Binnen de verschillende stromingen van het christendom wordt met kerkelijk ambt een officiële taak binnen de gelovige gemeenschap, zoals een parochie of gemeente, bedoeld. Binnen de Rooms-Katholieke Kerk bestaan de ambten van bisschop, priester en diaken. In de protestantse kerken zijn er de ambten van predikant, ouderling (ook wel 'oudste') en diaken. Soms worden deze aangevuld met de functies van doctor (hoogleraar op een theologische universiteit), evangelist of superintendent.
De oorsprong van deze ambten kan worden teruggevoerd naar de eerste kerk van Jeruzalem. Daar waren al 'oudsten' naar het model van de Israëlieten, zoals genoemd in Handelingen 11:30 en 21:18, met het Griekse woord πρεσβύτερος (presbyteros) wat 'oudste' betekent. Dit ambt ontwikkelde zich later tot dat van priester. Daarnaast werden mannen aangesteld voor meer praktische zaken, zoals het organiseren van gemeenschappelijke maaltijden, om de apostelen te ontlasten (Handelingen 6:1-6). In latere Bijbelboeken in het Nieuwe Testament duidt de term 'oudste' (presbyteros) steeds vaker op een ambtsdrager. Jakobus 5:14 noemt voorheen priesterlijke taken zoals zalving, hoewel in vers 16 onderlinge bekentenis wordt genoemd, wat aangeeft dat zij op dat moment nog geen rol hadden in het afnemen van biecht of het leiden van de liturgie. Paulus en Barnabas stelden in Handelingen 14:23 oudsten aan in de heidense kerken. De rede in Handelingen 20 toont aan dat zij opzieners en herders waren die de erfenis van de apostelen bewaarden en het volk tegen zonde moesten beschermen. In de pastorale brieven komt de term presbytérion ('raad van oudsten') voor (1 Timoteüs 4:14), wat de oudsten als een soort Sanhedrin bevestigt. Zij die goed leidinggeven, worden beloond (1 Timoteüs 5:17).
Soms lijken de termen 'ouderling' en ἐπίσκοπος (episkopos, 'opziener', later 'bisschop') synoniem, waarbij opziener in het enkelvoud en oudste in het meervoud wordt gebruikt (bijvoorbeeld Titus 1:5ff). Volgens de Bijbelwetenschap had διάκονοs (diákonos) verschillende betekenissen in de brieven van Paulus en was het nog geen precies omschreven begrip. Soms betekende het 'assistent in de cultus' (Filippenzen 1:1). Hieruit ontwikkelde zich na Paulus de term 'diaken', zoals in de pseudopaulijnse brief 1 Timoteüs 3:8-13. Een diákonos kon ook een afgevaardigde of koerier zijn. Uit 2 Korintiërs 11:13-15,23 blijkt dat Paulus de termen diákonos en apostolos (gezant) synoniem gebruikte. Ook een gemeentestichter en medewerker van Paulus kon diákonos worden genoemd (bijvoorbeeld Epafras in Kolossenzen 1:7-8), maar anderen interpreteren 'diákonos van Christus' hier specifiek als vertegenwoordiger van Christus. In Romeinen 16:1 betekent 'diákonos van de gemeente in Kenchreeën' dat Febe door die gemeente als vertegenwoordiger was uitgezonden om de brief te bezorgen in Rome. In de Rooms-Katholieke Kerk ontwikkelde de ambtenstructuur zich vervolgens tot een meer uitgebreide hiërarchie.
De Reformatie en het Ambt
Tijdens de Reformatie herontdekte Johannes Calvijn de functie van de ouderling. Oepke Noordmans zei hierover: "Toen Calvijn op het bord de pion van de ouderling trok, zette hij daarmee de paus schaakmat". Naar de naam van de ouderling is het kerkrechtelijk stelsel van de kerken van de calvinistische reformatie genoemd: de presbyteriaal-synodale kerkregering. Kenmerkend voor kerken met deze vorm van kerkregering is dat taken die in episcopale kerken (zoals de Rooms-Katholieke Kerk) zijn voorbehouden aan een bisschop, hier worden uitgeoefend door leken. In de Reformatie werd ook het 'ambt aller gelovigen' herontdekt, wat te vinden is in artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Ambten binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN)
Binnen het gereformeerd protestantisme werkt de ambtsstructuur van beneden naar boven. De Nederlandse Geloofsbelijdenis kent drie ambten, de Dordtse Kerkorde kent vier ambten. In de praktijk zijn er veelal drie ambten: van ouderlingen, predikant en diakenen. Deze kunnen worden aangevuld met het ambt van doctoren en evangelisten.
Lokale Gemeente en Bestuur
Op plaatselijk niveau vormen de ouderlingen samen de kerkenraad, die het hoogste gezag heeft. Binnen het gereformeerd protestantisme ontleent de ambtsdrager zijn gezag niet aan zichzelf, zijn benoeming, heiligheid of waardigheid. In tegenstelling tot bisschoppen die door handoplegging en gebed worden gewijd, worden ouderlingen en diakenen binnen protestantse kerken democratisch verkozen. Gemeenteleden dienen namen in van kandidaten die zij geschikt achten voor de functies. Het gaat erom dat gemeenteleden gaven en talenten waarnemen, maar ook kunnen toetsen op Bijbelse principes. Nadat de kandidaten hebben aangegeven dat ze deze taak op zich willen nemen, en er geen bezwaren zijn ingediend, wordt er gestemd. Na de stemming maakt de kerkenraad bekend wie tot ouderling of diaken is verkozen.
In veel protestantse gemeenten worden ambtsdragers voorgedragen en verkozen door de belijdende leden van de gemeente. Ouderlingen en diakenen moeten lid zijn van de eigen gemeente, terwijl de predikant (als ouderling met een bijzondere opdracht) juist van buiten de plaatselijke gemeente komt.
Bevestiging van Ambtsdragers
De aanstelling van diakenen en ouderlingen kent minder uiterlijk vertoon dan die van de predikant, maar vindt altijd plaats tijdens een kerkdienst. De dienst waarin iemand tot predikant wordt bevestigd, wordt vaak geleid door de consulent of de vorige predikant van de gemeente. Wanneer een predikant (voor het eerst) het ambt ontvangt, is er vaak een ceremonie waarbij de aanstaande predikant, knielend, de handen krijgt opgelegd van andere predikanten, professoren of ouderlingen. In afgescheiden kerken is het gebruikelijk dat ouderlingen een open bijbel boven het hoofd van de aanstaande predikant houden.

Vrouwen in het Ambt
Volgens sommigen was er in het Nieuwe Testament sprake van een vrouwelijke apostel, Junia (Romeinen 16:7), en diaken Febe (Romeinen 16:1-2). Maarten Luther zag geen formele bezwaren tegen vrouwen die de Bijbel zouden uitleggen. Over vrouwen in het ambt is de laatste decennia veel discussie geweest. Binnen sommige protestantse kerken is dit al aan de orde. De Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland (die sinds 2004 beide zijn opgegaan in de PKN) kenden al enige jaren vrouwen in het ambt van ouderling en diaken. Ook in sommige Nederlands Gereformeerde Kerken zijn er vrouwen in het ambt. Het was al het geval binnen enkele gemeentes, maar sinds eind 2004 draagt het kerkgenootschap officieel uit positief te staan tegenover vrouwen in het ambt. De verschillende kerken mogen echter zelf per gemeente bepalen of zij dit daadwerkelijk in hun eigen gemeente toepassen. Er wordt hier en daar wel gezegd dat de keuze voor vrouwen in het ambt niet zozeer een kwestie is van emancipatie, maar eerder een bittere noodzaak als gevolg van het feit dat mannen het laten afweten.
De Protestantse Kerk in Nederland (PKN)
De Protestantse Kerk in Nederland (in dagelijks spraakgebruik vaak afgekort tot Protestantse Kerk of PKN) is het grootste protestantse kerkgenootschap in Nederland. Het is, na een toenaderingsproces van tientallen jaren, op 1 mei 2004 ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Ook de Waalse kerk maakt deel uit van de PKN.
De Protestantse Kerk is geworteld in de rijke christelijke traditie van haar voorgangers en erkent de oude geloofsbelijdenissen: de Apostolische geloofsbelijdenis (tweede eeuw), de geloofsbelijdenis van Nicea (vierde eeuw) en de geloofsbelijdenis van Athanasius.
Organisatie en Bestuur
De Protestantse Kerk is van onderaf georganiseerd. Lokale kerken (gemeenten) bepalen hun eigen beleid, maar wel binnen de regels van de kerkorde. De leiding van de Protestantse Kerk ligt in handen van 62 ambtsdragers. Samen vormen zij de generale synode, in gewoon Nederlands 'het landelijk bestuur'. Zij komen minimaal twee keer per jaar bijeen.
Het dagelijks bestuur van de landelijke kerk, het moderamen, bestaat uit vijf leden. Het moderamen bereidt de synodevergaderingen voor, stelt de agenda vast en leidt de vergaderingen. De meest in het oog springende functie in het moderamen is de algemeen secretaris (scriba). De scriba geeft inhoudelijk leiding aan de Protestantse Kerk in Nederland. Hij denkt vanuit theologisch perspectief na over de koers van de kerk. De taken van de algemeen secretaris zijn vooral inspirerend en beleidsvoorbereidend. Daarnaast representeert de scriba de Protestantse Kerk in kerkelijke en maatschappelijke verbanden. Het ambt van scriba wordt altijd vervuld door een predikant.
De dienstenorganisatie is de uitvoeringsorganisatie van de Protestantse Kerk. Deze organisatie heeft een algemeen directeur, die wordt benoemd door de synode, op voordracht van het bestuur van de dienstenorganisatie en het moderamen van de generale synode. Het bestuur van de dienstenorganisatie bestaat uit zes leden, die worden benoemd door de synode. Een van hen is lid van het moderamen (dagelijks bestuur) van de generale synode, rechtstreeks aangewezen door de synode. Het bestuur bestuurt de dienstenorganisatie op basis van het door de synode vastgestelde beleidsplan en de door de kleine synode vastgestelde begroting. Het bestuur zorgt ervoor en ziet erop toe dat dit beleid wordt uitgevoerd, en dat daarvoor fondsen worden geworven. Het bestuur draagt bovendien zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de dienstenorganisatie en voor de uitvoering van kerkordelijke regelingen.

Fusie en Ledenontwikkeling
De fusie van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk tot de Protestantse Kerk in Nederland vond plaats op 1 mei 2004, na een proces van veertig jaar. De synodale stemming over de vereniging op 12 december 2003 werd met 51 tegen 24 stemmen gewonnen door de voorstanders. Bijna honderdduizend leden van de drie Samen op Weg-kerken gingen niet mee naar de Protestantse Kerk. Circa 125 lokale gemeenten of delen daarvan, met name uit de Gereformeerde Bond binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, konden zich, voornamelijk om leerstellige redenen, niet met de fusie verenigen en hielden vast aan hun 'hervormde' identiteit. Toch is het overgrote deel van de Gereformeerde Bond gebleven in de nieuwe Protestantse Kerk. Hete hangijzers waren onder meer de aanvaarding van de belijdenisgeschriften uit de lutherse traditie en de ruimte die de Protestantse Kerk aan plaatselijke gemeenten biedt om relaties tussen homoseksuelen te zegenen. Ook van gereformeerde zijde konden enkele gemeenten zich niet vinden in de fusie. Een zevental verenigde zich in de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland, met ongeveer 3000 leden. Een paar predikanten, en de Gereformeerde Kerken van Westbroek en Haarlem-Centrum, zijn overgegaan naar de Nederlands Gereformeerde Kerken. Ongeveer 1000 leden van de Gereformeerde Kerk te Urk sloten zich aan bij de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Het ledenaantal van de Protestantse Kerk in Nederland is gedaald. In 2015 werd een ledenaantal van 1.646.259 (ca. 9,7% van de Nederlandse bevolking) gepresenteerd. Dit aantal is opgebouwd uit de belijdende leden en de doopleden, maar is exclusief 323.496 'overige leden of zgn. geboorteleden'. Volgens het jaarverslag 2018 daalde het ledenaantal naar 1.483.178 (8,6%) per eind 2017. Het aantal leden daalde verder naar 1.343.000 (7,7%) per 1 december 2021. Het aantal leden daalt gemiddeld met zo'n 2,5% per jaar, met uitzondering van het jaar 2012, toen er een statistische correctie plaatsvond. De afname wordt mede veroorzaakt door sterfte van oudere leden en te weinig aanwas van onderaf.
Verschillende Gemeentetypen en Modaliteiten
Binnen de Protestantse Kerk in Nederland bestaan verschillende gemeentetypen:
- Protestantse gemeenten: Kerkgemeenten waar op lokaal vlak daadwerkelijk een fusie heeft plaatsgevonden tussen hervormde gemeenten en/of gereformeerde kerken en/of evangelisch-lutherse gemeenten.
- Zelfstandige kerken binnen de PKN: Plaatselijke gemeenten en/of kerken die, om wat voor reden dan ook, besloten zelfstandig binnen de Protestantse Kerk te blijven opereren.
In plaatsen waar een protestantse gemeente meerdere kerkgebouwen omvat, zijn vaak binnen de gemeente "wijkgemeenten" georganiseerd.
Met het begrip modaliteit wordt een stroming van gelijkgestemden op religieus gebied aangeduid. Bij de middengroep is oorspronkelijk sprake van twee verschillende modaliteiten: de midden-orthodoxe (hervormd) en de modern-gereformeerde (gereformeerde kerk). In een plaatselijke gemeente zijn vaak leden van verschillende modaliteiten te vinden, maar er zijn ook gemeenten met een uitgesproken karakter die grotendeels of geheel tot één modaliteit behoren. In een aantal plaatsen bestaat een aparte (wijk)gemeente voor leden van een specifieke modaliteit, los van de overige kerkleden. Dit wordt een gemeente van bijzondere aard (b.a.) of een bijzondere wijkgemeente (b.w.) genoemd.
Pioniersplekken en Samenwerking
Als andere vorm dan de traditionele kerkdienst heeft de Protestantse Kerk in Nederland pioniersplekken in het leven geroepen die plek bieden aan wie niet (meer) naar de kerk gaat. In 2020 stond het aantal ooit gestarte initiatieven op 147, waarvan er 14 op dat moment al weer gestopt waren. In de praktijk blijkt het zeer lastig voor pioniersplekken om uit te groeien tot zelfstandige gemeenten, omdat het moeilijk is aan alle kerkelijke regels te voldoen.
De Protestantse Kerk wil veel meer samenwerken met andere protestantse kerken. Daarom schaarde de synode van de Protestantse Kerk zich in april 2016 achter een voorstel om de banden met de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland flink aan te halen. De vijf kerken gaan met elkaar 'bijzondere betrekkingen' aan.
Vacatures en Vrijwilligerswerk
Binnen de Protestantse gemeenten is er vaak behoefte aan vrijwilligers om verschillende taken te vervullen. Hieronder vallen onder andere:
- Notulist voor de kerkenraad.
- Ouderling-kerkrentmeester voor het College van Kerkrentmeesters.
- Mensen voor het "beamerteam" om presentaties te verzorgen tijdens kerkdiensten en rouwdiensten.
- Iemand voor de PR, met name rond Kerst, voor communicatie en publicatie in de krant.
- Versterking van de ZWO-groep (Zending, Werelddiaconaat, Ontwikkelingssamenwerking) die zich bezighoudt met ZWO-diensten, verkoop van wereldwinkelproducten en aandacht vragen voor het werk van Kerk in actie.
- Vrijwilligers voor het onderhoud van het kerkgebouw om onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden.
Er is een dringende behoefte aan uitbreiding van het team van vrijwilligers, aangezien te weinig cliënten momenteel gebruik kunnen maken van de kerkdienst.
Interview: Paul en Martine werken als vrijwilliger in onze Oostendse zorgantenne
tags: #functies #binnen #de #protestantse #kerk