Geref Kerk Vrijgemaakt Almelo: Een Historisch Overzicht

Op 8 november 1861 werd te Almelo de Christelijke Afgescheidene Gemeente geïnstitueerd. Deze gebeurtenis markeert het begin van een rijke kerkgeschiedenis in de stad, die nauw verbonden is met landelijke ontwikkelingen binnen het Nederlandse protestantisme.

De Wortels van de Afscheiding en de Nederlandse Evangelische Protestantsche Vereniging

De oprichting van de Christelijke Afgescheidene Gemeente in Almelo vond plaats in een periode van religieuze onrust en vernieuwing. In 1853 was te Den Haag de ‘Nederlandsche Evangelische Protestantsche Vereeniging’ opgericht. De doelstelling van deze vereniging was tweeledig: het tegengaan van de toenemende macht van de Katholieke Kerk, die met toestemming van de overheid haar bisschoppelijke hiërarchie had hersteld, en het bestrijden van het ongeloof.

De eerste algemene vergadering van de vereniging werd gehouden op 13 juli 1853, waarbij een bestuur werd gekozen bestaande uit prominente figuren als jhr. mr. P.J. Elout van Soeterwoude, dr. A. Capadose, jhr. Van Teylingen van Kamerik, mr. Ae. Baron Mackay en jhr. mr. P.J. Elout.

Nog in hetzelfde jaar werden de eerste evangelisten, Holleman en Jacques, naar de Haarlemmermeer gestuurd. De evangelist Arie Jacques (1830-1875) werd in 1855 door zijn vereniging overgeplaatst naar Almelo. Zijn komst viel samen met een cholera-epidemie, wat de start van zijn werk bemoeilijkte. Desondanks kon in 1855 een gebouwtje in de Holstjessteeg (later Holtjesstraat) gehuurd worden. Jacques slaagde erin, ondanks de vele tegenstand, om ‘aan de krankbedden menig woord van vermaning en vertroosting te spreken’.

Na het vertrek van Jacques in mei 1858 naar Winterswijk, en later in 1859 naar Duitsland, werd het werk in Almelo voortgezet door evangelist W. in 1859 en 1860. Ondertussen groeide het aantal toehoorders bij de Bijbellezingen in de zaal aan de Holtjesstraat gestaag.

De Vorming van de Christelijke Afgescheidene Gemeente Almelo

Hoewel er al enkele Afgescheidenen in Almelo woonden, kerkten zij in de nabijgelegen plaats Enter, waar de Christelijke Afgescheiden Gemeente al rond 1 januari 1840 was geïnstitueerd. Via de Afgescheidenen in Almelo kwamen de bezoekers van de evangelisatiebijeenkomsten, onder aanvoering van Jacobs, in contact met de Chr. Afgescheiden classis Holten, waar Enter deel van uitmaakte.

Op 16 oktober 1861 woonden Jacobs en twee van zijn medestanders de classisvergadering bij. Daar herhaalde Jacobs zijn wens om samen met de evangelisatiebezoekers een Afgescheiden Gemeente in Almelo te stichten. Hij had zijn bezwaren tegen het evangelisatiewerk, omdat een evangelist geen doop en avondmaal mocht bedienen, al kenbaar gemaakt bij zijn vereniging in Den Haag, en had daarom zijn functie als evangelist neergelegd.

De classis stemde in met de plannen, en er werd afgesproken dat op 7 november 1861 een vergadering zou worden gehouden voor degenen die lid wilden worden van de toekomstige gemeente. Op deze vergadering zouden zij ook een kerkenraad kunnen kiezen, die vervolgens door ds. W.H. van den Bosch (1814-1881) van Enter en ds. H. de Waal van Hengelo zou worden bevestigd.

Maar liefst vijfenzestig personen gaven aan lid te willen worden van de Almelose gemeente. Op dezelfde avond vonden ook de verkiezingen plaats. Naast Jacobs, die werd gekozen als voorganger-ouderling, werden timmerman Benjamin Witzand als ouderling en J.H. Brilman als diaken gekozen. De volgende avond, 8 november, werden de ambtsdragers bevestigd door ds. W.H. van den Bosch.

De achtste november 1861 is daarmee de officiële institueringsdatum van de kerk te Almelo. De classis toonde zich verheugd over de stichting van de kerk, ondanks dat de beginperiode ‘niet zonder strijds’ was verlopen. De gemeente groeide al snel tot boven de tachtig leden, maar er ontstonden al snel spanningen rondom voorganger-ouderling Jacobs.

Uitdagingen en Verhuizingen

Op de volgende classis werd een klacht tegen Jacobs ingediend omdat hij, als ouderling, een kind had gedoopt van ouders die geen lid waren van de Christelijke Afgescheidene Kerk. De classis vroeg Jacobs zijn standpunt te heroverwegen, maar hij bleef erbij dat hij correct had gehandeld. Dit leidde ertoe dat hij, samen met enkele aanhangers, als lid van de gemeente werd uitgeschreven.

Terzijde merkt men op dat Jacobs uiteindelijk zijn doel bereikte om predikant te worden. Van 1871 tot 1873 was hij oefenaar van de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Duurswoude en werd hij uiteindelijk christelijk gereformeerd predikant te Haamstede, Klundert en Zevenbergen.

Na het vertrek van Jacobs in 1862 kon de gemeente van Almelo geen gebruik meer maken van het evangelisatielokaal in de Holtjesstraat. De Almelose Afgescheidenen moesten op zoek naar een nieuw kerkgebouw. Dit leidde uiteindelijk tot de aankoop van de zogenaamde De Sligte Kerk met pastorie aan de Poulinkstraat, gelegen in de Eerste Sligtestraat (het verlengde van de Tweede Sligtestraat), hoek Poulinkstraat.

architectuur van de Sligtekerk in Almelo, met vermelding van de locatie in de Eerste Sligtestraat hoek Poulinkstraat

Dit gebouw, dat later als bakkerij werd gebruikt, werd op 6 september 1863 in gebruik genomen onder leiding van ds. P.B. Bähler (1807-1882) van Deventer. Ouderling Witzand schreef in ‘De Bazuin’ hoopvol over de bijeenkomsten en de wens voor een eigen herder en leraar.

Al voordat de kerk aan de Poulinkstraat officieel in gebruik was genomen, waren de eerste stappen gezet voor het beroepen van een eigen predikant. Hoewel de eerste poging niet succesvol was, kon drie maanden na de eerste kerkdienst in het nieuwe gebouw een predikant worden verwelkomd. Het was de 44-jarige ds. W. van der Kleij (1819-1875) van Tiel, die op 6 december 1863 werd bevestigd. Hij diende de gemeente tot 10 april 1871, waarna hij emigreerde naar Amerika om predikant te worden bij de Dutch Reformed Church in Pella (Iowa).

Groei en Veranderingen in de Gemeente

In de Sligtekerk kon men, net als in veel andere gemeenten, een eigen vaste zitplaats huren. Het reglement bepaalde dat plaatsen voor vrouwen niet door mannen mochten worden bezet en vice versa. Kerkenraadsleden die een vergadering zonder geldige reden verzuimden, konden een boete van 25 cent verwachten.

Ds. Van der Kleij zette zich ook in voor het christelijk onderwijs. Op 23 augustus 1866 werd de plaatselijke afdeling van de ‘Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs’ opgericht.

In 1869 veranderde de naam van de Christelijke Afgescheidene Gemeente in ‘Christelijke Gereformeerde Gemeente’. Deze naamswijziging was het gevolg van een landelijke fusie van de Christelijke Afgescheidene Kerk en de Gereformeerde Kerk onder het Kruis. Deze fusie vond plaats na een scheuring in 1838, waarbij meningsverschillen bestonden over de kerkenorde, het aanvragen van vrijheid van godsdienst, en het dragen van ambtsgewaden door predikanten. In 1869 vond men echter weer overeenstemming.

Op 9 december 1891 werd in Almelo de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende)’ geïnstitueerd, die hun diensten hielden in een gebouw aan de Spoorstraat. Deze groep verklaarde de door de overheid ingevoerde kerkorde van 1816 ‘voor vervallen’ en herstelde de Dordtsche Kerkenorde van vóór 1816.

Vanaf 17 juni 1892, met de Synode van Amsterdam waar de landelijke Ineensmelting van beide Kerken plaatsvond onder de naam ‘De Gereformeerde Kerken in Nederland’, werden de twee plaatselijke kerken Gereformeerde Kerk te Almelo A (de voormalige Chr. Geref. Gemeente) en Gereformeerde Kerk te Almelo B (de voormalige Dolerende Kerk). Beide kerken zochten toenadering tot elkaar, wat resulteerde in de eerste gezamenlijke kerkenraadsvergadering op 2 maart 1893. Op 26 juni 1893 werd de ‘Acte van Ineensmelting’ vastgesteld, waardoor beide kerken met ingang van 1 januari 1894 samensmolten tot ‘De Gereformeerde Kerk te Almelo’.

Er waren echter landelijke bezwaren tegen het samengaan van de ‘Christelijke Gereformeerde Kerk’ met de ‘Nederduitsche Gereformeerde Kerk’. Men was het niet eens met het feit dat lokale gemeenten niet waren gehoord en vond het onaanvaardbaar dat de naam van Christus uit de naam van de kerk verdwenen was. Hierdoor besloten enkele gemeenteleden in Almelo uit de verenigde Gereformeerde Kerk te treden.

Deze ‘voortgezette’ Christelijke Gereformeerde Gemeente werd officieel geïnstitueerd op 12 oktober 1894. Vanaf 1897 tot 1927 kwamen zij bijeen in een gebouw aan de Tuinstraat 44, waarna zij in 1927 een nieuwe kerk aan de Hofkampstraat in gebruik namen. De eerste predikant van deze gemeente, in 1904, was ds. J.R. van der Schuur.

foto van de kerk aan de Tuinstraat 44 in Almelo

Bouw van Nieuwe Kerken en Verdere Groei

Al in de jaren ’90 van de negentiende eeuw ontstond het plan voor de bouw van een grotere kerk, aangezien de kerk aan de Poulinkstraat te klein werd voor de groeiende gemeente, mede door de uitbreidende textielindustrie in Almelo. In 1896 werd een bouwcommissie gevormd en op 28 augustus 1898 kon de kerk in de Prinsenstraat in gebruik worden genomen.

De gemeente van Almelo bleef groeien. Tijdens het predikantschap van ds. P.A. Veenhuizen (1860-1934) werd de mogelijkheid onderzocht om in het villapark Molenkampspark een nieuwe kerk te bouwen. De verkoop van de oude kerk slaagde, waardoor de plannen voor de Molenkampkerk konden worden gerealiseerd. De architect was Tjeerd Kuipers (1857-1942), een bekende gereformeerde kerkenbouwer. De kerk werd op 10 december 1914 in gebruik genomen, met ds. Veenhuizen die de dienst leidde. De preek was gebaseerd op Psalm 84 vers 2, dezelfde tekst die ook op de gedenksteen in de gevel van de kerk aan de Prinsenstraat was aangebracht.

schematische tekening van de Molenkampkerk in Almelo, ontworpen door Tjeerd Kuipers

Bij de ingebruikneming van de Molenkampkerk werd een andere plaatsenregeling afgesproken: men moest zijn zitplaats innemen zodra het eerste vers van een lied werd opgegeven, anders kon de plaats door anderen worden ingenomen.

In 1916 ging ds. Veenhuizen met emeritaat. Het ledental van de kerk was gedurende zijn ambtsperiode meer dan verdubbeld tot ongeveer 1.300. Ds. N.A. Knoppers (1883-1968) werd beroepen en deed op 5 november 1916 intrede. Tijdens zijn predikantschap, tot 1921, werd het verhuur van zitplaatsen definitief afgeschaft en werd het evangelisatiewerk geïntensiveerd. In 1919 werd begonnen met de uitgifte van een eigen kerkbode.

Op 2 juli 1922 werd ds. Knoppers opgevolgd door ds. W.L. van der Meulen (1871-1950). In de Eerste Wereldoorlog stagneerde de groei van de kerk, maar daarna nam de groei weer toe. In 1928 telde de kerk ongeveer 1.800 leden. Dit leidde tot plannen voor het instellen van een tweede predikantsplaats en de bouw van een tweede kerk.

Ds. J.J. Bouwman (1891-1974) van Urk nam het beroep aan voor de tweede predikantsplaats en deed op 15 juli 1928 intrede. Hij diende de kerk twintig jaar, tot hij in 1948 naar Koog aan de Zaan vertrok.

foto van de sloop van de Wilhelminaschool aan de Hagengracht, als achtergrond voor de groeiende kerk

Ondanks de crisistijd besloot de kerkenraad, met instemming van de gemeente, tot de bouw van een tweede kerk. In 1928 was al een bouwfonds ingesteld, waaruit aanzienlijke giften voortkwamen. Architect B.T. Boeyinga (1886-1969), bekend van andere gereformeerde kerkgebouwen, ontwierp de Noorderkerk. Dit bedehuis, met karakteristieke hoge puntgevels en snijdende zadeldaken, telde 467 zitplaatsen. De kerk kon op 1 oktober 1935 in gebruik worden genomen, met een dienst waarin ds. Bouwman voorging.

Naast de kerkgebouwen werd ook gedacht aan een eigen kerkelijk verenigingsgebouw. In 1936 kon hiervoor een voormalig café-restaurant aan de Grotestraat 152 worden aangekocht.

De groei van de kerk zette door, ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 telde de kerk zo’n 2.500 leden, wat leidde tot de instelling van een derde predikantsplaats. Ds. G.W. Rijksen (1910-1995) uit Nieuwerkerk aan den IJssel deed op 13 november 1943 intrede en bleef tot 1947 verbonden aan de kerk van Almelo.

De Nederlandse Gereformeerde Kerk (NGK) Almelo

Tegenwoordig presenteert de Nederlandse Gereformeerde Kerk (NGK) Almelo zich als een groeiende en actieve gemeente. De gemeente telt ongeveer 500 leden en komt elke zondag samen in het kerkgebouw aan de Bellavistastraat. Daarnaast zijn er doordeweekse kringen voor verdere verdieping.

De NGK Almelo gelooft in een liefdevolle God, zoals geopenbaard in de Bijbel. De gemeente is deel van een wereldwijde christelijke beweging die al bijna 2000 jaar het evangelie doorgeeft. Iedereen is welkom, ongeacht verleden, herkomst, geaardheid of status.

De kerkdiensten vinden elke zondag om 10.00 uur plaats. Op speciale dagen zoals Biddag, Dankdag, Goede Vrijdag en Oudjaarsavond beginnen de avonddiensten om 19:30 uur. Bij binnenkomst worden bezoekers hartelijk ontvangen en wegwijs gemaakt. Na de dienst is er gelegenheid voor ontmoeting onder het genot van koffie, thee of limonade.

De diensten maken gebruik van de Nieuwe Bijbelvertaling en liederen en teksten worden geprojecteerd via een beamer. De muzikale begeleiding wordt afwisselend verzorgd door een organist, pianist of de band Praizz. De diensten zijn ook online te volgen via YouTube.

Voor de jongsten is er opvang voor kinderen van 0 tot 3 jaar tijdens de dienst. Kinderen van 4 tot 12 jaar hebben een speciaal programma tijdens de preek.

Tijdens elke dienst worden twee collectes gehouden voor diverse goede doelen. Bijdragen kunnen contant of digitaal via de Givt app.

Gemeenteleden die in hun eigen gemeente deelnemen aan het avondmaal, worden uitgenodigd deel te nemen aan de tafel van Jezus Christus wanneer dit in Almelo gevierd wordt.

De gemeente streeft ernaar elkaar te ondersteunen en op te bouwen in de relatie met God en met elkaar, mede binnen de kringen. De kerk moet een veilige plek zijn, en iedereen die zich onveilig voelt, wordt aangemoedigd hulp te zoeken.

Voor vragen of verzoeken kan men contact opnemen met de kerkenraad via de scriba, Zr. Koster.

tags: #geref #kerk #vrijgemaakt #almelo