De oorsprong en vertaling van een geliefd lied
U zij de glorie is een bekend christelijk lied dat zijn oorsprong vindt in het Franstalige lied À toi la gloire, geschreven in 1884 door Edmond Budry (1854-1932). De melodie van dit lied is afkomstig uit het oratorium Judas Maccabaeus van de gerenommeerde componist Georg Friedrich Händel (1685-1759).
De Nederlandse berijmde vertaling, die hieronder wordt weergegeven, is van de hand van Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995). Hoewel deze vertaling oorspronkelijk niet voor publicatie bestemd was, heeft ze een aanzienlijke bekendheid verworven en is ze opgenomen in diverse bundels, waaronder de Opwekkingsbundel en de Gezangen voor Liturgie (GvL.532).

Betekenis en gebruik van 'U zij de glorie'
Het lied U zij de glorie wordt frequent gezongen bij bijzondere gelegenheden zoals huwelijken en begrafenissen, en vormt een vast onderdeel van de Heilige Missen tijdens Pasen. De uitvoeringen tijdens de huwelijken en begrafenissen van het Nederlands koningshuis hebben bijgedragen aan de populariteit van het lied.
Het woord glorie is afgeleid van het Latijnse gloria, wat eer of roem betekent. Oorspronkelijk kon dit woord bij sommigen verwarring oproepen, met associaties aan bijvoorbeeld het margarinemerk Gouda's Glorie. Ook het seculiere gebruik van het woord in uitdrukkingen als „Lang zal hij/zij leven in de gloria” stuit soms op weerstand, mede vanwege de historische oorsprong van de kreet „Hiep hiep”, die mogelijk afkomstig is van hep hep, een acroniem voor Hierusalem est perdita (Jeruzalem is gevallen).
In de context van het lied gaat het echter niet om menselijke glorie, maar om de glorie van God. De tekst benadrukt dat de eer aan God toekomt en dat er in de mens geen eigen glorie te vinden is; de mens is veeleer een 'eerrover' van God geworden. Dit principe wordt onderstreept door de serene stilte die na uitvoeringen van bijvoorbeeld de Matthäus Passion volgt, in plaats van luid applaus. Zoals Bach onder zijn composities Soli Deo Gloria (Alleen aan God de glorie) schreef, zo richt het lied zich volledig op Gods eer, niet op die van de uitvoerenden.

Structurele en tekstuele kenmerken van het lied
Het lied À toi la gloire o Resucite werd door Budry in het Frans gedicht en vervolgens door Jan Willem Schulte Nordholt in het Nederlands vertaald. Hoewel de vertaling over het algemeen treffend is, zijn er soms nuances die niet altijd volledig recht worden gedaan.
De melodie van Händel, afkomstig uit Judas Maccabaeus, is een krachtige drager van dit paaslied. Het lied is een uitbundige lofprijzing op de opgestane Christus, die door de gemeente wordt toegesproken. De structuur van het lied is bijzonder compact en krachtig, mede doordat de eerste twee regels van het eerste couplet identiek zijn aan de vijfde en zesde regel, en dit paar vervolgens als refrein wordt herhaald in de daaropvolgende coupletten.
De meest bekende Nederlandse versie, de vertaling van Jan Willem Schulte Nordholt, wordt hier gezongen. Het lied vertelt beknopt het paasverhaal: een engel die afdaalde en de steen voor het graf wegrolde. Het tweede couplet roept op om de opgestane Christus te herkennen, zoals de vrouwen en de leerlingen deden. De boodschap dat Christus is opgestaan en de dood heeft overwonnen, maakt dat er geen reden meer is voor angst, waarmee de in de evangeliën veelvuldig voorkomende uitspraak wees niet bang volledig tot zijn recht komt.
Het herhaaldelijk zingen van De Heer is waarlijk opgestaan kan fungeren als een mantra die helpt bij het bestrijden van donkere gevoelens en gedachten, zoals iemand in een rouwproces eens aangaf.
Tekstfragmenten uit 'U zij de glorie'
Hieronder volgen enkele fragmenten uit de Nederlandse tekst, die de kern van het lied weergeven:
- U zij de glorie, opgestane Heer,
- U zij de victorie, nu en immermeer.
- Wij knielen voor Uw zetel neer,
- en eren U als onze Heer’ met lied’ren en gebeden.
- Dat alle macht, hoe hoog, hoe groot, voor U, o Godsgetuige,
- o Eerstgeboren’ uit de dood, zich diep eerbiedig buige!
- U zij de roem, U zij de lof, U d’ eerkroon opgedragen!
- Geheel deez’ aard’ en ’t hemelhof moet van Uw eer gewagen.
- U, die als Heer’ der heerlijkheid verreest tot Heil der volken,
- verwachten wij in majesteit eens weder op de wolken.
- Hij komt, elks oog zal Hem zien, ook die Hem heeft doorsteken!
- Elk zal Hem juichend hulde bien, of om ontferming smeken.
- In de bergen, door de dalen: Hoor ons loflied overal.
- In de hemel en op aarde Als uw glorie komen zal.
- Geen duivels plan of aards bestaan Kan mij ooit roven uit zijn hand.
- Als Hij verschijnt, roept Hij mijn naam; In die verwachting houd ik stand.
- In Hem alleen, in Hem alleen!
- En leidt ons niet in verzoeking, Maar verlos ons van het kwaad.
- Want van U is het koninkrijk, De kracht en de heerlijkheid, Tot in eeuwigheid. Amen.
- Groot is Hij Allerhoogste heer, Onze vredevorst; Wat een God is Hij! Halleluja.
- Aan Hem zij de glorie, Rijkdom en macht; Wat een God is Hij!
- Zie hem verschijnen, Jezus, onze Heer Hij brengt al de Zijnen, in Zijn armen weer
- Weest dan volk des Heren, blijde en welgezind En zegt telkens kere, Christus overwint!
U zij de glorie - Nederland Zingt
'U zij de glorie' in de media en cultuur
Het lied en de titel hebben ook hun weg gevonden naar andere media. Van 1978 tot 1990 zond de NCRV-televisie een programma uit genaamd U zij de glorie, waarin koor- en samenzang centraal stond.
De populariteit van het lied bij het Koninklijk Huis en de vaste plaats in kerkelijke plechtigheden onderstrepen de blijvende relevantie en impact van U zij de glorie als een belangrijk onderdeel van het christelijke repertoire.