De geschiedenis van Buurmalsen en de omliggende gemeenten is nauw verweven met de ontwikkeling van de regio en de Hervormde Kerk.
Naamgeving en Vroege Vermeldingen
De plaats Malsen wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde van 12 augustus 850. Hierin deelt Ludger, de tiende bisschop van Utrecht, mee dat graaf Balderik goederen heeft geschonken aan de kerk te Utrecht, waaronder "inter...... Uberan Malsna". In de loop der tijd kende de plaats verschillende benamingen: in 1276-1281 kwam het voor als Burchmalsen, wat mogelijk verwijst naar de burcht 'Ravestein' die hier in de late 13e eeuw werd gebouwd. In 1369 werd het aangeduid als 's Hertogenmalsen, in 1494 en 1512 als Gelremalsen, in 1630 als Geldermalssum en in 1645 en 1654 als Geldermalssen. Later wordt ook Malsen Superior genoemd, wat impliceert dat er ook een Malsen Inferior of Nedermalsen moet hebben bestaan, hoewel dit nergens wordt vermeld.
De benaming Burchmalsen wordt door sommigen niet gelijkgesteld aan Buurmalsen, maar dit is later nader onderzocht en aangetoond door De Fremery en Anspach.
Bestuurlijke en Territoriale Ontwikkelingen
In 1306 kwamen Geldermalsen, Meteren en Wadenooien onder het gericht van de Tielerwaard. In cartularia van Mariënweerd wordt met Malsen steeds Geldermalsen bedoeld, terwijl wanneer de heer van Buren of diens drost genoemd wordt, Malsen steeds Buurmalsen betekent.
Geldermalsen werd vermoedelijk in het eind van de 13e eeuw een burggraafschap. De toen gebouwde burcht 'Ravestein' werd in 1741 beschreven als een door grachten omringd adellijk huis met twee hoge trapgevels en een lage vierkante toren met voor-muur en valbrug.
Archeologische Vondsten
Op het landgoed Bottesteyn werden in 1905 en 1906 diverse Romeinse voorwerpen gevonden, waaronder munten van Claudius, bronzen objecten zoals een kannetje, offerschaal en patera, aardewerk van terra sigillata, glazen fleschjes, een urn met verbrande beenderen, een zwaard en een bijl. Deze objecten dateren uit de periode 50-150 na Chr. en bevinden zich in het bezit van de eigenaar van Bottesteyn.
De Hervormde Kerk van Buurmalsen
De Hervormde Kerk in Buurmalsen, oorspronkelijk gewijd aan Sint Suitbertus, heeft een rijke geschiedenis. Volgens de overlevering zou de kerk op 24 september 696 zijn gesticht door Suïtbertus. De oudste delen van de kerk dateren echter uit de 12e eeuw en maken deel uit van een oorspronkelijk tufstenen zaalkerkje.
In de 14e eeuw werd het kerkje uitgebreid met twee zijbeuken. De met tufsteen beklede toren werd in de 15e eeuw tegen het kerkgebouw geplaatst. Van 1824 tot 1826 onderging de kerk een ingrijpende verbouwing, waarbij de noord- en zuidmuur van het schip deels werden afgebroken en herbouwd. Het koor werd omgebouwd tot consistorie.

In 1980 en tijdens restauratiewerkzaamheden tussen 1982 en 1988 werden 500 jaar oude muurschilderingen (secco's) tevoorschijn gehaald in de kerk en de toren. Deze schilderingen, die rond 1500 zijn gemaakt, werden tijdens de Reformatie overgekalkt. Op een van de schilderingen is Sint Jacobus te zien, wat suggereert dat de kerk op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella lag.
De kerk telde drie vicarieën: het vicariaat van Onze Lieve Vrouwe, het Sint Catharinavicarie van het Huis Reygersfoort, en het Sint Nicolaasvicarie van de familie Ewijck. De kerk behoorde oorspronkelijk met haar tienden toe aan het kapittel van Sint Pieter te Utrecht, dat in 1216 door paus Innocentius III in deze bezittingen werd bevestigd.
Architectuur en Restauraties
De kerk ligt vrij, op de zuidoever van de Linge. Het gebouw bestaat uit een schip met een versmald, 5/8-gesloten koor en een noordelijke zijbeuk. Tegen de noordwesthoek bevindt zich een halfronde traptoren. Een consistoriekamer is opgetrokken in de hoek tussen de noordbeuk en het koor en werd in 1926 verbouwd en vergroot.
De buitenmuren zijn opgemetseld van baksteen met specifieke afmetingen per muurdeel. Het metselwerk van schip en koor is in kruisverband, de toren in staand verband. De tufstenen stijlen van de vensters zijn bij restauratie hersteld. De toren bestaat uit drie geledingen, gescheiden door zaagtandlijsten. Noordbeuk en hoofdbeuk worden gescheiden door achtkante zuilen van baksteen op achtkante basementen met een geprofileerd tufstenen deklijstje.
De overwelvingen van schip en koor zijn nieuw gemetseld tijdens restauraties, gebaseerd op gevonden fragmenten van de oorspronkelijke overwelving uit het midden van de 19e eeuw. De kraagsteentjes van de gewelven in de noordbeuk zijn modern werk. De westwand van de hoofdbeuk is grotendeels van Brohltuf. De vensterdorpels in het koor zijn deels van Baumberger zandsteen, deels van Limburgse mergel. In de oostmuur van de noordbeuk bevindt zich een nis.

De toren wordt beschouwd als het oudste deel van de kerk, met hoeklisenen en dichtgemetselde rondbogige galmgaten die wijzen op een bouwtijd rond het midden van de 13e eeuw. Het bovengedeelte met spitsbogige galmgaten is een latere verhoging, waarschijnlijk in verband met de bouw van een nieuw schip in de 15e eeuw, ter vervanging van een tufstenen kerk. Tegen deze oudere kerk werd omstreeks 1250 een nieuwe bakstenen toren gebouwd. In de loop van de 15e eeuw werd de tufstenen kerk vervangen door een grotere bakstenen kerk, waarbij de toren behouden bleef en werd verhoogd. Uiteindelijk werd het schip vergroot met een noordbeuk.
Het gebouw is in 1931 gerestaureerd door Ir. A.A. van der Waal.
Interieur en Kunstschatten
In het koor bevindt zich een grote, gebeeldhouwde witmarmeren zerk (1684) voor Jacobus van Borssele van der Hooge en Maria van Varick. De zerk toont levensgrote figuren van een edelman in harnas en een vrouw, met een alliantiewapen van Borsselen en Varick in het boogveld.
Voorts bevinden zich in de kerk diverse eenvoudige zerken, waaronder een met de afbeelding van een hand die bloemen houdt, en zerken ter nagedachtenis aan Cornelis Leendertsen (mulder van Geldermalsen, 1662), S. Schook en Y.G.V.B.-K.V.G. (1727), en D.P.
Er zijn twee zestien-lichts koperen kroonluchters, waarvan een met het opschrift "tert v. Malsen ao. 1720" en de andere "Margarita en Jannetje v. Malsen ao. 1720".
Een klok met een middellijn van 1,275 meter draagt het opschrift in gothische minuskels: "Sanctus-merthynus, vocor . anno . dni. m. cccc . LX . Johannes . et. wilhelmus . hoerken . fratres. me ."
Het orgel in de Hervormde Kerk van Buurmalsen werd gebouwd door Nicolaas Antonie Naber en Karel Marinus van Puffelen en in gebruik genomen op 22 augustus 1858. In 1936 werden er diverse wijzigingen aangebracht.

De herontdekte schildering van Jacobus heeft ertoe geleid dat de kerk weer is opgenomen in de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Vroeger konden pelgrims hier overnachten en dienden de afbeeldingen als inspiratie.
De Hervormde Kerk van Meteren
De Hervormde Kerk van Meteren is opgetrokken uit baksteen, uitwendig gepleisterd. Het bestaat uit een eenbeukig schip met een versmald driezijdig-gesloten koor en een vierkante westtoren. De koorvloer bevindt zich boven een grafkelder.
De toren, die mogelijk uit de 14e eeuw dateert op basis van het baksteenformaat, heeft een vlak gemetselde voet. Boven de onderste geleding bevinden zich rondbogige spaarvelden en gekoppelde, segmentvormig getoogde galmgaten. De toren wordt afgedekt door een zaagtandlijst en een pyramidedak.
De oorspronkelijke bouwtijd van schip en koor is door verbouwingen moeilijk te bepalen. De kerk werd in 1837 hersteld of verbouwd, zoals blijkt uit een opschrift op een daklei. De driezijdige koorsluiting is van latere datum.
Aan de preekstoel hangt een opengewerkte koperen lezenaar met het opschrift "C.J. Meteren Anno 1750", een geschenk van de eerste predikant na de splitsing van Est en Meteren.
De kerk bezit een heerenbank uit circa 1720, in 1910 gerestaureerd, met het alliantiewapen van Cornelis van Aerssen en Maria Pauw. Verder is er een groot tiengebodenbord uit 1665 en een klok met een middellijn van 0,88 meter.

Overige Dorpen en Hun Kenmerken
De regio rond Buurmalsen kent diverse dorpen met elk hun eigen historische en stedenbouwkundige kenmerken:
- Geldermalsen: Ontstaan als een gestrekt oeverwaldorp, uitgegroeid tot een streekcentrum. Kenmerkend is het wisselende beeld van kleinschalige en grotere gebouwen, en hoogteverschillen door de Lingedijk.
- Buurmalsen: Van oorsprong een brinkdorp, met bebouwing langs de Rijksstraatweg, vloedschuren en boerderijen op terpen. Het historische dorpsgebied rond de kerk is bescheiden gebleven.
- Tricht: Ontwikkeld langs de Lingedijk, de Bulkstraat en Laan van Crayestein, en de Kerkstraat. De spoorlijn Utrecht â Den Bosch doorsnijdt het dorp.
- Meteren: Ontstaan op een stroomrug ten zuiden van Geldermalsen, oorspronkelijk een esdorp. Kenmerken van linten, kleinschalige percelen en boomgaarden zijn goed bewaard.
- Deil: Kenmerkt zich door een verspreide structuur langs de linten Bulkstraat en Deilsedijk. Het terrein van kasteel Palmestein ligt hier.
- Enspijk: Ontwikkeld rond een brink, met wit gepleisterde kerk en woningen, en karakteristieke bomen rond de kerk.
- Beesd: Een complexer oeverwaldorp, met een gaaf historische kern en een sterk contrast tussen de bebouwde kom en het buitengebied.
- Rumpt: Bestaat uit een langgerekt dijklint en twee polderlinten. Het directe contact met de Linge is typerend.
- Gellicum: Goed herkenbaar als een gestrekt oeverwaldorp, met behoud van de relatie tussen dijkbebouwing en open landschap.
- Rhenoy: Een gestrekt oeverwaldorp met een goed bewaard dijklint en parallelle polderlinten. Huisterpen herinneren aan overstromingen.
- Acquoy: Kenmerkend zijn de scherpe bochten van de dijk, wat zorgt voor doorkijkjes. Het dorp is een beschermd stads- en dorpsgezicht.
- Asperen: Ontstaan als dijkdorp met een stedenbouwkundig patroon van vóór 1850. Omringd door een gerestaureerde stadswal.
- Heukelum: Een stadje ontstaan als dijkdorp met een patroon van voor- en achterstraten. Omrand door stadsmuren en een gracht.
- Spijk: Een langgerekt dijkdorp met lintbebouwing langs de Linge.
- Vuren: Ontwikkeld als een langgerekt dijkdorp langs de Waal, met een latere compacte kern ten noorden van de dijk.
- Hellouw: Ontstaan op een smalle oeverwal, met twee ruimtelijk gescheiden kernen.
- Herwijnen: Een typisch dijkdorp aan de Waal, met een historische kern tussen Waaldijk en Peperstraat.
- Haaften: De kern ligt aan de Waalbandijk en is in noordelijke richting uitgegroeid, met de Dreef als ontwikkelingsas.
- Tuil: De historische kern is opgebouwd uit twee parallelle wegen, de Langstraat en de Sint Antoniestraat-Kortestraat.
tags: #hervormde #gemeente #buurmalsen