Meester Eckhart (ca. 1260-1328) was een Duitse geestelijke en theoloog, wiens preken en filosofische verhandelingen een diepgaande invloed hebben gehad op het westerse denken. Zijn werk, gekenmerkt door mystieke inzichten en een apofatische benadering van het goddelijke, blijft tot op heden relevant en inspirerend.

Het Leven en Werk van Meester Eckhart
Meester Eckhart van Hochheim, een prominente Dominicaan, diende als docent aan de Universiteit van Parijs en bekleedde diverse functies binnen zijn orde, waaronder prior en vicaris-generaal. Zijn leven was niet zonder controverse; hij raakte verwikkeld in een proces wegens vermeende ketterij, aangespannen door de aartsbisschop van Keulen, Heinrich von Virneburg. Dit proces, geleid door Nikolaus van Straatsburg, een mede-Dominicaan, illustreert de complexe politieke en religieuze spanningen van die tijd. Eckhart stond bekend om zijn vermetele en voor geen paradox terugdeinzende predikaties, die hem zowel bewondering als kritiek opleverden.
Naast de theologische geschriften en preken van Eckhart, zijn er ook romans die zijn leven en gedachtegoed verkennen:
- "Het proces van meester Eckhart" door S. Vestdijk, een roman over het "ketterse" leven van Eckhart, gebaseerd op bekende en minder bekende feiten.
- "Het natuurlijk verlangen" door Erika Albrecht, een roman gebaseerd op het leven van de 14e-eeuwse mysticus.
De Kern van Eckharts Mystiek
De mystiek van Meester Eckhart is gebaseerd op een diepgaande spirituele visie die zich richt op de innerlijke ervaring van het goddelijke. De belangrijkste thema's in zijn geloof zijn:
1. Apofatisch (Negatief spreken over God)
De apofatische theologie, ook wel negatieve theologie genoemd, stelt dat het goddelijke mysterie niet in menselijke woorden of concepten te vatten is. Omdat onze begrippen beperkt zijn en gebaseerd op de objectivering van de werkelijkheid, kunnen ze het transcendente wezen van God niet adequaat beschrijven. Eckhart benadrukt dat God 'niets van dit alles' is, en dus 'no-thing' is. Pogingen om God te definiëren beperken en vermenselijken Hem. Volgens Eckhart is zwijgen de meest wijze manier om over God te spreken, omdat woorden over God vaak leugens zijn.
Eckhart citeert Augustinus: "Het schoonste dat een mens over God kan zeggen, bestaat hierin dat hij uit wijsheid van innerlijke rijkdom kan zwijgen." Hij keert zelfs de woorden van Sint Paulus om: "Toen hij het Niets zag, toen zag hij God."
2. Leegte
Het loslaten van onze woorden, begrippen en concepten over het goddelijke, evenals onze gehechtheid aan ideeën, bezit en zekerheden, opent de weg naar de 'Ruime Leegte' of 'Lege Ruimte' in onze geest. Deze leegte, ook wel de 'Wolk van het niet-weten' genoemd, is essentieel om ontvankelijk te zijn voor het goddelijke. Eckhart stelt dat de mens leeg moet zijn van alle dingen, zowel innerlijk als uiterlijk, om een plaats voor God te kunnen zijn waarin God kan werken.
Hij beschrijft het doel als "het verborgen donker van de Eeuwige Godheid, en het is onbekend en het zal nooit bekend worden." Voor deze ontvankelijkheid gebruikte Eckhart ook het woord 'Wite', wat wijdsheid of openheid betekent.
3. Loslaten en Overgave
De 'wegloze weg' van Eckhart houdt in dat men zich leeg moet maken van het individuele 'ik'. In plaats van deugdzaamheid op te bouwen om God te bereiken, adviseert hij om zichzelf te laten vinden door God. Dit vereist ontvankelijkheid, openheid en stilte, gevolgd door overgave. Hoe leger men wordt, hoe meer men door God vervuld kan worden. Eckhart benadrukt dat God al in de diepte van de menselijke geest aanwezig is, en dat men zichzelf moet leegmaken zodat deze God-in-ons kan groeien.
Hij spreekt over een "kracht in de geest die alleen vrij is... het is dit noch dat; niettemin is het een iets dat verhevener is boven dit en dat dan de hemel boven de aarde… Het is vrij van alle namen en naakt van alle vormen, helemaal leeg en vrij, zoals God leeg en vrij in zichzelf is."
4. Panentheïsme
Eckhart verkondigt dat God in alle dingen is, en dat God zelf ook 'wordt' in het scheppingsproces. Dit panentheïstische perspectief plaatst de wereld als een beweging binnen God. De schepping vindt plaats uit het niet-zijn tot het zijn, dat God zelf is. God werkt alles in Zichzelf, en de schepselen bestaan binnen dit zijn. Er is geen tijd vóór de schepping, alleen het eeuwige 'NU' van God.
"God is als een geestelijke bol, waarvan het middelpunt overal en de oppervlakte nergens is… Er is (bij God) alleen maar het enige NU van de eeuwigheid." Voor Eckhart is de 'gewone werkelijkheid' het Lichaam van God, en wij, als deel van die werkelijkheid, zijn ook in God, als een cel in het lichaam of een druppel in de oceaan.
5. Godsgeboorte in de Ziel
Voor Eckhart zijn de mens en God principieel één. De grond van de menselijke geest en God zijn dezelfde, en deze eenheid noemt hij 'barmhartigheid'. God IS barmhartigheid. Hij stelt dat het hoogste werk van God barmhartigheid is, waarbij de ziel geplaatst wordt in het hoogste en zuiverste dat zij kan ontvangen: een ondoorgrondelijke zee. Dit overstijgt zowel kennen als liefde. Eckhart moedigt aan om te werken "zonder waarom", niet uit plicht of om een beloning te ontvangen, maar omdat niets de werking van Gods barmhartigheid in de weg staat. Wanneer dit gebeurt, werkt God door de mens heen, en is God werkelijk in de mens mens geworden.
Eckhart vat zijn inzichten samen in vier hoofdpunten: 1) Afgescheidenheid: de mens moet leeg worden van zichzelf en alle dingen. 2) Wedergeboorte: de mens moet opnieuw geboren worden in het ene goede, dat is God. 3) Adel van de ziel: de mens moet de adel die God in zijn ziel heeft gelegd, erkennen om in het wonderbare leven van God te komen. 4) Zuiverheid van Gods natuur: de onuitsprekelijke zuiverheid van de goddelijke natuur.
Meister Eckhart en gelatenheid
Meester Eckharts preken, zoals "Renovamini spiritu mentis vestrae", "Beati pauperes spiritu" en "Ave gratia plena", worden nog steeds bestudeerd en gewaardeerd om hun diepgang en spirituele wijsheid.