Er bestaat veel onkunde over de inhoud van het christelijk geloof. Met de belijdenis wordt in dit werk van de hand van dr. Tukker vooral de Nederlandse Geloofsbelijdenis bedoeld, waarvan verschillende artikelen afgedrukt zijn. Bij de titel ”Bronnen bij de belijdenis” moet men niet in de eerste plaats denken aan bronnen waaruit de auteur van deze belijdenis geput heeft. In dit bronnenboek komen wel teksten en gedachten van De Brès en Calvijn voor, maar het omvat veel en veel meer. Dat zegt de ondertitel al: ”Stemmen uit de geschiedenis van het christelijk geloof”.
Wie bij elk hoofdstuk de brede inhoudsopgave raadpleegt die erbij hoort, ziet dat deze geschiedenis voor de schrijver bij de vroege kerk begint en tot in de twintigste eeuw doorloopt. Dat betekent ook dat er een veelheid van stemmen klinkt. Het werk heeft betrekking op vijftien ”geloofszaken” die in het centrum van de belangstelling staan, en zal naar verwachting vier boeken omvatten.
Het is niet duidelijk waarom Tukker, die evenals de Nederlandse Geloofsbelijdenis het geloof in God vooropstelt, niet eerst weergeeft wat er over de openbaring en de Heilige Schrift te zeggen is. Weliswaar lezen we op bladzijde 38: „Voor de tijden, die wij nu beleven, is het zeer belangrijk dat wij onze aandacht erbij bepalen, dat en hoe God Zich openbaart in de schepping, in en aan de mens en in de geschapen werkelijkheid buiten de mens.” Dat zal waar zijn, maar er is zoveel meer van groot belang voor onze tijd.
De Vroege Kerk en Belangrijke Theologische Stemmen
In het hoofdstuk over openbaring horen we eerst de stemmen van Justinus de Martelaar en zijn leerling Tatianus (tweede eeuw). Terecht wordt voor de nieuwe tijd speciaal H. Bavinck aan het woord gelaten, die de gave had om moeilijke dingen eenvoudig te formuleren. Bij de ruimte die aan Bavinck gegeven wordt, valt het op dat er maar één alinea is waarin over zijn leer van de Drie-eenheid gesproken wordt, en dat terwijl juist Bavinck zo diep nagedacht heeft over deze fundamentele belijdenis van de kerk. Van de Nederlandse Geloofsbelijdenis hadden de artikelen 8 tot en met 11 een plaats verdiend naast artikel 1 en 2.

Theologische Discussies en Historische Context
Er is een probleem dat in elk hoofdstuk naar voren komt en waar ook de laatste zin van het boek mee te maken heeft. Met het oog op de verschuivingen in de laatste eeuwen wordt gezegd dat het zicht op de schepping als bron van openbaring op de achtergrond geraakt. De vraag of God Zich openbaart in de schepping en in het werk van de voorzienigheid, is cruciaal. Volgens Calvijn is er een tweevoudige kennis van God: Hij openbaart Zich eerst als Schepper en vervolgens als Verlosser in Christus. Nu is er echter geen juiste eerste kennis van God zonder het Woord; alle kennis van God berust op openbaring. Bij Descartes wordt een afwijkend gevoelen gesignaleerd. Bij de hoofdstukken over deze thema's staan de artikelen 12, 13 en 14 van onze geloofsbelijdenis.
Van de ruim 200 bladzijden worden er niet weinig gebruikt om theologen uit de Middeleeuwen mee te laten spreken. Tukker laat ook stemmen van middeleeuwse mystici horen. In het derde hoofdstuk komt het conflict met Rome telkens ter sprake. De stelling dat „Als wij uit eigen krachten rechtvaardig worden, dan is de genade van Christus vergeefs” (Melanchthon) is hierbij van belang.

Arminianisme, Verlichting en de Nadere Reformatie
Belangwekkend zijn de passages waarin ingegaan wordt op arminiaanse trekken in de evangelische beweging. Tukker meent dat men deze beweging onrecht doet als men zegt dat het arminianisme een bewust systematisch standpunt was. De nadruk op de vrije wil en de ontkenning van totale gevolgen van de erfzonde voor onze natuur houden verband met de methodologie van zending en evangelisatie. Een aspect dat in dit hoofdstuk aan de orde gesteld wordt, is de verhouding van Schrift en traditie.
Hoe zag men de functie van het menselijk verstand? Tot de vroege Verlichting is een figuur te rekenen als H. A. Roëll. Staat hij op het standpunt dat de rede ook in geloofszaken over de waarheid moet beslissen? Tukker betwijfelt of dat in zijn algemeenheid wel juist is. Wat in de geschriften van deze scherpzinnige theoloog gelezen kan worden, brengt echter tot de conclusie dat hij met zijn stelling dat de „onfeilbare rede” even zeker is als de Heilige Schrift, het redelijk denken tot de beslissende instantie maakte. Hij stond daarin niet alleen!
Het verlangen naar een nadere of tweede reformatie is volgens dr. Tukker niet alleen ethisch verwoord door de Teellincks en anderen, maar heeft ook een mystieke uitdrukking gevonden bij Theodorus à Brakel en Jodocus van Lodenstein. Het is nog wel de vraag of het kritische oordeel op blz. 482 billijk is. We lezen daar: „In het algemeen genomen hebben de bevindelijke theologen -vooral van de generatie van Brakel, Comrie, Hellenbroek en anderen- door de verlegging van de zekerheid van het geloof in geloofsgestalten en hebbelijkheden bijgedragen tot een opening voor de Schriftkritiek.”

De Serie "Bronnen bij de Belijdenis" en de Auteur
Dit werk van dr. C. A. Tukker bevat een verzameling teksten, samenvattingen van teksten, toelichtingen en overzichten ten dienste van de bestudering van de theologiegeschiedenis. De auteur gaat van de gereformeerde belijdenis uit. Zijn eigen visie komt niet overal naar voren, maar het boek is ook geen dogmatiek. In de regel vertolkt de stem van Bavinck zijn mening wel. Zo kan hij zich vinden in het standpunt van Bavinck dat ook in de waarheden die de algemene openbaring ons doet kennen, (bijzondere) openbaring nodig is om de onzekerheid en onvolkomenheid van de verworvenheden van de algemene openbaring op te heffen (blz. 470).
Het boek getuigt van kennis van zaken. Behalve bekende worden er ook veel minder bekende uitspraken doorgegeven. De uitgever heeft het werk voortreffelijk verzorgd. Dat is het ook waard! De schrijver vertelt in zijn verantwoording dat hij wil voorzien in de leemte aan kennis. Er is veel onkunde met betrekking tot de inhoud van het christelijk geloof. Het slot van deze inleiding spreekt voor zichzelf. Dr. Tukker wil de lezers en gebruikers van zijn boek aansporen om aan de hand van de geloofstekst en de toelichtende documenten uit de geschiedenis zelf tot een doordenking van het christelijk geloof te komen.
"Bronnen bij de Belijdenis Deel 4" geschreven door C.A. Tukker is een diepgaand en informatief boek dat zich richt op de fundamenten van de christelijke geloofsbelijdenis. Dit deel van de serie biedt een uitgebreide analyse van de historische, theologische en liturgische context van de belijdenisgeschriften binnen de gereformeerde traditie. Tukker, als deskundige op het gebied van de kerkgeschiedenis en de reformatorische theologie, verkent de oorsprong en ontwikkeling van de belijdenis, en legt de nadruk op de relevantie ervan voor de hedendaagse gelovige. Het boek is rijk aan bronnen en verwijzingen, waardoor het niet alleen een waardevolle gids is voor studenten en theologen, maar ook voor geïnteresseerde leken die meer willen leren over de basisprincipes van hun geloof. Tukker behandelt belangrijke thema's zoals genade, verzoening, en de rol van de Heilige Geest, en biedt daarbij inzicht in hoe deze concepten zijn verwoord in de belijdenis. Met een heldere schrijfstijl en een gestructureerde opbouw, maakt Tukker complexe theologische ideeën toegankelijk voor een breed publiek. Dit deel is een essentieel onderdeel voor iedereen die zich wil verdiepen in de gereformeerde traditie en de betekenis van de belijdenis in het leven van de kerk en de gelovigen. Het boek nodigt uit tot reflectie en biedt handvatten voor het toepassen van de belijdenis in het dagelijks leven.
Over de Vierdelige Serie en de Auteur
In deze vierdelige serie wordt de geschiedenis van het dogma nagetrokken. Wat heeft het in de loop van de geschiedenis te zeggen gehad? Welke ontwikkelingen onderging het in al die eeuwen christendom? De auteur schenkt aandacht aan wat de Bijbel over de dogma's te zeggen heeft. De betekenis van schepping tot herschepping, voor de vroege kerk tot en met die van onze dagen, wordt beschreven.
Deel 3 is gericht op de vraag hoe de kerk gedacht heeft en denkt over de volheid van de tijd, over verzoening, verlossing en Christus' verhoging in Hemelvaart en Pinksteren. Ook beschrijft de auteur hoe het wezen van de kerk, haar geheim en mystieke betekenis in de loop der eeuwen beschouwd zijn.
Het laatste deel van deze vierdelige serie bevat een hoofdstuk over de ethiek, over eschatologie en apocalyptiek en een hoofdstuk over het chiliasme ofwel de vraag naar de (her)schepping. Het vierde deel bevat tevens een uitgebreid persoonsregister van de gehele serie.
Dr. C.A. Tukker (1938-2007) studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit te Leiden en promoveerde in 1965. Als predikant van de Hervormde Kerk diende hij achtereenvolgens de gemeenten van Kinderdijk, Kamerik, Noordhom, Urk en Epe. In 1995 ging hij als predikant om gezondheidsredenen met emeritaat. Professor Tukker was als docent verbonden aan de theologische faculteit Leiden en als adjunct-directeur aan de Evangelische Hogeschool te Amersfoort. Hij was hoogleraar en co-decaan aan de evangelische theologische faculteit te Leuven-Heverlee en oprichter van het International Theological Institute. Een aantal jaren diende hij de HBO de Vijverberg te Ede en het Johannes Calvijninstituut te Komarno (Slowakije). Hij was hoogleraar aan het Hindustan Bible Institute te Chennai (India) en aan de Zuid-Duitse Gustav Siewerth Akademie. In de loop der jaren schreef hij een groot aantal artikelen en boeken, vooral op het terrein van de kerkgeschiedenis.
2000 jaar Christendom - AFLEVERING 1 - Nederlands gesproken (geschiedenis van het Christendom)
tags: #bronnen #bij #de #belijdenis #tukker