In de 16e eeuw ontstond er aanzienlijke onrust binnen de christelijke wereld, grotendeels aangewakkerd door de kritiek van de Duitse monnik en theoloog Maarten Luther op de Rooms-Katholieke Kerk. Deze kritiek leidde tot de geboorte van een nieuwe geloofsovertuiging: het protestantisme. Onder de vele volgelingen van Luther bevond zich ook Johannes Calvijn.
Luther ontdekte dat priesters de gelovigen op bepaalde punten misleidden en dat bepaalde kerkelijke praktijken niet strookten met zijn interpretatie van het geloof. Een belangrijk punt van kritiek was het concept van aflatenbrieven, die volgens de kerk nodig waren voor de bouw van de Sint-Pieterskerk. Luther was van mening dat Gods liefde niet gekocht kon worden en dat het kopen van aflaten geen strafvermindering mocht opleveren. Op 31 oktober 1517 spijkerde hij een document met 95 stellingen, waarin hij zijn grieven tegen de kerk uiteenzette, op de deur van de kerk in Wittenberg. Dit document verspreidde zich snel en werd door velen gelezen.
Johannes Calvijn: Van Rechtenstudie naar Theologische Leidsman
Johannes Calvijn werd door zijn vader naar Parijs gestuurd met de bedoeling dat hij priester zou worden. Hij studeerde aan het Collège de la Marche, waar hij zich toelegde op de studie van Latijn en Frans, talen waarin hij uitblonk. Later, rond 1527, verhuisde Calvijn naar Orléans en vervolgens naar Bourges om burgerlijk recht te studeren. Deze verandering in studierichting kan te wijten zijn aan de invloed van zijn vader of aan zijn groeiende teleurstelling in de theologie. In Orléans en Bourges kwam hij in aanraking met het humanisme, een stroming die hem aansprak. Hoewel hij onregelmatigheden binnen de kerk opmerkte, bleef hij aanvankelijk trouw aan de kerk.
Na de dood van zijn vader keerde Calvijn in 1531 terug naar Parijs om zijn studie in het humanisme voort te zetten. Zijn ware overtuiging werd duidelijk op Allerheiligen in 1533, toen hij samen met de rector van de universiteit, Nicolaas Cop, verklaarde dat zij achter de Reformatie stonden. Dit markeerde een definitieve breuk met de Rooms-Katholieke Kerk en een toewijding aan de hervorming van het geloof.

De Leer en Organisatie van het Calvinisme
Binnen het calvinisme staat het principe centraal dat God heerst over alle aspecten van het leven en dat de Bijbel als Gods woord het hoogste gezag heeft. Traditioneel zijn ook het idee van de menselijke zondigheid en de predestinatie - het idee dat God vooraf bepaalt wie gered wordt - van groot belang. Calvijn geloofde dat iemands lot, inclusief de bestemming na de dood, reeds bij de geboorte door God was bepaald, en dat de levenswandel hier geen verandering in kon brengen.
Calvijn formuleerde vier belangrijke ambten binnen de kerk: doctores, predikanten, ouderlingen en diakenen. De predikanten bedienen het Woord en de Sacramenten. Volgens Calvijns opvatting bekleedt de ouderling een centrale plaats in het bestuur van de kerk. Aan de ouderling is het opzicht over de levenswandel van de gemeenteleden toevertrouwd, wat hij uitoefent door middel van huisbezoeken. De diakenen hadden volgens Calvijn twee taken: het beheren van de kerkelijke fondsen en het verzorgen van zieken en behoeftigen.
In tegenstelling tot Luther, die geloofde in een goddelijk aangestelde vorst en verzet tegen de vorst afkeurde als verzet tegen God, was Calvijn van mening dat de bevolking in opstand mocht komen en de vorst mocht afzetten indien deze zich als een tiran gedroeg en de eer van God niet verdiende. Ook pleitte Calvijn voor de scheiding van kerk en staat, terwijl Luther juist geen scheiding wenste. Wat betreft de kerkorganisatie, verschilden Luther en Calvijn van mening over de leiding van de kerk. Luther zag bisschoppen als de leiders, terwijl Calvijn een kerkenraad (consistorie) als het hoogste orgaan beschouwde. Deze raad zou moeten bestaan uit gelovigen uit de elite, doctoren, diakens, pastores en ouderlingen.
Calvinisme en de Verspreiding door Europa
De opvattingen van Luther en Calvijn leidden tot meningsverschillen en conflicten. Koningen konden vaak niet toestaan dat er meer dan één godsdienst in hun land werd getolereerd, wat resulteerde in de vorming van katholieke en protestantse landen. De 16e eeuw zag de Nederlanden, het gebied dat nu Nederland en België omvat, onder heerschappij van de Spaanse koning Philips II, een overtuigd rooms-katholiek. Philips II liet protestanten vervolgen, wat leidde tot weerstand. In 1566 kwam een groep Vlaamse protestanten in opstand, wat resulteerde in de Beeldenstorm en de vernieling van katholieke kerken. Dit leidde tot de zending van een groot Spaans leger onder leiding van de hertog van Alva.
Johannes Calvijn (1509-1564) drukte een zwaar stempel op het protestantisme als kerkelijke stroming. Het calvinisme had grote invloed in Frankrijk onder de hugenoten, in Schotland waar John Knox het calvinistische denken verspreidde, in delen van Zwitserland en in de Nederlanden. Ook sloeg de leer aan bij de puriteinen in Engeland en in de Verenigde Staten, waar het calvinisme nog steeds aanwezig is in presbyteriaanse en congregationalistische kerken.
In 1536 verscheen Calvijns invloedrijke werk Institutio Religionis Christianae (Onderwijs in het christelijk geloof), dat hij later bleef aanvullen. Na zijn vestiging in Genève in 1536, keerde hij in 1541 terug en schreef een nieuwe catechismus en kerkorde, die als voorbeeld diende voor andere reformatorische gebieden. In 1559 stichtte hij een academie om predikanten op te leiden.

Calvinisme in de Nederlanden en de Moderne Tijd
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd het gereformeerde geloof, gebaseerd op de leer van Johannes Calvijn, de officiële godsdienst. Tijdens de Synode van Dordrecht (1618-1619) kregen de predikanten die een strenge leer voorstonden de overhand, waardoor het calvinisme een diepgaande invloed op de maatschappij uitoefende. Hoewel andersdenkenden, zoals katholieken, niet direct werden vervolgd, kregen zij niet de vrije ruimte om hun geloof te belijden en moesten zij hun kerken diensten in schuilkerken houden. Hoge maatschappelijke functies werden echter voornamelijk bekleed door calvinisten.
De invloed van Calvijn op de Lage Landen is door de tijd heen soms overdreven, zo stellen hedendaagse theologen en historici. Theoloog Mirjam van Veen suggereert dat zaken die nu vaak als calvinistisch worden bestempeld, eerder terug te voeren zijn op de 17e-eeuwse Nadere Reformatie. Deze beweging zette zich in voor een verdere hervorming van de Nederlandse samenleving en pleitte voor een verinnerlijking van de gereformeerde leer, met een nadruk op bekering en een persoonlijk doorleefd geloof.
Ondanks dat Nederland soms als een "calvinistisch landje" wordt getypeerd, is de invloed van Calvijn op de hedendaagse samenleving nog steeds merkbaar. Veel hedendaagse theologen en historici menen dat de invloed van Calvijn op de Lage Landen in de loop der tijd tamelijk is overdreven. De Nederlandse Grondwet leunt nog steeds sterk op calvinistische principes. Abraham Kuyper gaf aan het einde van de 19e eeuw een nieuwe impuls aan het calvinisme met de oprichting van een krant, een politieke partij en de Vrije Universiteit in Amsterdam, die orthodoxe predikanten moest opleiden en de "kleine luiden" moest emanciperen.
Auteurs als Max Weber en Richard Henry Tawney hebben verbanden gelegd tussen de opkomst van het kapitalisme in West-Europa en het calvinisme. Volgens Weber was het kapitalisme niet zozeer hebzuchtig, maar vooral rationeel, ordelijk en gericht op vooruitgang. Het ascetische leven van calvinisten, gekenmerkt door hard werken en beperkt genieten van verdiend geld, zou leiden tot winstgevendheid en investeringen, wat de economische groei stimuleerde.
Hoewel het beeld bestaat dat kunst en calvinisme niet samengaan, was Johannes Calvijn hier niet per se op tegen. Hij beschouwde beeldhouwen en schilderen als "gaven van God", mits de afbeeldingen beperkt bleven tot zaken die men kon waarnemen en tot historiestukken. Hij pleitte wel voor "maathouden" maar erkende dat God met kleding en voedsel niet alleen in levensbehoeften wilde voorzien, maar ook voor vermaak en plezier.
In Nederland is het calvinisme tegenwoordig in een breed kerkelijk spectrum van het protestantisme terug te vinden. Het overgrote deel van de Afrikaanstalige bevolking in Zuid-Afrika en Namibië is aanhanger van het calvinisme, voornamelijk binnen de Nederduitsch Hervormde Kerk van Afrika en de Nederduits Gereformeerde Kerk.
tags: #calvinisme #protestantse #stroming