Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Berkel en Rodenrijs

De geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Berkel en Rodenrijs is nauw verbonden met de kerkenfusie van 1892, waarbij gemeenten uit zowel de 'afscheiding' als de 'doleantie' samenkwamen. De oorsprong van deze kerkgemeenschap in Berkel en Rodenrijs is echter complex en kent diverse invloeden en ontwikkelingen.

De Vroege Jaren en de Afscheiding

De eerste stappen richting een zelfstandige gereformeerde gemeente in Berkel werden gezet door Krijn Vogelaar (1819-1897). In januari 1846 voelde hij zich niet langer thuis in de hervormde kerk van Berkel, waar predikant ds. J.C. Hentzepeter diende. Zijn onvrede werd duidelijk toen hij bij de doop van zijn kind weigerde de tweede doopvraag te beantwoorden, waarin beloofd werd het kind op te voeden volgens de leer van de kerk. Hoewel de doop doorging, zocht Vogelaar steeds meer aansluiting bij de Afgescheiden gemeente in Rotterdam.

Een belangrijke ontwikkeling vond plaats op 29 april 1862 met de instelling van een ‘Christelijke Afgescheidene Gemeente’ in het nabijgelegen Zegwaard. Krijn Vogelaar werd hier lid van, en zijn lidmaatschap had aanzienlijk gewicht, aangezien hij acht kinderen had en de gemeente aanvankelijk nog geen dertig leden telde. De kerkenraad van deze jonge gemeente bestond in het begin uit slechts één ouderling en één diaken, maar bleek levenskrachtig.

Een Levenskrachtige Gemeente in Zegwaard

Een jaar na de instituering in Zegwaard wilde de kerkenraad al een oefenaar beroepen. Deze zou voor fl. 1 per week werkzaam zijn, met vrij wonen en vrijstelling van belastingen. Oefenaar J. Stadt (1828-1900) kwam in 1863 naar Zegwaard, maar vertrok nog hetzelfde jaar naar Hasselt. Tussen 1863 en 1878 werd de gemeente bediend door een reeks predikanten:

  • ds. J.P. van der Maas (1825-1889) (1865-1867)
  • ds. G. Lampen (1828-1899) (1867-1870)
  • ds. C. Kuijper (1847-1901) (1872-1875)
  • ds. P.

Na 1878 begon een periode van geleidelijke achteruitgang van het ledental en de kerkelijke inkomsten. Het beroepen van een predikant of oefenaar werd te duur; de huuropbrengst van de leegstaande pastorie diende om de meest dringende uitgaven te dekken.

De Komst van Oefenaar Koster en de Opkomst van Berkel

De kerkenraad van Zegwaard overlegde met de classis over de toekomst van de gemeente. Een commissie adviseerde om de gemeente niet op te heffen, maar juist alles in het werk te stellen om haar voortbestaan te verzekeren. Hierdoor kwam de kerkenraad in contact met oefenaar P. Koster (1852-1931) uit Leeuwarden, die zich bezighield met zending onder de Joden. De gemeenteleden in Berkel steunden de plannen, op voorwaarde dat Koster eens in de veertien dagen in Berkel zou preken en catechisatie zou geven. Koster ging akkoord en bleef twaalf jaar verbonden aan de gemeente Zegwaard, tot 1899, met een traktement van fl. ...

Foto van de stal van Krijn Vogelaar achter de boerderij waar de kinderen voor staan.

In Berkel trad Koster op in de tot kerkzaal verbouwde koestal van Krijn Vogelaar. Zijn krachtige stemgeluid zorgde ervoor dat zijn preken zelfs buiten de stal te volgen waren. De aanwezigheid van Koster in Berkel, gecombineerd met de opkomst van de tuinbouw die nieuwe werkgelegenheid bood, speelde een belangrijke rol in de groei van het aantal gemeenteleden in het dorp. Dit leidde ertoe dat de Berkelaars zich in 1890 tot de classis richtten met het verzoek om medewerking te verlenen aan de stichting van een zelfstandige gemeente in Berkel.

Spanningen tussen Zegwaard en Berkel

De kerkenraad van Zegwaard was aanvankelijk niet blij met het verzoek uit Berkel. Desondanks besloot de kerkenraad van Zegwaard in januari 1891 het aantal ambtsdragers uit te breiden met leden uit Berkel. Naast Krijn Vogelaar, die in 1869 ouderling was geworden, werden ook een ouderling en een diaken benoemd uit Berkel. De komst van oefenaar Koster, die om de veertien dagen in Berkel preekte, zorgde ervoor dat de Berkelse gemeenteleden steeds minder naar Zegwaard kwamen. De stal werd te klein, niet alleen voor de groeiende ‘eigen’ gemeenteleden, maar ook voor hervormde gemeenteleden die de diensten bezochten.

De ambtsdragers uit Berkel verzochten opnieuw om de instelling van een Christelijke Gereformeerde Gemeente in Berkel. De broeders uit Zegwaard spraken zich echter in de classis tegen dit voorstel uit. Pogingen om een ouderling uit Berkel namens Zegwaard naar de classis te laten gaan, mislukten.

De Doleantie in Berkel

Parallel aan de ontwikkelingen binnen de Christelijke Afgescheiden Gemeente, vond ook binnen de hervormde kerk van Berkel een proces van verandering plaats. Ds. W.H. Krijt, predikant van april 1864 tot april 1965, werkte onbewust mee aan de totstandkoming van de Doleantie te Berkel. Hij bevorderde de stichting van christelijke scholen, vestigde de aandacht op de landelijke Utrechtsche Zendingsvereeniging en initieerde de oprichting van de Berkelse Christelijke Jongelingsvereniging in november 1864. Deze vereniging droeg bij aan de bewustwording van kerkelijke problemen onder jonge leden, waaronder leden van de Christelijke Afgescheidene Gemeente in Zegwaard.

Anthonie Batenburg en de ‘Kerkelijke Kas’

In 1886 ontstond er onrust toen een gemeente lid, Anthonie Batenburg (1845-1893), zijn kind liet dopen bij de Dolerende Kerk in Rotterdam. De hervormde kerkenraad veroordeelde hem als ‘schuldig aan scheurmakerij’ en ontzegde hem kerkelijke rechten. Kort daarna, op 10 december 1889, diende een schrijven van acht belijdende leden, waaronder I. Havenaar, in bij de hervormde kerkenraad. Zij bekritiseerden het hiërarchische bestuur van de synode en het ‘Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk’ van 1816. De kerkenraad nam het verzoek echter niet in overweging.

De acht ondertekenaars besloten daarop zelf tot ‘de Reformatie der Kerk’ over te gaan. In maart 1890 richtten zij de Vereeniging ‘De Kerkelijke Kas’ op, die als rechtspersoon de handelingen van de Dolerende kerkenraad ter hand zou nemen. Op 8 mei 1890 verkreeg de vereniging koninklijke goedkeuring. Aan het Noordeinde in Berkel werden woningen aangekocht en achter deze huizen werd een kerkgebouw gerealiseerd.

Schematische weergave van de kerkelijke structuren en de Doleantie.

Oefenaar P. Koster deelde aan de christelijke gereformeerden in Berkel mee dat het bestuur van ‘De Kerkelijke Kas’ verwachtte dat zij de diensten in de nieuwe kerk zouden bijwonen. Echter, de ‘Kerkelijke Kas’ had eigen reglementen opgesteld zonder overleg met de christelijke gereformeerden. Dit leidde ertoe dat oefenaar Koster besloot de diensten in de kerk aan het Noordeinde niet bij te wonen. Uiteindelijk kwamen Batenburg, Jasper Verhoeff en Krijn Vogelaar tot overeenstemming.

De Instituering van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)

De broeders van ‘De Kerkelijke Kas’ namen contact op met de classis Rotterdam van de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende). Op 27 november 1890 werd hulp en steun gevraagd bij de ‘vrijmaking hunner kerk’. De classis ging akkoord en wees ds. A. ...

Op 18 februari 1891 werd een openbare bidstond gehouden in de kerk aan het Noordeinde. Veertien broeders waren aanwezig, waarna besloten werd tot het kiezen van ambtsdragers. Op 8 maart 1891 bevestigde ds. A. van Veelo (1844-1924) uit Rotterdam de verkozenen in het ambt, waarmee de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’ te Berkel feitelijk geïnstitueerd werd. De kerkenraad besloot te breken met de synodale hiërarchie en de Dordtse Kerken Ordening weer van kracht te verklaren.

De Vereniging van Afscheiding en Doleantie

De Dolerende kerkenraad zocht contact met de Berkelse leden van de christelijke gereformeerde gemeente van Zegwaard. Vanwege de gezamenlijke bijeenkomsten in het gebouw aan het Noordeinde verliepen de gesprekken soepel. Er werd overeenstemming bereikt over gezamenlijke kerkenraadsvergaderingen, huisbezoeken, gezamenlijke catechisaties door oefenaar Koster en br. Batenburg, en afwisselend preken van christelijke gereformeerde en Dolerende predikanten in de kerk aan het Noordeinde.

Sinds enkele jaren waren er landelijke onderhandelingen gaande tussen de ‘Christelijke Gereformeerde Kerk‘ en de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerken’ over een samengaan. Op 17 juni 1892 werd de fusie officieel een feit. Vanaf die datum heetten de Dolerenden van Berkel en de Christelijke Gereformeerden van Zegwaard beiden ‘Gereformeerde Kerk‘. Op 10 juni werd een nieuwe gezamenlijke kerkenraad gekozen, met onder andere Krijn Vogelaar, Anthonie Batenburg en Jasper Verhoeff als ouderlingen.

Tijdlijn van de belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Berkel en Rodenrijs.

De Gereformeerde Kerk te Berkel en Rodenrijs na 1892

De Gereformeerde Kerk van Berkel en Rodenrijs, ontstaan uit de fusie van de afgescheiden en dolerende gemeenten, kwam aanvankelijk bijeen in de ‘stal’ van Vogelaar. Op particulier initiatief werd een kerk gebouwd die in 1891 in gebruik werd genomen. De gemeente groeide snel, wat in 1906 leidde tot de ingebruikname van een nieuw kerkgebouw. In 1936 werd in Bergschenhoek een zelfstandige gemeente gevormd, waardoor de gemeente in Berkel iets kleiner werd, maar het kerkgebouw bleef gevuld en werd al snel te klein.

De Vrijmaking in 1944

In 1942 deed de generale synode van de gereformeerde kerken leeruitspraken over verbond en doop, die door een deel van de gemeente niet onderschreven konden worden. Dit leidde in september 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, tot de ‘vrijmaking’. Meer dan de helft van de belijdende leden gaf gehoor aan de oproep om apart samen te komen. De gemeente van ongeveer 1400 zielen werd hierdoor in tweeën gedeeld. De meerderheid, de ‘bezwaarden’, meende te handelen naar ‘Schrift en Belijdenis’, terwijl de minderheid de synode moest volgen.

Wat is het broeikaseffect?

De ‘synodalen’ vergaderden in het gebouw van de bloemenveiling, terwijl de vrijgemaakten onder leiding van de kerkenraad in het kerkgebouw samenkwamen. In maart 1945 stelde de rechter de ‘synodalen’ in het gelijk in een kort geding over de kerkelijke goederen. De vrijgemaakten moesten het kerkgebouw en de pastorie afstaan. Zij kwamen vervolgens bijeen in de ‘Kistenkerk’, gevestigd in een verdieping van het gebouw van de heer Hordijk van de kistenfabriek. Deze ruimte bleek niet ideaal, en in 1947 verhuisde de gemeente naar de bloemenveiling. In 1952 kon men een nieuw kerkgebouw betrekken aan de Rodenrijsweg, de zogenaamde ‘Oude Kerk’.

Nieuwe Ontwikkelingen en Groei

Na 35 jaar werd dit kerkgebouw vervangen door een nieuw, groter gebouw. In 1990 werd ‘De Bron’ in gebruik genomen, en de gemeente telde toen 1250 leden.

Uitleg bij Archieftoegang

Een archieftoegang biedt uitgebreide informatie over een bepaald archief en bestaat doorgaans uit de volgende onderdelen:

  • Kenmerken van het archief: Omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid, etc.
  • Inleiding op het archief: Geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer, aanwijzingen voor gebruik.
  • Inventaris of plaatsingslijst: Een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken met formele en globale beschrijvingen.
  • Eventueel bijlagen.

Het lezen en begrijpen van een inventaris vereist enige oefening en ervaring. Bij het zoeken wordt de hiërarchie gevolgd; rubrieken op een hoger niveau omvatten ook onderliggende niveaus.

tags: #antoinette #gereformeerde #kerk #berkel #en #rodenrijs