In 1588 zette Spanje met de Spaanse Armada, de tot dan toe grootste vloot ooit, koers naar Engeland met als doel het land een duidelijk signaal af te geven: Spanje was superieur. Deze expeditie, bestaande uit 137 schepen met 35.000 man, faalde jammerlijk. De oorzaken van dit debacle liggen diep geworteld in de politieke en religieuze spanningen van de 16e eeuw, die leidden tot de vorming van de Anglicaanse Kerk en de voortdurende strijd tussen Spanje en Engeland.

De Achtergrond: Religieuze en Politieke Conflicten
De achtergrond van de Spaanse Armada is onlosmakelijk verbonden met de religieuze omwentelingen in Engeland en de bredere Europese context van de Reformatie. Na de dood van de negenjarige koning Edward VI in 1553, die het protestantisme in Engeland had bevorderd, nam zijn halfzus Mary Tudor de troon over. Zij trachtte het katholicisme met harde hand te herstellen, wat haar de bijnaam 'Bloody Mary' opleverde. De steun van haar neef, Filips II van Spanje, verzekerde haar positie, hoewel een huwelijk tussen hen op verzet stuitte.
Na Mary's dood in 1558 volgde haar halfzus Elizabeth I haar op. De katholieke kerk erkende haar echter niet als rechtmatige vorst vanwege de breuk met Rome die haar vader, Hendrik VIII, had veroorzaakt. Elizabeth, een fervent protestant, schafte de wetten tegen religieuze andersdenkenden af, maar verklaarde iedereen die geen Engelse protestant was tot tweederangsburger. Deze religieuze scheiding en de politieke onrust in de Nederlanden, waar de opstand tegen Filips II escaleerde, droegen bij aan de groeiende spanningen met Spanje.
Engeland onder Elizabeth I steunde actief de Nederlandse opstandelingen en sloot verbonden met tegenstanders van Spanje, zoals Marokko. Daarnaast concurreerden Spanje en Engeland op zee, met name in West-Indië, waar Engelse kapers zoals John Hawkins en Francis Drake de Spaanse monopolies aantastten. De steun van Elizabeth aan de hugenoten in Frankrijk, via het Verdrag van Nonsuch in 1585, werd door Filips II als een oorlogsverklaring beschouwd. Deze combinatie van religieuze, politieke en economische factoren leidde uiteindelijk tot de beslissing om in 1588 de Spaanse Armada uit te sturen.
De Oprichting van de Anglicaanse Kerk
De oorsprong van de Anglicaanse Kerk ligt in de zestiende eeuw, gedreven door een combinatie van religieuze, politieke en persoonlijke motieven van koning Hendrik VIII. Hoewel aanvankelijk een fel tegenstander van de Reformatie en zelfs bekroond met de titel 'Verdediger van het Geloof' door de paus, veranderde zijn standpunt toen hij er niet in slaagde een mannelijke erfgenaam te krijgen uit zijn huwelijk met Catharina van Aragon. Gedreven door de wens naar een zoon en de overtuiging dat God hem strafte voor zijn 'zondige huwelijk', verzocht Hendrik de paus om nietigverklaring van zijn huwelijk.
De paus weigerde dit echter, deels onder druk van keizer Karel V, de neef van Catharina van Aragon. Dit leidde tot de breuk met Rome en de oprichting van de Anglicaanse Kerk, waarbij Hendrik zichzelf tot hoofd van de kerk in Engeland installeerde. Thomas Cranmer, benoemd tot aartsbisschop van Canterbury, bewerkstelligde de nietigverklaring van het huwelijk met Catharina en verklaarde het huwelijk met Anna Boleyn, waarmee Hendrik in het geheim was getrouwd, geldig. De Act of Supremacy in 1534 formaliseerde de koning als hoogste autoriteit van de Kerk van Engeland.

Theologisch bleef de Anglicaanse Kerk conservatief, met behoud van katholieke sacramenten. Onder invloed van Thomas Cromwell werden echter de Engelse kloosters ontbonden om rijkdommen te vergaren en land onder de hogere klassen te verdelen, wat hen bond aan de Tudor-dynastie en de nieuwe kerk. Deze veranderingen leidden tot verzet, zoals de Pilgrimage of Grace in 1536, die echter werd neergeslagen.
Tijdens het korte bewind van Eduard VI (1547-1553) werden verdere protestantse hervormingen doorgevoerd, waaronder de vereenvoudiging van de liturgie en de publicatie van het Book of Common Prayer. Maria I (1553-1558) trachtte Engeland echter weer katholiek te maken, wat leidde tot de vervolging van protestanten. Pas onder Elizabeth I (1558-1603) vond de definitieve vestiging van de Anglicaanse Kerk plaats. Elizabeth koos voor een gematigde koers, een middenweg tussen katholicisme en puriteins extremisme, en noemde zichzelf 'Supreme Governor' van de kerk. Diensten werden in het Engels gehouden, geestelijken mochten trouwen, maar de kerk behield een hiërarchische structuur met bisschoppen en rituelen die de katholieke dienst deden denken.
De Planning en de Reis van de Armada
De oorspronkelijke planning van de Spaanse Armada was ambitieus: de vloot moest de Zuid-Engelse kust aanvallen en het leger van Alexander Farnese, de hertog van Parma, uit de Nederlanden overbrengen om Engeland te veroveren. Dit plan was echter vanaf het begin gecompliceerd. Farnese zelf uitte twijfels over de haalbaarheid, met name over het uitschakelen van de Nederlandse blokkadevloot en de staat van zijn verzwakte leger.
De keuze voor Alonzo Pérez de Guzmán, de hertog van Medina-Sidonia, als admiraal van de Armada werd door velen als onverstandig beschouwd. Medina-Sidonia had geen zee-ervaring en leed aan zeeziekte. Desondanks vertrok de vloot, bestaande uit 137 schepen, op 11 mei 1588 uit Lissabon. De reis werd echter direct geplaagd door tegenslag. Een zware storm dreef de schepen uiteen en veroorzaakte schade, waardoor een reparatiepauze in La Coruña noodzakelijk was.

Bij aankomst voor de Engelse kust hield de Armada een defensieve formatie aan. De Engelse vloot, kleiner maar wendbaarder en met zwaardere kanonnen, voerde aanvallen uit. Het plan om de Nederlandse blokkade te doorbreken en contact te maken met Parma's leger mislukte. Communicatieproblemen tussen Medina-Sidonia en Parma, die nog niet klaar was om te verschepen, waren cruciaal. In de nacht van 7 op 8 augustus lanceerden de Engelsen een aanval met branders, wat paniek veroorzaakte in de Spaanse linies. De daaropvolgende Slag bij Grevelingen, hoewel tactisch onbeslist, dwong de Armada tot een terugtrekking.
De Nederlaag en de Gevolgen
Gedwongen door het slechte weer en de blokkade door Nederlandse schepen, besloot Medina-Sidonia tot een terugtocht via het noorden, rond Schotland en Ierland. Deze route werd echter een ramp. De Armada leed zware verliezen door stormen, gebrek aan voedsel en water, ziekte en voortdurende Engelse aanvallen. Van de oorspronkelijke 137 schepen keerden er naar schatting slechts 67 terug in Spanje, met een verlies van minstens tweederde van de bemanning.
De nederlaag van de Spaanse Armada was een enorme klap voor Spanje en een belangrijke overwinning voor Engeland. Hoewel de oorlog nog jaren voortduurde, zag Filips II af van het gewelddadig opleggen van het katholicisme in Engeland. De overwinning droeg bij aan het ontstaan van een David en Goliath-legende in Engeland en versterkte de positie van de Anglicaanse Kerk. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vierde de overwinning eveneens, wat de weg vrijmaakte voor hun eigen opkomst.
De oprichting van de Anglicaanse Kerk en de mislukte invasie van de Spaanse Armada markeerden een keerpunt in de religieuze en politieke geschiedenis van Europa. De kerk bleef zich intern en extern ontwikkelen, en verspreidde zich uiteindelijk wereldwijd. De strijd tussen Spanje en Engeland, deels voortkomend uit religieuze verschillen, had een blijvende impact op de machtsverhoudingen in Europa en de koloniale expansie.