Geschiedenis van De Krim: Ontstaan, Ontwikkeling en Kerkelijke Gemeenschap

De geschiedenis van het Overijsselse dorp De Krim, gelegen in de gemeente Hardenberg, is nauw verbonden met de ontginning van het veengebied en de ontwikkeling van de Christelijke Gereformeerde Kerk in de regio. Het dorp, dat in 2008 2300 inwoners telde, kenmerkt zich door lintbebouwing langs het kanaal de Lutterhoofdwijk.

Ontstaan van De Krim

De oorsprong van De Krim ligt in de 19e eeuw, toen de waarde van het veen als brandstof werd erkend. Na het graven van de Dedemsvaart, waartoe bij Koninklijk Besluit van 22 maart 1809 machtiging werd verleend aan Mr. Willem Jan, Baron van Dedem, begon in 1810 de ontginning van het veen. De afgegraven turf werd via het kanaal naar het westen vervoerd. In 1866 was de Lutterhoofdwijk gereed, en in deze periode ontstond het dorp De Krim. Hoewel een exact stichtingsjaar moeilijk te geven is, hanteren de inwoners 1862 als acceptabel jaartal.

De herkomst van de naam "De Krim" is niet eenduidig. Een mogelijke verklaring verwijst naar de bocht in de Lutterhoofdwijk, die in de oudste vermelding uit 1857 als "De Krimp" werd geschreven. Later verdween de 'p' uit de naam. Na de volledige veenontginning werden op de dalgronden akkerbouwbedrijven gevestigd, vaak door boeren uit Groningen, wat resulteerde in boerderijen met een Groninger bouwstijl en een veenkoloniaal bouwplan.

Aan het begin van de twintigste eeuw kende De Krim een aardappelmeelfabriek, die later, na een faillissement in 1911, werd overgenomen door de boeren en verder ging onder de naam "Onder Ons". Dit bedrijf doorliep diverse naamswijzigingen en werd uiteindelijk gesloten aan het einde van de twintigste eeuw. De aanwezigheid van de fabriek wordt nog steeds gesymboliseerd door de twee grote voorraadsilo's voor aardappelzetmeel van de coöperatie AVEBE.

In 1897 werd de lt stoomtramlijn tussen Lutten en Coevorden geopend, die dwars door De Krim liep. Een belangrijke halte bevond zich bij zaal Horstra.

Landschap van het veengebied rond De Krim met kanalen en sloten.

Kerkelijke Gemeenschap en Ontwikkelingen

De Christelijke Gereformeerde Gemeente in De Krim werd op 16 december 1886 geïnstitueerd als dochterkerk van de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Lutten. De oorsprong van deze gemeenschap ligt in de Afscheiding van 1834.

Vroege Jaren en Instituering

Al in 1872 verzochten enkele gereformeerden uit De Krim om lid te mogen worden van de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Coevorden, maar dit verzoek werd afgewezen. De afstand naar Lutten aan de Dedemsvaart was voor sommigen eveneens te groot, waardoor sommigen de bijeenkomsten van de hervormde evangelisatie Eben Haëzer bezochten. Jarenlang catechiseerden ouderlingen uit Lutten in De Krim. In 1881 diende een groep gemeenteleden opnieuw een verzoek in bij de kerkenraad in Lutten om een eigen Christelijke Gereformeerde Gemeente te stichten. Dit verzoek werd vertraagd door onenigheid over kerkelijke grenzen en de ziekte van ds. K.J. van Goor. Na zijn overlijden in 1882 en de opvolging door zijn zoon, ds. J.K. van Goor, die kampte met alcoholproblemen, werd in augustus 1885 alsnog een commissie benoemd om de zaak te onderzoeken.

De kerkenraad van Coevorden had bezwaren tegen de zelfstandigheid van De Krim vanwege het verwachte ledenverlies. Desondanks begon men in De Krim met de bouw van een kerk, nog voordat de beslissingen van de kerkelijke colleges waren afgewacht. Uiteindelijk besloot de Particuliere Synode dat de instituering van een kerk in De Krim wenselijk was, mits De Krim jaarlijks een bijdrage van fl. 150 zou leveren aan de gemeente van Coevorden.

Op 16 december 1886 werd De Christelijke Gereformeerde Gemeente te De Krim officieel geïnstitueerd. De eerste kerkenraad werd gekozen, bestaande uit ouderlingen K. Feijer, T. Platje en F. Toering, en diakenen J. Alfrink, H. v.d. Belt, G. van Dijk en H. Nijenhuis.

Vereniging en Splitsing

Landelijk vonden er belangrijke ontwikkelingen plaats binnen de Christelijke Gereformeerde Kerk. Vanaf 1887 waren er gesprekken met de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende), die in 1886 waren ontstaan uit de tweede orthodoxe uittocht uit de hervormde kerk, onder leiding van dr. A. Kuyper. Ondanks weerstand van sommigen, fuseerden de kerken en ontstonden op 17 juni 1892 De Gereformeerde Kerken in Nederland. In De Krim ontstond echter een kleine groep die zich niet kon verenigen met de Doleantie. Zij stichtten in 1896 een eigen kerkgebouw en in 1904 werd de Christelijke Gereformeerde Gemeente van De Krim officieel geïnstitueerd. Deze kerk werd in 2007 opgeheven, met nog slechts 35 leden.

Predikanten in De Krim

De gemeente in De Krim heeft door de jaren heen diverse predikanten gekend:

  • Eind augustus 1887 werd kandidaat J. Spoelstra beroepen. Hij vertrok op 15 december 1890 naar Sappemeer.
  • Op 5 april 1891 deed ds. H.L. Beijer intrede.
  • Op 18 maart 1894 volgde ds. O. Casemier, die tot 1901 in De Krim diende en de gemeente zag verdubbelen in ledental.
  • Op 26 april 1903 deed ds. G. Goris intrede, maar voelde zich niet aarden in de gemeente.
  • Op 5 januari 1910 werd ds. T. Algera (1877-1911) predikant, maar hij overleed tragisch kort na zijn intrede.
  • Op 22 oktober 1911 deed ds. K. Bakker (1873-1955) intrede.
  • Op 1 maart 1936 deed ds. D. Veenhuizen (1905-1987) intrede.
  • Op 29 augustus 1935 overleed ds. Sybrandy.
Oude foto van het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk in De Krim.

Sociale en Economische Leefomstandigheden

Een verslag uit 1891 over de levensomstandigheden van veenarbeiders in De Krim schetst een beeld van zware arbeid en beperkte inkomsten. Veenarbeiders zoals Lambertus Plasman en Geert Slot werkten lange dagen voor een schamel loon. De winterperiode was vaak financieel zwaar, met periodes van werkloosheid. De lonen werden per roede of per stok berekend, en de omstandigheden waren afhankelijk van de werkgever en de seizoensarbeid.

De aanwezigheid van een aardappelmeelfabriek aan het begin van de twintigste eeuw bood werkgelegenheid, maar de fabriek ging in 1911 failliet en werd vervolgens op coöperatieve basis voortgezet.

Het dorp kenmerkt zich door lintbebouwing langs het kanaal. Na de veenontginning werden akkerbouwbedrijven gevestigd, vaak met een Groninger bouwstijl en een veenkoloniaal bouwplan, gericht op de teelt van fabrieks-aardappelen.

Kerkelijke Ontwikkelingen en Overige Meldingen

In de jaren '50 en '60 van de twintigste eeuw stapten diverse Christelijk Gereformeerde gemeenten over naar de Oud Gereformeerde Gemeenten. De motivatie hiervoor lag vaak in de conservatieve rechterflank van de CGK, waar zaken uit balans konden raken en men niet meer "Christelijk Gereformeerd in de gewone zin van het woord" was. Dit leidde tot uittredingen, soms sterk verbonden aan specifieke predikanten.

De tekst bevat ook diverse losse vermeldingen van kerkelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen elders in Nederland, zoals de ingebruikname van een kerkgebouw in Poederoijen, het jubileum van de hervormde gemeente in Schalkwijk en 't Goy, de "Nacht der Kerken" in Rotterdam, de PKN-winkel in Utrecht, de bevestiging van een predikant in Wouterswoude, en nieuws uit plaatselijke gemeenten. Ook worden ontwikkelingen binnen de Theologische Universiteiten en de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) aangestipt.

De geschiedenis van de Krim zelf, als schiereiland in de Zwarte Zee, wordt kort aangestipt met vermeldingen van prehistorische vondsten, de Cimmeriërs, Grieken, Scythen, Sarmaten, Goten, Hunnen, de Gouden Horde, het Kanaat van de Krim, de Krim-Tataren, het Ottomaanse Rijk, Russische annexatie, de Volksrepubliek van de Krim, de Taurida Socialistische Sovjetrepubliek, Duitse bezetting tijdens WO II, de deportatie van Krim-Tataren, het referendum van 2014 en de annexatie door Rusland.

Onze Lintdorpen – Avenhorn, De Goorn, Oudendijk, Grosthuizen, Scharwoude en buurtschap de Kathoek

tags: #voormalige #cgk #de #krim