Het Oude Testament is de benaming die de vroege christenen gaven aan de verzameling joodse geschriften die gezamenlijk de Tenach vormen, de joodse bijbel.
De term 'testament' verwijst naar een verbond. Met deze benaming wilden de christenen een duidelijk onderscheid maken tussen het Oude Verbond, gesloten door God met het joodse volk, en het Nieuwe Verbond, gesloten door Jezus met de mensheid. De apostel Paulus gebruikt de term 'Oude Testament' voor het eerst in zijn tweede brief aan de Korintiërs (2 Kor. 3:14). In het evangelie van Matteüs wordt de term 'Nieuwe Testament' geïntroduceerd tijdens het Laatste Avondmaal.
De Inhoud en Structuur van het Oude Testament
Het Oude Testament beschrijft de geschiedenis van het joodse volk en van Israël. Centraal staat het exclusieve verdrag dat God met dit volk sluit. Dit verbond wordt twee keer expliciet aangegaan: eerst via Noach na de zondvloed (Genesis 9:8-17) en vervolgens via Mozes bij de Sinaï (Exodus 19, 20 en 24).
Het overgrote deel van het Oude Testament is in het Hebreeuws overgeleverd.
Ontstaansgeschiedenis van de Bijbelboeken
Er is veel gespeculeerd over de ontstaansgeschiedenis van de eerste vijf boeken van het Oude Testament. Vast staat dat deze boeken niet door Mozes zijn geschreven en ook niet als één geheel zijn ontstaan. Aanvankelijk werden de verhalen mondeling overgeleverd. Na verloop van tijd kregen geschreven versies meer gezag.
Volgens de auteur van 'Wie schreef de Bijbel? De ontstaansgeschiedenis van het Oude Testament', werden de rollen met geschreven versies na enkele jaren vervangen wanneer ze versleten waren. Schriftgeleerden stelden dan nieuwe versies op, waarin de destijds heersende opvattingen werden verwerkt.
De historische boeken zijn, voor zover bekend, geschreven rond de periode van de Babylonische ballingschap (597 - 538 v.C.) en bestrijken de geschiedenis vanaf ongeveer 1100 v.C.
De Joodse Tenach en de Christelijke Indeling
De joodse Tenach was oorspronkelijk onderverdeeld in drie delen:
- De Thora (de wet), bestaande uit de vijf boeken van Mozes.
- De Profeten, die niet alleen boeken door profeten bevatten, maar ook boeken over profeten, zoals Jozua, Richteren, Samuël en Koningen.
- De Geschriften, een restcategorie met geschiedkundige werken, poëtische boeken en het profetische boek Daniël.
Christenen kozen voor een indeling per soort boek: de boeken van Mozes, historische boeken, poëzie en profeten.
De Deutero-canonieke Boeken
De rooms-katholieke Kerk rekent tot het Oude Testament ook de zogenaamde deutero-canonieke boeken. Dit zijn:
- Tobias
- Judith
- Wijsheid
- Jezus Sirach
- Baruch
- 1 en 2 Makkabeeën
- Enkele hoofdstukken van Daniël en Esther.
Protestanten beschouwen deze boeken echter als apocrief, wat betekent dat ze niet tot de canon behoren en niet als heilig worden beschouwd.
De Psalmen: Lofzang en Diverse Vormen
Het boek met de psalmen wordt door de Heer zelf genoemd in Lucas 20:42 en door Petrus in Handelingen (Actor). Dit boek is onderverdeeld in vijf delen, die elk eindigen met een lofzang op God. Het woord 'psalm' is afgeleid van het Griekse woord voor lofzang.
De vijf delen van het boek der Psalmen zijn:
- Hoofdstuk 1-41
- 42-72
- 73-89
- 90-106
- 107-150
Een aanzienlijk deel van de psalmen wordt toegeschreven aan koning David, die regeerde over Israël tussen circa 1000 en 960 v.C. David kende de liederen een grote rol toe bij bijeenkomsten in de tempel.
De meeste andere psalmen zijn van latere datum. Het merendeel stamt uit de periode vóór de Babylonische ballingschap (587-538 v.C.). Een enkele psalm zou door Mozes geschreven zijn.
Duitse onderzoeker H. heeft de psalmen gecategoriseerd:
- Leergedichten: Psalm 1, 49, 73, 78 en 119.
- Koningspsalmen: Psalm 2, 18, 20, 21, 45, 72 en 110.
- Boetepsalmen: Uitingen van schuldbesef.
- Klaagzangen: Gemeenschappelijke en individuele uitingen van verdriet.
- Lofpsalmen (hymnen): Liederen waarin God lof wordt toegezongen.

De Statenvertaling: Een Historische Nederlandse Bijbel
De Statenvertaling, ook wel Statenbijbel genoemd, is de eerste Nederlandse bijbel die rechtstreeks vanuit het Grieks en Hebreeuws werd vertaald. Deze vertaling, voltooid in 1618-1619, wordt nog steeds gebruikt om de betekenis van de Bijbel diepgaand te begrijpen.
De Bijbel bestaat uit 66 bijbelboeken, verdeeld over het Oude en Nieuwe Testament. Elk deel biedt unieke inzichten in geloof, geschiedenis en levenslessen die tot op de dag van vandaag relevant zijn.
Kenmerken van de Statenvertaling
De bijbelboeken in de Statenvertaling geven een authentieke weergave van de oorspronkelijke teksten.
Het Oude Testament in de Statenvertaling omvat 39 bijbelboeken, waaronder Genesis, Exodus en Psalmen. Deze boeken beschrijven de schepping, de wetten en de geschiedenis van het Joodse volk.
Het Nieuwe Testament bevat 27 bijbelboeken, zoals de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes, die het leven van Jezus Christus beschrijven. De brieven van de apostelen bieden inzicht in de groei van het vroege christendom.

De Ontstaansgeschiedenis van de Statenvertaling
'Eendracht maeckt macht' staat op de titelpagina van de Statenbijbel uit 1637. Deze nieuwe Nederlandse vertaling had als doel de inwoners van de Republiek te verenigen: één volk, één taal, één Bijbel. Weinig boeken hebben zo'n grote invloed gehad op de Noord-Nederlandse taal en cultuur als deze Bijbel.
In de zeventiende eeuw, een tijd van veel geloofsdiscussies, speelde de Bijbel een cruciale rol. Er circuleerden diverse Nederlandse vertalingen, maar deze bevatten fouten, wat leidde tot uiteenlopende interpretaties. Zelfs over dezelfde vertaling was men het vaak oneens.
Tijdens de Synode van Dordrecht in 1618-1619 werd, na het vaststellen van de leer van het gereformeerde geloof, besloten tot de totstandkoming van een correcte bijbelvertaling. Na acht dagen vergaderen en intensieve lobby bij theologen, uitgevers en de regering, beloofden de Staten-Generaal de kosten te dragen. In 1625 gaven zij officieel opdracht voor het project, wat leidde tot de naam Statenvertaling. De overheid toonde hiermee een hoger gezag dan de kerk.
Het Masterplan van de Vertalers
De vertalers kregen de zware taak om in correct Nederlands een nauwkeurige vertaling te maken vanuit de oorspronkelijke bijbeltalen, zoals het Hebreeuws voor het Oude Testament en het Grieks voor het Nieuwe Testament. Bovendien moest de vertaling in lijn zijn met de gereformeerde leer van de Dordtse synode en geen verwarring zaaien.
De reformatie had de nadruk gelegd op persoonlijke geloofsbeleving. Daarom moest elke gelovige de tekst zelfstandig kunnen begrijpen, zonder aanleiding tot twijfel.
Om aan deze eisen te voldoen, werden zes vertalers en vijftien 'revisoren' (controleurs) geselecteerd uit de beste theologen en taaldeskundigen van het land. Het werk werd in ploegen verricht in Leiden, gebruikmakend van de universiteitsbibliotheek en de expertise van universiteitswetenschappers.
De eerste vertalers begonnen in 1626, de revisoren in juli 1633. Een van hen, de dichter-predikant Jacob Revius uit Deventer, weigerde terug te keren voor de winter, stellende dat dit project zijn plicht als predikant oversteeg en hij onder het gezag van de Staten-Generaal werkte. In september 1634 was Revius klaar. De Statenbijbel verscheen in 1637. De eerste druk was een luxe, groot en duur boek; later volgden kleinere en goedkopere edities.

Succes en Invloed van de Statenvertaling
De Statenbijbel werd een groot succes. In calvinistische kerken en op calvinistische scholen werd het de standaardbijbel. In calvinistische gezinnen werd er dagelijks uit voorgelezen. Ook andere protestanten, zoals de doopsgezinden en de piëtisten, namen het boek in gebruik. Alleen de lutheranen bleven vasthouden aan vertalingen van de Lutherbijbel.
Artistieke en Literaire Inspiratie
Veel dichters werden en worden nog steeds geïnspireerd door de Bijbel. Meynarda Verboom verwijst in haar pleitrede voor Eva naar 'Het eerste boek van Mozes', zoals Genesis in de Statenvertaling werd aangeduid, uitgaande van de aanname dat Mozes de eerste vijf Bijbelboeken had geschreven.
Een ander voorbeeld is de predikant-dichter Jodocus van Lodenstein. In zijn bundel Uyt-spanningen (1676) staat het gedicht 'Grootsheyd des levens', geïnspireerd door 1 Johannes 2:16: "Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld." Dit citaat waarschuwt tegen grootheidswaan en pronkzucht, en benadrukt de vergankelijkheid van aardse zaken.
Grootsheyd des levens
Waarheen mijn hert? Gij steigert niet, maar stijgten hijgt ook zonder trappen opwaarts;
zijgtgemetlijk raad ik u, want zo gij opgemetlijk: voorzichtig; zo: als den topin vollen run komt, en daar meent te staan:’t zal wislijk tegen uwe mening gaan,
want uwen drift drijft u op ’t hoogste weerter neer.
En als gij dan aan ’t rollen zijt: och, och!
Uw vaart vergroot uw val: dies zeg ik nogsta stil, en schouwt u zelf; ik wed’ gij zieteen Niet .
De Statenvertaling en de Nederlandse Taal
De vertalers en controleurs van de Statenvertaling hadden de opdracht gekregen correct Nederlands te gebruiken. Dit was een uitdaging, aangezien ze uit verschillende regio's kwamen en hun eigen taalvarianten meebrachten. Er moesten compromissen gesloten worden over spelling, grammatica en woordgebruik. Voor veel woorden, zinswendingen en uitdrukkingen moest een algemene Nederlandse variant worden ontworpen.
De oplossingen die werden gevonden, waren de eerste stappen naar één Nederlandse taal. Door de grote verspreiding van de Statenbijbel kreeg deze een aanzienlijke invloed op het huidige Nederlands.
De vertalers werkten systematisch. Zo kozen ze bijvoorbeeld consequent voor het gebruik van 'om...te' in bijzinnen die een doel uitdrukten, zoals 'gekomen om dit land te doorzoeken' in plaats van 'gekomen het land te verspieden' (Jozua 2:2). Ze maakten onderscheid tussen liggen en leggen, en kozen voor dacht in plaats van docht en vond in plaats van vand. Het wederkerende voornaamwoord 'zich' werd door de Statenvertaling het algemeen gebruikte alternatief voor 'hem' en 'haar'. Al deze beslissingen zijn nog steeds van kracht in het Nederlands.
Bovendien moesten de vertalers Hebreeuwse en Griekse zegswijzen naar het Nederlands vertalen. Dit leidde tot de creatie van vele nieuwe spreekwoorden en uitdrukkingen die we nog steeds gebruiken, zoals:
- 'iemand op handen dragen'
- 'in het duister tasten'
- 'niet van gisteren zijn'
- 'de haren rezen hem te berge'
- 'de appel valt niet ver van de boom'
- 'iemands hart stelen'
- 'je hart uitstorten'
- 'hemel en aarde bewegen'
- 'bij de pakken neerzitten'
- 'muggen ziften'
- 'iemand het mes op de keel zetten'
- 'wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in'
Het vertaalproces was veeleisend en leidde tot intensieve discussies en wijzigingen. De secretaris van de commissie raakte er soms wanhopig van. Een van de vertalers, Willem Baudartius, verzuchtte tegen revisor Revius: 'Ik heb mijn leven lang nooit zo geblokt als ik nu in mijn oude dagen doen moet.' Het succes van de vertaling vergoedde echter veel. Bij de uitgave werd opgemerkt dat God nu in het Nederlands sprak, zo goed was de taal.
De Taalmythe rond de Statenvertaling
Regelmatig wordt, onder andere in het publieke debat, gesteld dat de Statenvertaling de basis legde voor de Nederlandse eenheidstaal. Taalkundigen proberen deze mythe echter te nuanceren. De mythe ontstond in het negentiende-eeuwse nationalisme, waarin aspecten uit het verleden van de Republiek werden verheerlijkt om het nationale eenheidsgevoel te versterken.
In de zeventiende en achttiende eeuw bestond het idee van de Statenvertaling als basis voor een eenheidstaal nauwelijks. De taal van de Statenvertaling werd in haar eigen tijd al als behoorlijk ouderwets en formeel beschouwd. Bovendien volgden de vertalers vaak hun voorgangers, waaronder de vertalers van de Deuxaesbijbel uit 1562.
Desalniettemin mag het belang en de invloed van het project, waarbij de Statenvertalers gezamenlijk hun schouders eronder zetten, niet worden onderschat.
Beschikbare edities en bronnen:
- De Statenvertaling met (of zonder) kanttekeningen, in de editie van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS).
- De Bijbel in diverse talen (Engels, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Russisch, Oekraïens, Pools, Hongaars, Albanees en Nieuwgrieks), zowel afzonderlijk als parallel met andere vertalingen, waaronder de Statenvertaling.
- Audiobestanden met de ingesproken tekst van de Statenvertaling bij elk hoofdstuk, waardoor de tekst beluisterd en meegelezen kan worden.
- De Griekse tekst van het Nieuwe Testament die ten grondslag lag aan de Statenvertaling, gebaseerd op de Textus Receptus edities van de 16e en begin 17e eeuw.
- De eerste gedrukte editie van de Statenvertaling uit 1637 en de gecorrigeerde editie van 1657, beschikbaar met Bijbeltekst, kanttekeningen en inleidingen. Deze edities kunnen parallel worden weergegeven.
In 2014 bestond de Statenvertaling 375 jaar.
Verschillende edities van de Statenvertaling zijn beschikbaar:
- Statenvertaling (1618-1619): Authentieke weergave van de oorspronkelijke teksten.
- Parallelbijbel SV/HSV: Bevat de Herziene Statenvertaling (2010) naast de Statenvertaling (1637).
- Nieuwe Testament (twee delen): Met extra grote letter en kunstleren band, formaat 21,5 x 30 cm.
- Bijbel met duidelijke letter: Formaat 16,5 x 24,5 cm, met kunstleren zwarte band en goudtitel.
- Oude Testament (vier delen): Compleet, met extra grote letter, formaat 21,5 x 30 cm.
- Bijbel van de GBS: Kunstleer, goudsnee.
tags: #bijbel #oude #statenvertaling