Dr. Alfred Bronswijk promoveerde op dinsdag aan de Radboud Universiteit Nijmegen met zijn proefschrift getiteld "God en zijn beelden. Protestantse theologie & visuele zingeving: een oriëntatie". Dit omvangrijke werk, dat bijna 600 pagina's telt, neemt de lezer mee op een reis door de geschiedenis van het beeldverbod in het Oude Testament, de ontwikkelingen binnen de Vroege Kerk, de Middeleeuwen en de Reformatie, om uiteindelijk te eindigen bij het werk van moderne theologen die zich op het snijvlak van kunst en religie bewogen.

Van Predikant tot Beeldtheoloog
Bronswijk, die jarenlang predikant was van de Protestantse Kerk in Nederland in Zwolle, heeft altijd een bijzondere affiniteit gehad met beeld en iconografie. Hij beschrijft tekenen als zijn "grote vreugde". Hoewel hij theologie studeerde, was het niet met het primaire doel om predikant te worden. Het viel hem op hoe weinig visuele elementen er in de kerk te zien waren, afgezien van de predikant op de kansel. Ook fascineerde hem de ontwikkeling van het protestantisme tot een schijnbaar beeldloos "clannetje" binnen de bredere kerkgeschiedenis. Hij merkt op dat een reis van west naar oost aantoont dat het protestantisme een uitzondering vormt in de wereldkerk.
De Oorsprong van het Beeldverbod
De vraag hoe deze ontwikkeling tot stand is gekomen, beantwoordt Bronswijk door te suggereren dat het beeldverbod uit Exodus 20 te absoluut is geïnterpreteerd. Volgens hem ligt de bakermat van dit verbod niet zozeer in de Exodustijd zelf, maar in de latere ballingschapsperiode. Dit verbod was gericht tegen onder andere de kalverendienst van Jerobeam en de afgoderij van de omringende volkeren. Bronswijk stelt dat Israël wel degelijk religieuze beelden kende, waarschijnlijk ook binnen de dienst aan Jahweh. De Vroege Kerk kende eveneens een overvloedig gebruik van beelden, met afbeeldingen van Christus, Maria en andere heiligen. De focus lag niet op het verbieden van afbeelden, maar op het voorkomen van verering, zeker toen dit extreme vormen begon aan te nemen.
De Wending in de Reformatie
Bronswijk constateert dat er een wending plaatsvond tijdens de Reformatie, maar niet zozeer bij Luther als wel bij zijn voormalige medestrijder Karlstadt en met name bij de Zwitsers-Geneefse reformatoren. Zwingli en Calvijn stonden onder invloed van Erasmus en het humanisme, waarbij het woord en de tekst centraal stonden. Dit leidde tot een nieuw denksysteem dat genade direct koppelde aan sola Scriptura, alleen de Schrift. Hieruit ontstonden uitdrukkingen zoals het spreken over 'stomme beelden', zoals vermeld in de Heidelbergse Catechismus.
Het Visuele Geloof en de Opkomst van de Letter
Volgens Bronswijk heeft de Reformatie het kind met het badwater weggegooid. Vóór de Reformatie was het visuele, het zien, van enorm belang voor het geloof. In de zestiende eeuw vond er een natuurwetenschappelijke omwenteling plaats die de klassieke opvatting dat zien de hoogste intellectuele activiteit was, beëindigde. Het gezegde "Wat je ziet, voedt je ziel" was destijds zeer relevant. De gewone burger vóór de zestiende eeuw, die vaak laaggeletterd was, was aangewezen op het beeld. Mensen konden uren mediteren voor een schilderij van Christus, zonder dat dit met afgoderij te maken had, hoewel sommige theologen in de Middeleeuwen wel waarschuwden voor excessen.

De Reformatie, zo stelt dr. Bronswijk, heeft alles te maken met het Gutenberg-tijdperk, waarin de letter plotseling van belang werd. De Reformatie was in feite een media-event. We staan echter nu aan het begin van een nieuw visueel tijdperk, waarin de letter erodeert, zoals Bronswijk observeert bij zijn kleinkinderen. Bibliotheken moeten zich inspannen om zichzelf te positioneren. Bronswijk erkent de gevaren van de huidige beeldcultuur.
Het Kruis: Een Symbool met een Bewogen Geschiedenis
Alfred Bronswijk, die zich heeft ontwikkeld tot een specialist in de zogenaamde "beeld-theologie", de theologie die afgeleid kan worden uit religieuze beeldende kunst, heeft ook een boek geschreven over de symboliek en kunst van het kruis. Het kruis is hét centrale christelijke symbool, maar dat is niet altijd zo geweest. Ver vóór de geboorte van het christendom was het al een universeel symbool, en het duurde zeker 350 jaar voordat de christelijke versie publiekelijk ingang vond. De 82-jarige theoloog toont dit aan in zijn boek "Het Kruis. Biografie van een Symbool".

In zijn boek gaat Bronswijk, die onder meer gemeentepredikant is geweest in Zwolle-Berkum, in op de voorchristelijke wortels van het kruis. Hij beschrijft de manier waarop de Romeinen de kruisiging toepasten. De waardering van het kruis bleef daarna een discussiepunt, met name tussen katholieken en protestanten. Het beeld - al dan niet met de Christusfiguur - kon symbool staan voor diepe spiritualiteit, maar werd ook misbruikt, bijvoorbeeld door de kruisvaarders. Bronswijk wijst tevens op het antisemitisme in de kruiskunst.
Het boek "Het Kruis. Biografie van een Symbool" brengt de bewogen geschiedenis van dit symbool dichterbij, niet alleen aan de hand van de vele verschijningsvormen in de kunst, maar ook door de theologische gedachten achter deze verschillende uitingen te belichten. Het boek, uitgegeven door Kok/Boekencentrum in Utrecht, telt 256 pagina's en is geïllustreerd met zwart-wit en kleurenafbeeldingen.