Samenstelling en functioneren van de kerkenraad binnen de Protestantse Kerk Nederland

De Protestantse Kerk Nederland (PKN) kent een gedecentraliseerde structuur, waarbij elke lokale gemeente wordt geleid door een kerkenraad. De kerkenraad is het hoogste bestuursorgaan van de gemeente en is samengesteld uit vertegenwoordigers van de verschillende ambten binnen de kerk. Deze structuur is geworteld in de kerkordentradities uit de vorige eeuw en de basis voor de kerk in 2004 gelegd. De Protestantse Kerkorde (PKO) en de bijbehorende ordinanties, generale regelingen en uitvoeringsbepalingen vormen het juridische kader waarbinnen de kerkenraden functioneren.

Het doel van de kerkorde is het waarborgen van een zekere eenvormigheid in de kerk, in al haar schakeringen. Echter, de ordinanties worden in toenemende mate als een last ervaren, omdat ze niet altijd aansluiten bij de hedendaagse realiteit en de behoefte aan flexibiliteit. De huidige kerkorde, zoals onder 5.1.1 wordt voorgesteld, beoogt ruimte te maken in de regelgeving om weer toe te komen aan de kernen van kerk-zijn, met een heldere en uitvoerbare structuur.

Samenstelling van de Kerkenraad

De kerkenraad vormt het bestuur van een lokale kerkelijke gemeente binnen de Protestantse Kerk Nederland. Volgens de kerkorde bestaat de kerkenraad uit de ambtsdragers van de gemeente. Binnen de PKN zijn er drie ambten: predikant, ouderling en diaken. Binnen het ambt van ouderling is er een specialisatie: de ouderling-kerkrentmeester, die verantwoordelijk is voor de beheerstaken van de gemeente. Deze deskundigheid is onmisbaar, omdat beleid en financiën nauw met elkaar verweven zijn.

Elke gemeente heeft een kerkenraad. In een gemeente met wijkgemeenten heeft de gemeente een algemene kerkenraad en de wijkgemeente een wijkkerkenraad. Een kerkenraad heeft minimaal zeven leden: een voorganger (predikant), twee ouderlingen, twee ouderling-kerkrentmeesters en twee diakenen. Deze samenstelling is bedoeld om een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende taken en verantwoordelijkheden binnen de gemeente te waarborgen, en om het vier-ogenprincipe bij financiële kwesties te hanteren.

Ambtsdragers zijn gelovige leden die zich bereid hebben verklaard voor een bepaalde periode, meestal een termijn van 4 jaar die maximaal 2 maal verlengd kan worden, een taak op zich te nemen van diaken of ouderling. Na beëindiging van hun diensttermijn, treden de ambtsdragers terug en worden zij opgevolgd door andere gelovige en belijdende leden van de kerk. De predikant is ook een ambtsdrager, en de ambten van ouderling, diaken en predikant zijn gelijkwaardig.

Het moderamen vormt het dagelijks bestuur van de kerkenraad. Zij bereidt de kerkenraadsvergaderingen voor en handelt lopende zaken af. In het moderamen hebben zitting: een van de predikanten (meestal bij toerbeurt voor één of twee jaar), de voorzitter en secretaris van de kerkenraad, voorzitters van de colleges van diakenen en van kerkrentmeesters, en een jeugdouderling. Het moderamen bestaat uit minimaal drie ambtsdragers (waaronder de voorganger) en de volgende drie functies: preses (voorzitter), scriba en assessor (vice-voorzitter).

Schema van de samenstelling van de kerkenraad met de verschillende ambten en hun onderlinge relatie.

Taken en Verantwoordelijkheden van de Kerkenraad

De kerkenraad geeft leiding aan het leven en werken van de gemeente. De taken van de kerkenraad zijn uitgebreid beschreven in de kerkorde. Dit valt uiteen in drie hoofdtaken:

  • De zorg voor de dienst van Woord en sacramenten (ord. 5, 6 en 7).
  • Het leidinggeven aan de opbouw van de gemeente in de wereld.
  • De zorg voor de missionaire, diaconale en pastorale arbeid en de geestelijke vorming (ord. 3-6-3).

Daarnaast is de kerkenraad eindverantwoordelijk voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente, waaronder de diaconie. Dit omvat het beheer van kerkelijke gebouwen, financiën en andere bezittingen. De ouderling-kerkrentmeesters zijn hierbij specifiek belast met het beheer van de kerkelijke gebouwen.

De kerkenraad heeft ook taken die betrekking hebben op de omgeving van de gemeente:

  • In samenwerking met andere gemeenten de vitaliteit van de gemeente bevorderen en formatieplaatsen van voldoende omvang voor predikanten in stand houden/verkrijgen.
  • Oecumene, uitgewerkt in ord. 14-6.

De kerkenraad stelt ook de plaatselijke regelingen vast, die het leven en werken van de gemeente nader beschrijven. Deze regelingen worden opgesteld na overleg met de organen van de gemeente op wie de regeling betrekking heeft.

Besluitvorming en Bestuur

In alle kerkelijke lichamen worden besluiten steeds na gemeenschappelijk overleg en zo mogelijk met eenparige stemmen genomen. Hierin onderscheidt de kerk zich ten opzichte van andere besturen, waar over het algemeen met een meerderheid besluiten worden genomen. In de kerk ligt de nadruk op de eensgezindheid, en dus op het horen van de minderheid en het zo mogelijk meenemen van haar wijsheid in de besluitvorming. Stemming over zaken geschiedt mondeling, tenzij om schriftelijke stemming wordt gevraagd. Staken de stemmen, dan vindt herstemming plaats.

Om besluiten te kunnen nemen, moet ten minste de helft van het aantal leden, met een minimum van drie leden, ter vergadering aanwezig zijn. Dit wordt ook wel het quorum genoemd. De huidige regel voor het vereiste quorum in ord. 4-5 lid 4 wordt als algemeen kader gehandhaafd.

De kerkorde geeft ruimte aan de kerkenraad om commissies of werkgroepen in te stellen voor verschillende taken. Hiermee kan de medeverantwoordelijkheid van niet-ambtsdragers bij het leven en werken van de gemeente worden versterkt. Het is belangrijk dat de kerkenraad de gemeente bij zijn werk betrekt via heldere communicatie.

Infographic die de procedure voor besluitvorming in de kerkenraad illustreert, met nadruk op gemeenschappelijk overleg en eenparigheid.

Uitdagingen en Toekomstbestendigheid

De huidige kerkorde en de bijbehorende regelgeving worden door sommigen als een last ervaren, mede door de toenemende vergaderdruk en het feit dat werk door steeds minder mensen gedaan moet worden. Het kerkenraadswerk, het bestuur en het beheer komen daardoor in gevaar. Er is een behoefte aan ruimte in de regelgeving om de kerkenraad op tal te houden en te voorkomen dat het werk door te weinig mensen gedaan moet worden.

De PKN werkt aan een toekomstbestendige kerkorde. Artikelen van de Protestantse Kerkorde, ordinanties, generale regelingen en uitvoeringsbepalingen worden herzien om beter aan te sluiten bij de praktijk. De nota Kerk 2025 (II.1.1.) biedt een visie op de toekomst van de kerk, met aandacht voor onderwerpen als 'vergaderdruk', 'samen kerkzijn' en 'helder en krachtig bestuur'.

Een belangrijk aspect is de samenwerking van gemeenten. Fusies kunnen daardoor worden tegengegaan, maar ook gestimuleerd. Het aantal gemeenten dat in wijkgemeenten is ingedeeld, loopt terug. Dit kan leiden tot een vereenvoudiging van de structuur, waarbij de centrale gemeente de rechtspersoonlijkheid bezit en centrale taken verzorgt.

Er wordt gekeken naar de mogelijkheid om de bepalingen inzake het vereiste quorum in ord. 4-5 lid 4 te versoepelen of op te heffen, indien dat kerkelijk mogelijk wordt. Ook de digitale vergadering wordt als een mogelijkheid onderzocht om besluitvorming te faciliteren.

De Protestantse Kerk Nederland en haar gemeenten zijn geroepen tot dienst aan de wereld, waarin omzien naar elkaar, betrokkenheid met elkaar en het vormen van een gemeenschap belangrijke pijlers zijn. De privacyverklaring van de kerk geeft inzicht in de doelen en grondslagen van gegevensverwerking binnen de kerk, en de rechten van betrokkenen met betrekking tot hun persoonsgegevens.

tags: #samenstelling #kerkenraad #pkn