Jai Jai Sarnaam is een Surinaams lied, dat in mei 1975 werd opgenomen door de zangformatie Opo. Het lied is in het Sarnámi en betekent "Leve Suriname!". Het werd populair op een moment toen de etnische spanningen rond de onafhankelijkheid van Suriname op een onzeker punt waren beland. De melodie is gebaseerd op een oud Indiaas lied: Bande Mataram (Vande Mataram). De tekst is geschreven door Ashokkoemar (Robby) Oeditram (overleden in 2014) en Robby Morroy. De opname vond plaats in de studio van oud-militair Feller aan de Koreastraat in Paramaribo.

Met dank aan Antoon Sang Ajang voor de verstrekte gegevens en de tekst.
Inleiding tot Caraïbische muziek
De gezongen muziek van de Caraïben, die geen puur instrumentale muziek kennen, bestaat uit drie hoofdtypes liederen: begrafenisliederen, feestliederen en sjamanistische liederen. Daarnaast bestaat er een vierde, minder opvallende vorm: liedjes die moeders voor kleine baby's zingen, de pitani walelï. Deze laatste liedjes, soms niet meer dan zangerig uitgesproken zinnetjes, worden door moeders in de intimiteit van een rustig moment gezongen en zijn zelden opgenomen.
Het doel van dit artikel is om de onopvallende, maar toch belangrijke functie van liederen in de Caraïbische samenleving en cultuur bloot te leggen. Op verschillende manieren dragen deze liederen bij aan de status quo in de samenleving.
De Caraïben van Galibi: cultuur en gemeenschap
De dorpen Christiaankondre en Langamankondre, gezamenlijk bekend als Galibi, bevinden zich in de monding van de Marowijne. Ondanks eeuwenlang contact met Europese en Afrikaanse culturen, hebben de bewoners hun eigen culturele identiteit grotendeels weten te bewaren. Dit is vermoedelijk te danken aan het ontbreken van plantages in dit gebied en voldoende hulpbronnen om een stabiel materieel bestaansniveau te handhaven.
Hoewel de Caraïbische cultuurelementen door de eeuwen heen ongetwijfeld geëvolueerd zijn, wonen de bewoners van Galibi in relatief grote dorpen (in 1968 ruim 500 inwoners). Er is echter geen sprake van een volledig geïntegreerde dorpsgemeenschap. Het dorp is ruimtelijk gezien een lange, smalle strook langs de rivieroever, met huizen gegroepeerd in clusters. Deze groepen zijn vaak verwantschapsgroepen, bestaande uit het huis van een ouder echtpaar en de huizen van getrouwde dochters met hun gezinnen. Bij een huwelijk trekt de man bij de groep van zijn vrouw in. Het merendeel van het leven speelt zich af binnen deze verwantschapsgroepen, maar het gezin behoudt binnen deze structuren een aanzienlijke mate van zelfstandigheid.
Een andere eigenaardigheid is dat het dorpshoofd (kapitein), hoewel officieel verantwoordelijk voor orde en rust, niet over middelen beschikt om dorpelingen te dwingen.
Tekst en context: de verschillende soorten Caraïbische liederen
Begrafenisliederen: Kalawasi walelï
Wanneer er iemand is overleden, wordt het lijk in een hangmat dwars in het sterfhuis gehangen. Vrijwel de gehele bevolking verzamelt zich in en om het sterfhuis. Gedurende de hele nacht worden er liederen gezongen en rond het lijk gedanst. Een van de oudere vrouwen treedt op als voorzangster. Zij gebruikt een kalawasi, een ritme-instrument dat bestaat uit een stuk holle boom bespannen met dierenhuid, met een gespannen draad en palmbladsplinter aan één zijde.
De voorzangster begint met neuriën, waarna andere vrouwen en mannen zich bij haar voegen in een kring rond het lijk. Ze gaat over op zingen, waarbij elke zin door de kring wordt herhaald. De dans begint met een subtiele knikbeweging van de knieën. De kring begint te lopen, geleid door de voorzangster die het ritme met de kalawasi aangeeft en voorzingt. De dans evolueert van lopen naar een hink-stapsprong, waarbij de richting regelmatig wordt omgekeerd. De dans wordt steeds wilder, met name bij de mannen die de rechterhand op de linkerschouder van hun voorganger leggen, en eindigt plotseling te midden van rumoer en gelach. Deze nachtwaken worden herhaald tijdens het eerste feest na de begrafenis (aiti dé, soms een week later) en het definitieve rouwopheffingsfeest (epekodono, ongeveer een jaar na de begrafenis).
Kenmerkend voor kalawasi-liederen is dat ze over het algemeen geen vaste tekst hebben. Ze worden geïmproviseerd op basis van gegevens uit het leven en sterven van de overledene. De liederen bevatten, meestal indirect, informatie over de goede en minder goede eigenschappen van de overledene. De mate van improvisatie hangt af van de leeftijd van de overledene (bij jonge kinderen zijn de liederen stereotieper) en de mate waarin men de persoon kende. Hierdoor krijgen kalawasi-liederen vaak een zeer persoonlijk karakter, waarbij de voorzangster haar eigen gedachten kan uiten. Dit persoonlijke element ontbreekt volledig in de alemi.

Feestliederen: Sambula-liederen
In tegenstelling tot de kalawasi-liederen, die door oudere vrouwen worden gezongen, worden sambula-liederen altijd gezongen door mannelijke sambula-spelers. Deze liederen zijn eveneens dansliederen. Wanneer een zanger zijn lied begint, komen de dansers (mannen en vrouwen) na verloop van tijd in een rij voor hem staan met hun gezicht naar hem toe. Ze blijven op hun plaats en de dans bestaat uit een knieknik-beweging, waarbij de dansers hand in hand staan en meezingen. Als het lied is afgelopen, gaan de dansers weer zitten. De trommelspeler begint een nieuw lied, waarna de dansers weer bij hem komen staan. Zo wordt een feest gevuld.
Sambula-liederen worden niet bij specifieke gelegenheden gezongen zoals de kalawasi-liederen; het zijn algemene feestliederen. Veelvoorkomende feesten waar deze liederen worden gezongen, zijn bijeenkomsten na gemeenschappelijke arbeid.
De sambula-liederen combineren kenmerken van zowel alemi als kalawasi-liederen. Er zijn oude teksten die weinig veranderen, maar het lied biedt ook ruimte voor creativiteit en spontane improvisatie. Een voorbeeld van een sambula-lied bevatte verwijzingen naar de reis van de ziel naar de hemel, terwijl een ander lied expliciete kritiek op een dorpshoofd bevatte dat weigerde af te treden.
Caraïbische sambula-zangers zijn meesters in het ter plekke improviseren van liederen over elk willekeurig thema. Dit vermogen wordt versterkt onder invloed van kasili, de alcoholische cassavedrank, die de tongen losser maakt. Bijna elk feest kent improvisatie, met name wanneer er iets lachwekkends gebeurt. Deze gebeurtenissen worden vaak, op indirecte wijze, getransformeerd tot een lied. Vreemdelingen die als gast op een feest aanwezig zijn, kunnen zo, zonder het te beseffen, bezongen worden.
Sjamanistische liederen: Alemi
Het muziekinstrument van de sjamaan (piai in het Sranan, van het Caraïbisch pïyei) is de malaka. De pitjes en met name de steentjes waarmee de malaka gevuld is, hebben een bijzondere betekenis: ze zijn eigendom van specifieke geesten. Wanneer een sjamaan zijn malaka laat klinken, weten de betrokken geesten, die vaak in bepaalde bomen verblijven, dat hun aanwezigheid gewenst is.
Het lied dat met begeleiding van de malaka wordt gezongen, is de alemi. Met uitzondering van de begrafenis van een sjamaan en sommige rituelen waarbij meerdere sjamanen betrokken zijn, zijn alemi's steeds solo's. De sjamaan die in een séance de oorzaak van ziekte probeert te achterhalen, zingt in de beslotenheid van zijn kleine tentje, alleen.
De alemi's zijn een opslagplaats van kennis. Een voorbeeld hiervan is een tekst die een opsomming geeft van verschillende tabakssoorten, een belangrijke plant waarin een machtige geest schuilt en waarvan het sap in sommige geneeswijzen wordt gebruikt. Een ander lied bezingt de relatie tussen leerling-sjamaan en leermeester. Een man die sjamaan wil worden, volgt een korte opleiding waarin hij onder andere een groot aantal alemi's leert en een malaka ontvangt. De alemi's worden doelbewust geleerd, met intensieve instructie gedurende ongeveer een week. Hierdoor bestaat er minder variatie in de geleerde liederen, hoewel er in de loop der jaren wel veranderingen kunnen optreden. Het aantal verschillende alemi's loopt echter in de honderden.
Het sterk persoonlijke element dat kenmerkend is voor kalawasi-liederen, is in de alemi volstrekt afwezig.
Kinderliederen: Pitani walelï
Dit zijn liedjes die door moeders voor kleine baby's worden gezongen. Ze zijn vaak niet meer dan zangerig uitgesproken zinnetjes en worden door moeders in de intimiteit van een rustig moment gezongen, zonder andere aanwezigen. Ze zijn zeer onopvallend en opnamen hiervan zijn moeilijk te maken. Een voorbeeld is het lied over de schildpad die eieren legt; de kleintjes zien hun moeder nooit, maar accepteren dit zonder emotie.

Betekenis en functie van Caraïbische liederen
Caraïbische liederen fungeren als communicatiemiddel, met name om twee aspecten te benadrukken: de uitoefening van kritiek en de accentuering van waarden en kennis.
Kritiek en sociale controle
Liederen dienen als middel om op een bedekte manier kritiek uit te oefenen of om te uiten hoe er over personen gedacht wordt. Dit is vooral merkbaar in kalawasi-liederen (over eigenschappen van overledenen) en bepaalde sambula-liederen (spontaan gecomponeerde commentaren tijdens feesten). Hoewel openlijke afkeuring in de Caraïbische cultuur weinig plaats heeft, bieden liederen een uitlaatklep. Dit geldt met name wanneer de tongen losser worden gemaakt door kasili.
Een voorbeeld is een sambula-lied dat kritiek uitte op een dorpshoofd dat weliswaar aftrad, maar onvoldoende moeite deed om zijn aftreden te effectueren en een opvolger te kiezen. In kalawasi-liederen ligt de nadruk vaker op het benadrukken van positieve, navolgenswaardige eigenschappen en gedragingen. Zowel in kalawasi- als in sambula-liederen wordt publiekelijk duidelijk gemaakt wat gewenst en ongewenst gedrag is.
Het is belangrijk op te merken dat de Caraïben gevoelig zijn voor afwijkingen van sociale waarden. Liederen spelen een rol bij het corrigeren van gedrag en het handhaven van de sociale orde.
Kennisoverdracht en culturele continuïteit
Liederen, met name de alemi's, fungeren als opslagplaats van kennis. Ze helpen bij het accentueren van waarden en het vastleggen van culturele kennis. Dit is van groot belang in de Caraïbische samenleving, die weinig geformaliseerd is en waar sjamanen een sterk individualistisch specialisme hebben. De alemi's dragen bij aan de continuïteit van de culturele ideologie, vooral omdat ze door nieuwe generaties leerlingen ritueel worden geleerd.
Het behoud van culturele eigenheid, met name in het huidige Suriname, wordt mede ondersteund door het sjamanisme en de bijbehorende alemi's. Jongere Indianen grijpen naar het sjamanisme om kracht te vinden zich als Indiaan staande te houden.
De efficiëntie van liederen voor kennisbehoud en correctie is moeilijk te meten, maar het belang ervan voor het behoud van culturele identiteit wordt niet onderschat. De opleiding van sjamanen, waarbij alemi's worden doorgegeven, vindt nog steeds plaats en zal vermoedelijk voortduren.

De zangers zelf zijn over het algemeen gewaardeerde personen. Goed kunnen zingen en improviseren, of het nu gaat om een sjamaan die zieken geneest, een vrouw die begrafenisliederen zingt, of een sambula-zanger, verleent aanzien.
Voor een overzicht van Caraïbische liederen kan worden verwezen naar de grammofoonplaat "Indiase liederen uit Suriname. De Caraïben van de Marowijne" (nr. VR20158). Veel van de in dit artikel aangeroerde punten zijn nader uitgewerkt in de bij dit hoofdstuk opgegeven literatuur. Dit artikel is gebaseerd op antropologisch onderzoek.