De term 'hugenoot' kent diverse mogelijke oorsprongen. Eén theorie stelt dat de term verwijst naar Besançon Hugues, een leider van een religieuze opstand in Genève. Een andere mogelijkheid is dat het een verbastering is van het Duitse woord "Eidgenossen" (eedgenoten), wat verwees naar de Zwitsers van de kantons Bern en Zürich die het calvinisme aanhingen. Dit zou het niet-Franse karakter van het protestantisme benadrukken. Johannes Calvijn, de grondlegger van het calvinisme, woonde ook in Genève. Sommige theorieën leiden de term af van het Nederlandse 'Huis der Genooten' of van het Franse 'le Hugon', wat 'kwaadaardige geest' betekent. Katholieken gebruikten 'hugenoten' aanvankelijk als scheldnaam.
Hugenoten waren aanhangers van het calvinisme, de Franse tak van het protestantisme, een stroming die ook in Nederland grote aanhang vond. Dit geloof verspreidde zich in het zuiden van Frankrijk, deels op de voedingsbodem van het gnostische geloof van de Katharen, ook wel Albigenzen genoemd naar de stad Albi. Twee eeuwen later verspreidde het calvinisme zich opnieuw in Frankrijk, met name in regio's als Normandië, Poitou, Angoulême, Guyenne, Languedoc, Auvergne en Dauphiné.
In het midden van de 16e eeuw werd het aantal hugenoten op een half miljoen geschat. Talrijke adellijke families bekeerden zich tot het calvinisme, wat de beweging macht en aanzien gaf. Hun invloed reikte zelfs tot aan het koninklijk hof in Parijs. De religieuze spanningen leidden tot een gewelddadige burgeroorlog om de macht in Frankrijk.
De Godsdienstoorlogen en de Bartholomeusnacht
De Michelade in Nîmes in 1567, waarbij hugenoten tachtig katholieke priesters en monniken doodden, was een voorbode van het geweld dat zou volgen. De latere koning Hendrik IV koos de zijde van de protestanten en leidde hen in verschillende veldslagen. In 1572 probeerden de katholieken de strijd te beslechten met een massamoord op calvinistische leiders en hun volgelingen in Parijs. Deze Bartholomeusnacht, waarbij naar schatting minstens 10.000 hugenoten omkwamen, markeerde een dieptepunt in de vervolging.
Om zijn aanspraak op de troon te behouden, bekeerde Hendrik IV zich tot het katholicisme, wat echter niet zonder argwaan werd ontvangen en leidde tot huisarrest. Na zijn ontsnapping ijverde hij voor een religievrede, die in beperkte vorm tot stand kwam door de vaststelling en erkenning van vrijplaatsen waar hugenoten hun geloof mochten belijden, hoewel ze daarbuiten geen rechten hadden.
In 1589 werd Hendrik IV koning van Frankrijk, na zich wederom tot het katholicisme te hebben bekeerd. Zijn pragmatisme bleek uit de uitspraak "Parijs is een mis waard". Het Edict van Nantes bracht in 1598 rust door de garantie van godsdienstvrijheid, zij het op beperkte schaal. Dit edict werd echter steeds verder uitgehold door de contrareformatie en spitsvondige juridische redeneringen die het aantal vrijplaatsen beperkten.

Toenemende onderdrukking en de herroeping van het Edict van Nantes
Het aantal openlijk belijdende hugenoten halveerde door toenemende koninklijke decreten tegen onderwijs en godsdienstoefening. Ze werden uit openbare ambten ontslagen en meesterdiploma's van ambachtslieden en artsen werden ongeldig verklaard. Armenzorg en ziekenzorg werden een katholiek monopolie, uitsluitend beschikbaar voor katholieken. Lastenverzwaringen en belemmeringen in het erfrecht dienden om de financiële draagkracht van de protestanten te verzwakken.
'Dragonnades', de inkwartiering van soldaten in de huizen van hugenoten, maakten hun dagelijks leven onhoudbaar. Hugenotenkerken werden vernield en de herbouw ervan verboden. Na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 waren de hugenoten persoonlijk vogelvrij. Het Edict van Fontainebleau verklaarde het openlijk belijden van het calvinisme tot een strafbaar feit, met confiscatie van bezittingen als gevolg.
Dit leidde tot de keuze tussen 'terugkeer naar de Moederkerk' of emigratie. Het absolutistische dogma 'un roi, une loi, une foi' (één koning, één wet, één geloof) gold voortaan in Frankrijk. Tot 1710 vertrokken meer dan 300.000 hugenoten uit Frankrijk.

Emigratie en de diaspora van de Hugenoten
Honderdduizend hugenoten vluchtten naar Zwitserland, waaronder ook de Waldenzen. Ruim 70.000 gingen naar Nederland, bijna 50.000 naar Duitsland (vooral Pruisen en Württemberg), eveneens 50.000 naar Engeland, en kleinere aantallen naar Scandinavië en Rusland. Een aanzienlijke groep emigreerde naar Zuid-Afrika.
Onder de naam camisards wisten kleine gemeenschappen hugenoten zich nog een eeuw lang te handhaven in afgelegen gehuchten in de Cevennen, waar zij zich uiterlijk als katholiek voordeden. Militaire expedities en inkwartieringen leidden daar echter niet tot een blijvende bekering tot het katholicisme.
In 1787 werd het Edict van Fontainebleau ongedaan gemaakt, waardoor de overgebleven ondergedoken hugenoten weer openlijk voor hun geloof konden uitkomen. Tijdens de Franse Revolutie speelden zij een belangrijke rol en keerde het tij. De invloed van de hugenoten werd echter ingeperkt met de komst van Napoleon Bonaparte.
Culturele en economische impact in de diaspora
In Württemberg huisvestten hugenoten in aparte stadswijken en dorpen, soms plaatsen die in de Dertigjarige Oorlog ontvolkt waren geraakt. Tot ver in de 19e eeuw werd daar nog Frans gesproken. In Pruisen, met name Berlijn, werden de grotere steden een centrum voor hugenoten, getuige de 'französischer Dom' op de Gendarmenmarkt. Op een gegeven moment was een kwart van de bevolking van Berlijn afkomstig uit Frankrijk.
De koning van Pruisen stelde twee van zijn regimenten samen uit hugenoten. Een groep hugenoten emigreerde naar Engeland en van daaruit naar Ierland, waar zij een aanzienlijke gemeente vormden en het Engelse gezag ondersteunden. Velen traden als militair in dienst van koning Willem III.
Een andere groep vertrok naar Zuid-Afrika, waar ze de kolonie van de VOC versterkten. In Franschhoek, nabij Paarl, is de Franse sfeer nog steeds proefbaar, met een monument en museum ter nagedachtenis aan de hugenoten. De Afrikaners en vele Kaapse kleurlingen stammen af van hugenoten, met achternamen als Terblanche, Pienaar, Trichardt, Viljoen, De Klerk, Marais, Cilliers, Du Plessis, Du Preez, Desruelles, De Villiers, Du Toit, Boshoff, Jacobs, Malherbe, Labuschagne, Du Pisanie, Retief, Malan, Cronjé, Naudé, Fouché, Viljee, Joubert en De la Rey. Hun culturele invloed was disproportioneel groot, aangezien ze voornamelijk uit de bourgeoisie en aristocratie kwamen.
Wat gebeurde er werkelijk tijdens de hugenotenmigratie van 1688?
Hugenoten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Een groot aantal hugenoten vestigde zich in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Alleen al in Amsterdam vestigden zich 12.000 hugenoten, wat rond 1700 ongeveer 6% van de Amsterdamse bevolking uitmaakte. Zij verenigden zich in de Waalse kerk, die eerder was opgericht als organisatie van gevluchte Franstalige calvinisten uit de Zuidelijke Nederlanden. Waals-Franse gemeenten bestonden al of werden opgericht in de meeste steden van Holland en ook in de grotere steden van andere provincies. Op het platteland werden bijvoorbeeld te Dwingeloo (Dr.) ongeveer 50 hugenoten opgenomen.
De omstreeks 1690 gebouwde 'Franse huizen' zijn heden ten dage nog een relict. Deze gemeenschappen waren onderdeel van de Nederlandse Hervormde Kerk, tot 1815 de 'Nederduitsche Gereformeerde Kerk' genoemd. Onder de duizenden vluchtelingen waren veel militairen die in dienst waren geweest van Lodewijk XIV. Bijna driehonderd officieren werden in 1685 door prins Willem III in het Staatse leger opgenomen.
Andere hugenoten kwamen terecht aan universiteiten of in het boekenvak, aangezien dat gilde vreemdelingen toeliet. Van de 230 uitgeverijen die Amsterdam tussen 1680 en 1730 telde, waren er tachtig in handen van hugenoten. Vanuit Nederland zijn ook enkele families naar Suriname getrokken, waar men blij was met immigranten die de plantages tot bloei zouden kunnen brengen. In de geschiedenis van Suriname duiken later allerlei namen van hugenoten op.
Het verhaal van een Surinaamse hugenotenfamilie is beschreven in de historische roman De stille plantage (1931) van de Surinaamse schrijver Albert Helman en Ma Rochelle Passée, Welkom El Dorado (1996) van Cynthia McLeod. Andere literaire werken over de hugenoten zijn De Hugenoten, hun lijden en strijden (1885) van Pieter Vergers, De kinderen van den Hugenoot (Amsterdam, ca. 1870) van P.J. Andriessen en het boek Jan Taffijn, de man Gods: een prediker uit de dagen der hervorming door T.J. De Franse achternaam werd soms vertaald, zoals 'de Liefde' (Lamoureux) of afgekort: 'Odé' (Odde La Valée).
Het Hugenotenkruis
Het hugenotenkruis dateert uit de 17e eeuw, met een onduidelijke exacte herkomst. Vermoed wordt dat het is ontworpen door een edelsmid uit Nîmes in 1688, drie jaar na de herroeping van het Edict van Nantes. Het werd een symbool voor protestantse gelovigen, onderscheidend van het katholieke kruisje. Het kruis bevat een duif als symbool van de Heilige Geest, verwijzend naar het verhaal van Jezus' doop.

tags: #protestant #frankrijk #vluchten