Er wordt veel gesproken over de kerk. Sommigen menen dat de kerk achteruitgaat, dat haar tijd als instituut voorbij is, of dat ze ingrijpend vernieuwd moet worden. Ongeacht de meningen, is één ding duidelijk: de kerk is niet voorbij. Waar volgelingen van Jezus Christus zijn, daar is de kerk, inclusief een institutionele vorm, hoe 'kerkelijk' die ook mag zijn. Ook de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) bestaat nog steeds, ondanks de dalende ledenaantallen.
Veel van de discussies over de kerk missen echter een toekomstgerichte visie. Vaak overheersen nostalgische reacties, gericht op het betreuren van wat verloren is gegaan en het behouden van oude vormen. De 'kaasschaafmethode', waarbij bezuinigingen worden doorgevoerd en fusies worden aangegaan om te overleven, is hierbij een veelgebruikte tactiek. Deze methode getuigt echter niet van een vooruitziende blik.
Het is begrijpelijk dat de terugloop van het kerkelijk leven en het verdwijnen van samenkomstplekken verdriet veroorzaken. Mensen hebben tijd nodig om dit te verwerken. Wat echter zorgwekkend is, is de neiging om in tijden van krimp primair te denken vanuit het bestaande instituut en de huidige vormen. Het idee van een gemeente in elke plaats, met een kerkgebouw en een predikant, vormt het uitgangspunt voor toekomstige plannen. Dit beperkt de verbeelding. Als de krimp aanhoudt, wordt het onhoudbaar om overal gemeenten in de klassieke vorm te handhaven. Dit zou kunnen leiden tot een scenario waarin alleen grotere steden en plaatsen nog klassieke kerkdiensten met gebouwen en predikanten hebben, terwijl kleinere gemeenschappen elders op een andere manier functioneren.
Gedachte-experiment: Terug naar de Basis
Laten we voor een gedachte-experiment aannemen dat dit scenario over tien jaar werkelijkheid is. Dan moeten we de kerkelijke vormgeving van de afgelopen eeuwen loslaten en de huidige structuren loslaten. We keren terug naar de basis: wat is er minimaal nodig voor een groep volgelingen van Jezus Christus? Geïnspireerd door het slot van Handelingen 2, zijn er in elk geval drie essentiële elementen:
- Gemeenschap
- Onderwijs/Verkondiging
- (Toerusting tot) Getuigend dienstbetoon
Veel bestaande kerkelijke structuren, met hun centrale beleid en ingewikkelde wijkindelingen, staan onder druk. De kaasschaaf wordt gehanteerd door gebouwen te sluiten en personeel in te perken. Dit centrale, reactieve beleid zou direct moeten stoppen.
Gemeenschap
Denk vanuit de gemeenschap, zonder beperkt te worden door bestaande kerkvormen. Een paar honderd leden zijn niet noodzakelijk voor gemeenschap. Het fuseren van krimpende groepen heeft in grote steden vaak niet gewerkt. Het is beter om de kleiner wordende gemeenschap te groeperen in levensvatbare, kleinere groepen, mogelijk van rond de twintig of dertig mensen.
Een predikant is niet per se nodig voor gemeenschap. Als de nadruk ligt op onderling pastoraat binnen een hechte, kleine groep, kan dit ook zonder predikant. Wel is toerusting voor onderling pastoraat essentieel. Predikanten kunnen hierin een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld door te trainen in onderling pastoraat en crisispastoraat.
Een kerkgebouw is evenmin strikt noodzakelijk voor gemeenschap. Kleinere groepen kunnen samenkomen in huiskamers of zelfs in lokale cafés die op zondagochtend leeg staan. Samenkomsten op 'gewone' plaatsen kunnen juist aantrekkelijk zijn voor niet-kerkelijke mensen. Het boek Total Church belicht dit aspect van kerk-zijn voor het dagelijks leven, als een model voor de toekomst. Als er geen kerkgebouw meer is, hoeven samenkomsten geen klassieke kerkdiensten meer te zijn. Kerkdiensten zijn niet altijd de meest ideale vorm voor het stichten van gemeenschap; kringwerk is vaak effectiever. Het is denkbaar dat deze vormen samenkomen in een nieuwe opzet. Het devotie aan gebed en lofprijzing, zoals beschreven in Handelingen, kan ook in andere vormen plaatsvinden dan de klassieke eredienst. Vragen rondom het vieren van het Heilig Avondmaal en de doop zonder predikant zijn complexer, en zouden mogelijk opgelost kunnen worden door rondreizende predikanten of kerkelijk werkers met speciale bevoegdheden.
Onderwijs en Verkondiging
Centraal in elke gemeenschap, zelfs de meest basale, staat het 'onderwijs van de apostelen'. Dit vereist een focus op het Woord en de verkondiging van het evangelie, in lijn met de apostolische traditie. Zonder dit onderwijs en deze verkondiging is een gemeenschap geen kerk.
Ook voor onderwijs en verkondiging is geen kerkgebouw nodig. Hoewel de uitleg van de Schriften en de verkondiging van Gods genade niet exclusief voorbehouden zijn aan theologen, is inwijding in de Schriften en de traditie van belang. Academisch geschoolde predikanten kunnen hierin een sleutelrol spelen, door anderen in te wijden en voor te gaan in onderwijs en verkondiging. In situaties waar gemeenschappen geen eigen predikant meer kunnen bekostigen, kunnen predikanten meerdere gemeenschappen bedienen, mogelijk vanuit een regionale moedergemeente.
In een stad als Ede, waar kerkgebouwen en predikantenfuncties mogelijk drastisch verminderd moeten worden, kan de gemeente een andere vorm aannemen. Eén centraal kerkgebouw met erediensten op zondag, en predikanten die verbonden zijn aan dit gebouw, kunnen kleinere gemeenschappen in verschillende wijken bedienen.
Toerusting tot Getuigend Dienstbetoon
Kleine kerkgemeenschappen moeten, net als in Handelingen, actief zijn in getuigend dienstbetoon. Door goede daden en het evangelie zoeken zij het welzijn van hun omgeving. Dit vereist wederzijdse toerusting en uitdaging binnen de gemeenschap. Predikanten hebben hierin een belangrijke taak, en hoeven niet te wachten tot het krimpscenario werkelijkheid is.
De energie van kerkenraden en predikanten zou gericht moeten zijn op deze toerusting als onderdeel van het toekomstige beleid. Hoewel het hier om een gedachte-experiment gaat, is het te hopen dat de kerk niet verder zal afkalven. Het is cruciaal dat gemeenten beleid maken vanuit hoop en visie, in plaats van angst en nostalgie. Het durven aangaan van nieuwe wegen en het nemen van gedurfde beslissingen, met focus op gemeenschap, onderwijs en getuigend dienstbetoon, is essentieel.

Missionaire Roeping en Menswording
Tegenwoordig krijgt 'missionair zijn' veel aandacht. Er wordt veel gepionierd en binnen bestaande gemeenten staat dit thema centraal. Kerken richten zich meer naar buiten, en er gebeuren veel mooie dingen. De vraag of 'zieltjes winnen' nog relevant is, wordt echter ook gesteld.
Hoewel er goede redenen zijn om kritisch naar het verleden te kijken, is de meest wezenlijke missionaire dienst van de kerk wellicht het in contact brengen van mensen met Jezus Christus. Dit roept de confronterende vraag op: ben ik zelf meer mens geworden door mijn geloof en kerkelijke betrokkenheid? Als de kerk niet bijdraagt aan menswording, is er weinig reden voor anderen om voor Jezus Christus te kiezen; men zou dan 'bekeren' tot meer van hetzelfde.
De plaats van het christelijk geloof op de markt van welzijn en geluk is een belangrijk punt. Biedt het iets unieks? In een tijd van beleving is het cruciaal dat mensen de waarde van het christelijk geloof kunnen proeven en ervaren. Bekeringen verlopen vaak via relaties, waarbij men iets proeft van het geloof van een ander. De stap om in deze tijd christen te worden, wordt echter groter door de afstand tot de christelijke wereld en het negatieve beeld van kerk en geloof.
Een jonge vrouw beschreef haar eerste bijbelkoop als het kopen van condooms, wat de kloof illustreert. Iemand die het geloof ontdekte via een pioniersplek, vertelde over de worsteling met en uiteindelijke acceptatie van een godsgeloof, wat leidde tot een helende levensherziening. Ondanks de uitdagingen blijven mensen de kracht en schoonheid van het christelijk geloof ontdekken.
De worsteling met interne kapers – Een ACT metafoor
Het Boek 'Back to Basics'
Het boek 'Back to Basics - zeven cruciale vragen rond missionair kerk-zijn', geschreven door ds. René de Reuver en Sake Stoppels, onderzoekt zeven basale thema's voor de plaatselijke gemeente. Het boek richt zich op de inhoud van het christelijk geloof, kerk-zijn, contextualisering en de missionaire roeping van de kerk, met als doel het inhoudelijke geloofsgesprek te stimuleren.
De Generale Synode sprak over 'zieltjes winnen'. De PKN, op weg naar 2025, focust op het principe: 'Niet het vele is goed, maar het goede is veel. Niet alles moet, maar dat wat vreugde geeft en het Evangelie doet leven'. Het boek is gepresenteerd aan synodeleden en is verkrijgbaar in de webwinkel.
Ds. De Reuver benadrukt dat de focus op de kern van de kerk vraagt om het maken van goede keuzes. Hoofdstuk 2 van het boek, 'Zieltjes winnen? Wat is er eigenlijk tegen? - Missionaire communicatie en werving', zet het gesprek op scherp. Sake Stoppels citeert theoloog A.A. Ruler: "Het gaat er in de kerk centraal om zieltjes te winnen [...] want die zieltjes moeten zielen worden." Dit benadrukt de verantwoordelijkheid van de kerk om individuen te helpen groeien tot volwassen gelovigen, bij te dragen aan hun menswording en hen te helpen leven.
Naast 'zieltjes winnen', behandelt het boek thema's als visie op Jezus, de kerk, 'tellen of wegen', het belang van de context en de rol van de predikant. Het boek is bedoeld om predikanten, kerkelijk werkers en andere leidinggevenden uit te dagen tot een dieper theologisch gesprek over de missionaire praktijk.
Twintig Jaar Protestantse Kerk in Nederland (PKN)
Op 1 mei 2024 bestond de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) 20 jaar. De vereniging van de drie Samen-op-wegkerken (Hervormd, Gereformeerd en Lutherse) vond plaats op 12 december 2003, met officiële ondertekening in de Domkerk van Utrecht in aanwezigheid van koningin Beatrix. Vanaf 1 mei 2004 bestond de PKN officieel.
Hoewel er geen grootschalige jubileumvieringen waren zoals in 2014, is er reden om dankbaar te zijn voor de vereniging. Zonder deze vereniging zouden de kerken mogelijk nog steeds verwikkeld zijn in kerkordelijke discussies. Het laatste rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) schetst een somber beeld van de ontkerkelijking in Nederland. Slechts vier van de tien Nederlanders hebben nog enige affiniteit met kerk en geloof, en slechts 13 procent bezoekt regelmatig een kerkdienst.
Ondanks de dalende cijfers heeft de PKN de secularisatiewind en zelfs twee coronajaren overleefd. Er zijn hoopvolle ontwikkelingen, zoals geloofsbelijdenissen en dopen in steden als Rotterdam. Het CBS-rapport wijst ook op een 'ongeneeslijke protestantse zucht naar afscheiding, zuivering, elkaar loslaten en dan weer verenigen'. Dit patroon is zichtbaar bij verschillende kerkelijke groeperingen.
De vorming van de Hersteld Hervormde Kerk na de vereniging van 2004 was een pijnlijke breuk. Er werd destijds een commissie ingesteld om deze breuk te begeleiden, waarbij aan ongeveer vijftig predikanten een ontslagbrief werd gestuurd. De Protestantse Kerk is sindsdien gegroeid van 2,1 miljoen naar 1,5 miljoen leden.
Na twintig jaar benadrukt de PKN dat de kernactiviteiten blijven: het lezen, uitleggen en verkondigen van de Schriften, het vieren, voorbede doen en God loven. Ondanks het lagere ledental kijkt de kerk hoopvol de toekomst tegemoet, met het besef dat de kerk van God is.
Pater Jan van Kilsdonk's uitspraak: 'Het is met de kerk hopeloos, maar niet ernstig' vat de situatie treffend samen.