Ds. Van de Velde over pastorale zorg voor homoseksuele gemeenteleden

Studiedag over een volwaardige plaats voor homoseksuele gemeenteleden

De predikant van de christelijke gereformeerde kerk in Doetinchem, ds. W.J. van de Velde, sprak donderdagmiddag in Woudenberg op een studiedag over pastorale zorg voor homoseksuele gemeenteleden. Op deze bijeenkomst, georganiseerd door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond (GB) in de Protestantse Kerk in Nederland, in samenwerking met de stichting Hart van Homo’s, waren ongeveer 150 ambtsdragers aanwezig.

Het doel van de dag was om „met elkaar te ontdekken hoe we homoseksuele gemeenteleden een volwaardige plaats in de gemeente kunnen geven, als we vasthouden aan de overtuiging dat de Bijbel geen ruimte biedt voor een seksuele relatie van mensen van hetzelfde geslacht”. Dit stond te lezen in de uitnodiging voor de studiedag.

een groep ambtsdragers luistert aandachtig naar een spreker tijdens de studiedag

De rol van ds. Van de Velde en de behoefte aan een veilige kerk

Ds. W.J. van de Velde, die zelf single is en enkele jaren geleden uit de kast kwam, is bestuurslid van de stichting Hart van Homo’s. Op de studiedag van de GB gaf hij uitleg over „wat de kerk nodig heeft om er voor homoseksuele jongeren (en ouderen) te zijn”.

Hij benadrukte dat de kerk een heilige en een veilige kerk moet zijn. „Dat laatste lijkt misschien een open deur”, stelde hij, „maar toch… als 3 à 4 procent van de bevolking homoseksuele gevoelens heeft, moeten er in elke gemeente toch enkele homo’s zijn. Hoe komt het dan dat een groot deel van de homo’s niet uit de kast durft te komen of in stilte via de achterdeur vertrekt? Voelt de kerk voor veel homo’s dan toch onveilig aan? Ik ben bang van wel.”

portret van ds. W.J. van de Velde, predikant

Herwaardering van het single-zijn en vriendschappen

Ds. Van de Velde erkende dat de kerk veel aandacht heeft voor gezinnen en de bescherming van huwelijken, wat hij toejuicht. Echter, hij pleitte ook voor een „correctie” en „eerherstel” op dit gebied. „Ik ben namelijk van mening dat we als kerken te veel ”gezinnetjeskerken” zijn geworden en dat we te weinig aandacht hebben voor de waarde van het single-zijn en voor het belang van goede vriendschappen.” Hierbij verwees hij naar de apostel Paulus, die in 1 Korinthe 7 schrijft: „Ik zou wel willen dat alle mensen waren zoals ik.”

De predikant stelde de retorische vraag: „Als 3 à 4 procent van de bevolking homoseksuele gevoelens heeft, moeten er in elke gemeente toch enkele homo’s zijn?”

een tafel met boeken en folders over pastorale zorg en homoseksualiteit

Homo’s als gave, niet slechts als opgave

Verder benadrukte ds. Van de Velde dat kerken niet volstaan met het louter accepteren van de aanwezigheid van homo’s als een „opgave”. „Zij zijn niet alleen opgave, maar ook gave”, aldus de predikant. „Als je het zo ziet, kan een homo of lesbienne dienstbaar zijn in de gemeente, niet ondanks, maar dankzij zijn of haar homo-zijn. Dan hoeven zij niet langer stilletjes aan de rand te staan, maar kunnen zij actief zijn in het centrum.”

Gelovige homo’s kunnen in de gemeente een „voorbeeld” zijn, aldus ds. Van de Velde. „Als ze in hun leven tonen: ik wil de Heere Jezus volgen en dat mag me wat kosten. Als ze een leven leiden waarin ze laten zien: niet een romantische relatie, niet mijn seksualiteit, maar het Koninkrijk van God is voor mij het belangrijkste.” Op deze manier kunnen zij ook een „rolmodel” zijn voor jongeren die ontdekken dat ze homo zijn.

Met ds. G.van Zanden (PKN) terug naar Oosterwolde, Gelderland | Terug naar de wieg #1 | RD

Dr. Dekker over het pastorale gesprek met homoseksuele gemeenteleden

De tweede spreker op de studiedag was dr. W.J. Dekker, predikant in de Grote Kerk in Wageningen. Hij deelde dat zijn kerkenraad al enige tijd „in gesprek is met een zestal lhbti’ers in wijkgemeente Johannes, van wie er enkelen een relatie hebben”. In zijn lezing ging dr. Dekker in op de vraag „hoe je als kerkenraad in gesprek komt met homoseksuele jongeren, hoe je dat gesprek voert en wat het doel van zo’n gesprek zou moeten zijn”.

Een open start en onbevangen luisteren

Dr. Dekker adviseerde om een gesprek over homoseksualiteit en andere genderkwesties „niet meteen te beginnen met je eigen gedachten, mening en overtuiging, en evenmin met de Bijbel”. Dit kan namelijk leiden tot een „valse start” en het pastorale gesprek veranderen in een „discussie”.

Hij pleitte voor „onbevangen luisteren” als startpunt. In Wageningen stelde de kerkenraad onder meer de volgende vragen aan de gemeenteleden: „Hoe is het met jou gegaan sinds je bekendmaakte dat je op mannen (of op vrouwen) valt? Waar ben je blij mee? Wat doet je pijn? Wat heb je gemist? En vervolgens: Wat betekent het geloof voor jou? Wie is God voor jou? En ten slotte: Welke betekenis heeft de kerk voor jou? Waarom koos je voor deze wijkgemeente? En wat is voor jou belangrijk als het om jouw plek in de kerk gaat?”

een overzicht van de diverse lezingen en workshops tijdens de studiedag

De Bijbel en het voortdurende gesprek

Dr. Dekker gaf aan dat zulke gesprekken uiteindelijk wel degelijk bij de Bijbel uitkomen. „Er komt een moment dat we delen dat naar ons verstaan van de Bijbel een homoseksuele relatie van liefde en trouw niet voor de hand ligt.”

Hij benadrukte dat het gesprek „spannend” kan worden. „Het is dan belangrijk dat we steeds weer tegen elkaar zeggen dat God goed is en dat daarom de richting die Hij wijst ook goed is, ook als deze niet goed voelt.”

Wat betreft mensen die „een andere afslag nemen en een relatie beginnen”, stelt dr. Dekker: „Ook dan blijven we elkaar zien als mensen van God, in Christus verbonden, aan elkaar gegeven, tastend naar Gods weg in dit weerbarstige bestaan. Het gesprek gaat door.”

De studiedag, die geopend werd door ds. J.A.W. Verhoeven, voorzitter van de GB, werd afgesloten door ds. J.C. Schuurman, hervormd emeritus predikant.

een foto van de boekentafel met informatiemateriaal

tags: #van #der #velde #wezep #dominee