De PKN Werkendam, een kerkelijke gemeenschap met een rijke historie, heeft door de jaren heen een complex beroepingswerk gekend. Dit proces, waarbij predikanten worden gezocht en aangesteld, is bepalend geweest voor de identiteit en ontwikkeling van de gemeente. In dit overzicht duiken we dieper in de geschiedenis van het beroepingswerk in Werkendam, met specifieke aandacht voor de uitdagingen, beslissingen en de involutie van verschillende predikanten en kerkelijke stromingen.
Vroege Jaren en Financiële Overwegingen
In de beginjaren van het beroepingswerk in Werkendam speelden financiële aspecten een belangrijke rol. Zo werd in het verleden het traktement van een hervormde predikant aanzienlijk hoger vastgesteld dan dat van een predikant van de Christelijke Gereformeerde Gemeente. De eisen aan de hervormde predikant waren helder: het verkondigen van het evangelie op de door de gemeente verwachte wijze en het zingen uit de ‘Evangelische Gezangen’. Dit laatste was destijds door de overheid verplicht gesteld, hoewel niet alle predikanten en gemeenteleden hiermee instemden.
De kerkelijke autoriteiten, zoals het classicale college voor de behandeling van beheerszaken (CCBB), oefenden nauwlettend toezicht uit op de financiële gezondheid van gemeenten. Het college van kerkrentmeesters moest in een specifiek geval zelfs tweemaal aanvullende vragen over de financiën beantwoorden om een solvabiliteitsverklaring te verkrijgen, een essentieel document voor het uitbrengen van een beroep.

De Doleantie en de Vorming van Nieuwe Kerken
Een significante periode in de kerkgeschiedenis van Werkendam was de tijd van de Doleantie. Deze beweging, die ontstond uit onvrede met de vrijzinnigheid en de almacht van de hervormde synode, leidde tot afzettingen van kerkenraadsleden en de vorming van nieuwe kerkelijke gemeenschappen. De invloed van dr. A. Kuyper was hierbij groot, met name na het landelijke Gereformeerd Kerkelijk Congres in Amsterdam.
In Werkendam resulteerde dit in de vorming van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (dolerende). De kerkenraad nam aanvankelijk een harde houding aan tegenover eventuele onruststokers. De situatie escaleerde toen enkele gemeenteleden, gesteund door de vroege Doleantie-predikant ds. F.P.L.C. van Lingen, een eigen kerkdienst organiseerden. Uiteindelijk werden zes briefschrijvers gedreigd met afvoering van de ledenlijst, tenzij zij hun schrijven introkken. Dit leidde tot verdere conflicten, waarbij zelfs de classis werd ingeschakeld en kerkenraadsleden werden afgezet.
De Dolerenden huurden een schuur om eigen kerkdiensten te houden, waar predikanten als ds. A. van Veelo en oefenaars zoals J.J. Timmers voorgingen. Na verloop van tijd besloot men tot de vorming van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende). H. Gaij, die al ouderling was geweest, kon zijn functie voortzetten. De Vereniging ‘De Kerkelijke Kas’ werd opgericht om de kerkelijke financiën te beheren, aangezien Dolerende Kerken destijds geen rechtspersoonlijkheid konden verkrijgen.

De Eenwording en de Gesplitste Gemeente
Na de Doleantie zochten de synodes van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken naar eenwording. Ondanks onderling wantrouwen en kritiek slaagde dit plan in 1892, met de proclamatie van de eenheid in de Keizersgrachtkerk in Amsterdam. Beide stromingen gingen verder onder de naam Gereformeerde Kerken.
In Werkendam leidde dit tot de oprichting van twee gereformeerde kerken: de Gereformeerde Kerk te Werkendam A (met een kerk in de Hoogstraat) en de Gereformeerde Kerk te Werkendam B. Hoewel er opdrachten waren om tot overleg te komen, aarzelde Kerk B om direct te verenigen. De Dolerenden kochten een café en bouwden daar hun kerk, met de eerste steenlegging door Jan Gaij, de dertienjarige zoon van ouderling Gaij. Ook werd een pastorie gebouwd.
Het beroepingswerk van Kerk B verliep aanvankelijk vlot. Kandidaat H. Teerink werd beroepen en begon met het bezoeken van alle gemeenteleden alvorens het avondmaal te vieren. Hij wees ouders op hun plicht om hun kinderen naar de christelijke school te sturen en constateerde dat veel oudere gemeenteleden nog geen belijdenis hadden gedaan. Avondmaalsmijding kwam vaker voor, waarbij men zich ‘niet waardig’ achtte. Dit leidde tot problemen bij de doop van kinderen, aangezien deze alleen bediend kon worden aan kinderen van belijdende ouders.
Pogingen tot gezamenlijke activiteiten, zoals een bidstond met Kerk A, mislukten vanwege bezwaren tegen ds. Van Haeringen. Hoewel gezamenlijke weekdiensten werden voorgesteld, bleek er weinig animo voor bij Kerk A, mede vanwege eerdere passeringen van ds. Van Haeringen. Uiteindelijk nam Kerk B de toenadering om te verenigen niet meer serieus.

Verdere Ontwikkelingen en Predikanten
Na het vertrek van ds. Teerink nam ds. J. Osinga het beroep aan en deed intrede in Werkendam. Hij merkte al snel dat de samenwerking tussen de kerken nog niet optimaal verliep. Er waren weinig leden van Kerk B aanwezig bij diensten van Kerk A, en omgekeerd. Dit leidde ertoe dat Kerk A het niet nuttig achtte om gezamenlijke kerkenraadsvergaderingen te houden.
Ds. Osinga predikte minder ‘bevindelijk’ dan zijn voorganger ds. Teerink. Hij drong erop aan dat gemeenteleden aan het avondmaal deelnamen, ook als ze zich niet waardig voelden. Dit leidde tot problemen met gemeenteleden die een meer ‘bevindelijke’ prediking wensten.
Toen Kerk A ds. N.G. Kapteyn beriep, verbeterde de samenwerking en kwamen er zelfs weer gezamenlijke diensten. Echter, de uitkomst van de besprekingen op de synode van 1905, met de ‘Vijf stellingen’ die rust moesten brengen, zorgde voor verdeeldheid. Kerk A tekende de verklaring, maar Kerk B keurde deze af. De kritiek op ds. Osinga bleef aanhouden, met klachten over zijn prediking en conflicten.
Ondanks aandringen van de classis op vereniging, bleef deze uit. Kerk B stuurde een uitnodiging voor een gemeenschappelijke kerkenraadsvergadering, maar er waren financiële obstakels en onwil om in elkaars kerkgebouwen te kerken. Ds. Osinga vertrok uiteindelijk naar Schoonhoven-Willige Langerak.
Na het vertrek van ds. Osinga ging het beroepingswerk van Kerk B verder. Ds. S. Kamper deed intrede in Werkendam, maar bleef slechts kort. De verdere afhandeling van problemen verliep niet naar wens.
In latere jaren bleven diverse predikanten verbonden aan de PKN Werkendam, waaronder:
- ds. T. Meijer (Tiemen) (wijk 1) - 01-07-2007
- ds. H.J. Lam (Hendrikus Jan) (wijk 2) - 07-10-2018
- ds. P. van der Schee (Pieter) (wijk 2) - 15-09-2024 kandidaat
Het beroepingswerk blijft een dynamisch proces, waarbij de gemeente blijft meeleven met de kerkenraad in woord en gebed.
58 Miljoen Nederlanders en hun kerken - aflevering 1 - Middeleeuwen tot Hervorming (NOS 1979)
tags: #beroepingswerk #pkn #werkendam