De Eerste Brief aan de Korintiërs: Uitleg en Kanttekeningen

Inleiding tot de Brief

Deze pagina biedt een gedetailleerde studie van de Eerste Brief aan de Korintiërs, met gebruikmaking van de Statenvertaling en de kanttekeningen van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS).

De apostel Paulus, de schrijver van deze brief, begint met het vermelden van zijn eigen naam en de namen van de ontvangers, vergezeld van de gebruikelijke apostolische groet. Hij dankt God voor de weldaden die Hij de gemeente reeds heeft bewezen en verzekert hen van Christus’ trouw in het volvoeren van Zijn begonnen werk. Vervolgens gaat hij over tot de kern van de zaak: hij constateert verdeeldheid onder hen, waarbij sommigen zeggen: "Ik ben van Paulus," en anderen: "Ik ben van Cefas" (Petrus), enzovoort.

De Gemeente van Korinthe

De gemeente waaraan de brief is gericht, bevindt zich in Korinthe. Korinthe was de hoofdstad van Achaje in Griekenland, gelegen op een strategische positie tussen twee zeeën. Het was een zeer rijke en vermaarde koopstad, bekend om haar weelde en overdaad. De stad was ooit verwoest door de Romeinen, maar later herbouwd en weer tot bloei gebracht.

Opschrift en Zegengroet

Paulus, een geroepen apostel van JEZUS CHRISTUS door de wil van God, en Sósthenes, de broeder, schrijven aan de gemeente Gods die te Korinthe is, de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen, met allen die de Naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen in alle plaatsen, zowel hun als onze Heer.

Genade zij u en vrede van God onze Vader en de Heer Jezus Christus.

Dankzegging en Vertroosting

Paulus dankt God voortdurend voor de genade die de Korintiërs in Christus Jezus is gegeven. Hij benadrukt dat zij in alles rijk zijn geworden in Hem, in alle rede en alle kennis. Het getuigenis van Christus is onder hen bevestigd, zodat het hen aan geen enkele gave ontbreekt, terwijl zij wachten op de openbaring van onze Heer Jezus Christus.

God is getrouw en heeft hen geroepen tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer. Deze gemeenschap is niet alleen uitwendig door het Woord, maar vooral inwendig door het geloof en de Geest van Christus, waardoor zij met Hem verenigd zijn en deelachtig zijn aan al Zijn weldaden.

Een kaart van het oude Korinthe en de omliggende regio Achaje

Waarschuwing tegen Verdeeldheid

Paulus vermaant de broeders, door de Naam van onze Heer Jezus Christus, dat zij allen hetzelfde spreken en dat er geen scheuringen onder hen mogen zijn. Hij roept op tot eenheid in zin en gevoelen.

Het is hem namelijk bekend gemaakt, door degenen uit het huisgezin van Chloë, dat er twisten onder hen zijn. Dit uit zich in de uitspraken van sommigen: "Ik ben van Paulus," "Ik ben van Apollos," "Ik ben van Cefas," en "Ik ben van Christus."

Paulus stelt retorische vragen om deze verdeeldheid te ontkrachten: "Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus’ naam gedoopt?" Hij dankt God dat hij slechts enkelen van hen gedoopt heeft, zoals Crispus en Gajus, om te voorkomen dat iemand zou zeggen dat hij in zijn eigen naam gedoopt heeft. Ook het huisgezin van Stefanas is gedoopt.

Christus heeft hem niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.

De Wijsheid van God versus de Wijsheid der Wereld

Het woord des kruises wordt door hen die verloren gaan als dwaasheid beschouwd, maar voor hen die behouden worden, is het een kracht Gods. Er staat geschreven: "Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik tenietmaken."

Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt? Want, in de wijsheid Gods, heeft de wereld God niet gekend door de wijsheid. Daarom heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven.

De Joden begeren een teken, en de Grieken zoeken wijsheid. Doch Paulus predikt Christus, de Gekruisigde: voor de Joden een ergernis, en voor de Grieken een dwaasheid. Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, predikt hij Christus, de Kracht Gods en de Wijsheid Gods.

"Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen, en het zwakke Gods is sterker dan de mensen."

Paulus wijst erop dat de Korintiërs zelf hun roeping zien: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. God heeft juist het dwaze, zwakke, onedele en verachte van de wereld uitverkoren om de wijzen, sterken en edelen te beschamen, zodat geen vlees voor Hem zou roemen.

Zij zijn uit Hem in Christus Jezus, Die hen geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing. Dit alles om te vervullen wat geschreven is: "Die roemt, roeme in den Heere."

Een allegorische weergave van het kruis van Christus als symbool van kracht en wijsheid

De Opstanding der Doden

De apostel behandelt ook de opstanding der doden. Hij stelt de vraag: "Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden, indien de doden ganselijk niet opgewekt worden?" Hij vraagt zich af wat het nut is als hij, naar de mens, tegen de beesten gevochten heeft te Efeze, indien de doden niet opgewekt worden.

Hij roept op: "Dwaalt niet. Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis van God niet."

"Alzo zal ook de opstanding der doden zijn." Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Uiteindelijk klinkt de triomfantelijke vraag: "Dood, waar is uw prikkel?"

Hoe zullen onze opstandingslichamen er na de dood uitzien?

De Tweede Brief aan de Korintiërs: Uitleg en Kanttekeningen

Naast de eerste brief, wordt hier ook een inleiding gegeven tot de inhoud van de Tweede Brief aan de Korintiërs, met verwijzing naar de Statenvertaling en de kanttekeningen van de GBS.

Opschrift en Zegengroet

Paulus, een apostel van JEZUS CHRISTUS door de wil van God, en Timótheüs, de broeder, schrijven aan de gemeente Gods die te Korinthe is, met al de heiligen die in geheel Acháje zijn.

Genade zij u en vrede van God onze Vader en de Heer Jezus Christus.

Dankzegging voor Vertroosting

Geloofd zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting, Die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij hen die in allerlei verdrukking zijn, zouden kunnen vertroosten, door de vertroosting waarmee wij zelf van God vertroost worden.

Want zoals het lijden van Christus overvloedig is in ons, zo is ook door Christus onze vertroosting overvloedig. Onze hoop van u is vast, omdat wij weten dat, gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden, gij ook gemeenschap hebt aan de vertroosting.

Dankzegging voor Verlossing

Paulus wil niet dat zij onwetend zijn van hun verdrukking in Azië, waar zij uitnemend zeer bezwaard waren boven hun macht, zozeer dat zij zelfs in twijfel waren van het leven. Zij hadden in zichzelf het vonnis des doods, opdat zij niet op zichzelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden verwekt.

Hij verloste hen uit zo groten dood en verlost hen nog steeds; op Hem hopen zij dat Hij hen ook nog zal verlossen. Zij worden opgeroepen om mede te arbeiden door gebed, opdat over de gave, door vele personen aan hen teweeggebracht, ook voor hen dankzegging door velen gedaan worde.

Paulus’ Oprechtheid en zijn Ja is Ja

De roem van Paulus is de getuigenis van zijn consciëntie, dat hij in eenvoudigheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods in de wereld verkeerd heeft, en dit in het bijzonder bij de Korintiërs.

Hij schrijft hen geen andere dingen dan die zij kennen of erkennen, en hoopt dat zij deze tot het einde toe zullen erkennen. Zoals zij hem ten dele erkend hebben als hun roem, zo zullen zij ook de zijne zijn in de dag van de Heer Jezus.

Paulus wilde oorspronkelijk naar hen toe komen, opdat zij een tweede genade zouden hebben. Hij stelt echter de vraag of hij lichtvaardigheid heeft gebruikt of zijn voornemens naar het vlees heeft genomen, zodat bij hem "ja ja" en "neen neen" zou zijn.

Maar God is getrouw, dat zijn woord dat tot hen is geschied, niet "ja en neen" is geweest. Want de Zoon Gods, Jezus Christus, die door hem, Silvánus en Timótheüs aan hen gepredikt is, was niet "ja en neen", maar is "ja" in Hem.

Alle beloften Gods zijn in Hem "ja", en in Hem "amen", tot Gods heerlijkheid door hen. Hij die hen met hen bevestigt in Christus, en hen heeft gezalfd, is God. Hij heeft hen ook verzegeld en het onderpand des Geestes in hun harten gegeven.

Redenen voor het Uitstel van Paulus’ Bezoek

Paulus roept God aan tot een Getuige over zijn ziel, dat hij om hen te sparen nog niet te Korinthe is gekomen. Hij wil niet heersen over hun geloof, maar is een medewerker van hun blijdschap, want zij staan door het geloof.

tags: #bijbel #statenvertaling #korinthen