. Hieronder vallen historische gebouwen en locaties die getuigen van het verleden van de stad.
Monumenten en Historische Herinneringen
Een historische werkgroep heeft een lijst met mogelijke monumenten samengesteld, variërend van de oude burgemeesterswoning en ’t Olde Staduus tot arbeiderswoningen.
Genemuiden draagt ook de herinnering aan een tragisch gebeuren in 1922, waarbij elf mensen omkwamen bij een overtocht met de veerpont. Een plaquette bij het Veer herinnert aan dit 'onvoorstelbare drama'.
Immaterieel Cultureel Erfgoed
Het psalmzingen met de bovenstem is erkend als immaterieel erfgoed en is een uiting van de culturele identiteit van Genemuiden. Het is de eerste protestantse traditie die op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland is opgenomen.
De Kerkelijke Traditie van Genemuiden
De Hervormde Gemeente Genemuiden staat in de traditie van de Reformatie en voelt zich nauw verbonden met de Gereformeerde Bond. De prediking is Bijbel-normatief en sluit aan bij de belijdenisgeschriften van de Reformatie. De kerkdiensten kenmerken zich door een sobere liturgie en het gebruik van psalmen.
De kerkgeschiedenis van Genemuiden gaat ver terug, met een Utrechtse bisschop die de bewoners een eigen kerk gunde. Door de eeuwen heen is het Godshuis beschadigd of verloren gegaan door stormen, branden en oorlogsgeweld, maar steeds weer herbouwd. Na een verwoestende brand in 1882 werd besloten tot nieuwbouw, wat resulteerde in de huidige kerk, ingewijd in 1883.
De kerk kende diverse ontwikkelingen, zoals de afschaffing van zitplaatsenverhuur en het verdwijnen van het beroep van orgeltrapper. Uitbreidingen vonden plaats door de bouw van een noordelijke beuk en balkons.
Het orgel van de kerk heeft een rijke geschiedenis, met diverse bouwers en restauraties. Het imposante orgel werd in de stijl van de preekstoel gebouwd.

tags: #reformatorisch #onderwijs #genemuiden