Opperdoes, een pittoresk dorpje gelegen onder de rook van Hoorn en Medemblik, kenmerkt zich door een sloot die met oude boerderijen langs het dorp kronkelt. Met ongeveer 2000 inwoners wordt Opperdoes soms vergeleken met Klein-Giethoorn, vanwege de bruggetjes over waterwegen die naar huizen en boerderijen leiden. Het oude treinstation uit 1887, onderdeel van de museumlijn Hoorn-Medemblik, ademt historie en transporteert bezoekers terug in de tijd. De omgeving van het dorp biedt weidse vergezichten.

Karakter en Religieuze Samenstelling
Noord-Holland is een grotendeels geseculariseerde provincie, maar Opperdoes kent, ondanks deze trend, nog steeds een zichtbare religieuze aanwezigheid met enkele kerken. Volgens Wikipedia heeft het dorp "sinds lange tijd een streng-calvinistische inslag", wat het, samen met Andijk, tot een uitzondering maakt in de overwegend rooms-katholieke, gemixte en niet-religieuze regio West-Friesland.
Het dorp telt een kleine gereformeerde gemeente, geïnstitueerd in 1925 met 68 leden, en een protestantse gemeente. De protestantse gemeente houdt haar diensten niet langer in het historische kerkgebouw midden in het dorp, met zijn vijftiende-eeuwse toren, maar in de voormalige gereformeerde kerk aan het Noorderpad. Dit gebouw, gelegen naast D’Ouwe Pastorie, draagt nog het opschrift "Ger. Kerk", een herinnering aan een tijd waarin de burgerlijke gemeente zowel een hervormde als een gereformeerde kerkgemeenschap huisvestte.
De Christelijke Gereformeerde Kerk Opperdoes
De christelijke gereformeerde kerk in Opperdoes telt 325 doop- en belijdende leden. Jan de Lange, voorheen scriba van de kerk, beschrijft de gemeente als een dorpskerk met een sterke regionale functie, waarbij de helft van de leden binnen een straal van twintig kilometer rond Opperdoes woont.
De kerk zelf dateert uit 1902 en is daarmee een van de oudste kerken binnen het kerkverband. De gemeente is ooit begonnen in een schuur, waarna later een kerkgebouw en pastorie werden gerealiseerd om de komst van een predikant mogelijk te maken.
Een Nieuwe Predikant en de Context van de Gemeente
In mei van dit jaar heeft ds. P. A. Kok de vacature vervuld die ontstond na het vertrek van ds. H. K. Sok. Ds. Kok beschouwt de ruim 300 leden als een "mooie omvang", vooral voor een eerste gemeente waar hij als kandidaat intrede deed. Hij contrasteert dit met zijn vorige gemeente in Bunschoten, waar het aantal leden ruim 1300 bedroeg.
"Dat is wel een verschil, maar de context is ook anders", aldus ds. Kok. "In Bunschoten is een groot deel van het dorp kerks. Hier in Opperdoes is zo'n driekwart onkerkelijk. Als je hier als christelijke gereformeerde kerk je leden uit een hele streek vandaan haalt, dan mag je wel concluderen dat de kerk qua percentage in Opperdoes wel erg gering vertegenwoordigd is."

Onderwijs en Geloof in Opperdoes
Kenmerkend voor Opperdoes is de aanwezigheid van één basisschool, genaamd De Wegwijzer. De school stelt zich ten doel "christelijke normen en waarden zichtbaar te maken binnen ons onderwijs." Jan de Lange merkt op dat er in het verleden twee scholen waren, een openbare en een christelijke, maar dat de openbare school is opgeheven. De meeste kinderen volgen nu onderwijs op de christelijke school, hoewel ruim de helft van hen niet naar de kerk gaat.
Ds. Kok benadrukt het belang van het benutten van kansen om "iets te kunnen zaaien, maar doe dat wel in alle bescheidenheid." Hij voegt toe dat "het hele dorp immers op die ene school zit en ook de ouders hebben hun mening over alles en nog wat." De Lange herinnert zich positieve ervaringen met het uitnodigen van basisschoolkinderen om de kerk te bezichtigen, wat tot "leuke gesprekken" leidde.
Uitdagingen en Kansen in een Geseculariseerde Provincie
De vraag hoe men kerk kan zijn in een van de meest geseculariseerde provincies van Nederland en of er sprake is van onverschilligheid bij de bevolking, is een belangrijk thema.
De Lange merkt op dat een deel van de bevolking kritisch staat tegenover het geloof, maar dat de meeste inwoners van Opperdoes "positief-neutraal naar de kerk" kijken. Hij wijst op de deelname van dorpsbewoners aan rommelmarkten voor het goede doel, georganiseerd door de kerk, en zijn eigen gewoonte om iedereen te groeten, "helemaal als ik met mijn zwarte pak zondag naar de kerk ga."
Ds. Kok deelt zijn observaties: "Ik heb natuurlijk nog niet veel gesprekken op het dorp gevoerd, maar recent sprak ik wel iemand die zei: Ik geloof wel, maar ik bid niet. Hij was vroeger kennelijk gereformeerd, maar het zegt en doet hem niets meer. Dus er is toch een stukje onverschilligheid."
De Lange vult aan dat men redeneert: "Alles in het leven gaat evengoed door, met of zonder God. Je moet er zelf wat van maken in het leven." Hij benadrukt echter dat de kerk een "tegenvoorbeeld moet zijn" en dat er binnen de gemeente "met elkaar meegeleefd" wordt. De jeugd is volgens hem "erg betrokken op de verenigingen" en catechisaties worden "goed bezocht." Ds. Kok beschrijft de christelijke gereformeerde kerk in Opperdoes als een "warme gemeenschap."
De Invloed van de Omgeving op Jongeren
De angst dat jongeren afhaken vanwege de vele onkerkelijken in Noord-Holland is reëel. De Lange stelt dat dit "zeker het geval is." Hij legt uit dat op middelbare scholen in Hoorn of Medemblik 80 tot 90 procent van de leerlingen geen kerklid is, en dat vriendschappen vaak met niet-christelijke leeftijdsgenoten worden gesloten. In dit licht vormt de jeugdvereniging een "mooie tegenhanger om vrienden te maken en jongeren bij het geloof te houden."
Ds. Kok waarschuwt voor de "zuigkracht" van de provincie op jongeren, maar benadrukt dat dit ook meer vraagt van de thuissituatie. "Er liggen kansen voor ouders om te laten zien wat het geloof nu eigenlijk voor hen betekent," zegt hij. "Wie hier christen is, is dat ook bewust." Hij voegt eraan toe dat, omdat Noord-Holland al zo lang geseculariseerd is, "je het stadium van vijandigheid ook gepasseerd bent en ontstaat er soms ruimte voor een gesprek."
De Lange ziet de velden in Opperdoes als "wit om te oogsten" en de positie van de kerk als minderheid als een bron van kansen. Hij pleit voor een meer naar buiten gerichte houding: "Op iemand afstappen doen we eigenlijk te weinig. Er is nog te veel schroom. We hoeven hier in Noord-Holland niet ver te gaan om het Evangelie te brengen."
De Identiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken
Ds. Kok legt de betekenis van de naam "Christelijke Gereformeerde Kerken" uit: "wij zijn ‘christelijk’ en ‘gereformeerd’. Beide woorden zijn bijvoeglijke naamwoorden bij ‘kerken’. Wij zijn christelijke kerken omdat we bij de wereldgodsdienst van het christendom horen. En wij zijn gereformeerde kerken omdat we binnen die wereldgodsdienst horen bij de gereformeerde traditie."
Hij vervolgt met de erkenning van de Bijbel als het woord van God en de drie belijdenisgeschriften - de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels - als samenvattingen van de hoofdpunten uit de Bijbel. Deze documenten, geschreven in de 16e en 17e eeuw, zijn specifiek voor kerken binnen de gereformeerde traditie. Daarnaast erkennen de Christelijke Gereformeerde Kerken de oudere belijdenisgeschriften die wereldwijd door christelijke kerken worden erkend.
Historische Ontwikkelingen van het Gereformeerd Protestantisme
De 16e eeuw markeerde de Reformatie, een afscheiding van de rooms-katholieke kerk door een groot aantal christenen, bekend als protestanten. In Frankrijk en Duitsland werden zij "evangelisch" genoemd, en in Nederland "gereformeerd" of "hervormd".
In de 17e en 18e eeuw ontstond de Nadere Reformatie, die meer nadruk legde op de persoonlijke beleving van het geloof, met behoud van de traditie van de 16e-eeuwse Reformatie.
De 19e eeuw bracht veranderingen binnen de grote Nederlandse gereformeerde kerk. Toenemende invloed van Bijbelkritische stromingen en overheidsbemoeienis leidden tot de oplegging van een reglement dat de afspraken van 1618 moest vervangen. Dit was het begin van de Nederlandse Hervormde Kerk. Dit leidde tot protest en de afscheiding van kerken in 1834, onder leiding van Hendrik de Cock in Ulrum. Deze beweging omvatte de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerk onder het kruis.
In 1886 vond de Doleantie plaats, geleid door Abraham Kuyper, die de Nederlandse Hervormde Kerk van binnenuit wilde herstellen. Omdat dit weinig begrip vond, volgde een tweede afscheiding van nieuwe kerken. Aanvankelijk was er sympathie vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken voor deze beweging, maar bezwaren tegen bepaalde opvattingen van dr. Kuyper leidden ertoe dat veel van hen in 1892 met Kuyper meegingen. Deze kerken vormden de Gereformeerde Kerken in Nederland, die eind 2003, samen met de Nederlandse Hervormde Kerk, opgingen in de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland.
Een klein deel van de Christelijke Gereformeerde Kerken koos ervoor zelfstandig te blijven, omdat hun bezwaren tegen de beweging van Kuyper niet werden weggenomen. Zij zetten de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland voort en richtten een eigen opleiding voor predikanten op, de Theologische Hogeschool, die sinds 1919 in Apeldoorn is gevestigd. In 1947 veranderde de naam in Christelijke Gereformeerde Kerken om het verband van plaatselijke kerken te benadrukken.
Na 1892 ontwikkelden de Christelijke Gereformeerde Kerken zich zelfstandig, met een gestage groei van het ledenaantal tot ongeveer 75.000 rond 1985. Sindsdien is er een lichte daling, maar het aantal schommelt nog steeds rond dit getal.
Jeugdwerk en Evangelisatie
Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn vele duizenden jongeren actief met hun geloof, vaak samen met elkaar. De CGJO (Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie) is een van de twee jeugdbonden. Via DJW krijgen jongeren de kans om in contact te komen met christenen uit andere culturen door middel van werkvakanties naar ongebruikelijke bestemmingen.
De Stichting Kampen organiseert jaarlijks zomerkampen voor kinderen en jongeren van 8 tot en met 18 jaar. De Young Eagles zijn hier een voorbeeld van.
tags: #christelijke #gereformeerde #kerk #opperdoes #noorderpad #opperdoes