Geschiedenis van de Vrijgemaakte Kerk in Oost-Souburg

De geschiedenis van het kerkgebouw op het Oranjeplein te Oost-Souburg gaat terug tot 1247. De oorspronkelijke kerk was een katholieke Onze-Lieve-Vrouwekerk, waarvan de gotische toren uit de eerste helft van de 14e eeuw stamt. Het schip werd in de 15e eeuw gebouwd. Tijdens de godsdiensttwisten werd de kerk in 1572 zwaar beschadigd. In 1582-1583 werd de schade hersteld en het koor afgebroken, teneinde de kerk voor de protestantse eredienst geschikt te maken.

Historische foto van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Oost-Souburg

In de 19e eeuw werd het interieur gewijzigd, waarbij het onder meer een hogere kap kreeg. De oorspronkelijke kolommen werden vervangen door houten stijlen. In 1949-1950 werd de kerk gerestaureerd. Ook van 2005-2011 werd de kerk opgeknapt. De toren heeft twee geledingen, de onderste is 14e-eeuws. De verhoging is 19e-eeuws en wordt gedekt door een ingesnoerd tentdak. De onderste geleding wordt geschraagd door haakse steunberen. Het 15e-eeuwse schip is driebeukig.

Vroege Geschiedenis en de Reformatie

De geschiedenis van dat monument gaat terug tot de dertiende eeuw of wellicht nog eerder. De kerk kwam niet binnen de Oost-Souburgse ringwal, want daar was geen plaats voor een kerk. Bij opgravingen in de ringwalburg zijn er ook geen sporen van een kapel, kerk of klooster ontdekt. Historici maken melding van een Mariaklooster op de plaats van de kerk aan het Souburgse Oranjeplein. Meer historisch houvast hebben we aan geschriften uit 1162, 1247 en 1250. In 1162 bevestigt tegenpaus Victor IV de bezittingen van het Onze Lieve Vrouwenklooster in Middelburg, waartoe ook de kerk van Souburg behoort. Verder noemt bisschop Otto van Utrecht in 1247 de in aanbouw zijnde kerk van Oost-Souburg en noemt die kerk de hoofdkerk van Zuid-Watering.

De vorm van de fundamenten van de huidige kerk is grotendeels het resultaat van de vernieuwing na de Beeldenstorm in 1566. Spijkerboer noemt de oorspronkelijke kerk - een driebeukig gebouw met een verhoogd middenschip zonder transept - een pseudo-basiliek. De kerk heeft dan nog twee kapellen. Eén kapel is gewijd aan Sint Nicolaas, de beschermheilige van de zeevarenden. De andere kapel is in mei 1346 gesticht en gewijd aan Maria.

Pater Kronenburg schrijft: “Vurig werd de H. Maria hier vereerd; in den stompen toren (…) prijkte haar beeld. Op 31 oktober 1517 timmert Maarten Luther zijn 95 stellingen tegen de kerkdeur van de slotkerk in Wittenberg. Zijn ideeën vinden weerklank en leiden tot fel verzet tegen de hegemonie van de geestelijkheid en wreedheden van de inquisitie. Dat ontaardt in 1566 tot de Beeldenstorm. Ook de kerk in Oost-Souburg wordt flink beschadigd en het beeld van Onze Lieve Vrouwe van de Toren gaat verloren, evenals de ‘eeuwig brandende’ lamp. De genadeklap krijgt de Souburgse kerk tijdens het beleg van Middelburg van 1572 tot ’74 door de geuzen, want Middelburg blijft na de inname van Den Briel aan de kant van de Spanjaarden. Er wordt in de stad gruwelijk geleden, want daar “was de Honger zoo groot, dat van den laatsten Kerst-dag des jaars 1573 tot de Overgaave (…) in Middelburg gestorven waren 1566 Persoonen.” In de Souburgse kerk vinden niet erg zachtzinnige geuzentroepen een afgedwongen onderdak, zodat de door de Beeldenstorm gehavende kerk nog verder wordt geruïneerd.

Willem van Oranje verleent op 31 januari 1584 een octrooi “waarbij de (…) Ambachtsheer van Oost-Souburg en Welsinge (…) werd gemagtigd, om tot de herstelling (…) dezer vervallene kerk (…) voor elk gemet in de beide parochien (…) jaarlijks (…) twee stuivers te schieten”. De toren is vóór de reformatie waarschijnlijk ongeveer even hoog als nu nog de steunberen zijn. Bij de reconstructie krijgt die zijn huidige hoogte van dertig meter. Als de Tachtigjarige Oorlog met de Vrede van Munster wordt beëindigd, breken er voor Souburg en zijn kerk rustiger tijden aan. Er wordt nog enkele eeuwen in de kerk begraven, voor zover daar nog plaats is. Aan het begin van de 17e eeuw staat men nog in de kerk, maar later komen er zitplaatsen, eerst voor de rijken, later voor iedereen. De kerk krijgt ook een opgehoogde vloer, het dak wordt voorzien van nieuwe leien en de consistorie wordt vergroot en met pannen gedekt. Eind achttiende eeuw aanvaardt de Souburgse kerk een kerkzegel met de wapenspreuk “Repos ailleurs” - Rust elders - van Philips van Marnix van Sint Aldegonde.

De Afscheiding en Doleantie

De synodale organisatie uit 1816 blijft vele hervormden op Walcheren een doorn in het oog. Rond 1885 gist het in den lande. Men begint te ‘doleren’ (klagen) in de classis Walcheren van deze hervormde kerk. Door de predikanten van Serooskerke en Oost- en West-Souburg wordt tot ‘vrijmaking’ der kerken opgeroepen. De Middelburgse ouderling A.B. Crucq is de initiatiefnemer. Een conflict is niet te vermijden en ds. Th. Peter van Serooskerke en ds. Ds. P.J.W. Ds. P.J.W. Klaarhamer [1848-1920] te Middelburg neemt in hun plaats de leiding. In de door hem opgerichte Zeeuwsche Kerkbode roept hij op met het synodaal verband te breken.

Ds. Littooij neemt het voor Klaarhamer op in een ‘Openbare brief aan het (Ned. Herv.) Classicaal bestuur van Middelburg’. Hij schrijft daarin dat hij deze brief allerwaarschijnlijkst niet zou hebben geschreven, wanneer het bestuur ‘de gescheiden kerken’ buiten het geding had gelaten. “Immers Gij zult mij wel willen en moeten toestemmen dat Gij in Uw openbaar schrijven onze Afscheiding van uw Kerkgenootschap veroordeelt. Ontegenzeggelijk toch is de strijd tháns uitgebroken, de strijd voor vijftig jaren. Het gaat nu en het ging toen om het Koningschap van onzen Heere Jezus Christus”.

De Doleantie is een feit. De eerste vergadering van de kerkenraad van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) van Middelburg vindt plaats op 8 maart 1887. Vooral te Serooskerke ontstaat een grote beroering. Hier is de kerkeraad en kerkvoogdij (evenals te Vrouwenpolder) met de Doleantie meegegaan. Voor de synodale [= hervormde] predikanten is de kerk gesloten.

Portret van ds. H.J. Budding

De Vrijmaking van 1944

Prof. dr. K. Schilder was de geestelijke vader van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Toen op 11 augustus 1944 de bezwaarde leden van de Geref. Kerken in ons land te Den Haag in de Lutherse kerk bijeenkwamen en door prof. K. Schilder de 'Acte van Vrijmaking en Wederkeer' voorgelezen werd, waarin verzet werd aangetekend tegen de synodale hiërarchie en de leeruitspraken van de geref. synode van 1942, was de scheuring in de Geref. Kerken definitief. Bij deze vrijmaking beriep men zich in deze acte ook op art. 31 van de kerkorde van Dordrecht 1618/19.

Nagenoeg alle geestelijke stromingen die er vanaf de middeleeuwen in ons land zijn geweest, hebben in Zeeland hun neerslag en sinds 1945 kennen we ook hier Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken, aanvankelijk kerken volgens art. 31 genoemd. De Geref. Kerken zijn ontstaan doordat in 1892 het grootste deel van de Chr. Geref. Kerk. die uit de Afscheiding van 1834 was voortgekomen, zich verenigde met de Nederduitsch Geref. Kerken die door de doleantie waren ontstaan.

In 1905 kwamen er leermoeilijkheden. Een van de belangrijkste was die over de veronderstelde wedergeboorte in verband met de kinderdoop, zoals dr. A. Kuyper leerde. Er is toen een accoord bereikt, dat echter geen leeruitspraak was. In 1942 kwam deze dogmatische kwestie (telamen met andere zaken) weer terug op de generale synode van de Geref. Kerken. Deze deed uitspraken die in 1943 tot leeruitspraken of daarmee gelijkstaand werden verheven. Behalve de dogmatische verschillen was er ook een kerkrechtelijke kwestie, nl. over de bevoegdheid van de generale synode. Kan deze een emeritus predikant (in dezen prof. K. Schilder) schorsen of afzetten?

In de oorlog kon men classicaal en provinciaal niet meer vergaderen en zo duurde het tot 1945 dat hier de strijd in zijn laatste en beslissende fase doorbrak. In de classes Zeeuws-Vlaanderen en Middelburg was de strijd het felst. Toen in Den Haag de vrijmaking een feit werd, hadden zich in Zeeuws-Vlaanderen de partijen reeds afgetekend, vóór en tegen het synodebeleid. De definitieve breuk kwam op de classicale vergadering van 31 juli 1945. De afgevaardigden van de kerken van Axel, Hoek en Zoutespui legden zich niet neer bij het met 10 tegen 6 genomen besluit, zich achter het beleid van de synode te stellen. Hun werd toen verzocht de vergadering te verlaten, wat zij deden onder protest dat zij zich niet aan de Geref. Kerken onttrokken hadden, maar eruit waren gezet.

Op Walcheren waren de meeste van de 15 Geref. Kerken synode-gezind. Toch waren er nogal wat bezwaarden, zowel op dogmatisch als op kerkrechtelijk terrein. Slechts drie van de predikanten, allen jongeren, hebben zich vóór de vrijmaking uitgesproken en later daarvan ook de consequenties aanvaard. De vinnigste strijd werd gestreden in Vrouwenpolder. Na het vertrek van de geref. predikant in juli 1944 werd candidaat J.J. Arnold beroepen, die te kennen had gegeven dat hij ernstig bezwaard was en niet zou instemmen met de synodale uitspraken van 1942. De meerderheid van de kerkeraad was het met hem eens. Na de bevrijding van heel ons land is er op 19-21 juni vergaderd over de vraag wat men moest doen, de beroepen candidaat, die zich inmiddels had vrijgemaakt, loslaten of met de vrijmaking meegaan. Tot dit laatste werd besloten, met het gevolg dat de meerderheid van de kerkleden zich onttrok aan het opzicht van de kerkeraad.

In Middelburg bleken er in 1944 bezwaarden te zijn, die zich in juni 1945 in een schrijven richtten tot de kerkeraad. Op 24 juli van dat jaar trad prof. K. Schilder op in de Oostkerk. Op 5 augustus werden de eerste vrijgemaakte kerkdiensten gehouden. Voor 11 augustus werd een gemeentevergadering belegd waar ambtsdragers werden gekozen. In Veere kwam ds. J.W. Smit in moeilijkheden toen hij zich steeds duidelijker ging uitspreken vóór de vrijmaking. De kerkeraad kon niet met hem meegaan. Deze predikant is afgezet wegens openbare scheurmakerij. Er waren weinigen van zijn gemeente die hem volgden toen vrijgemaakte kerkdiensten werden gehouden op 21 oktober 1945. Een half jaar later vertrok deze predikant naar Hengelo.

Kaart van Walcheren met de locaties van de Gereformeerde Kerken

Na de Vrijmaking en de Ontwikkeling van de Kerk

Een aspect van de vrijmaking was de strijd om de kerkelijke goederen, het kerkgebouw met inventaris, de pastorie, de kerkekas en de diaconiegelden. Daar waar een minderheid van de kerkeraad en van de gemeenteleden met de vrijmaking meeging, bleef alles in handen van de synodalen. Daar, waar zowel de meerderheid van de kerkeraad als van de kerkleden zich hadden vrijgemaakt, waren er ook geen problemen. Maar niet altijd legden de synodalen zich hierbij neer, zoals bijv. in Axel. Tenslotte besliste de rechtbank van Middelburg dat de kerkelijke goederen bleven in handen van de vrijgemaakten. Ook voor Zoutespui velde de Middelburgse rechtbank een zelfde oordeel, maar dit werd door het Haagse gerechtshof in hoger beroep vernietigd. Tenslotte kwam men hier in 1953 tot een minnelijke schikking.

Het meest opzienbarende proces voor de burgerlijke rechter was dat van Vrouwenpolder. In deze kerk lag het 't moeilijkst, aangezien de meerderheid van de kerkleden niet met de vrijmaking was meegegaan. Bovendien was de commissie van beheer achter de synode blijven staan en deze ging voort met het beheren van de kerkelijke goederen. Uiteindelijk viel de beslissing in hoger beroep op 31 oktober 1951. De kerkelijke goederen vielen toe aan de vrijgemaakten. Dit vonnis wekte nogal enige verwondering, maar de uitspraak was gebaseerd op het gereformeerde Kerkrecht, dat in de tijd van de doleantie was ontwikkeld en waarbij iedere kerkgemeente als een zelfstandige kerk werd gezien. Vandaar dat men spreekt van de Gereformeerde Kerken in het meervoud. De plaatselijke kerk kan het verband met de andere verbreken. In de N.H. Kerk ligt dit kerkrechtelijk anders. De lijn die de rechterlijke macht bij deze processen heeft gevolgd is, dat iedere Geref. Kerk de hand met het grote geheel van deze kerken kan verbreken. De kerkeraad wordt gezien als vertegenwoordigende deze plaatselijke kerk. De burgerlijke rechter achtte de meerderheid van de kerkeraad bevoegd om zijn kerk uit het verband los te maken.

De donkere oorlogsjaren 1940-1945 worden nog duisterder gemaakt door de strijd over de ‘veronderstelde wedergeboorte’. De strijd loopt zo hoog op, dat op 11 augustus 1944 in een landelijke vergadering [in Den Haag] de Akte van Vrijmaking of Wederkeer wordt getekend. Daarmee is de scheuring een feit. De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt beroepen zich op Artikel 31 van de Kerkorde. In het voor Walcheren in allerlei opzichten meest cruciale jaar - 1944 - zijn er in de classis Middelburg vijftien Gereformeerde Kerken: Middelburg (3.211 leden), Arnemuiden (619), Domburg (189) in combinatie van Westapelle (146), Gapinge (226), Grijpskerke (589), Koudekerke (803), Sint-Laurens (490), Meliskerke (720), Oostkapelle (561), Serooskerke (986), Oost- en West Souburg (1.230), Veere (455), Vlissingen (1.426), Vrouwenpolder (433).

In oktober 1944 komt Walcheren onder water te staan. Het jaar daarop zien verschillende Walcherse gemeenten zich verwikkeld in de kerkstrijd. Scheuring en Vrijmaking vinden plaats, te beginnen in Vrouwenpolder op 21 juni 1945. Middelburg, Veere en Oost- en West-Souburg volgen.

Overzien we de na-oorlogse periode dan valt te constateren, dat de Walcherse gereformeerde kerkgebouwen bijna alle vernieuwd zijn, over het uiterlijk dan gesproken. Middelburg krijgt er twee nieuwe kerkgebouwen bij: de Getuigeniskerk en de Hoeksteen (samen met de rooms-Katholieken). Op Walcheren krijgt men te maken, vooral in de kustgemeenten, met een sterke uitbreiding van de recreatie en toeristen. Toeneming van de industrialisatie (Vlissingen-Oost en Middelburg-Zuid) doet de samenstelling van verschillende gemeenten veranderen. Het betreft een beeld, dat voor veel streken in ons land geldt.

Wat men in het kerkelijk beeld is gaan missen zijn de knapen- en jongelingsverenigingen. Soms aangegeven met namen van bekende predikanten, zoals dr. Lútzen Wagenaar [1855-1910] of uit een ver verleden: Herman Faukeel [±1560-1625]. De meisjes vergaderden apart, na 1950 ging men gemengd vergaderen. Bondsliederen werden ingestudeerd. Naar de landelijke ‘bondsdagen’ trok men tot 1940 in groten getale op. Voor deze dagen nodigde men sprekers uit als dr. Colijn en Jan Schouten. Nieuwe vormen werden gevonden in ‘jeugd en evangelie’, en weer later in ‘Youth for Christ’ en ‘Navigators’.

De kerk had in de Tweede Wereldoorlog opnieuw te lijden van oorlogshandelingen. Er volgde een grondige renovatie van vooral het interieur. Het naoorlogse interieur moest in 2007 wijken in verband met andere opvattingen over eredienst en functionaliteit. Tijdens OMD zal er muziek ten gehore worden gebracht en is er een aanspreekpunt voor uitleg. Het is 25 februari 2007.

De - voorlopig - laatste restauratie van de kerk in Oost-Souburg begint maandag 7 augustus 2006. Bram Deurwaarder en Jos de Visser geven leiding aan een team van dertig enthousiastelingen, dat voor zo’n tienduizend man-uren aan arbeid verricht. Op zaterdag 14 april 2007 wordt de gerestaureerde kerk officieel geopend. Behalve het vernieuwen van de vloer is er nog meer in de kerk gebeurd. Bij de opening van de vernieuwde Open Haven zegt Kees van Boven, voorzitter van de kerkenraad, dat er met deze laatste restauratie een nieuw tijdperk is aangebroken waarin het kerkgebouw een bredere bestemming krijgt.

tags: #vrijgemaakte #kerk #oost #souburg