Feanwâlden (officieel: Feanwâlden, [fɪ.əⁿ’vɔ:dn]?) is een dorp in de gemeente Dantumadeel in de Nederlandse provincie Friesland. In 2023 telde het dorp 3.605 inwoners. Feanwâlden vormt samen met Veenwoudsterwal een dorpsgemeenschap. Een deel van de buurtschap Kuikhorne en de streek Buitenveld, gelegen in het noordelijke verlengde van Feanwâlden, vallen eveneens onder het dorp. Sinds 2009 is de Friese naam van het dorp de officiële. Dankzij de ligging aan de spoorlijn Groningen - Leeuwarden heeft Feanwâlden zich ontwikkeld tot een forensenplaats.

Archeologische Vondsten en Ontstaan van het Dorp
Archeologische vondsten wijzen uit dat er al in de Steentijd menselijke activiteit was in de omgeving van Feanwâlden. Het dorp is ontstaan uit twee oorspronkelijke kernen: Eslawald (eerste vermelding 1387) en Sint Johanneswald (eerste vermelding in 1372). Beide dorpen lagen op een hoge zandkop en hadden een eigen kerk.
Waarschijnlijk kreeg Sint Johanneswald een overwicht door de bouw van de Schierstins omstreeks 1300, het enige overgebleven steenhuis van Friesland. Het cisterciënzersklooster Klaarkamp bij Rinsumageest werd een belangrijke machtsfactor in Feanwâlden na de aankoop van de Schierstins in 1439. Er zijn aanwijzingen dat Eslawald aanvankelijk onder klooster Mariëngaarde viel en pas later onder invloed van Klaarkamp kwam. Eslawald verdween tussen 1450 en 1500 als zelfstandige parochie. Het centrum van Feanwâlden kwam in Sint Johanneswald te liggen, terwijl het voormalige Eslawald (tegenwoordig “de Hoek”) een uithoek van het dorp werd. De kerk van Eslawald stortte begin 17e eeuw in, maar tot na 1800 vonden er nog begrafenissen plaats op het kerkhof van het voormalige dorp.
Naamgeving en Reformatie
Vanaf begin 16e eeuw maakten de afzonderlijke dorpsnamen plaats voor de gemeenschappelijke naam Feenwold, later Veenwouden. Het is de enige plaatsnaam in Nederland die eindigt op -wouden in plaats van -woude. Met de Reformatie verdween in 1580 het klooster Klaarkamp, en in datzelfde jaar werd ook de laatste katholieke pastoor in Feanwâlden gemeld. Alle roomse bezittingen, waaronder de uithof Schierstins in Feanwâlden, werden geconfisqueerd. De Schierstins kwam van 1609 tot 1916 in handen van particulieren. Het landbezit van de kloosters werd geveild.
Sociaaleconomische Ontwikkelingen
Volkstellingen uit 1749 en 1829 bieden inzicht in de beroepsstructuur van Feanwâlden. Het percentage arbeiders bleef met ongeveer 45% gelijk, terwijl het aandeel (zelfstandige) agrariërs en veenbazen sterk daalde. Tegelijkertijd steeg het aandeel middenstanders en schippers/vissers aanzienlijk. In 1829 was ruim 60% van de bevolking in Feanwâlden geboren, en velen van de overige bewoners kwamen uit de buurdorpen Bergum en Hardegarijp.
Waterwegen en Havenactiviteit
De ontginningen en turfwinning in de Middeleeuwen leidden tot de aanleg van vaarten en sloten richting Feanwâlden. Deze waterwegen verbonden het dorp met noordelijke wateren zoals de Lauwerszee en zuidelijker met het Bergumermeer. Ook met het klooster Klaarkamp waren er verbindingen via de waterwegen. Aan beide zijden van de Veenwoudstervaart (in de huidige straten De Fennen en De Haven) was vroeger veel bedrijvigheid en stonden vele huizen. Er was ook een helling aanwezig.
In de haven lagen skûtsjes, tjalken en andere binnenvaartvrachtschepen die producten vervoerden. Voornamelijk turf, maar ook stro en riet werden getransporteerd. Vanaf circa 1900 werd veel cichorei vervoerd, waarvoor de regio een belangrijke producent was. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de haven geleidelijk zijn functie kwijt.

Transport en Infrastructuur
Spoorwegen
In 1866 kreeg Feanwâlden een treinstation aan de lijn Groningen - Leeuwarden. Het jaar daarop werd tegenover het station het stationskoffiehuis “villa Schoonoord” gebouwd, dat tot 1947 bleef bestaan. Het stationsgebouw werd in 1972-1973 vervangen door een moderner exemplaar, dat tegenwoordig een lunchroom huisvest.
Tramwegen
In 1880 werd de eerste tramroute van Friesland gerealiseerd: Veenwouden-Dokkum, op initiatief van de NTM. De tramrails liepen over de huidige Stinsweg, Hoofdstraat en Oosteinde. Een herberg werd omgebouwd tot een groot tramstation met een hotel en het regionale kantoor van de NTM. In 1881 volgde een tweede tramlijn Veenwouden-Bergum. De tramrails werden zo aangelegd dat ze goed aansloten op het treinstation.
Aanvankelijk reden er paardentrams op beide lijnen. Vanaf 1913 (Veenwouden-Drachten) en 1926 (Veenwouden-Dokkum) werden deze vervangen door stoomtrams, later aangevuld met motortrams. Door de toenemende efficiëntie van bussen kon de tram de concurrentie niet meer aan. Het voormalige tramstation werd door de eigenaar, de familie Popma, omgebouwd tot restaurant. In 1969 moest het gebouw plaatsmaken voor de Rondweg en werd het afgebroken.

Industriële Ontwikkelingen
Zuivelfabriek Freia
In 1874 vestigde zuivelpionier Mindert Bokma de Boer zich in Feanwâlden en bouwde de villa 'El Dorado'. In de jaren daarna bouwde hij de zuivelfabriek Freia achter zijn huis, die in 1879 werd geopend als de eerste zuivelfabriek in Friesland. Na een moeizame start verkocht Bokma de Boer de fabriek na drie jaar. De fabriek werd in de decennia daarna uiterst winstgevend en profiteerde ook de aloude veemarkt van Veenwouden. De markt groeide sterk na 1880 en kende een topjaar in 1886 met de handel in 2250 stuks vee, maar hield in 1921 op te bestaan. De fabriekspijp van Freia, 50 meter hoog, domineerde het dorpsbeeld. De fabriek bood werkgelegenheid aan maximaal zestig man en sloot in 1970. Na plannen voor een museum werd de fabriek in 1991 afgebroken en gedeeltelijk herbouwd in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem.

Watertoren
In 1925 werd een watertoren gebouwd aan de huidige Watertorenweg. Het water werd er opgepompt, gezuiverd en via een persleiding naar Leeuwarden getransporteerd. Toen het stoomtijdperk voorbij was, raakte de toren zijn functie kwijt.
Recreatie en Ontspanning
Even buiten Feanwâlden lag vroeger het openluchtzwembad De Nije Sanjes, bestaande uit twee baden, aangelegd in de tweede helft van de twintigste eeuw. Op de plek van het vroegere zwembad is sinds 1998 Sanjesfertier gevestigd, het grootste speelpark van Friesland. Enkele jaren later opende het nabijgelegen amusementspark Sanjesplezier, dat in 2012 heropende als een kleine dierentuin genaamd Sanjeszoo. Hoewel Sanjes officieel onder Zwaagwesteinde valt, ligt het hemelsbreed dichter bij Feanwâlden.
Dorpsuitbreiding en Woonkernen
Tot de negentiende eeuw bestond het dorp voornamelijk uit lintbebouwing langs de straten De Hoek, Achterweg, Hoofdstraat en het Oosteinde. Daarnaast was er enige bewoning bij de Haven, het station en aan de zuidelijke dorpsgrens de Zwette.
In de jaren '20 en '30 werd het moerassige gebied Buitenveld ontgonnen, wat honderden hectaren weiland opleverde. In de jaren '50 werden straten aangelegd ten zuiden van het centrum. Rond 1967 werd de Vogelbuurt in het oosten voltooid, en in de jaren '70 de Bomenbuurt in het noorden, voornamelijk bestaande uit rijtjeshuizen. Vanaf de jaren '70 werd begonnen met de aanleg van het industrieterrein in het zuiden. In 1982 opende prins Bernhard het Tichelkamp in het westen, een wijk met vrijstaande huizen, waarvan de straten vernoemd zijn naar luchtvaartpioniers. Eind jaren '90 werd in het noordwesten een nieuwbouwwijk gerealiseerd, in de dorpsmond bekend als het “nieuwe plan”.
Het inwonertal van Feanwâlden is sinds het begin van de 21e eeuw teruggelopen van ongeveer 4.000 naar 3.500, waarmee het een van de sterkst krimpende dorpen van Friesland is.
Religieuze Gemeenschappen en Kerken
Feanwâlden telt momenteel vier kerkgemeenschappen: de PKN (voor 2004: Nederlandse Hervormde Kerk en Gereformeerde Kerken in Nederland), de Doopsgezinden en de Christelijke Gereformeerde Kerk. De Johanneskerk, voltooid in 1648, werd tot 2004 gebruikt door de Hervormde Gemeente, die sindsdien is aangesloten bij de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).
De Johanneskerk
De Johanneskerk, met op de toren het jaartal 1648, bevat een Statenbijbel uit die tijd. Pas na honderd jaar kreeg de gemeente haar eigen dominee; daarvoor waren er “gedeelde” predikanten met omliggende dorpen. De kerk heeft een zadeldaktoren met een vergulde windhaan. Opmerkelijk is dat de drempel onder de toegangsdeur een voormalige Roomse altaarsteen is. De klokken dateren uit 1715 en het uurwerk uit 1798. Een balustrade-orgel werd voltooid in 1890, hetzelfde jaar waarin de preekstoel werd gerestaureerd en verplaatst. In 1924 werd vanwege een tekort aan zitplaatsen een galerij (kreake) aangebouwd. Recente restauraties vonden plaats in 1971, 1991 en 2004-2005. Het interieur van de kerk is nu vrij modern, terwijl het oorspronkelijke karakter aan de buitenkant beter zichtbaar is. Naast de kerk bevindt zich de pastorie, waarschijnlijk gebouwd rond 1780.

De Swettetsjerke (Zwettekerk)
Dit kerkgebouw, tot voor kort gebruikt door de Gereformeerde kerk van Feanwâlden, is recent aangesloten bij de PKN en heeft de naam Swettetsjerke gekregen. Het pand werd gebouwd in 1871. Daarvoor kwamen de gereformeerden bijeen in Bergum. De pastorie werd naast de kerk gebouwd en heeft die functie nog steeds. Een groeiende gemeente maakte in 1922-1923 een uitbreiding van het pand noodzakelijk, waarbij ook een klokkentoren werd geïnstalleerd.
Het boek ‘Tsjerk(j)e Oan De Swette’ - ‘Kerk(en) aan de Zwette’, uitgegeven in het voorjaar van 2024, beschrijft de geschiedenis van deze kerk. De oorsprong ligt in Bergum, waar in 1836 enkele gemeenteleden zich afscheidden van de hervormde gemeente. Op 8 december 1850 werd in Bergum de gemeente gesticht. De Bergumse gemeente telde toen veertien belijdende leden. Ds. S.H. Baron werd op 4 mei 1851 als eerste predikant bevestigd.
In Veenwoudsterwal ontstond de wens om een eigen Christelijke Gereformeerde Gemeente te stichten. De kerkenraad van Bergum moest een grotere kerk bouwen, waarna de gemeente in Veenwoudsterwal het kerkje in Bergum mocht overnemen en herbouwen. Onder leiding van ds. J.J. Koopmans werd het kerkje weer in gebruik genomen, wat de Bergumse gemeente ongeveer 130 leden kostte. In 1872 werd een orgel geplaatst, maar in 1901 bleek reparatie kostbaar. In 1903 schonk bankier Pieter de Clercq geld voor een nieuw orgel. De kerk werd te klein door de groei van de gemeente. In 1920 meldde de kerkenraad “moeilijke omstandigheden” vanwege bouwvalligheid en ruimtegebrek. Tijdens de bouw van een nieuwe kerk viel een deel van de voorgevel naar beneden, waardoor ook het orgel beschadigd raakte. Het boek behandelt uitgebreid het kerkelijk leven, de oorlogsjaren, de uitbreiding van het kerkgebouw in 1949, de jaren '50, '60 en '70 met toenemende samenwerking met de hervormde gemeente. Ook het werk van de koster, het kerkblad, de muziekvereniging ‘Excelsior’, ‘de vrouw in het ambt’, het Werelddiaconaat, het vormingscentrum ‘De Drieklank’, een nieuw orgel en de zaak dr. Herman Wiersinga komen aan bod.
De kerkgang nam langzaam af. De jaren '80 waren niet gemakkelijk voor de kerkenraad door toenemende geloofsverschillen. In hoofdstuk 9 wordt ‘Voorzichtig Samen op Weg’ behandeld, inclusief het gezamenlijk Avondmaal met de hervormde gemeente. Beperkte kerkverbouwingsplannen in de jaren '90, die in 1993 begonnen, leidden tot veranderingen in en aan de kerk. De vernieuwing kostte fl. 450.000. Hoofdstuk 10 focust op “Op naar de fusie” met de hervormde gemeente. Uiteindelijk leidde dit tot de sluiting van de Swettetsjerke, met een laatste dienst op 10 december 2023. Het boek is nog te bestellen bij G. Strikwerda-Jongsma voor €21,00 per exemplaar.
Doopsgezinde Gemeente
Op 10 september 1609 kreeg Michiel Saeckes uit Veenwouden een visioen, wat waarschijnlijk leidde tot het ontstaan van een doopsgezinde menistengemeente in Feanwâlden. Al in 1691 werd melding gemaakt van een dergelijke gemeente. In 1865/1866 lieten de doopsgezinden een eigen kerk en pastorie bouwen aan de Zuiderweg. In 1895 kwam er een orgel.
Christelijke Gereformeerde Kerk
De Christelijk Gereformeerde Kerk gemeente van Veenwouden groeide onder leiding van Hendrik Bijlsma, die de gemeente en gastpredikanten ontving in zijn kapperszaak. De leden werden “Bijlianen” genoemd. Een bescheiden kerkgebouw werd naast de woning van Bijlsma gerealiseerd (nu aan de Burgemeester Faberweg), dat al snel moest worden uitgebreid. In 1930 sloot deze kerk zich aan bij de Christelijke Gereformeerde Kerk, maar in 1954 brak de kerkenraad met dit kerkgenootschap. Een deel van de gemeente volgde de kerkenraad, terwijl een ander deel aangesloten bleef bij de Christelijke Gereformeerde Kerk van Nederland en bijeenkwam in het voormalige hotel Schoonoord. Na de kerkscheiding in 1954 ging het deel onder leiding van de kerkenraad door als Christelijk Gereformeerde Kerk Buiten Verband. In 1962 sloot deze gemeente zich aan bij de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland en staat in de volksmond bekend als de “zwartekousenkerk”. De kleine gemeente telt ongeveer 70 leden.
Onderwijs in Feanwâlden
Feanwâlden telt twee basisscholen: de Christelijke basisschool de Frissel (97 leerlingen per 1 oktober 2021) en de openbare basisschool dr. [naam van de school ontbreekt in de brontekst].
Het oudste bekende schoolgebouw van Feanwâlden dateert uit 1778 en stond naast de Johanneskerk. Het schoolgebouw is recent gesloopt, maar het schoolhuis bestaat nog, met onder andere een ingemetselde herdenkingssteen. Wegens ruimtegebrek werd in 1892 een nieuwe school gebouwd aan de Feintenslaan, met ernaast het schoolhuis. In 1954 verhuisde de openbare school naar een nieuw gebouw aan de Johannes Prinsstraat, dat sindsdien in gebruik is gebleven en sinds 1979 vernoemd is naar de schrijver Theun de Vries. Het oude gebouw aan de Feintenslaan deed later dienst als badhuis, gymnastieklokaal en Groene Kruisgebouw, en herbergde diverse voorzieningen voordat het in 2009 werd gesloopt.
In 1869/1870 werd een christelijke school en schoolhuis gebouwd aan de Zwette, een van de eerste christelijke basisschoolgebouwen van Friesland. Dit gebouw deed dienst tot 1909, waarna de school verhuisde naar een nieuw pand achter de Gereformeerde kerk. In 1930 werd een tweede christelijke school gebouwd aan de Nieuweweg, de School met de Bijbel. Eind jaren vijftig verhuisden ook de leerlingen van de school aan de Zwette naar dit gebouw. Na uitbreidingen werd deze school te klein, en begin jaren tachtig werd een tweede christelijke school gebouwd bij de Haven. De school aan de Nieuweweg kreeg de naam It Beaken en die aan de Haven De Paadwiizer. Eind jaren negentig fuseerden beide scholen op het terrein van De Paadwiizer tot de Frissel.
Zorg en Welzijn
Vanaf de jaren '20 waren er in Feanwâlden verschillende rusthuizen gevestigd. De eerste verzorgingstehuizen ontstonden door de stichting Talma Rustoord. In 1930 werd een opgekocht herenhuis aan de Stinsweg omgebouwd tot Talmahuis voor de verpleging van langdurig zieken en invaliden. Het gebouw brandde op 5 februari 1958 af, waarbij twee patiënten omkwamen.
Wegenbouw en Verkeer
In 1852 werd een verharde weg van Dokkum naar Quatrebras aangelegd, waarbij ook Feanwâlden werd opgenomen en de Hoofdstraat en het Oosteinde verhard werden. De Stinsweg en Zuiderweg dateren uit deze periode. In 1971 kwam een rondweg gereed om de toenemende verkeersdrukte door het centrum te ontlasten. In 2016 werd de Centrale As gerealiseerd, een autoweg (onderdeel van de N356) ten zuiden van Feanwâlden, die de bereikbaarheid van het noorden van Friesland vergroot. Deze nieuwe weg, dicht bij de bestaande rondweg, leidt tot een afgenomen verkeersintensiteit op de oude ringweg, die daardoor deels zijn functie verliest.
tags: #hervormd #dominee #feanwalden