De Hervormde Kerk van Elspeet: Een Historische Blik

Elk jaar wordt er gelegenheid gegeven om belijdeniscatechisatie te volgen. Het tijdstip daarvan geschiedt in overleg met de catechisanten.

Belijdenis doen: Wat houdt het in?

Het belijden van het geloof, zoals wij dat in de kerk kennen, komt niet letterlijk zo in de Bijbel voor. Wel wordt er gesproken over het belijden van de zonde en het belijden van de naam van de Heere Jezus. Bij de doop van volwassenen werd echter wel gevraagd naar wat men ten diepste geloofde. Een treffend voorbeeld is de moorman van Candacé. Toen hij vroeg wat er nog voor hindernis was om gedoopt te worden, plaatste Filippus de opmerking: ‘Indien gij van ganser harte gelooft’. Daarop gaf de moorman een eenvoudig getuigenis: ‘Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.’ Het blijkt uit alles dat dit meer inhield dan een historisch geloof; de moorman mocht zich aan Hem toevertrouwen voor tijd en eeuwigheid, wat blijdschap in het hart gaf die de wereld niet kan schenken. Ten diepste zal het daarover moeten gaan bij het belijdenis doen van het geloof.

Illustratie van de moorman die gedoopt wordt door Filippus, gebaseerd op Bijbelse afbeeldingen.

Belijdenisdiensten in de Vroege Kerk

In de vroege kerk kennen we ook belijdenisdiensten. Het ging dan vooral om mensen die vanuit het heidendom zich bij de christelijke gemeente voegden en dan ook gedoopt werden. Zo was het bijvoorbeeld in de tijd van Augustinus, circa 400 na Christus. Men richtte zich dan, met het verzoek om bij de gemeente ingelijfd te worden, bij een ouderling of diaken. Steevast werd dan door de ambtsdrager gevraagd welk beroep zo iemand uitoefende. Als iemand een toneelspeler, zwaardvechter of hardloper was, werd hij niet geaccepteerd. Naar onze tijd vertaald, zouden we kunnen stellen dat iemand die opgaat in sport, spel en leeg amusement ten diepste geen belijdenis kan doen. Eén is uw Meester.

De catechumenen, zoals die kandidaten werden genoemd, werden kort onderwezen in de leer van de kerk en ook op het persoonlijk geloof bevraagd. Dan moest men, afhankelijk van de persoon, 1 tot 3 jaar trouw meeleven met de gemeente. Daarna kreeg men, tien weken voor Pasen, zeven weken catechese: vijf maal drie uur per week. De eerste vijf weken werden besteed aan de kennis van de Heilige Schrift, de zesde week over de doopbelijdenis (waarschijnlijk de twaalf artikelen) en in de zevende week ging het om de herhaling van hetgeen men had geleerd.

Vormsel en Confirmatie

Toen Europa gekerstend was, iedereen in principe gedoopt was en het Rooms-Katholicisme zijn invloed deed gelden, kwam het vormsel of de confirmatie in zwang. Dit sacrament moest de doop met de Heilige Geest voorstellen. Luther noemde dat in zijn tijd ‘apenspel’. Voor hem werd de confirmatie zoiets als een examen in de geloofsleer.

Dordtse Kerkorde en de Vereisten voor het Avondmaal

In de Dordtse Kerkorde lezen we in artikel 61 dat men niemand tot het Avondmaal des Heeren zou toelaten dan die, naar de gewoonte der kerk waarbij hij zich voegt, belijdenis der gereformeerde religie gedaan heeft, mitsgaders getuigenis hebben van een vrome wandel.

Met alle nadruk wordt uitgesproken dat belijdenis afleggen betekent, belijdenis des geloofs te doen en niet belijdenis van de waarheid zonder meer. Een kerkenraad die bij het afnemen van en het toelaten tot de openbare belijdenis tevreden is met de verklaring van een historisch geloof, is in strijd met de uitspraken van Gods Woord en de grondslagen der gereformeerde leer. In ieder geval dient er bij het belijdend lid iets te zijn van wat we in zowel het doop- als avondmaalsformulier lezen: ‘het mishagen aan zichzelf, het zoeken van de zaligheid buiten zichzelf in een Ander en het leven te versieren met een godzalige levenswandel’.

Verplichtingen van het Verbondsvolk

Met Ds. L. In Israël behoorde de besnijdenis en het Pascha tot de verplichting van het verbondsvolk, zoals we lezen in Genesis 17:4 en Numeri 9:13. Doop en Avondmaal hebben die plaats ingenomen. Daar dient de hoogste ernst mee gemaakt te worden. Belijden houdt veel in. Niet belijden houdt evenzeer veel in.

Belijdenis op Ebal en Gerizim

Tenslotte willen we nog op iets anders wijzen met betrekking op het doen van openbare belijdenis, namelijk het doen van belijdenis op Ebal en Gerizim. Daar wees met name Ds. J. van Sliedregt (1914-1973) op. Het hele volk Israël diende te erkennen verbondskind te zijn en zowel het amen op de vloek als op de zegen uit te spreken.

Voor en na de belijdenis zal er een persoonlijk gesprek worden gevoerd. Ook de ouderen, waarvan er gehuwd zijn en zelfs kinderen ten doop hielden, zijn er die nog nooit belijdenis deden. Dat is geen goede zaak. ‘Een iegelijk dan, die Mij belijdt voor de mensen, dien zal ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochenen zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is’.

De Hervormde Kerk van Elspeet: Een Historisch Monument

ELSPEET - Boeven en dronkaards die werden opgesloten in het cachot van de Hervormde Kerk in Elspeet moeten het niet gemakkelijk hebben gehad. Het gaat om een zeer klein hokje waarin amper iemand kon liggen. Koster Dirk Jan Hop toont de grote sleutel die aan de deur van het cachot hangt.

Opmerkelijk zijn de vele inkervingen in het hout rondom het cachot. Die duiden erop dat ook anderen zich wel eens ophielden in de ruimte rondom het kleine hokje; verliefde stelletjes mogelijk. In de deur is nog steeds een vierkant gat met spijlen te zien. Dat gaf de veldwachters de mogelijkheid om te kijken of de opgesloten persoon de roes al had uitgeslapen of om wat eten door aan te geven.

Foto van het cachot in de Hervormde Kerk van Elspeet met de grote sleutel.

De Toren en de Klokken

Een zeer verweerde houten trap leidt naar de toren. Op de eerste verdieping is een inscriptie te vinden die aangeeft dat de klokken in oorlogstijd niet uit de toren mogen worden weggenomen. De klokken luiden nog steeds om de kerkdiensten aan te kondigen. De klokken luiden ook bij het overlijden van inwoners. Koster Hop vertelt dat het bij vrouwen gaat om tweemaal twaalf kleppen en bij mannen om driemaal twaalf kleppen. Bij het overlijden wordt er daarna nog eens vijf minuten geluid, bij de begrafenis tien minuten.

Voor de komst van het huidige gebouw stond er in 1295 al een kapel in Elspeet, bestaande uit een wit gedeelte en een toren. De toren stortte in 1790 in tijdens een kerkdienst, maar wonder boven wonder raakte niemand gewond. Omdat de toren laag van model was, bleven de klokken bewaard. Het betreft drie klokken, de oudste uit 1612.

Foto van de toren van de Hervormde Kerk van Elspeet met de klokken.

Rijkdom, Reformatie en Predikanten

De inwoners die in de begintijd de kerk bezochten, waren rijk. De bevolking bedacht het spreekwoord ‘Wij hebben geen edelman noch bedelman.’ Maar de rijkdom duurde niet lang. In 1841 deed de armenbus de intrede in de kerk. In 1590 kwam de Reformatie en werd de pastoor afgezet. Het duurde daarna nog vier jaar voor Johannes Antonie zijn intrede deed als predikant, waarmee voor de Elspeters een nieuw tijdperk aanbrak. Hij en alle opvolgers staan op twee borden in de kerk. Overigens konden de meeste predikanten in de begintijd niet rondkomen van het kerkelijk salaris.

De Preekstoel en de Kanselbijbel

Bijzonder is dat er ook een deur inzit voor de plek wordt bereikt vanwaar de predikant de gemeente toespreekt. De preekstoel is helemaal met de hand gemaakt. Op het klankbord staat de tekst ‘Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan.’ De kanselbijbel is uit 1702. Tijdens de restauratie van de bijbel is er vooral aandacht besteed aan de hoeken waar de predikanten de bladzijden omslaan. Deze waren vaak afgebrokkeld. Ook vandaag de dag vinden veel gemeenteleden het prettig wanneer predikanten de oude kanselbijbel gebruiken.

Afbeelding van de preekstoel met de oude kanselbijbel in de Hervormde Kerk van Elspeet.

Het Koperen Busje aan de Preekstoel

Bijzonder is het koperen busje dat aan de preekstoel hangt. Koster Hop denkt dat de inhoud wellicht voor de armen was, maar met zekerheid weet niemand het te zeggen, al is iedereen het er wel over eens dat het busje moet blijven hangen. Overleden voorganger Van der Zande van de huidige koster wist te vertellen dat de doopouders aan het eind van de doopplechtigheid altijd een dubbeltje in de bus deden. Van der Zanden stopte later gevonden geld na de diensten op zondag in het busje. Aan het eind van het jaar werd het geleegd en aan de kerkrentmeester overhandigd. Ook nu doet het busje nog dienst. Hop heeft de gewoonte van voorganger Van der Zande overgenomen: gevonden geld in het busje doen, inclusief de munten die tegenwoordig worden uitgegeven en vooraf kunnen worden gekocht.

Kroonluchters en Avondmaalzilver

Hop wijst op twee kroonluchters die zeer oud zijn. Tweemaal per jaar worden ze uit elkaar gehaald en opgepoetst om daarna weer in elkaar te worden gezet. Het zijn niet alleen zware kroonluchters; het in elkaar zetten is een flinke klus. In de consistorie is nog een deel van het Avondmaalzilver te vinden. Hierbij behoren ook bekers uit 1729 die nog steeds worden gebruikt.

Gedetailleerde foto van de oude kroonluchters in de Hervormde Kerk van Elspeet.

Collectezakken en Verbouwingen

Het oog van iemand die achter de preekstoel kijkt, wordt gelijk getroffen door een flink aantal collectezakken. In het verleden hadden de collectanten handschoenen aan om zo de stok soepel door de handen te laten glijden. De verbouwingen aan de kerk zijn wel ten koste gegaan van historische zaken. Zo zijn de donkergroene, fluweelachtige gordijnen vervangen door witte lamellen. De estriken op de vloer hebben plaatsgemaakt voor tegels uit de twintigste eeuw. Omdat een aantal mensen overtuigd waren van de historische waarde, hebben een aantal estriken een plaats in de hal gekregen. Ook enkele grafstenen die vooraan in de kerk lagen, zijn weggehaald. De stenen waren gebroken, de tekst niet meer te lezen.

Zittende en Staande Gemeenteleden

Opvallend mag worden genoemd dat lang niet iedereen altijd heeft kunnen zitten tijdens de diensten. Een deel van de gemeente kon door de groei van het aantal leden maar zitten, anderen moesten staande de preek aanhoren. Die mensen stonden onder de toren. Dat ze niet altijd alleen maar naar de preek luisteren, blijkt uit de houten wanden en houten deuren. Deze zijn blijven zitten tijdens verbouwingen. Later werd er gewisseld: wie zat, moest gaan staan; wie stond, mocht gaan zitten. Dat maakt dat één persoon nooit het jaartal 18 heeft kunnen afmaken.

Mensen blijken nog steeds geïnteresseerd in de geschiedenis van de kerk.

tags: #binnen #kijken #in #hervormde #kerk #elspeet