Introductie van Praktijkgerichte Programma's
Het Calvijn College in Goes heeft een nieuw praktijkgericht programma geïntroduceerd, dat inspeelt op de vraag vanuit het bedrijfsleven en zorginstellingen, evenals op de behoefte van leerlingen die behoefte hebben aan meer praktijkgerichte leerervaringen. Dit initiatief biedt leerlingen de kans om theorie direct toe te passen in de praktijk, wat leidt tot een betere voorbereiding op vervolgopleidingen en een weloverwogen keuze voor de toekomst.
De invoering van deze nieuwe richting werd met enthousiasme ontvangen door de leerlingen. "Het is sowieso al leuk dat er praktijk is. Dat heb je niet op de havo, behalve bij beeldende vorming en gym," aldus een van de leerlingen. Een ander deelt deze mening: "Ik ben heel blij dat er nu ook zorg is, want ik wil later graag voor mensen zorgen die dat zelf niet kunnen."
Het programma stelt leerlingen in staat om al in de laatste jaren van de havo de basisvaardigheden voor een zorgopleiding aan te leren. "Het mooie van het praktijkgerichte programma is dat we eerst theorie krijgen en dat later in de week meteen kunnen toepassen," legt een leerling uit. Dit geldt ook voor leerlingen die nog niet zeker zijn van hun toekomstige carrièrepad. "Het is mooi om nu al met de praktijk bezig te zijn. Maar ook als je dat nog niet goed weet, valt dat met het praktijkgerichte programma (pgp) te ontdekken."

Verschillende Praktijkgerichte Richtingen
Naast het programma zorg, biedt het Calvijn College ook praktijkgerichte programma's aan in de sectoren techniek, economie en educatie. Deze diversiteit stelt leerlingen in staat om breed georiënteerd te blijven en verschillende werkvelden te verkennen.
Voor leerlingen die interesse hebben in de economische sector, biedt het programma de mogelijkheid om praktische ervaring op te doen met ontwerpen. "Ik ga kijken hoe het is in de economische sector. Ik ben nu aan het ontwerpen. Eerst een moodboard en daarna maak ik een ontwerp," vertelt een leerling die samen met haar stagebegeleider de kleuren en materialen voor haar ontwerp bespreekt. Deze praktische aanpak wordt gewaardeerd, aangezien het leidt tot een tastbaar resultaat, in tegenstelling tot enkel een cijfer voor een toets.
De samenwerking met het werkveld is essentieel voor het succes van deze programma's. Bedrijven profiteren ook van de inbreng van stagiairs: "Het is ook leerzaam voor ons om die leerlingen over de vloer te hebben. Ze brengen nieuwe inzichten mee en kijken op een andere manier naar ons bedrijf."
Samenwerking met het Hoornbeeck College
Voor het praktijkgerichte programma zorg werkt het Calvijn College nauw samen met het Hoornbeeck College. Deze samenwerking is tot stand gekomen vanuit de vraag vanuit het werkveld en de wens van leerlingen om zich te oriënteren op zorggerelateerde vervolgopleidingen. Het Hoornbeeck College, dat over de benodigde faciliteiten beschikt, verzorgt de theorielessen op het Calvijn College. Eenmaal per week gaan de leerlingen naar het Hoornbeeck College om de opgedane kennis in de praktijk toe te passen.
Deze samenwerking biedt ook voordelen op het gebied van stageplaatsen. Het Calvijn College kan gebruikmaken van de bestaande contacten van het Hoornbeeck College met zorginstellingen, wat de stagebemiddeling vergemakkelijkt. Zorginstellingen hebben positief gereageerd op deze nieuwe richting en zijn bereid stageplaatsen aan te bieden.
Historische Context van Praktijkgericht Onderwijs
Het concept van praktijkgericht onderwijs op het Calvijn College kent een geschiedenis die bijna tien jaar teruggaat. Oorspronkelijk gestart onder de naam 'vakhavo', ontstond het idee uit gesprekken tussen onderwijsvertegenwoordigers en het bedrijfsleven over hoe het onderwijs beter kon aansluiten op de praktijk. Dit leidde tot de ontwikkeling van een praktijkgerichte havo techniek.
Het doel was om recht te doen aan de "intelligente doener", een type havoleerling dat gedijt bij praktische toepassingen. Na goedkeuring van het ministerie kon de school starten met dit innovatieve programma. Vanwege het succes werden in de loop der jaren de richtingen economie en educatie toegevoegd, en dit schooljaar ook zorg. Inmiddels is praktijkgericht onderwijs een officieel vak geworden waar leerlingen examen in kunnen doen, en het wordt op meer dan 250 scholen in Nederland aangeboden.
Structuur van het Praktijkgerichte Programma
Het praktijkgerichte programma wordt aangeboden vanaf de vierde klas van de havo. Leerlingen volgen een dagdeel per week theorie- en praktijklessen, die dienen als voorbereiding op een stage in het vijfde leerjaar. Tijdens deze stage werken leerlingen een volle dag per week bij een bedrijf, instelling of school om praktijkervaring op te doen.
De leerlingen kijken nu al uit naar de stages. "Ik heb al eens een dagje meegelopen op de kinderafdeling van het Adrz en dat vond ik toen al heel leuk," deelt een leerling. Het aan- en uittrekken van steunkousen, dat in het begin wellicht wat moeizaam ging, verloopt inmiddels vlotjes, wat aantoont dat oefening kunst baart.
"Het is wel les, maar het is ook anders omdat je echt met iets bezig bent," vat een leerling de ervaring samen. De school overweegt het aantal praktijkgerichte richtingen verder uit te breiden, met het idee om de volledige havo praktijkgericht te maken. Dit zou de invoering van diverse modules, zoals muziek, kunnen omvatten, om zo alle leerlingen een meer praktijkgerichte opleiding te bieden.
De nieuwe kerndoelen, hoe begin je? • De Nieuwe Kerndoelen #10
De Techniekhavo: Een Innovatief Concept
Het Gilde Vakcollege Techniek in Gorinchem onderscheidt zich door het aanbieden van de techniekhavo, een onderwijsconcept dat tien uur techniek per week en extra stages omvat. Dit programma is bedoeld om leerlingen die een havo- of vwo-advies hebben, maar ook een sterke affiniteit met techniek, voldoende uitdaging te bieden.
De techniekhavo is ontstaan als antwoord op de hoge uitval op de reguliere havo, met name door een gebrek aan motivatie, vooral bij jongens. Dit concept beoogt de scheiding tussen theorie (havo/vwo) en praktijk (vmbo) te doorbreken en leerlingen al op jonge leeftijd in contact te brengen met potentiële werkgevers.
Uitdagingen en Oplossingen in het Techniekonderwijs
De havo kampt met uitval, waarbij 42% van de leerlingen in vijf jaar een havodiploma behaalt en veel leerlingen blijven zitten. Jongens hebben het hierbij extra lastig. De Onderwijsinspectie wijst op diverse oorzaken, waaronder de diversiteit in bovenbouwklassen, een gebrek aan motivatie en studievaardigheden.
De techniekhavo pakt deze problemen aan door leerlingen tien uur per week intensief met techniek bezig te laten zijn. Ze leren lassen, zagen, boren, programmeren en ontwerpen. Lessen in algemene vakken worden ingekort om ruimte te maken voor techniek, maar algemene kennis wordt wel geïntegreerd via bijvoorbeeld Engelstalige handleidingen voor ontwerpen.

Samenwerking met het Bedrijfsleven in Techniek
Bedrijven werken actief mee aan het techniekhavo-concept. Zij zien technische havisten als waardevolle toekomstige werknemers en het middenkader. Leerlingen krijgen opdrachten van bedrijven, zoals het ontwerpen van een uitlaat die geluid absorbeert, waarbij ze een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren, een werktekening maken en een begroting opstellen.
Dit project is een experiment, en de eerste resultaten zijn gemengd. Scholen passen hun aannamebeleid aan om beter aan te sluiten bij de doelgroep. De Onderwijsinspectie beschouwt de techniekhavo als een "vernieuwend onderwijsconcept" met een duidelijk plan en positieve samenwerking met het bedrijfsleven. De impact op de lange termijn zal duidelijker worden wanneer de eerste technische havisten examen doen.
Sterk Techniekonderwijs (STO) in Zeeland
Het landelijke project Sterk Techniekonderwijs (STO) is in 2020 van start gegaan met ambitieuze doelstellingen om techniekonderwijs te versterken. De projectsubsidie zal na 2023 worden omgezet in een structurele bijdrage aan de reguliere bekostiging, met een jaarlijkse injectie van ruim twee miljoen euro.
Regionale Projectplannen en Ontwikkelingen
Het projectplan Sterk Techniekonderwijs Zeeland omvat vier deelprojecten, waaronder regionale plannen voor Zeeuws-Vlaanderen, de Oosterschelderegio en Walcheren. In deze regio's werken vo-scholen samen met Scalda en lokale bedrijven aan de projectdoelstellingen.
- Ontwikkeling van het techniekprogramma: Het huidige programma van algemene techniek wordt doorontwikkeld en geïntegreerd in een totaalprogramma tot en met het examenjaar, gerealiseerd in een moderne leeromgeving: het ‘technieklokaal van de toekomst’.
- Aansprekende leeromgeving voor meisjes: Er wordt een omgeving gecreëerd waar meisjes zich uitgedaagd voelen om hun interesses in techniek te ontdekken en te volgen.
- Integraal en interdisciplinair onderwijs: Er wordt ingezet op krachtige leeromgevingen die enthousiasmerend en uitdagend zijn voor leerlingen.
- Samenwerking met het bedrijfsleven: Het project STOZ/Zeeuws Vlaanderen werkt nauw samen met het bedrijfsleven om leerlingen te helpen bij het maken van de juiste studiekeuze.
Verbinding tussen Onderwijs en Bedrijfsleven
De samenwerking tussen scholen en het bedrijfsleven is cruciaal voor het beter laten aansluiten van techniekonderwijs op de praktijk. Investeringen worden gedaan in personeel, professionalisering, innovatie en materialen om de basiskwaliteit te duurzaam te waarborgen en uit te breiden.
Keuzevakken worden geoptimaliseerd en uitgebreid. Voorbeelden hiervan zijn het keuzevak meubelstoffering als vervolg op meubel maken, en het keuzevak koudetechniek, ingegeven door de vraag uit de regio en de ontwikkelingen rondom energietransitie. Ook de ontwikkeling van innovatieve technieken en didactiek staat centraal, met aandacht voor CNC-technieken, lasersnijden en het gebruik van lassimulatoren.

De Vakhavo: Praktische Vaardigheden voor de Toekomst
De vakhavo is een programma dat havoleerlingen een praktische basis biedt in techniek. Het doel is niet om van havisten directe vakmensen te maken, maar om hen inzicht te geven in technische processen en hen voor te bereiden op een technische vervolgopleiding op hbo-niveau.
Leerlingen in de vakhavo worden aangesproken op havoniveau en krijgen meer theoretische verdieping dan in het vmbo. Ze oriënteren zich breed en doen in de bovenbouw praktijkopdrachten op mbo-niveau. Hoewel ze na de vakhavo nog niet direct geschikt zijn voor de arbeidsmarkt, beschikken ze wel over praktische basisvaardigheden, inzicht in materialen en machines, en kennis van de bedrijfscontext.
De vakhavo speelt in op de behoefte van leerlingen die "doeners" zijn en opbloeien bij praktisch leren. Door een praktisch programma toe te voegen aan de havo, wil de school een goede basis leggen voor een toekomst in de techniek en leerlingen motiveren.
