Inleiding: De Betekenis van Geloofsbelijdenis
Spreken over het doen van belijdenis is een vreugdevolle zaak, aangezien het een prachtig en belangrijk onderwerp betreft. Deze uiteenzetting beoogt echter niet een volledige dekking van alle aspecten van het doen van belijdenis, maar dient eerder als een introductie, een 'vriend van de Bruidegom'. Het uiteindelijke doel is om een verlangen te wekken naar het doen van openbare geloofsbelijdenis, vanuit het besef dat de Heere goed is en het waard is om beleden te worden. Voor de jongsten onder ons wordt gehoopt op het wekken van dit verlangen, terwijl oudere jongeren concreet worden aangespoord tot het doen van belijdenis, indien zij dit nog niet hebben gedaan.

1. De Bijbelse Grondslag van Geloofsbelijdenis
De Oorsprong van Belijdenis Doen
De vraag of het doen van belijdenis bijbels is en waar het gebruik van een jaarlijkse belijdenisdienst vandaan komt, is een terechte. Het woord 'belijdenis' komt in de Bijbel veelvuldig voor, met name in de context van het belijden van zonden. Johannes de Doper doopte mensen na hun belijdenis van zonden. Echter, belijdenis beperkt zich niet tot zonden; het is ook essentieel om de Heere Jezus te belijden. Dit houdt in dat men Hem niet verloochent, maar juist openlijk uitkomt voor de verbondenheid door geloof en liefde.
Jezus Zelf zegt: "Wie Mij belijden zal voor de mensen, zal Ik belijden voor Mijn Vader" (Matteüs 10:32). Paulus voegt hieraan toe in Romeinen 10:10: "Als u met de mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden." Geloven met het hart en belijden met de mond zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden en beide noodzakelijk.
Belijdenis en de Doop
In de tijd van de apostelen legden dopelingen eerst geloofsbelijdenis af, wat inhield dat zij instemden met het verkondigde Evangelie en, door de Heilige Geest, erkenden dat Jezus de Heere is (1 Korintiërs 12:3). Dit betekent instemmen met de leer die leidt tot godzaligheid. Openbare geloofsbelijdenis is dus het er openlijk voor uitkomen op Wie men zijn verwachting stelt, zowel in de kerk als in de wereld.
Hoewel men de Heere altijd moet belijden, is de openbare geloofsbelijdenis te vergelijken met het moment waarop men werd toegelaten tot de doop. Bij de doop van kinderen spelen ouders een cruciale rol. Zij beantwoorden de doopvragen en beloven hun kind op te voeden volgens de Bijbel en de zuivere leer. Het kind ontvangt de zegels van de Heilige Doop, maar de instemming door geloof volgt later. De gemeente en de ouders zien uit naar het moment dat het kind zelf de Heere zal belijden.
Kinderen kunnen niet deelnemen aan het Heilig Avondmaal zolang zij de betekenis van het Evangelie niet begrijpen en geen zelfbeproeving kunnen doen. Toegang tot het Heilig Avondmaal wordt verkregen door het afleggen van openbare geloofsbelijdenis. Dit kan worden gezien als het 'overnemen' van de eigen doop, waarbij men zelf antwoord geeft op Gods vragen en beloften, en uitspreekt bij Hem en Zijn kerk te willen horen.
Catechisatie als Voorbereiding op Belijdenis
De voorbereiding op het afleggen van openbare geloofsbelijdenis vindt plaats via catechisatie. Luther benadrukte dat catechismusonderwijs kinderen moet helpen de sacramenten te begrijpen en hen moet leiden tot het avondmaal. Elke catechisatie is in wezen belijdeniscatechisatie, hoewel de laatste groep specifiek gericht is op de voorbereiding op de openbare geloofsbelijdenis.
Belijdenis doen is amen zeggen op Gods beloften, met dankbaarheid voor de doop die men als kind ontving, toen men nog geen benul had van eigen zonde of van Wie de Heere is.
2. De Inhoud van Geloofsbelijdenis: Leer en Persoonlijk Geloof
Er bestaat discussie over de vraag of belijdenis doen primair gericht is op de leer van de kerk of op het persoonlijk geloof. Beide zienswijzen zijn onjuist indien ze tegenover elkaar worden geplaatst. De leer, die leidt tot godzaligheid, kan niet worden beleden zonder persoonlijk geloof. Instemmen met Gods Woord vereist een hartelijke betrokkenheid op de God van dat Woord.
De Drie Formulieren van Enigheid en het Evangelie
De drie belijdenisgeschriften uit de vroege kerk en de reformatorische belijdenisgeschriften (de drie Formulieren van Enigheid) geven de kern van het Evangelie weer. Het hart van het Evangelie, de boodschap van zonde en genade, van verlorenheid en redding, moet de belijder persoonlijk raken en in beweging zetten. Een hartelijke instemming, gedreven door liefde, is vereist.
Anderzijds is het van belang om niet enkel de nadruk te leggen op persoonlijk geloof, waardoor men zelf centraal komt te staan. Belijdenis doen is primair het belijden van de Heere Jezus. Van daaruit mag men zeggen: "Hij is ook mijn Heere."
Centraal Staat de Heere
Geloofsbelijdenis afleggen kan niet zonder persoonlijk geloof, maar het draait niet om dat persoonlijke geloof. In geloof gaat het niet om persoonlijke verhalen, maar om het belijden van de Heere. Men ziet van zichzelf af en richt zich op Jezus Christus. Daarom wordt in de belijdenisdienst de nadruk gelegd op het 'ja-woord', zonder persoonlijke getuigenissen.
Het persoonlijk geloof is de oprechte instemming met de leer van Gods Woord, maar het overstijgt het persoonlijke. Men mag 'meezingen in het koor' dat al eeuwenlang lofzang voor God zingt. Belijdenis doen is niet enkel persoonlijk, maar men staat daarin niet alleen; men is omringd door een belijdende gemeente en wordt een belijdend lid van die gemeente.
3. De Juiste Leeftijd en Vereisten voor Belijdenis
Is Leeftijd de Belangrijkste Vraag?
De vraag naar een goede leeftijd om belijdenis te kunnen doen, is belangrijk, maar niet de meest cruciale. Belangrijker is de vraag: wat vraagt de Heere van je? Heeft Hij niet het recht dat je Zijn Naam gaat belijden? Is Hij het niet waard? Te gemakkelijk kan men het uitstellen met de gedachte 'ik ben er nog niet aan toe', zonder actief te zoeken naar de Heere.
Verstand en Verantwoordelijkheid
Het doopformulier spreekt over het komen tot 'verstand', wat betekent dat men verantwoordelijkheid gaat dragen ten opzichte van Gods beloften. De leeftijd hiervoor is niet eenduidig vast te stellen. Calvijn dacht aan een veel jongere leeftijd dan tegenwoordig gebruikelijk is, mogelijk tussen de 10 en 14 jaar. Het gebruik van één belijdenisdienst per jaar stamt uit de 19e eeuw; vroeger waren er meerdere gelegenheden, verbonden aan avondmaalsvieringen.
De leeftijd waarop kinderen verantwoordelijkheden kregen in de maatschappij, is opgeschoven. Tegenwoordig wordt soms gewenst dat jongeren op 14- of 15-jarige leeftijd al een verlangen tonen om belijdenis te doen. Het uitstellen van belijdenis, terwijl men voor andere zaken zelfstandigheid opeist, kan leiden tot scheefgroei. De vraag waarom men kerkelijk onmondig wil blijven, terwijl men zelfstandig keuzes maakt in studie, relaties en vrienden, is hierbij relevant.
De Geloofseis en de Klem van het 'Moeten'
Naast de leeftijd is er de geloofseis. Wat te doen als men de leeftijd heeft bereikt, maar nog geen helderheid heeft over persoonlijk geloof? Belijdenis uitstellen is geen oplossing. Men moet zich afvragen waarom men het uitstelt en hoe men bezig is geweest met het zoeken naar geloof. De Heere roept, en men moet niet achteruit kunnen omdat de leeftijd het niet tegenhoudt, maar ook niet vooruit omdat het persoonlijke geloof nog ontbreekt.
Deze 'klem' kan juist leiden tot intensiever zoeken naar de Heere. Het is gevaarlijk om dit op zijn beloop te laten. Men moet zich bewust zijn van de noodzaak van een geldig paspoort, getekend met het bloed van Christus, wat impliceert dat men persoonlijk gewassen moet zijn in dat bloed.
4. Belijdenis Doen in de Gereformeerde Gemeenten
De Ware Kerk en het Lidmaatschap
In de Gereformeerde Gemeenten is het belangrijk om te begrijpen waarom men juist in deze kerk belijdenis doet. De Bijbel kent één ware belijdenis: "Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is" (Handelingen 8:37, Mattheüs 16:16). Waar deze Petrusbelijdenis gevonden wordt, daar is de Kerk. Het uiterlijke lidmaatschap is niet voldoende; men moet een levend lidmaat zijn van de ware Kerk.
De Gereformeerde Gemeenten zijn voortgekomen uit de Afscheiding (1834) en de gemeenten van ds. Ledeboer (1841), met de Synode van 1907 als oprichtingsmoment. Ds. G.H. Kersten waarschuwde tegen een oppervlakkige verbondsbeschouwing. De geschiedenis van de kerk en het besef van kerkelijk erfgoed zijn belangrijk, evenals de liefdesband met het voorgeslacht dat de Heere vreesde.
Leren en Leven: Een Eenheid
Belijdenis doen is meer dan instemmen met de leer; het is een bewuste keuze om bij de dienst van de Heere te blijven. Dit vereist een hartelijke instemming, zoals Ruth die de goede belijdenis aflegde: "Uw volk is mijn volk, uw God mijn God!" Hart en mond moeten een hechte eenheid vormen.
Het doen van belijdenis is een kerkelijke instelling waardoor doopleden de status van belijdende leden krijgen. Men neemt de eigen doop bewust over en blijft door de band van belijdenis verbonden aan de gemeente. Het uiterlijke is hierbij niet onbelangrijk; de uiterlijke gedragingen dienen in overeenstemming te zijn met het hart. Leer en leven hangen samen; bij de gereformeerde leer hoort een godzalig leven.

Trouw in Leer en Leven
De vier vragen die gesteld worden bij het doen van belijdenis, opgesteld door Gisbertus Voetius, benadrukken trouw aan de zaligmakende leer, aan een godvruchtige wandel, en aan de gemeente met haar ambtsdragers. Deze vragen maken duidelijk dat niet minder dan het zaligmakend geloof onmisbaar is voor het leven, het sterven, het werken en het huwelijksleven.
De tijd waarin we leven, met toenemende secularisatie en zedeloosheid, vraagt om trouw aan deze beginselen. Het is essentieel om niet meegevoerd te worden met de stroom en standvastig te blijven in de strijd des geloofs. De opstandingskracht van Christus is noodzakelijk om staande te blijven.
5. De Rol van de Gemeente en het Ambt
De vierde vraag van Voetius betreft de plaats in de gemeente en de houding ten opzichte van ambtsdragers. De openbaring van Gods kerk wordt zichtbaar in het samenkomen van de gemeente met haar ambtsdragers. Men dient de ambtsdragers te ontvangen in de Heere en hen in grote waarde te achten, omdat zij in dienst van God staan.
De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland noemt vier redenen om openbare geloofsbelijdenis af te leggen: om de doop te ontvangen of te beamen, om van de Heere te getuigen, om medeverantwoordelijkheid te dragen in de gemeente, en om te blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten. Het belang van de belijdeniscatechisatie, waar men met vragen terecht kan en zich geestelijk kan ontwikkelen, mag niet vergeten worden.
Getuigen en Dienstbaar Zijn
Belijdenis doen is niet enkel een zaak van het hart, maar ook van de mond en het leven. Het is een roeping tot getuigen-zijn, wat weerstand kan oproepen. Men belooft bij de derde vraag om met de geschonken gaven mee te werken aan de opbouw van de gemeente van Christus. Dit geeft voldoening en is essentieel voor de opbouw van het lichaam van Christus.
Blijven bij de gemeenschap van Woord en sacramenten is cruciaal in een tijd van individualisme. Men heeft elkaar nodig om elkaar vast te houden, aan te scherpen en te bemoedigen. Op de pelgrimsweg is voortdurend geestelijk voedsel nodig, vanuit het Woord en van de tafel des Heeren.
Spirituele Leiders: Janneke Ubels over christelijke meditatie
tags: #vragen #belijdenis #ger #gem