De Dordtse Kerkorde en de hedendaagse kerkelijke uitdagingen

De (destijds zeven) Verenigde Nederlanden waren min of meer zelfstandige gewesten, die zich bij de Unie van Utrecht in 1579 hadden verenigd in een statenbond. Deze statenbond stond onder leiding van de Staten-Generaal, waarin de Staten van elk gewest vertegenwoordigd waren.

De Dordtse Kerkorde (DKO) van 1619 vormt het uitgangspunt en de basis voor de herziening van 2020. Deze aanpassing is noodzakelijk om te zorgen dat de kerkordelijke regels en de kerkordelijke praktijk in overeenstemming blijven. In de herziening zijn de noodzakelijke aanpassingen verwerkt.

In het artikel van CVandaag uit ds. Uitslag wordt verdriet geuit over het feit dat de Rijnsburggroep als scheurmaker wordt beschouwd. Vanuit zijn perspectief is dit begrijpelijk. De kern van het probleem ligt in het feit dat de generale synode de revisieverzoeken inzake 'vrouw in ambt' heeft afgewezen, waarmee de kerkelijke weg voor dit onderwerp als afgesloten werd beschouwd. Desondanks blijven sommige kerkenraden vasthouden aan hun beleid, wat disciplinaire maatregelen vereist. Echter, het is gebleken dat de artikelen 30, 31, 79 en 80 van de kerkorde niet meer adequaat functioneren in deze context. Ds. Uitslag erkent terecht dat het niet naleven van synodebesluiten door een aanzienlijk deel van de kerken van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) heeft geleid tot wanorde binnen het kerkverband.

Het niet naleven van synodebesluiten is echter niet de enige oorzaak van de kerkelijke chaos. Hoewel de kerkelijke weg met betrekking tot de besluiten over Vrouwen in het Ambt (ViA) en homoseksuele praxis doorlopen mag zijn, kan het afdwingen van deze besluiten zonder ruimte voor tegenspraak leiden tot een legalistisch in plaats van een irenisch (vredezoekend) kerkrecht.

Afdwingen van Synodebesluiten en Gewetensbezwaren

In de afgelopen jaren lag de focus onvoldoende op het stichten van vrede, maar vooral op het nakomen van afspraken. Deze focus liet weinig ruimte of ontvankelijkheid voor gewetensbezwaren, die gegrond zijn op Gods Woord. Hoewel er jarenlang gesprek is gevoerd, lijkt dit gesprek vanuit de Rijnsburggroep niet primair gericht op het luisteren naar de ander, maar eerder op het dwingen tot naleving van besluiten. Het doel van deze ontmoetingen staat daarmee bij voorbaat vast: de 'afwijkende' kerkenraden moesten terugkeren binnen de bedding van de synodale besluiten. Wanneer het resultaat van een dialoog reeds vaststaat, is er geen sprake van een werkelijk gesprek.

De kwalificatie 'ongehoorzame kerken' bevestigt dit beeld. Deze kwalificatie doelt niet op kerkenraden die ongehoorzaam zouden zijn aan Gods Woord, zoals uitgedrukt in de belijdenis van de kerken, maar op kerkenraden die de synodebesluiten niet kunnen aanvaarden. Ds. Uitslag bevestigt dit beeld door te stellen dat, nu de revisieverzoeken door de generale synode zijn afgewezen, de kerkelijke weg is afgesloten. Vervolgens worden deze kerken bestempeld als afwijkende kerken die onbuigzaam vasthouden aan hun beleid. Hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat er binnen het kerkverband lokale kerken zijn die in hun geweten overtuigd zijn dat het meerderheidsstandpunt, zoals uitgedrukt in synodebesluiten, een ambtsvisie weergeeft die niet overeenstemt met de juiste uitleg van de Schrift.

Schematische weergave van de kerkelijke hiërarchie en besluitvormingsprocessen binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Disciplinaire Maatregelen en de Doelstelling van de Tucht

Hiermee wordt voorbijgegaan aan het doel van de tucht, zoals de kerkorde dat ook in artikel 71 K.O. beschrijft: de verzoening van de zondaar met God, de gemeente en zijn naaste, en het wegnemen van de ergernis uit de gemeente van Christus. Artikel 71 K.O. spreekt over de zondaar in de context van een persoon, individueel. Dit geldt ook voor ambtsdragers; over hen kan tucht individueel worden uitgeoefend, maar niet over het collectief van ambtsdragers als geheel, zoals de kerkenraad. Bovendien is de bevoegdheid om tucht uit te oefenen voorbehouden aan ambtsdragers. Meerder vergaderingen, zoals een classis en generale synode, hebben geen bevoegdheid om tucht uit te oefenen over kerkenraden, omdat zij vergaderingen van kerken zijn en niet van ambtsdragers.

Voor zover binnen de CGK - onterecht - de gedachte leeft dat meerdere vergaderingen de bevoegdheid zouden hebben om tuchtrechtelijk in te grijpen bij kerkenraden door individuele ambtsdragers af te zetten, zou dit uitsluitend kunnen bij wanbestuur of onschriftuurlijke leringen. Daarmee zou het doel van de tucht, namelijk het wegnemen van de ergernis uit de gemeente, gerealiseerd worden.

Ds. Uitslag weet dat geen enkele generale synode het minderheidsstandpunt als onschriftuurlijk heeft aangemerkt. Tijdens de Generale Synode van Leeuwarden in 2001 lichtte rapporteur ds. Buijs het besluit tot afwijzing van het revisieverzoek van Dronten toe met de opmerking dat 'Van oordeel 1' in het voorstel tot besluit over het revisieverzoek van Dronten niet gelezen mag worden als een principiële verwerping van het minderheidsstandpunt dat op de synode van 1998 werd ingebracht." Ook latere generale synodes hebben het minderheidsstandpunt niet principieel verworpen. Hieraan doet niet af dat de generale synode in 2022 weliswaar toevoegde dat het minderheidsrapport destijds is afgewezen en dat het daarin verwoorde standpunt geen kerkelijke legitimiteit heeft. Feit is dat het minderheidsstandpunt nooit - in overeenstemming met en op basis van artikel 7 NGB - als onschriftuurlijk is afgewezen. Daarmee kan er dus ook nooit sprake zijn van - in de woorden van het deputaatschap Kerkorde en Kerkrecht - enige collectieve grove openbare zonde, die het inroepen van artikel 30 KO in combinatie met artikel 79-80 KO rechtvaardigt. Er is immers geen sprake van wanbestuur zoals corruptie, machtsmisbruik, etc., of onschriftuurlijke leringen. Ds. Uitslags verwijzing naar disciplinaire maatregelen tegen kerkenraden die synodebesluiten over ViA en homoseksuele praxis niet aanvaarden, is dan ook onterecht, omdat deze iedere kerkrechtelijke grond mist.

Beschuldigingen en de Rangorde van de Schrift

Hetzelfde geldt voor zijn uitspraak dat ambtsdragers valsheid in geschrifte en meineed zouden plegen en hypocriet zouden zijn als zij wel het ondertekeningsformulier ondertekenen, maar ook vrouwen in het ambt bevestigen. Gelet op de woordkeuze en de aard van de beschuldiging lijkt er geen ruimte meer voor het zoeken naar vrede. De aandacht is er vooral op gericht dat deze ambtsdragers zich houden aan de synodebesluiten, ongeacht het feit dat zij deze besluiten niet kunnen aanvaarden omdat deze, naar hun overtuiging, niet overeenstemmen met de juiste uitleg van Gods Woord en daarom de saamhorigheid, eenheid niet dienen en de gehoorzaamheid aan God niet versterken of in stand houden. Daarmee negeert ds. Uitslag dat de zinsnede 'ten slotte beloven wij ons in onze ambtelijke dienst te houden aan de geldende kerkorde en verdere bepalingen en besluiten van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland', naast haar bijzondere historische context, kerkrechtelijk onder het bereik van artikel 31 K.O. valt.

De belofte van ambtsdragers om zich aan de geldende kerkorde te houden en de verdere bepalingen en besluiten van de CGK is vanaf 1962 in het ondertekeningsformulier opgenomen. Uit de acta blijkt dat de directe aanleiding hiervoor was dat plaatselijke kerken vanwege leergeschillen op staande voet het kerkverband verlieten zonder eerst hun bezwaren via de kerkelijke weg aan het kerkverband voor te leggen. Hieruit valt te concluderen dat de slotbepaling niet betekent dat ambtsdragers aan alle kerkelijke besluiten zonder meer gebonden zijn, zelfs als die besluiten, ex artikel 31 K.O., niet kunnen worden aanvaard wegens strijd met Schrift, belijdenis of kerkorde. Van hypocrisie en meineed kan dan ook geen sprake zijn.

Ds. Uitslags streven om elke ambtsdrager onverkort aan elk kerkelijk besluit te binden, stelt in feite kerkelijke besluiten op één lijn met de Bijbel. Die gelijkstelling staat het zoeken van de vrede in de weg, want de Schrift staat immers principieel bovenaan als het spreken van de Heer. De belijdenis staat onder het gezag van de Schrift als het spreken van de kerk. De kerkordelijke besluiten van de kerk staan echter niet op hetzelfde niveau als de belijdenis; zij staan in rangorde daaronder. Er is dus een rangorde: Schrift, belijdenis, kerkorde. Ds. Uitslag miskent wat de Particuliere Synode van het Noorden in haar instructie nog nadrukkelijk erkende, namelijk dat 'in geen enkel opzicht het recht en de bevoegdheid van een kerkeraad die bezwaard is ten aanzien van de leer en de besluiten der Chr. Geref. Kerken in Nederland en bewijst dat deze in strijd zijn met het Woord van God waardoor hij ze niet voor vast en bondig kan houden, mag betwist worden om met het kerkverband te breken, mits deze kerkeraad zich houdt c.q. gehouden heeft aan het bepaalde in art. [onleesbaar deel van de brontekst].

De sacramenten - Een diepgaand begrip van de gereformeerde theologie, hoofdstuk 5

Onvoorwaardelijke Gehoorzaamheid en de Weg van Vrede

Daarmee is de werkelijke oorzaak voor de huidige kerkelijke chaos de vasthoudendheid van de Rijnsburggroep om onvoorwaardelijke gehoorzaamheid te eisen van kerken binnen het kerkverband. Zij verliest daarmee helaas uit het oog dat de kerkorde ondergeschikt is aan de Schrift en de belijdenis van de kerk. De Schrift en de belijdenis zijn de redenen dat bezwaarde kerken de synodebesluiten over ViA en omgang met homoseksuele praxis niet kunnen aanvaarden. De focus die ds. Uitslag heeft op het nakomen van besluiten ontaardt in het binden van gewetens. Het juridiseert het kerkrecht waardoor de liefde verkilt.

Om deze chaos te boven te komen, is het van belang om werkelijk naar elkaar te luisteren, elkaar niet uit te sluiten of te veroordelen, en te zoeken naar de herleving van het diepe verlangen om elkaar als kerken vast te houden. Dit kan, omdat de kerk niet van ons is, maar van Christus. Hij, die van zichzelf zei dat van Hem te leren valt, omdat Hij zachtmoedig en nederig van hart is (Mattheüs 11:29). Hij is de waarheid. Van die waarheid spreekt de kerk in haar belijdenisgeschriften. Dat maakt mild, luisterend en bereid om de ander te aanvaarden in zaken die niet verwoord zijn in de belijdenisgeschriften als zodanig. Over ViA en omgang met homoseksuele praxis nemen de kerken elkaar niet de maat, maar zoeken zij de weg van de vrede, omdat de eenheid van het kerkverband niet bepaald wordt door synodebesluiten, maar door het belijden van de naam van Christus, zoals dat in de Schrift en uit de belijdenis van de kerken te kennen is. Deze houding van liefde, luisteren en zoeken om elkaar als kerken vast te houden ligt ook besloten in de aard en bedoeling van de kerkorde.

Het komende convent van Rijnsburg sluit het luisteren uit en leidt onherroepelijk tot een breuk. Het maakt een scheur die de vrede niet dient. Om dat te voorkomen, is het noodzakelijk om als kerken met elkaar in gesprek te blijven. De slotbepaling van het ondertekeningsformulier is daarvoor ook een historische herinnering en vingerwijzing. Zoek de weg van de vrede, die loopt via de Generale Synode van Hoogeveen.

tags: #artikel #79 #en #80 #dordtse #kerkorde