Institutie van de Christelijke Religie: Een Samenvatting van Calvijns Theologisch Werk

De Institutie, voluit "Onderwijzing in de christelijke godsdienst", is in essentie een inleiding en leidraad tot het lezen van de Bijbel. Net als Maarten Luther, hechtte Johannes Calvijn geen waarde aan een zaligmakende openbaring van God buiten de Schrift om; deze is ons gegeven voor het kennen van God. In de inleiding op zijn monumentale werk schreef Calvijn: "Ik heb, naar ik meen, de hoofdsom van de godsdienst in alle delen zo saamgevat en in zulk een orde gesteld, dat indien iemand de hoofdsom juist heeft gevat, het hem niet moeilijk valt vast te stellen, wat hij vooral moet zoeken in de Schrift èn tot welk doel hij al wat in haar vervat is, moet richten".

Wat Calvijn in zijn Bijbel las, gaf hij weer in een gerangschikte orde en eerlijke uitlegging in zijn boek. Dit vormt de grote waarde van de Institutie. Calvijns denken en werken draaiden om God, Zijn openbaring en Zijn eer. Alles begint bij God en alles moet bij Hem eindigen. Deze kernboodschap doordringt het gehele werk.

Portret van Johannes Calvijn, met de Institutie in zijn handen

De Kern van Calvijns Wijsheid: Kennis van God en Zelfkennis

De openingszin van de Institutie is veelzeggend voor Calvijns gedachtegoed: "Nagenoeg de ganse hoofdinhoud van onze wijsheid.... bestaat uit twee delen, de kennis van God en de kennis van onszelf" (I 1,1). Hij benadrukte dat "de mens nooit tot een zuivere kennis van zichzelf geraakt, tenzij hij eerst Gods aangezicht aanschouwd heeft en van diens aanblik afdaalt tot het beschouwen van zichzelf" (II, 2,1). De kennis van God "onderricht ons Hem te vrezen en te eerbiedigen" (I 2,2).

Deze kennis ontvangen wij uit de Heilige Schrift. Calvijn stelde: "onze wijsheid moet niets anders zijn dan een met ootmoedige leerzaamheid omhelzen.... van al wat in de Schriften geleerd wordt" (I, 18.4). Hij voegde hieraan toe: "Slechts zij die een open oor lenen aan Gods Woord, hebben vaste grond om op te staan" (I, 13.21).

De Eenheid van het Verbond en de Centrale Rol van Christus

Hoewel de Schrift wordt onderscheiden in het Oude en Nieuwe Verbond, zijn deze in wezen één. Calvijn stelde vast dat "de beloften van het oude en nieuwe testament dezelfde blijven, en dat ook het fundament van hun beloften hetzelfde blijft, namelijk Christus" (II, 11.1).

De prediking van Christus vormt het hart van Calvijns leer. Zonder Gods genade in Jezus Christus zouden wij niet gered kunnen worden van onze ellende. "Voorzeker, de zaak stond hopeloos, indien niet de Majesteit Gods tot ons nederdaalde, daar wij niet tot Hem vermogen op te klimmen. Zo moest de Zoon Gods ons tot een Immanuel worden, dat is: God met ons" (II, 12.1).

De Drie-enige God en de Werking van de Heilige Geest

Calvijn leerde dat de Drie-enige God één is, hoewel de Personen onderscheiden zijn (I, 13.18). De Heilige Geest is degene die het Woord tot zaligheid doet verstaan. "Voor niemand staat de ingang in het Koninkrijk Gods open, dan voor hem, wiens verstand de Heilige Geest door Zijn verlichting vernieuwd heeft" (II, 2.20). Hij verwekt het geloof in de beloften Gods.

Calvijn omschrijft geloof als "de vaste en zekere kennis van Gods welwillendheid jegens ons, welke gegrond op de waarheid van Zijn genadige belofte in Christus, door de Heilige Geest aan ons verstand wordt geopenbaard en in ons hart wordt verzegeld" (III, 2.7).

Rechtvaardiging, Wedergeboorte en Gods Verkiezende Genade

Door het geloof wordt alles wat ons in Christus geschonken is, ons deel. God spreekt goddelozen rechtvaardig. De rechtvaardiging wordt omschreven als "de aanneming waarmede God ons in genade aanneemt en voor rechtvaardigen houdt. En wij zeggen dat die gelegen is in de vergeving der zonden en in de toerekening van Christus' gerechtigheid" (III, 11.2).

De gemeenschap met Christus schenkt nog meer: zij vernieuwt de mens tot goede werken. Calvijn spreekt hier van "wedergeboorte" of "boetvaardigheid". Hij stelt dat God de mens "reinigt van hun vuilheid en heiligt ze zich tot tempelen.... opdat ze zich hun hele leven oefenen in boetvaardigheid, en weten mogen dat deze krijgsdienst geen einde vindt dan in de dood" (III, 3.9).

Gevraagd naar de diepste grond van de verlossing, verwijst Calvijn naar Gods verkiezende genade. "Deze raad is, wat betreft de uitverkorenen, gegrond in Zijn onverdiende barmhartigheid, zonder enig aanzien der menselijke waardigheid" (III, 21.7). Hij voegt eraan toe: "God heeft hen die Hij Zich tot kinderen aangenomen heeft, niet verkoren in henzelf, maar in Zijn Christus;.... Christus is dus de spiegel, waarin wij onze verkiezing behoren te aanschouwen, en dat ook zonder bedrog mogen doen" (III, 24.5).

Illustratie van de kerk als moeder, met kinderen die naar haar toe komen

De Zichtbare Kerk als Moeder en Schatkamer van het Evangelie

De belijdenis van de genadige verkiezing weerhield Calvijn er niet van om ruime aandacht te vragen voor de zichtbare kerk. Zij is door God Zelf gesticht en verordend tot onze zaligheid. "Voor hen voor wie Hij een Vader is, is de kerk een moeder" (IV, 1.1). Calvijn stelt resoluut: "buiten haar schoot mag geen vergeving der zonden en geen zaligheid verwacht worden" (IV, 1.4).

Dit is niet verwonderlijk, aangezien "opdat de prediking van het evangelie haar kracht zou hebben, heeft Hij deze schat bij de kerk in bewaring gegeven" (IV, 1.1). De kerk wordt "op geen andere wijze gebouwd dan door de uiterlijke prediking" (IV, 1.5); het heeft God behaagd door dat middel zalig te maken die geloven.

De prediking van het evangelie is essentieel, omdat Christus de eigenlijke, centrale inhoud van de Heilige Schrift is. "Wanneer het evangelie gepredikt wordt, begint tegelijk met de stem van de prediker het heilig bloed van Christus te druppelen".

Calvijns Leven en Leer: Een Leven Gericht op het Einde

Calvijn getuigde met bezieling van deze leer. Zijn leer en leven waren één. Met het oog gericht op het einde aller dingen, heeft hij zijn leven gewijd aan de dienst van zijn Heer en Christus. Ook daarvan spreekt hij in zijn boek.

In het prachtige hoofdstuk "Over de overdenking van het toekomende leven" lezen we: "Laat ons dit voor vastgesteld houden, dat niemand goede vordering gemaakt heeft in de leerschool van Christus, dan hij, die de dag zijns doods en der laatste opstanding met vreugde verwacht" (III, 9.5).

Deze houding betekende geen wereldmijding. Calvijn toonde dit in de praktijk: dit leven is "als een wachtpost, waarop de Heere ons geplaatst heeft, en die wij zolang moeten bewaren, totdat Hij ons wegroept" (III, 9.4).

Historische Context en Publicatiegeschiedenis

Johannes Calvijn schreef de eerste versie van de Institutie op jonge leeftijd. Het werk werd in 1536 te Bazel uitgegeven, toen hij slechts 26 jaar oud was. De aanleiding voor het schrijven van de Institutie was Calvijns diepe schok over de maatregelen die in zijn geboorteland Frankrijk tegen de protestanten (hugenoten) werden genomen.

Gedurende zijn leven heeft Calvijn zijn werk regelmatig aangepast en uitgebreid. Hij bracht vijf Latijnse versies van het boek uit (in 1536, 1539, 1543, 1550 en 1559) en werkte mee aan Franse vertalingen. Er bestaan diverse Nederlandse vertalingen, waaronder die van dr. A. Sizoo (1931-1932) en C.A. de Niet e.a. De opbouw van de Institutie volgt de volgorde van de Apostolische Geloofsbelijdenis.

De Waarde van de Institutie Vandaag de Dag

De Institutie wordt geprezen om de heldere betoogtrant van de classicus, de schriftgetrouwheid van de theoloog en de profetische gloed van de prediker Calvijn. Het boek heeft zijn betekenis nog niet overleefd en behoudt zijn grote waarde voor ieder die wil leven vanuit de bron van de Heilige Schrift.

De voortreffelijke Nederlandse vertaling van prof. dr. A. Sizoo heeft een eigen gezag gekregen bij de interpretatie van Calvijn. Het monumentale werk is gebonden in drie delen, in linnen band met goudstempel, en telt circa 1800 pagina's.

Structuur en Inhoud van de Institutie

De Institutie is een omvangrijk werk dat systematisch de christelijke leer uiteenzet. De inhoud is opgebouwd uit verschillende boeken en hoofdstukken, die elk een specifiek theologisch thema behandelen. Enkele belangrijke onderwerpen die in het werk aan bod komen, zijn:

  • De kennis van God en de mens (Boek 1)
  • De leer van God de Verlosser in Christus (Boek 2)
  • De rechtvaardiging, wedergeboorte en de verkiezende genade (Boek 3)
  • De kerk, de sacramenten en het christelijk leven (Boek 4)

Specifieke hoofdstukken behandelen onderwerpen als de schepping, Gods voorzienigheid, de Drie-eenheid, de zonde, de vrije wil, de rol van de wet, de verlossing door Christus, de kerk, de sacramenten en de christelijke ethiek.

tags: #samenvatting #institutie #calvijn