Ds. G.H. Kersten: Leven, Invloed en Theologisch Denken

Dominee G.H. Kersten, een markante figuur en boegbeeld van de Gereformeerde Gemeenten en de SGP, heeft een blijvende impact gehad op een deel van de bevindelijk-gereformeerden. Zijn leven, dat zich uitstrekte van 1882 tot 1948, werd gekenmerkt door een diepgaande theologische overtuiging, een actieve rol in kerkelijke en politieke aangelegenheden, en een omstreden positie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Jeugd en Vroege Vorming

Gerrit Henri Kersten werd geboren op 6 augustus 1882 in Deventer. Al op jonge leeftijd toonde hij een grote interesse in de Bijbel en de werken van de oudvaders. Om wakker te blijven tijdens zijn studie, stak hij zijn voeten in een teiltje koud water. De prediking van ds. G. Maliepaard en ds. C. Pieneman was voor hem een middel tot bekering. Op veertienjarige leeftijd ervoer hij een duidelijke scheiding tussen de Heer en zijn ziel, en op zestienjarige leeftijd nam hij deel aan het Heilig Avondmaal.

Als onderwijzer botste Kersten op de leer van de veronderstelde wedergeboorte, waarbij hij de nadruk legde op de noodzaak van persoonlijke bekering. Na een korte periode als onderwijzer werd hij eerst oefenaar en vervolgens predikant in Meliskerke. Daarna diende hij de gemeenten in Rotterdam-Centrum (1906-1912) en Yerseke (1912-1926), om vanaf 1926 tot zijn overlijden in 1948 opnieuw in Rotterdam-Centrum te staan.

portretfoto van een jonge G.H. Kersten

Theologische Overwegingen en de Verbondenleer

De belangrijkste theologische overtuiging van ds. Kersten draaide om het (genade)verbond en zijn strijd tegen de Rooms-Katholieke Kerk. Hij zag echter een verschuiving van de gevaren naar het seculiere gebied en het remonstrantisme. Zijn visie op het verbond, zoals beschreven in zijn werk Gereformeerde Dogmatiek, bood hem en velen na hem diepgaande inzichten in levensvragen rondom de betekenis van de doop en het aanbod van genade.

Kersten benadrukte dat de visie op het verbond bepalend is voor de manier waarop een predikant de gemeente ziet, een dooptoespraak houdt of de openbare belijdenis interpreteert. Hij was hierin belijnd en zakelijk, geleid door de Bijbel in plaats van door gevoel. Zijn geschriften over de Dordtse Kerkorde getuigen van zijn verzet tegen persoonlijke invloeden in vergaderingen.

Rol bij de Oprichting van de Gereformeerde Gemeenten

Ds. Kersten speelde een cruciale rol bij de oprichting van de Gereformeerde Gemeenten door twee groepen te verenigen die elkaar geestelijk begrepen. Dit streven naar eenheid, voortkomend uit een diep verlangen om wat bij elkaar hoort, te verenigen, was opmerkelijk gezien Kersten destijds nog een jonge man van 25 jaar was. Zijn uitmuntende organisatorische gave, gevoed door een duidelijke visie op Schrift, belijdenis en kerk, was hierin leidend. Structuur en orde waren zijn kracht.

Het streven naar kerkelijke eenheid blijft een belangrijke les die van hem geleerd kan worden. Het gedachtegoed van Kersten wordt nog steeds breed gewaardeerd binnen de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland). Bij een samenspreking over kerkelijke eenheid tussen verschillende kerkverbanden zou Kersten waarschijnlijk aandringen op het samenbrengen van deze verbanden, met het verbond als een centraal punt.

historische foto van een kerkelijke vergadering uit begin 20e eeuw

Politieke Invloed en de SGP

De oprichting van de SGP is mede te danken aan ds. Kersten, al rijst de vraag of een dominee zich wel met politiek moet bezighouden. Voor het "volksdeel" dat hij vertegenwoordigde, betekende de oprichting van de SGP veel. Kersten geloofde dat het Woord leidend moest zijn in de samenleving. Hij uitte zich onder andere over de vaccinatiedwang door de overheid, waarbij hij de vrijheid van geweten benadrukte. Ook de legendarische 'Nacht van Kersten' en zijn verzet tegen de stemplicht van vrouwen zijn aan hem te danken.

Omstreden Rol in de Tweede Wereldoorlog

De rol van ds. Kersten tijdens de Tweede Wereldoorlog is omstreden. Velen begrepen zijn positie niet. Hij zag parallellen met het volk van Israël in ballingschap en de boodschap van Jeremia om zich te buigen onder het oordeel. In het begin van de oorlog zag hij de situatie zo, wat hem onbegrepen maakte en hem het stempel van landverrader opleverde.

Vanaf 1941 veranderde zijn houding, en keek hij positiever aan tegen het verzet. Achteraf is het gemakkelijk te oordelen, maar hij probeerde het beste te doen voor land en volk. Na de oorlog besloot de Commissie Zuivering Staten-Generaal hem niet meer toe te laten tot de Tweede Kamer. In zijn verantwoording verklaarde hij financiële steun te hebben verleend aan onderduikgezinnen en zijn huis te hebben opengesteld voor onderduikers. Hij maakte echter ook fouten, want hij was ook maar een mens.

Zijn advies om de namen van Joodse kinderen op Gereformeerde Gemeentescholen door te geven aan de Duitse bezetter, met het doel hen te laten overplaatsen, is zeer te betreuren. Dit advies wordt echter geplaatst in het licht van zijn zoektocht om zich te buigen voor de overheid, handelend zoals hij dacht dat het moest volgens Gods Woord.

kaart van Nederland met aanduiding van bezettingszones tijdens WOII

Impact op de Gereformeerde Gemeenten

De impact van ds. Kersten op de Gereformeerde Gemeenten was enorm. Hij was een sleutelfiguur in de vorming van het jonge kerkverband met zijn boek De Gereformeerde Dogmatiek voor de gemeenten uitgelegd. Zijn invloed reikte tot het opnieuw onder de aandacht brengen van de Kerkorde, omdat hij geloofde dat de Heere ordelijk werkt. Hij was een belangrijke aanjager voor het oprichten van eigen scholen en de drijvende kracht achter het kerkelijk blad De Saambinder.

De oprichting van de Theologische School was voor hem een prioriteit, en hij was er jarenlang docent. Zijn ideaal was om dit onderwijs op een hoog, universitair niveau te brengen, omdat hij geloofde dat geroepen dienstknechten een gedegen opleiding nodig hadden.

Theologische Positie en Kritiek

Het theologisch denken van Kersten, met name zijn nadruk op de dubbele predestinatie, heeft geleid tot worstelingen bij velen binnen de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland), vooral rond de toe-eigening van het heil. Zijn theologische positie wordt beschreven als verschuivend van normaal gereformeerd naar ultra-orthodox gereformeerd, en daarmee op de bevindelijke smalstroom.

Hij stelde dat God de zondeval gewild had en dat de uitverkiezing een sleutelpositie innam. Dit leidde tot een waterdichte scheidslijn tussen uitverkoren en verworpen mensen, waarbij de algemene genade voor de verworpenen niets met Christus te maken had. Kersten ging hierin verder dan de belijdenisgeschriften.

Zijn denken creëerde een platform voor hyperpredestinatiaans denken en de daaraan verbonden spiritualiteit. Dr. C. Steenblok radicaliseerde verder met de stelling dat het aanbod van genade en beloften alleen voor de uitverkorenen bestemd waren. De wet zou voor de verworpenen zijn en het evangelie alleen voor de bekeerde mens.

In De Gereformeerde Dogmatiek voor de gemeenten toegelicht presenteerde Kersten een selectie die vooral de tweeverbondenleer moest ondersteunen, zonder hiervoor verantwoording af te leggen. Hij plaatste de rechtvaardigmaking, in navolging van Alexander Comrie, niet door het geloof, maar voor het geloof, en plaatste deze in de eeuwigheid terug. Comrie wilde hiermee Arminius weerleggen en het genadekarakter van God veilig stellen, waarbij de mens volstrekt lijdelijk is.

Kersten bestreed fel de drieverbondenleer en beschuldigde de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) van remonstrantisme. Hij vond de drieverbondenleer te ruim, levensgevaarlijk en verbondsontzenuwd. Met leeruitspraken in 1931 probeerde hij de eigen positie van de Gereformeerde Gemeenten te vestigen.

De verklaring dat het genadeverbond onder beheersing van de uitverkiezing tot zaligheid stond, bracht hoorders in diepe pastorale nood. In vergelijking met Thomas Boston's Een beschouwing van het Verbond der genade, bleek Boston ruimer in de bediening van het Verbond dan Kersten. Kersten wilde Boston's boek en de leeruitspraken van 1931 met elkaar in verband brengen, maar Boston was milder naar de drieverbondenleer.

De zekerheid van het geloof werd op een verkeerde manier gelegd in de bevindingen van de uitverkorenen, in plaats van in Gods beloften. Hierdoor kon de verbondsbelofte geen pleitgrond zijn totdat men wist dat men als ware gelovige in het verbond opgenomen was. Dit resulteerde in geringe aandacht voor de doop en grote waarde voor de zekerheid van het gevoel.

De prediking van Christus in het Evangelie bracht de hoorder niet tot schuld, omdat de oproep om God op Zijn Woord te geloven te weinig accent kreeg. Er waren veel voorwaardelijke en vrijblijvende preken, waarbij bekering enkel als een wens werd uitgesproken. Gods geopenbaarde wil werd onder Gods verborgen besluit geplaatst, met een overaccentuering van verkiezing en verwerping.

De gedachte dat God van eeuwigheid af gewild heeft dat mensen verloren zouden gaan, wordt in strijd geacht met het Wezen van God, dat volmaakt is in Liefde en Goedheid. Verwerping wordt gezien als een noodzakelijk gevolg van ongeloof en verharding. Dit leidde tot een beeld van God als een heerszuchtige, strenge, rechtvaardige God, waarbij de afstand tussen God en mens onoverbrugbaar groot werd.

Het godsbeeld dat hieruit voortkwam, wordt vergeleken met een mohammedaans godsbeeld, voortkomend uit een laat-Middeleeuwse traditie waarin de absolute, ongrijpbare en onbegrijpelijke wil van God centraal staat. De rol van God de Zoon werd te veel onder God de Vader gesteld, en de werking van de Heilige Geest in een vaststaand patroon geperst.

De denkfout dat Gods eeuwige besluit een feit is dat in het verleden tot stand kwam, waardoor alles vastligt, wordt hierin benoemd. Gods besluiten en daden worden op één lijn gezet. Gods besluit gaat de tijd te boven; in God is geen eerder of later tijdstip. Zijn daden in de tijd worden onmiddellijk ingegeven door Gods transcendente besluitvorming.

De liefde van God werd door Kersten beperkt tot de uitverkoren Kerk. De Bijbel wordt echter als ruimer beschouwd, zoals in Johannes 3:16, waar de liefde van God tot de wereld wordt beschreven.

Het idee dat men op reis is naar de eeuwigheid, maar zich kan vergissen, heeft velen van Jezus afgeleid en in geestelijke nood gebracht. De bevindelijke mens werd op zichzelf geworpen, met te weinig troost en houvast in Gods Woord. De bekering moest voldoen aan de "gezelschapstaal" van het oude volk.

De beleving van zonden en zondekennis, bedoeld om gedreven te worden naar Jezus Christus, bestond uit een chronologische volgorde van ellende, verlossing en dankbaarheid, wat het veelzijdige werk van de Heilige Geest inperkte. Soms werden innerlijke gestalten voor bevinding aangezien, waarbij de mens naar zekerheid groef op basis van eigen ervaring, in plaats van zich te richten op Christus.

Het gedachtegoed van Kersten heeft voor velen niet altijd tot geloofszekerheid geleid, omdat wet en Evangelie onbewust vermengd werden. Het Evangelie was vaak voorwaardelijk en kwam onder een wettisch deksel.

De Heilige Doop verloor hierdoor zijn ware betekenis van het Verbond. De toezegging van de doop gold niet voor alle gedoopte kinderen, maar slechts voor de uitverkorenen. Dit is een andere doopvisie dan die van het doopformulier, dat getuigt van Gods onvoorwaardelijke opneming in het verbond.

Het genadeverbond kan als basis fungeren voor een krachtige belofteprediking wijzend op het Kruis van Christus, zonder ingekapseld te worden door kenmerken. De prediking mag mensen wijzen op het houvast dat God in Zijn openbaring biedt, om hen te begeleiden naar persoonlijke gemeenschap met Christus en de daaruit voortvloeiende heilszekerheid.

Ds. Kersten zaaide twijfel over Gods intentie, terwijl hij had moeten stellen dat God geloof wil en zal geven, en pleiten met gedoopte voorhoofden op een belofte. De moordenaar aan het Kruis, die in Jezus alles zag en geloofde zonder toeleidende weg of zielsbevindelijke gang, wordt als voorbeeld genoemd.

Typering en Nalatenschap

Ds. A. Schot typeert ds. Kersten als zakelijk en nuchter. In een tijd waarin veel jongeren op hun gevoel afgaan, is dit een belangrijke eigenschap. Naast deze zakelijkheid was Kersten ook bewogen met zijn medemens. Het een sloot het ander niet uit.

Zijn nalatenschap omvat:

  • Kerkelijke organisatie: Oprichter van de Gereformeerde Gemeenten en een sleutelfiguur in hun vorming.
  • Theologische werken: Belangrijke bijdragen aan de gereformeerde dogmatiek en kerkorde.
  • Politieke invloed: Mede-oprichter van de SGP en pleitbezorger voor het leiden van de samenleving door het Woord.
  • Onderwijs: Aanjager voor het oprichten van eigen scholen en docent aan de Theologische School.
  • Publicaties: Drijvende kracht achter het kerkelijk blad De Saambinder en auteur van diverse boeken en prekenbundels.

Hoe was de prediking van ds. Kersten? | Aflevering 4/4 serie ds. Kersten | RD

Boeken van Ds. G.H. Kersten

  • De gereformeerde dogmatiek voor de gemeenten toegelicht
  • Catechismusverklaring van ds. G.H. Kersten in 52 preken
  • Een toelichting in vraag en antwoord op de Schriftuurlijke orde en regel in het kerkelijk leven
  • Het Kort Begrip der christelijke religie (samengesteld door Herman Fauckel)
  • Meer dan overwinnaars (meditatiebundel)
  • 24 preken over Christus vernederd en verhoogd
  • De Hebreeënbrief uitgelegd en toepasselijk verklaard vanuit het bevindelijk leven
  • Facettes uit zijn leven, kerk, school en gezin; incl. standpunt in de oorlog
  • 40 Meditaties over de geloofshelden uit Hebreeën 11
  • Eerste bundel predikaties met 39 preken
  • De gelovige verwachting (tweede bundel predikaties)
  • Profetieën van Zacharia uitgelegd en toepasselijk verklaard op het bevindelijk leven en op de situatie van ons land

tags: #tekst #preken #ds #kersten