De discussie rondom de doop en de mogelijke vernieuwing of bevestiging ervan, leeft binnen de kerk. Verschillende synodeleden en kerkelijke werkers deelden hun inzichten en zorgen over dit thema, dat de diepste lagen van geloof en kerkelijke traditie raakt.
Het Spanningsveld: Behoefte aan Ervaring versus Theologische Grondslagen
Een van de kernpunten van de discussie is het spanningsveld tussen de groeiende behoefte aan persoonlijke beleving en de theologische principes die ten grondslag liggen aan de doop. Ds. Mensink stelde de vraag of de kerk niet te veel ingevoerde praktijken heeft om aan die behoefte te voldoen, en of emoties en verlangens niet getoetst moeten worden.
Ouderling M.G. Wijnveen deelde een persoonlijke ervaring: terwijl twee van zijn kinderen hun geloof belijden, wilde de derde, na ervaringen met Youth for Christ en in India, zijn geloof belijden door onderdompeling. Hij verlangde naar het "teken van begraven en opstaan", wat de diepe wens van mensen naar tastbare tekenen van hun geloof onderstreept.
Theologische Ruimte voor Doopbevestiging?
Prof.dr. C. van der Kooi, samen met prof.dr. M. Barnard en prof.dr. H.W. de Knijff, onderzocht de theologische gevolgen van een mogelijke doopbevestiging of -vernieuwing. De kerk heeft hierbij leden op het oog die als kind gedoopt zijn, lange tijd niet betrokken waren bij de kerk, en na hun geloofsbekering hun doop opnieuw willen beleven.
Van der Kooi zag theologisch ruimte voor een bevestiging van de doop, als antwoord op een beperkte vraag. Hij benadrukte echter dat de betekenis van de doop hierbij "opgeschud" wordt en uit het verband van de familie gehaald. Hij adviseerde de synode om, gezien de nadruk op beleving in de huidige cultuur, de vraag naar doopgedachtenis niet terzijde te schuiven.

Verschillende Perspectieven binnen de Synode
De synodeleden uitten diverse meningen en zorgen:
- Ds. P.J.M. Hoogstrate benadrukte de ernst van de doop als onderdompeling, niet slechts als een feestelijke gebeurtenis.
- Scriba dr. A.J. Plaisier erkende dat het Heilig Avondmaal, als teken van verbondsvernieuwing, meer aandacht had mogen krijgen in de nota over de doop.
- Ds. P. Verhoeff noemde de behoefte aan een doopritueel gerechtvaardigd, maar waarschuwde dat het duidelijk moet zijn dat het om onderdompeling gaat en niet om een tweede doop.
- Ouderling mevr. S. Hiebsch verzette zich om theologische redenen tegen een doopvernieuwingsritueel, omdat God de handelende partij is in de doop. Ze vond het "gevaarlijk de doop bijna te willen herhalen."
- Ouderling-kerkenraad G.J. Noeverman was huiverig voor doopvernieuwing, omdat de doop Gods trouw toont en elke doopdienst een gedachtenis is aan de eigen doop.
- Ds. J.C. Bos merkte op dat doopvernieuwing niet past bij het belijden dat de doop eenmalig is.
- Ds. H. Veldhuis haalde de Augsburgse Confessie aan, die stelt dat beleving niet de kern van het sacrament is, maar oriëntatie op Gods daad.
- Ouderling G.M. van der Slikke uitte kritiek op de "vreselijk dogmatische taal van het rapport" en vroeg zich af of dit het juiste onderwerp is nu kerken leeglopen.
- Mevr. ds. J. van der Velden pleitte voor het plaatsen van een bakje water, vergelijkbaar met de rooms-katholieke eredienst, om zo aan te sluiten bij de kerk der eeuwen.
- Ds. L.W. van der Sluijs zag Jozua 24 als het enige bijbelse argument voor doopvernieuwing, maar zag veel meer argumenten ertegen.
- Ds. J.C. Buurmeester waarschuwde de synode zich niet te laten leiden door de "emocultuur".
- Mevr. ds. I. Fritz sprak zich uit tegen doopvernieuwing, uit angst dat dit via de achterdeur de kerkelijke grondslag zou veranderen.
- Diaken C.G. Elings vroeg om een sterkere theologische onderbouwing van de kinderdoop, onder meer met Handelingen 2:39.
- Ds. J.D. Kraan constateerde dat de vraag naar doopbevestiging vanuit het Evangelisch Werkverband komt, maar vroeg zich af of dit ook uit de gemeenten leefde. Hij bepleitte gesprek met groepen die overdopen en noemde dit een "schandaal".
- Diaken A.C. Burggraaf stelde dat een ritueel van doopbevestiging afleidt van waar het in de doop echt om draait, en wees op de duidelijkheid van de belijdenisgeschriften.
- Diaken E. Bos zag wel heil in doopvernieuwing in bepaalde gevallen en vroeg zich af of dit niet aan de gemeente overgelaten kon worden.
- Diaken mevr. C.J. Dam vroeg naar de plaats van de gemeente in de nota en benadrukte dat blijdschap in de gemeente belangrijker is dan doopbevestiging.
- Ds. R. van den Beld wilde het pastorale en missionaire aspect niet veronachtzamen, maar sloot zich aan bij de mening van ouderling Hiebsch.
- Mevr. ds. V.T. Thurkow vreesde dat een ritueel de kinderdoop zou overheersen en pleitte voor meer aandacht voor de doopgedachtenis. Ze wilde de doopvont aan het begin van de kerk plaatsen.
- Ouderling-kerkenraad B.J. Dijkdrenth wilde de lijn van ds. Mensinks artikel en ouderling Hiebsch meer terugzien in de nota.
- Ouderling-kerkenraad J. de Waard pleitte voor doopcatechese, omdat de betekenis van de doop was "verwaterd".
- Ouderling C. Kelder deelde een indrukwekkende ervaring van een doopdienst met een doopkaars en het dragen van de dopeling door de kerk.
- Ds. R.J. van Elderen zag niets in doopbevestiging en pleitte voor gesprek met gemeenten die mensen "met een zekere gretigheid dopen".
- Ouderling-kerkenraad K. van de Wetering vergeleek de situatie met de verloren zoon, die een feest kreeg en niet opnieuw besneden zou worden.
- Ds. L. Plug pleitte ervoor in de leerdiensten meer aandacht te geven aan de waarde van de kinderdoop.
- Ds. R.J. Wilschut zag niets in de modellen van het Evangelisch Werkverband en vreesde dat het thema na de synode niet meer besproken zou worden.
- Ouderling-kerkenraad N. Meerburg pleitte voor ruimte in de gemeenten en geen tegenstelling tussen sacramenteel en ritueel.
- Ouderling-kerkenraad G.A. Metz zag doopbevestiging als een "surrogaat" en benadrukte de zekerheid van het verbond van de drie-enige God.

De Eenmaligheid van de Doop en het Belang van Doopgedachtenis
De consensus binnen de synode leek te zijn dat er weinig tot niets gezien werd in een ritueel van doopvernieuwing door onderdompeling. Dit werd mede ingegeven door het pleidooi voor ruimte binnen de gemeenten. De waarde van het verbond en de betekenis van de kinderdoop werden niet gerelativeerd, maar juist benadrukt in prediking en catechese.
Er mag geen misverstand over bestaan: eens gedoopt, altijd gedoopt. De doop is niet voor herhaling vatbaar, omdat het een teken en zegel is van het sterven en opstaan met Christus. Gods genade, in de doop aangeboden, gaat aan het menselijk geloof vooraf. Zoals Luther zei: "Mijn geloof maakt niet de doop, maar ontvangt de doop."
Wanneer we dit vasthouden, is er ruimte om de vraag om doopgedachtenis positief op te pakken. Dit geldt niet alleen voor hen die terugkeren van weggeweest, maar voor alle gedoopte mensen. Het wordt aangeraden om regelmatig stil te staan bij het moment van de doop, de eigen doopkaart op te zoeken, en dit te delen met kinderen en kleinkinderen. De doopkaart kan als een herinnering aan Gods genade dienen.
De doop(betekenis, kinderdoop en volwassendoop)
Bijzondere Momenten van Geloofsbekrachtiging
Het belang van bijzondere momenten wordt niet uitgesloten. Bij de belijdenis van het geloof wordt de verbinding met de doop nadrukkelijk gelegd. Wie zijn geloof belijdt, zegt "ja" op zijn of haar doop. Het is daarom vanzelfsprekend dat de belijdenis rond de doopvont plaatsvindt, waarbij de voorganger expliciet de verbinding met de ontvangen doop legt.
Sommigen waarschuwen echter voor een ritueel van doopgedachtenis dat onbewust de gedachte aan een partiële vernieuwing of aanvulling van de doop kan oproepen. De gedachte aan doopvernieuwing komt niet voor in het Nieuwe Testament, in tegenstelling tot de idee van verbondsvernieuwing door het Avondmaal. Het Avondmaal wordt gezien als de ultieme doopgedachtenis, waarbij Gods belofte vooropgaat.
Geloofsbelijdenis en de Doop: Een Verbond
De geloofsbelijdenis wordt gezien als de bevestiging van de doop. Het is een moment van "ja-zeggen" tegen God, een commitment aan God en de gemeente, en een bereidheid om te getuigen van Jezus Christus. De belijdenis vindt plaats in het midden van de gemeente, rond de doopvont, als antwoord op Gods liefde.
De doop is een teken van het verbond van Gods genade. Bij volwassenendoop gaat het geloof vooraf aan de doop, zoals Jezus' opdracht aan de discipelen aangeeft: "Wie gelooft en zich laat dopen, zal gered worden." Bij kinderdoop is het de belofte van God die vooropgaat, en de kinderen worden verzegeld met het merkteken van het verbond.
Kritiek op Modernisme en de Ware Betekenis van Geloof
Er is ook kritiek op wat wordt gezien als een "modernistische" benadering van geloof, waarbij de nadruk ligt op persoonlijke ervaringen en opvattingen in plaats van op historische en objectieve waarheden. Dit wordt beschouwd als een gevaarlijke vervalsing van het geloof, die de betekenis van sacramenten en de liturgie ondermijnt.
De ware betekenis van het geloof ligt in het geloven in de historische gebeurtenissen zoals de uittocht uit Egypte, de kruisiging en de opstanding van Christus. Het geloof is geen persoonlijke constructie, maar een antwoord op Gods openbaring. De vernieuwing van de doopbeloften wordt gezien als een daad van geloof, die essentieel is voor het eeuwige leven.
De Kinderdoop en de Geloofsdoop: Een Doorlopend Debat
Het debat over de kinderdoop versus de geloofsdoop blijft actueel. Sommigen zien de kinderdoop als een oude, christelijke traditie die past binnen het verbond, terwijl anderen de nadruk leggen op de geloofsdoop als de bijbelse weg. Er is zorg dat de kinderdoop soms wordt misbruikt als voorwaarde om kinderen te laten dopen, zonder dat er sprake is van persoonlijk geloof.
De suggestie wordt gedaan dat als men voor kinderdoop is, men ook consequent moet zijn en kinderen aan het Avondmaal moet toelaten, omdat ze door hun gelovige ouders geheiligd zijn. De term "doe-het-zelf-gelovige" wordt gebruikt voor hen die zelf hun Bijbel lezen en Christus kennen, in tegenstelling tot gelovigen die zich meer conformeren aan de groep.

Conclusie: Vasthouden aan het Verbond en de Kracht van de Doop
De synode lijkt grotendeels de waarde van het verbond en de betekenis van de kinderdoop te willen behouden. Hoewel er ruimte is voor doopgedachtenis en het benadrukken van de persoonlijke beleving, wordt gewaarschuwd voor rituelen die de eenmalige en unieke betekenis van de doop kunnen ondermijnen. Het geloof, de hoop en de liefde zijn onlosmakelijk verbonden, en het Credo vormt de basis van het christelijke geloof.
tags: #belijdenis #en #vernieuwing #doop