Doopsgezinden op Texel: Geschiedenis, Gemeenschap en Tradities

De Doopsgezinde Gemeente op Texel

De Doopsgezinde Gemeente op Texel heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot ongeveer 1530. In het centrum van Den Burg bevindt zich een doopsgezinde kerk, die oorspronkelijk in de 18e eeuw werd gebouwd als schuilkerk. In 1742 telde Den Burg twee doopsgezinde kerken: een Friese aan de Kogerstraat en een Vlaams-Waterlandse aan de Nieuwstraat. De laatstgenoemde werd in 1772 verkocht. Naast de kerk in Den Burg bestond er ook een doopsgezinde kerk aan de Peperstraat 26 te Oosterend, die tegenwoordig bekend staat als de Strender Vermaning. Deze stichting zet zich actief in voor het beheer, behoud en de exploitatie van dit voormalige kerkgebouw.

Illustratie van de Doopsgezinde kerk in Den Burg

Broederschapshuizen: Ontmoeting, Bezinning en Ontspanning

Aan het begin van de 20e eeuw ontstond binnen de kleine doopsgezinde geloofsgemeenschap het initiatief om een aantal broederschapshuizen te stichten. Deze huizen, vaak gelegen op afgelegen locaties midden in de natuur, dienden als plekken voor ontmoeting, bezinning en ontspanning. Ze boden ruimte voor studie, verdieping en samenkomen, en werden gezien als een plek waar men zichzelf, de ander en God kon terugvinden als onderdeel van een groter geheel.

De nadruk lag op rust en ruimte, een tijdelijke afzondering van de wereld, en de ontmoeting met gelijkgestemden, die tegelijkertijd diverse individuen konden zijn. Deze plekken functioneerden als een vroege vorm van een netwerkgemeenschap, die lokale gemeenschappen oversteeg. Ze waren inspirerend, bemoedigend, stimulerend en vormend, en boden de mogelijkheid om de horizon te verbreden, zichzelf te herijken en terug te vinden.

Hard werken, eenvoud en samenwerken waren kernprincipes in deze huizen. 'Corvee' (gezamenlijke taken) was een belangrijk onderdeel van het leven daar, aangezien men geloofde dat men het meeste leerde door te doen, van en over anderen, en over zichzelf. Samenwerken bevorderde de groei en het dragen van broederschap tussen mensen, in lijn met de opvatting dat "één is uw meester, gij zijt allen broeders".

Dopersduin: Een Monastieke Traditie in Doopsgezinde Vorm

Dopersduin wordt beschreven als een plek die het best te vergelijken is met een doopsgezinde monastieke traditie. Het terrein omvat slaaphuizen waar ieder een eigen plek heeft om zich terug te trekken. Het hoofdgebouw dient als centrum voor leven en werken, waar altijd mensen te ontmoeten zijn en gezamenlijk gegeten wordt. Er is altijd wel werk te doen, of een kop koffie te drinken, en gesprekken kunnen hier gemakkelijk een diepere laag bereiken.

Verscholen in het groen bevindt zich een kleine schuurkerk, met een veranda die uitnodigt tot ontspanning en contemplatie. De dagen worden omlijst door een eenvoudige liturgie vol inkeer en verstilling, en het delen van ervaringen. Diverse stemmen vinden hier hun weg in meerstemmig zingen, waarbij zorgvuldig luisteren centraal staat.

Er heerst een ritme, maar ook grote vrijheid. Er is altijd werk te doen, en tegelijkertijd tijd en ruimte voor een goed gesprek, een wandeling, of om zich terug te trekken in stilte. De trage vriendelijkheid van de plek laat de tijd even stilvallen, en men hoeft er enkel te 'zijn'. Het biedt een kleine eeuwigheid waarin het leven klein en eenvoudig is, als een druppel in de oceaan.

Doopsgezinde Broederschapshuizen in Nederland

Door de jaren heen zijn er diverse broederschapshuizen en doopsgezinde groepsaccommodaties geweest in Nederland. Sommige zijn nog steeds actief, al dan niet in aangepaste vorm, en worden bestuurd door doopsgezinde stichtingen. Enkele van de oorspronkelijke 'grote huizen', zoals die in Bilthoven en Aardenburg, bestaan niet meer als zodanig. Fredeshiem bij Steenwijk en Mennorode bij Elspeet, die als de 'kraamkamer' van de broederschapshuizen worden beschouwd, zijn nog steeds in gebruik.

Daarnaast waren er doopsgezinde accommodaties die groepen op basis van zelfverzorging konden ontvangen, zoals Bloem en Bos op Texel en Menno’s Pleats in Nijhuizum. Momenteel zijn van deze accommodaties alleen de twee in Giethoorn nog actief met een doopsgezinde achtergrond.

Foto van een rustieke accommodatie in een natuurlijke omgeving

Historische Achtergrond van de Doopsgezinden

De doopsgezinden hebben een rijk verleden dat begon rond 1520 met een beweging die zich in Zwitserland en Zuid- en Midden-Duitsland afkeerde van de leer en praktijken van de Rooms-Katholieke Kerk. In tegenstelling tot volgelingen van Luther en Zwingli, geloofden deze 'wederdopers' of 'anabaptisten' dat wie besloot Jezus te volgen, zich moest laten dopen als teken van een nieuwe wending in zijn of haar leven. Op 21 januari 1525 doopte Conrad Grebel de eerste volwassene in Zürich, waarna de beweging zich verspreidde.

Onder leiding van Michael Sattler werden de Schleitheimer Artikelen opgesteld, die regels bevatten over de doop, de omgang met broeders en zusters die een misstap begaan, het Avondmaal, en het zich afzonderen van andersdenkenden. Deze artikelen stelden ook het gezag van de overheid over de kerk ter discussie en bespraken het ambt van herder en leraar, evenals het verbod op het voeren van het zwaard en het afleggen van eden. De Schleitheimer Artikelen, voor het eerst gedrukt in 1527, vonden al snel hun weg naar de Nederlanden.

Sicke Frerixzoon en de Opkomst van het Doopsgezinde Geloof

Sicke Frerixzoon geloofde in de doop van volwassenen en niet van baby's. Hij werd rond 11 december 1530 in Emden, Duitsland, gedoopt. Ondanks zijn doop in zijn jeugd en het betwisten van zijn herdoop, bleef hij bij zijn overtuiging. Zijn martelaarsdood zorgde voor veel beroering en beïnvloedde onder andere Menno Simons.

Het Münsterse Tijdperk en de Invloed van Menno Simons

Wederdopers, onder leiding van Jan Breukelsz van Leyden, stichtten met geweld 'het Nieuwe Jeruzalem' in Münster. Dit trok gelukszoekers en geloofsdwazen uit heel Nederland aan. Ook in Amsterdam ontstond het idee om een Nieuw Jeruzalem te stichten. Dit leidde op 9 mei 1535 tot een aanslag op de stad, waarbij het stadhuis werd bezet.

Menno Simons, die in Utrecht tot priester was gewijd, raakte rond 1531 onder de indruk van de wederdopers. De onthoofding van Sicke Frericxzoon trof hem diep, en hij vond geen bijbelse grond voor dit vonnis. Na de dood van zijn broer Pieter Simons, die omkwam bij de belegering van het Oldeklooster van Bolsward, zwoer Menno Simons in 1535 alle geweld af. Uit vrees voor vervolgingen vluchtte hij en leidde een zwervend bestaan. In 1540 nam hij de leiding over de obbenieten van David Joris en Dirk Phillips, een groep vredelievende baptisten. Uit deze beweging ontstonden de mennieten, menisten en later mennonieten.

De Unie van Utrecht en de Vermaningshuizen

Vanaf 1579 kwam er een definitief einde aan de vervolgingen van doopsgezinden met de Unie van Utrecht. Het werd toegestaan om kleine kerken te bouwen, de zogenaamde 'vermaanhuizen' of 'vermaningen'. Deze mochten echter niet als kerk herkenbaar zijn of aan de openbare weg liggen, en werden daarom vaak achter bestaande gebouwen opgetrokken.

Doopsgezinde Gemeenschappen en Activiteiten

De Doopsgezinde Gemeente te Delft heeft geen eigen kerkgebouw en maakt gebruik van de kerkzaal van Abtswoude. De gemeente is aangesloten bij de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS) en de Rijper Sociëteit, evenals bij de Ring Noord-Holland. In 2004 trad de gemeente toe tot de Stichting Kerken en Minima Texel. Maandelijks verschijnt het Tessels Kerkblad met mededelingen en verslagen vanuit de gemeente.

De doopsgezinden kennen geen kinderdoop; de doop vindt plaats op volwassen leeftijd, na een persoonlijke keuze. Kinderen worden wel volwaardig bij de gemeente betrokken, ook zonder doop. Soms worden kinderen na de geboorte 'opgedragen' aan God, waarbij ouders beloven hen op te voeden in de doperse geest.

Kenmerkend voor de doopsgezinden is de vrijheid in het christelijk geloven. Er wordt niet 'van boven af' bepaald wat de waarheid is. Daden gaan woorden te boven: veel praten over het geloof zonder ernaar te handelen, wordt afgekeurd. Voor doopsgezinden geldt: "mijn ja is ja en mijn nee is nee". Daarom zweren zij geen eed, maar leggen indien nodig een belofte af.

De uitspraak "Doopsgezinden staan in de wereld, maar zijn niet van de wereld" benadrukt dat zij zich niet afzonderen, maar open met iedereen omgaan, met behoud van hun eigen identiteit. Traditioneel vormen doopsgezinden een vredesgemeente, waarbij overheidsdienst en krijgsdienst werden geweigerd. Het gezag kwam enkel van God.

Symbolische weergave van een vredesduif met een Bijbel

Doopsgezinde Kerkgebouwen en Orgels

Het document bevat een uitgebreide inventarisatie van pijporgels in Doopsgezinde kerken en instellingen in Nederland. Deze inventarisatie omvat gedetailleerde informatie over de bouw, restauraties, dispositie en onderhoud van diverse orgels.

Voorbeelden van Orgels en Hun Geschiedenis

  • In de Doopsgezinde Kerk van Aardenburg werd op 12 mei 2013 een nieuw Schumacher-orgel in gebruik genomen, oorspronkelijk gebouwd voor de Onze Lieve Vrouwekathedraal in Antwerpen.
  • De Doopsgezinde kerk van Apeldoorn werd getroffen door brand, waarna een nieuwe kerk werd gebouwd te Rhenen. Hier is geen pijporgel aanwezig; er wordt gebruik gemaakt van een pedaalharmonium.
  • In Den Haag stond vroeger een orgel gebouwd door J. van Gelder, dat bij de overplaatsing naar Dwingeloo een gewijzigde dispositie kreeg. Delen hiervan werden verwerkt in een nieuw orgel voor de Sebakerk te Krimpen a.d. IJssel.
  • De Doopsgezinde gemeente Humsterland gebruikte oorspronkelijk een oude vermaning nabij Oldehove. In 1900 plaatste J. Doornbos een één-klaviers orgel in de nieuwe vermaning in Noordhorn, deels bestaande uit ouder materiaal.
  • In de voormalige Doopsgezinde kerk te Den Haag stond een orgel uit 1811 van A. van Gruizen, dat later werd overgeplaatst naar de 'Lokhorstkerk'.
  • In Utrecht stond een orgel uit 1865, gebouwd door L. van Dam en Zn., dat in 1961 werd verkregen en in 1985 grondig werd gerestaureerd.
  • Het orgel in de Doopsgezinde kerk te Wormerveer is het eerste orgel dat Flaes als zelfstandig orgelbouwer bouwde. Het betreft een elektrisch unit-orgel.
  • Het orgel in de Doopsgezinde kerk te Amersfoort, gebouwd door J.S. van der Harst, werd in 1996 overgeplaatst naar de huidige kerk.
  • Het instrument in de Doopsgezinde kerk te Hornhuizen werd oorspronkelijk midden 18e eeuw als huisorgel gemaakt, later overgeplaatst en in 1851 gewijzigd door P. van Oeckelen.

Hoe kwamen de mennonieten naar Amerika? | Mennonitische geschiedenis

De Doopsgezinde Gemeenschap op Texel Vandaag

De Doopsgezinde Gemeente Texel is aangesloten bij de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS) en de Rijper Sociëteit, evenals bij de Ring Noord-Holland. Sinds 2004 is de gemeente ook toegetreden tot de Stichting Kerken en Minima Texel. Maandelijks verschijnt het Tessels Kerkblad met mededelingen en verslagen vanuit de gemeente.

De gemeente hanteert een beleidsplan dat is ontwikkeld in juli 2000. De kernpunten van dit beleidsplan omvatten:

  1. Verdieping en verbreding van het geloof.
  2. Opkomen voor mensen in de knel.
  3. Open staan voor hen die beschutting zoeken.
  4. Werken aan toerusting voor allen.
  5. Het aantal leden uitbreiden.
  6. Het bevorderen van een band met de gemeente.
  7. Activiteiten organiseren voor allen.
Deze punten worden nader uitgewerkt in een jaarlijks vast te stellen werkplan. Veel van deze punten worden reeds in de praktijk gebracht, met verdieping en verbreding als uitgangspunt.

tags: #uitgangspunten #doopsgezinden #texel