De geschiedenis van Zevenbergen is rijk en complex, gekenmerkt door de heerschappij van verschillende adellijke families, belangrijke gebeurtenissen zoals overstromingen en branden, en de economische en sociale ontwikkelingen die de stad hebben gevormd.
De Vroege Middeleeuwen en de Heren van Strijen
De oorsprong van Zevenbergen kan worden teruggevoerd tot de 12e eeuw, met de vermelding van de familie Van Strijen als heersers over het gebied. Willem I van Strijen wordt genoemd in 1145, gevolgd door Hugo van Strijen in 1190 en Willem II van Strijen in 1234. De eerste officiële vermelding van Zevenbergen in een document dateert uit 1254, toen Christina van Lijnden, weduwe van Willem II van Zevenbergen, werd vermeld. De familie Van Strijen bleef invloedrijk, met Willem IV van Strijen die in 1285 wordt genoemd. In 1287 wordt gesproken over een kerk van Zevenbergen en een moer die door Willem Hugemanszoon van Strijen aan het Sint Janshospitaal in Brugge werd geschonken. Een belangrijke stap in de ontwikkeling van de heerlijkheid vond plaats in 1290, toen Willem IV van Strijen Zevenbergen officieel in "achterleen" gaf aan zijn neef Willem Hugemanszoon, wat wordt beschouwd als de officiële stichting van de heerlijkheid Zevenbergen.

De Late Middeleeuwen: Bestuurlijke en Sociale Veranderingen
In de 14e eeuw kende Zevenbergen verschillende heren uit het geslacht Van Strijen, waaronder Thomas van Strijen (1342) en Gerrit I van Strijen (1349). Deze periode werd ook gekenmerkt door grote gebeurtenissen zoals de pestepidemie (1347-1351), die een verwoestende impact had op de bevolking van Europa. De inpoldering van de Grote Zonzeelse polder en het Oudland van Zevenbergen vonden plaats in 1358. Hugeman II van Strijen, ook wel bekend als "De Bastaard", was heer van Zevenbergen in 1365 en verkreeg in 1370 de heerlijkheid Gageldonk, die hij echter weer verkocht. In 1382 kondigde hij een verbod op moernering nabij de dijken aan om hun verzwakking te voorkomen.
Het wapen van Zevenbergen, met de drie andreaskruisen ontleend aan het wapen van Strijen en de zeven bergen, wordt voor het eerst genoemd in 1396. Gerrit II van Strijen was heer van Zevenbergen in 1406 en speelde een rol in de Hoekse en Kabeljauwse twisten door Jan V van Arkel gevangen te nemen en tien jaar op te sluiten in het kasteel van Zevenbergen. De Sint-Elisabethsvloed in 1421 had een grote impact, waarbij Zevenbergen naar verluidt door een zeemeermin werd bezocht met de voorspelling dat de stad zou vergaan, maar de Lobbekenstoren zou blijven bestaan. In 1427/1428 veroverde Philips de Goede van Bourgondië Zevenbergen, nam Gerrit II gevangen en liet de stadsmuren slopen. Zevenbergen verkreeg hiermee stadsrechten en was omwald.

De Bourgondische en Habsburgse Periode: Herstel en Nieuwe Ontwikkelingen
Na de verovering door Philips de Goede kwam Zevenbergen onder het bestuur van de Bourgondiërs. In 1429 verhuisde de Hollandse Munterij van Dordrecht naar Zevenbergen, wat een tijdelijke straf voor Dordrecht betekende. Philips van Bourgondië verhuurde Zevenbergen in 1430 voor acht jaar aan zijn vriend Frank van Borssele. Na het overlijden van Jacoba van Beieren in 1436 werd Gerrit II van Strijen vrijgelaten uit gevangenschap. De parochie Zevenbergen werd in 1438 als te klein beschouwd. Een grote brand in 1447 leidde tot vrijstelling van huiscijnsen voor huiseigenaren. De grote klok van de Catharinakerk werd in 1450 gegoten, en in hetzelfde jaar werden de pogingen tot herstel van de stadsmuren gestaakt na de Allerheiligenstorm. Philips van Bourgondië gaf Zevenbergen in 1454 terug aan de familie Van Strijen, waarna Arent van Zevenbergen heer werd.
De 16e eeuw bracht verdere veranderingen. In 1466 werd Desiderius Erasmus geboren in Rotterdam, wiens moeder afkomstig was uit Zevenbergen. De bedijking van gorzen ten noorden en noordwesten van Zevenbergen, zoals de Kleine Noordpolder, vond plaats in 1475. Arent van Zevenbergen werd in 1480 benoemd tot lid van de Raad van Holland. In 1481 trouwde zijn dochter Magdalena van Sevenberghe met Cornelis van Bergen, die na het overlijden van Arent in 1492 heer van Zevenbergen werd. Cornelis (I) van Bergen werd in 1500 opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies en woonde voornamelijk in 's-Hertogenbosch.
De haven van Zevenbergen bleek in 1502 niet bevaarbaar voor de aanvoer van bouwmateriaal voor het kasteel. De bedijking van Nieuwland (later "Oudland van Zevenbergen") vond plaats in 1504. Na het overlijden van Cornelis (I) van Bergen in 1508, werd hij opgevolgd door zijn zoon Maximiliaan. In 1515 werd zoutwinning verboden vanwege gevaar voor de dijken. Maximiliaan van Bergen overleed kinderloos in 1520 en werd tijdelijk waargenomen door zijn moeder, Maria van Zevenbergen. In 1526 werd de polder Bosselaar bedijkt en vond er een grenscorrectie plaats. Na het overlijden van Maria van Zevenbergen in 1529, werd Cornelis (II) van Bergen heer van Zevenbergen. Hij werd in 1538 Prins-bisschop van Luik en bezocht Zevenbergen in 1539, maar het gezelschap werd ziek.
De oprichting van de H. Kruis Broederschap en H. Sacramentsbroederschap vond plaats in 1537. De bedijking van Bloemendaal, Koekoekpolder, Torenpolder en De kleine Zandberg polder volgde in de jaren 1539-1543. In 1541 gaf Cornelis (II) een oorkonde aan het schuttersgilde St. Joris, dat later uitgroeide tot de "Vroedschap". Er wordt in 1542 gesproken over twee bruggen. Cornelis (II) trad in 1544 af als bisschop van Luik en verbleef daarna vaker in Zevenbergen. In 1545 werd een kanaal van de Mark naar het centrum aangelegd. Jean de Ligne, toekomstig heer van Zevenbergen, trouwde in 1546 met Margaretha van der Marck. In 1556 werd de voorloper van Huize Steelandt gebouwd.

De Tachtigjarige Oorlog en de Gevolgen voor Zevenbergen
Een grote brand in 1557 legde een groot deel van de stad in de as. In 1558 werd een deel van de macht van de Heer overgedragen aan de magistraat. Cornelis (II) van Bergen schonk Zevenbergen in 1559 aan zijn neef Jean de Ligne, die in 1568 sneuvelde in de slag bij Heiligerlee. Margaretha van der Marck werd in 1568 vrouwe van Zevenbergen. De stad werd in 1572 bezet door de Spanjaarden en later door de Watergeuzen, die vernielingen aanrichtten in het kasteel en de kerk. Huize Luchtenburg werd in 1574 door de geuzen afgebroken en in 1577 weer opgebouwd. De Unie van Utrecht in 1579 markeerde de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kende Zevenbergen periodes van Spaanse bezetting en herovering door Staatse troepen. In 1590 werd het Turfschip van Breda genoemd, en in hetzelfde jaar werd Zevenbergen kort bezet door de Spanjaarden. Grote branden in 1595 en 1663 verwoestten een aanzienlijk deel van de stad, waarbij in 1662 ook het stadhuis/kasteel en het gemeentearchief verloren gingen. Margaretha van der Marck keerde in 1597 terug uit ballingschap en werd in 1599 opgevolgd door haar zoon Karel de Ligne.

De Republiek en het Huis van Oranje-Nassau
De Reformatie werd in 1610 officieel ingevoerd in Zevenbergen, waarbij de Catharinakerk door de protestanten in gebruik werd genomen. Philips Karel de Ligne werd in 1616 heer van Zevenbergen. Huize Steelandt werd in 1617 opgebouwd. Na het overlijden van Philips Karel in 1621, die in Spanje gevangen werd genomen en stierf, werd hij in 1640 opgevolgd door Philips Frans de Ligne. In 1647 kocht de koning van Spanje Zevenbergen van de Hertog van Aremberg en gaf het aan Amalia van Solms, weduwe van Frederik Hendrik, ter gunste van de onderhandelingen voor de Vrede van Munster. Amalia van Solms werd in 1648 officieel Vrouwe van Zevenbergen.
De Nassause Domeinraad, opgericht in 1581, bestuurde Zevenbergen in de praktijk vanaf 1648. De St. Jorisgilde werd in 1649 de officiële vroedschap. De havenkade werd in 1661 van steen voorzien. Het Rampjaar 1672 kende grote ontreddering, waarbij de omgeving van Zevenbergen onder water werd gezet om de Fransen tegen te houden. Na het overlijden van Amalia van Solms in 1675, kwam Zevenbergen in 1676 onder de hoofdtak van het huis van Oranje-Nassau, met stadhouder Willem III als heer van Zevenbergen.

De Moderne Tijd: Gemeentelijke Ontwikkeling en Erfgoed
Volgens Delahaye zou de naam Zevenbergen afkomstig kunnen zijn van zeven landtongen, wallen of eilandjes die bij de vorming van het poldergebied zichtbaar waren. Een andere verklaring is de aanwezigheid van zeven veilige plaatsen waar schepen zich konden bergen toen Zevenbergen nog aan zee lag. Door bedijkingen werd Zevenbergen verbonden met het vasteland van Zuid-Holland. Na een aanvankelijke bloei door de winning van zout en turf, en later door handel, scheepvaart en landbouw, ontstond er na de Sint Elisabethsvloed in 1421 een groot verval.
In de 16e eeuw begon Cornelis van Bergen met de inpoldering rond Zevenbergen, wat de landbouw opnieuw kansen bood. De teelt van meekrap zorgde voor flinke winsten, maar verdween na de ontdekking van chemische verfstoffen. De suikerbiet nam haar plaats in, en in de 19e eeuw telde Zevenbergen drie particuliere suikerfabrieken, gevolgd door een coöperatieve fabriek begin 20e eeuw. De suikerindustrie was van immens belang, hoewel er nu geen werkende fabriek meer is.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Zevenbergen zwaar getroffen door oorlogsgeweld. Op 11 mei 1940 werd de stad gebombardeerd, met vele slachtoffers. De bevrijding in november 1944 was nog erger, waarbij bijna de gehele binnenstad werd vernield en vele doden en gewonden te betreuren vielen. De bruggen waren opgeblazen en de landbouw kampte met grote moeilijkheden. De watersnoodramp van 1953 trof ook het grondgebied van Zevenbergen, maar de stad zelf bleef gespaard.
Het gebouw dat nu bekend staat als Museum Zevenbergen, voorheen de oudheidkamer Willem van Strijen, speelt een belangrijke rol in het bewaren en uitdragen van de geschiedenis van Zevenbergen. De Stichting Heemkundekring Willem van Strijen, opgericht in 1954, exploiteert het museum en houdt zich bezig met het bestuderen en verzamelen van historische objecten. Naast het museum geeft de stichting het tijdschrift "Oud Nieuws" uit en organiseert zij lezingen en stadswandelingen.
De Sint Catharinakerk (Nederlands Hervormde Kerk) aan de Markt onderging een omvangrijke restauratie die meer dan een jaar duurde, met een budget van 1,3 miljoen euro. De restauratie omvatte werkzaamheden aan het carillon, het uurwerk en de glas-in-loodramen, en werd gefinancierd door diverse fondsen en kerkelijke acties.
Het gebouw dat vroeger het gemeentehuis van Zevenbergen was, gebouwd in 1875 in opdracht van Adriaan de Bruijn, directeur van de suikerfabriek Azelma, is een opvallend architectonisch monument. Na diverse functies werd het in 1925 in gebruik genomen als gemeentehuis en kreeg het plein ervoor de naam Raadhuisplein. In 1972 verhuisde het gemeentelijk apparaat naar het voormalige klooster in de Molenstraat, omdat het gemeentelijk apparaat te groot werd voor de villa.
Tot de Franse tijd bleef Zevenbergen Hollands gebied. Bij de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813 werd het bij de provincie Noord-Brabant gevoegd. De stad is versterkt geweest met poorten en muren tot aan 1428, waarna deze nooit meer zijn opgebouwd. De stad heeft zich hierdoor agrarisch gericht, met de teelt van graan, boekweit, vlas en vooral meekrap. De opkomst van de suikerbietindustrie in de 19e eeuw was van grote economische betekenis.
Zevenbergen beslaat tegenwoordig een oppervlakte van 4.927 ha. en is onderdeel van de gemeente Moerdijk. De recente geschiedenis wordt ook gekenmerkt door de strijd binnen de gereformeerde kerk en de restauratie van historische gebouwen, wat de levendige gemeenschapszin en het belang van erfgoed benadrukt.

Watersnood rond Zevenbergen in 1953 (Heemkundekring Zevenbergen)
tags: #stichting #hervormd #rusthuis #zevenbergen