De Protestantse Gemeente Almelo: Organisatie, Geschiedenis en Ontwikkelingen

De Protestantse Gemeente Almelo (PGA) kent een kerkenraad die bestaat uit zestien leden. De taken van deze kerkenraad zijn vastgelegd in de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Het dagelijks bestuur van de kerkenraad, ook wel het moderamen genoemd, is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen en de uitvoering van de genomen besluiten. Daarnaast vervult het moderamen een belangrijke coördinerende rol.

Illustratie van de structuur van een kerkenraad met moderamen en commissies

Besluitvorming binnen de kerkenraad kan leiden tot nieuwe initiatieven. Om deze initiatieven verder uit te werken, kunnen commissies worden ingesteld. Een voorbeeld van zo'n ingestelde commissie is het Bronnenteam.

Vergaderingen en Activiteiten van de Kerkenraad

De kerkenraad vergadert doorgaans op de tweede donderdagavond van de maand, van 19:30 tot 22:00 uur. Een uitzondering hierop is de maand augustus, waarin de kerkenraad met reces is.

Diaconaat is een essentieel onderdeel van het werk van de geloofsgemeenschap, gericht op barmhartigheid, gerechtigheid, vrede en de heelheid van de schepping. Bij het diaconale werk staat de eigen verantwoordelijkheid van mensen voorop. Binnen de PGA zijn hiervoor specifieke diakenen actief. Tijdens de kerkdiensten worden collectes gehouden ten behoeve van de Diaconie.

De kerk is financieel zelfvoorzienend en ontvangt geen subsidie van de overheid. Elk jaar, in januari, wordt aan de gemeenteleden gevraagd om een vrijwillige financiële bijdrage om het werk van de PGA voort te kunnen zetten.

Historische Ontwikkelingen en Kerken binnen de PGA

De Protestantse Gemeente Almelo kent verschillende wijkgemeenten. In het verleden werden de wijkgemeenten de Grote Kerk, NOACH, Pniël, de Bleek en de Ontmoeting onderscheiden. Er is een ontwikkeling geweest naar de vorming van één Protestantse Gemeente Almelo, waarbij de Grote Kerk als centraal punt fungeert.

Een bijzonder moment was het afscheid van de Grote Kerk door de leden van de wijkgemeente. Dit was een plechtig en emotioneel evenement, waarbij symbolen als de kanselbijbel, de tafelkandelaars, het gedachtenisbord en de Paaskaars naar buiten werden gedragen. De voorzitter a.i. overhandigde de sleutel van de Grote Kerk aan de voorzitter van de Algemene Kerkenraad, Aart van Ek. Organist Henk Kamphuis speelde na vele jaren zijn laatste dienst in de Grote Kerk, maar bleef actief voor de wijkgemeente die tijdelijk haar diensten in de Pniëlkerk hield.

Symbolische overhandiging van de sleutel van de Grote Kerk

De PGA telt momenteel de wijkgemeenten de Grote Kerk, NOACH, Pniël, de Bleek en de Ontmoeting. Met de geplande opheffing van de wijkgemeenten wordt gestreefd naar de vorming van één Protestantse Gemeente Almelo, die gebruik zal maken van één kerkgebouw, de Grote Kerk.

De Oorsprong van de Christelijke Afgescheidene Gemeente Almelo

De geschiedenis van de kerk in Almelo gaat terug tot 8 november 1861, toen de Christelijke Afgescheidene Gemeente werd geïnstitueerd. Dit initiatief kwam voort uit de 'Nederlandsche Evangelische Protestantsche Vereeniging', opgericht in 1853. Evangelist Arie Jacques speelde een cruciale rol in de vroege evangelisatie in Almelo, ondanks de uitdagingen, waaronder een cholera-epidemie.

Na het vertrek van Jacques en andere evangelisten, groeide het aantal toehoorders bij Bijbellezingen gestaag. Contact met de Afgescheidenen in Enter leidde tot de wens om een eigen Afgescheidene Gemeente in Almelo te stichten. Na goedkeuring van de classis Holten, werd op 7 november 1861 een bijeenkomst gehouden voor geïnteresseerden. Vijfenzestig personen gaven aan lid te willen worden.

Op diezelfde avond werden Jacobs (later voorganger-ouderling), timmerman Benjamin Witzand als ouderling, en J.H. Brilman als diaken gekozen. De bevestiging van de ambtsdragers vond plaats op 8 november 1861, wat geldt als de officiële institueringsdatum van de kerk in Almelo.

Historische kaart van Almelo met vermelding van de Holtjesstraat (later Holtjessteeg)

De beginperiode was echter niet zonder strijd. Een klacht tegen voorganger-ouderling Jacobs wegens het dopen van een kind van niet-Afgescheiden ouders leidde tot zijn uitschrijving als lid, samen met enkele aanhangers. De gemeente moest op zoek naar een nieuw kerkgebouw, en vond dit uiteindelijk in de Sligtekerk aan de Poulinkstraat.

De Sligtekerk en Verdere Ontwikkelingen

De Sligtekerk werd op 6 september 1863 in gebruik genomen onder leiding van ds. P.B. Bähler. Kort daarna, op 6 december 1863, werd ds. W. van der Kleij (1819-1875) als predikant verwelkomd. Hij diende de gemeente tot 1871, waarna hij naar Amerika emigreerde.

In de Sligtekerk bestond de mogelijkheid om een vaste zitplaats te huren. De kerkenraad voerde regels in om het verzuimen van kerkenraadsvergaderingen te ontmoedigen, met boetes voor afwezigen zonder geldige reden. Ds. Van der Kleij zette zich ook in voor het christelijk onderwijs, wat leidde tot de oprichting van de lokale afdeling van de 'Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs' in 1866.

In 1869 veranderde de naam van de Christelijke Afgescheidene Gemeente in 'Christelijke Gereformeerde Gemeente', na een landelijke fusie. Deze fusie overbrugde verschillen in kerkorde, aanvraag van godsdienstvrijheid en het dragen van ambtsgewaden.

De Gereformeerde Kerken te Almelo

Op 9 december 1891 werd de 'Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)' in Almelo geïnstitueerd, met diensten in een gebouw aan de Spoorstraat. Deze kerkenraad verwierp de door de overheid ingevoerde kerkorde van 1816 en herstelde de geldigheid van de Dordtse Kerkenorde.

Vanaf 17 juni 1892, na de landelijke fusie tot 'De Gereformeerde Kerken in Nederland', werden de twee plaatselijke kerken aangeduid als Gereformeerde Kerk te Almelo A (voormalige Chr. Geref. Gemeente) en Gereformeerde Kerk te Almelo B (voormalige Dolerende Kerk). Op 2 maart 1893 vond de eerste gezamenlijke kerkenraadsvergadering plaats, en op 26 juni 1893 werd de 'Acte van Ineensmelting' ondertekend, met ingang van 1 januari 1894.

Er waren echter bezwaren tegen deze fusie, met name omdat de plaatselijke gemeenten niet gehoord waren en de naam van Christus uit de kerknaam verdwenen was. Dit leidde tot de oprichting van een 'voortgezette' Christelijke Gereformeerde Gemeente, die vanaf 1897 tot 1927 bijeenkwam in een gebouw aan de Tuinstraat 44, en later een nieuwe kerk aan de Hofkampstraat in gebruik nam.

Groei en Nieuwe Kerkgebouwen

In de jaren '90 van de negentiende eeuw ontstond de behoefte aan een grotere kerk. De kerk aan de Poulinkstraat werd te klein, mede door de groeiende textielindustrie. Een bouwcommissie werd gevormd, en op 28 augustus 1898 werd de kerk in de Prinsenstraat in gebruik genomen.

De groei zette door, en met de verkoop van de kerk aan de Prinsenstraat werd de bouw van een nieuwe kerk in het villapark Molenkampspark gerealiseerd. De architect was Tjeerd Kuipers. De Molenkampkerk werd op 10 december 1914 in gebruik genomen, met ds. Veenhuizen voorgaand in de dienst.

Architecturaal ontwerp van de Molenkampkerk door Tjeerd Kuipers

Tijdens het ambtsperiode van ds. Veenhuizen verdubbelde het ledental tot ongeveer 1.300. Na zijn emeritaat in 1916, werd ds. N.A. Knoppers (1883-1968) beroepen. Onder zijn leiding, tot 1921, werd het verhuur van zitplaatsen afgeschaft, het evangelisatiewerk geïntensiveerd en in 1919 een eigen kerkbode uitgegeven.

De groei zette door na de Eerste Wereldoorlog. In 1928 telde de kerk ongeveer 1.800 leden. Dit leidde tot plannen voor een tweede predikantsplaats en de bouw van een tweede kerk. Ds. J.J. Bouwman (1891-1974) deed op 15 juli 1928 intrede.

De Noorderkerk en Verdere Uitbreiding

De Molenkampkerk werd uiteindelijk te klein. Ondanks de economische crisis besloot de kerkenraad tot de bouw van een tweede kerk, de Noorderkerk. Een bouwfonds werd ingesteld, en met giften vanuit de gemeente werd fl. 21.000 opgehaald. Architect B.T. Boeyinga ontwierp de kerk, die op 1 oktober 1935 in gebruik werd genomen met ds. Bouwman voorgaand in de dienst.

Foto van de Noorderkerk met karakteristieke hoge puntgevels

De beschikbare vergaderruimte bleek onvoldoende voor het bloeiende kerkelijke verenigingsleven. Vanaf de jaren '20 werd gedacht aan een eigen kerkelijk verenigingsgebouw. In 1936 kon een voormalig café-restaurant aan de Grotestraat 152 worden aangekocht.

De groei van de kerk ging door tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 telde de kerk zo'n 2.500 leden, wat leidde tot de instelling van een derde predikantsplaats. Ds. G.W. Rijksen (1910-1995) deed op 13 november 1943 intrede en bleef tot 1947 verbonden aan de kerk van Almelo.

tags: #voorzitter #algemene #kerkenraad #almelo